Meer
Publicatiedatum: 26-06-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

1. Weerstandsvermogen en risicoparagraaf

1. Weerstandsvermogen en risicoparagraaf

Voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente zijn niet alleen de cijfermatige gegevens van belang die in deze begroting worden gepresenteerd. Het college wil ook inzicht geven in de risico’s die niet in de begroting kunnen worden verwerkt. Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en de weerstandscapaciteit om die risico’s op te vangen.

Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als het vermogen om financiële risico’s op te kunnen vangen. De weerstandsratio wordt gedefinieerd als weerstandscapaciteit gedeeld door de omvang van de risico’s.

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit algemene reserves en onbenutte belastingcapaciteit. Bestemmingsreserves en voorzieningen zijn in feite niet vrij beschikbaar. Vanwege deze beperkingen wordt slechts de Algemene reserves ingezet als component voor de weerstandscapaciteit.

Onbenutte belastingcapaciteit

De onbenutte belastingcapaciteit richt zich op de gemeentelijke heffingen: de OZB, de afvalstoffenheffing, het reinigingsrecht en het rioolrecht. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer het gemeentelijke OZB-tarief lager is dan het normtarief voor artikel 12-gemeenten en/of wanneer de ander genoemde tarieven niet kostendekkend zijn. Voor een toelichting op de kostendekkendheid wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen.

 

 

Weerstandscapaciteit (x 1.000)

31-12-2017

31-12-2018

Per inwoner

 

 

 

 

Algemene reserves

16.137

19.219

626

Incidenteel beschikbaar

16.137

19.219

626

 

 

 

 

Beschikbaar voor "Onvoorzien"

25

25

1

 

 

 

 

Onbenutte belastingcapaciteit

 

 

 

Afvalstoffenheffing

750

999

33

Riolering

0

4

0

OZB

 

 

 

Opbrengst volgens art. 12 norm

6.170

6.860

224

Opbrengst volgens tarief HIA

5.229

5.166

168

Vrije ruimte OZB

941

1.694

55

 

 

 

 

Marktgelden

45

12

0

Begraafplaatsen

0

10

0

Wabo

515

1.109

36

Burgerzaken

439

486

16

overige leges

25

166

5

Totaal vrije ruimte belastingen

2.715

4.480

146

 

 

 

 

Totaal weerstandsvermogen

18.877

23.724

773

(Incidenteel + Structureel)

 

 

 

 

Risicobeleid

In de nota reserves en voorzieningen 2011 is het beleid voor het gewenste weerstandsvermogen vastgesteld. Voor de bepaling van het gewenste niveau van het weerstandsvermogen is inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit als gevolg van risico’s noodzakelijk.

De doelstellingen voor risicomanagement zijn:

  • tijdig inzicht krijgen in de risico’s en het beheersen van deze risico’s
  • beperken van de gevolgen van risico’s;
  • het risicobewust maken, ter voorkoming van risico’s of het beperken van de gevolgschade;
  • beoordeling van het weerstandsvermogen in het kader van de BBV.


    Definitie: In dit kader gaat het om financiële risico’s: de mogelijkheid dat zich een gebeurtenis voordoet die de middelen voor het realiseren van onze doelen positief of negatief beïnvloedt. Het risico wordt daarbij nader geconcretiseerd door middel van “kans x impact”.

    Risico´s met een regulier/structureel karakter moeten van structurele maatregelen worden voorzien, zoals het afsluiten van verzekeringen, het treffen van voorzieningen, het inrichten van de administratieve organisatie, het aanpassen van beleid en de begroting etc. Tegenvallers met een structureel karakter kunnen incidenteel opgevangen worden met het weerstandsvermogen, maar moeten van structurele maatregelen worden voorzien. Exploitatierisico´s die samenhangen met de recessie worden daarom (incidenteel) gerekend tot de risico´s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen: het risico op lagere rijksbijdragen, bijstandsverlening, bouwleges etc., maar moeten structureel worden aangepakt. De bepaling van risico’s is altijd een momentopname en moet daarom regelmatig worden herijkt (liefst binnen de P&C cyclus).

    Bij de inventarisatie van de risico’s in deze paragraaf betreft het de actuele risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen, dit zijn risico’s:

  • die niet op een andere manier zijn te ondervangen;
  • die een financieel nadelig gevolg kunnen hebben;
  • die relevant zijn (lees: risico van materieel belang);
  • die met redelijke zekerheid zich gaan voordoen en
  • niet direct beïnvloedbaar zijn.


    Voor de inventarisatie van de risico’s gelden de volgende criteria:

  • In het kader van het weerstandsvermogen zijn in principe alleen de financiële risico’s van toepassing waarvoor vooralsnog geen of onvoldoende beheersmaatregelen aanwezig zijn.
  • Voor invulling van het begrip ‘risico van materiële betekenis’ is gekozen voor een norm van 0,5% van de totale uitgaven van de gemeente, t.w. € 0,3 mln. Dus richten we ons op risico’s die redelijkerwijs een financiële impact kunnen hebben van € 0,3 miljoen of meer. Door clustering van een aantal kleinere risico’s binnen een programma, kan eventueel al te rigide hantering van het materialiteitsbegrip worden ondervangen.
  • Voor de beschouwing van de risico’s wordt een tijdshorizon gehanteerd van 4 jaar.

De risicoberekening

Per risico wordt op hoofdlijnen toegelicht wat het risico inhoudt. Vervolgens vindt op basis van de beschikbare informatie een inschatting plaats over de omvang van het risico en de mate van zekerheid dat het risico zich gaat voordoen. De mate van zekerheid wordt geduid met laag (30%), gemiddeld (50%) en hoog (80%). Daarnaast wordt bezien of het risico structurele of incidentele gevolgen heeft. Daar waar er structurele gevolgen zijn, moeten structurele beheersmaatregelen genomen worden als dit risico zich voordoet,. Eventuele incidentele gevolgen kunnen afgezet worden tegen incidentele beheersmaatregelen (onder andere de reserves).

Risico verbonden partijen

Wij zijn eigenaar van een aantal verbonden partijen, daardoor lopen wij indirect ook risico's. Voor onze grote verbonden partijen maken we een inschatting welk risico wij als eigenaar in onze eigen risicoparagraaf moeten opnemen.

  • GRD, onze bijdrage is circa 14 miljoen (5,2%) en 9,5 miljoen na aftrek doeluitkering inkomensvoorziening.
  • OZHZ, onze bijdrage is circa 4 ton (1,7%).
  • VRZHZ, onze bijdrage is circa 1,6 mln (4,1%).
  • Dienst Gezondheid & Jeugd (excl RAV), onze inwonerbijdrage is zo’n 6,9 mln (5,5%).
  • Drechtwerk, onze bijdrage is circa 2 ton (4,2% van de inwonerbijdragen).

 

De risico’s zijn in de begrotingen van voornoemde partijen niet altijd gekwantificeerd en zeker niet opgeteld tot een gewogen gemiddelde o.i.d. Inhoudelijk zijn vele risico’s gerelateerd aan rijksmaatregelen en/of decentralisaties, m.n. op het gebied van sociale zekerheid / werkvoorziening. Hierbij moet in ogenschouw worden genomen dat wij voor de drie decentralisaties een risicovoorziening van €1,5 miljoen hebben gevormd. Extra aandacht gaat daarbij uit naar de (prognose van de) tekorten op de inkomensvoorziening bij de GRD/SDD en de verwachte tekorten bij de Serviceorganisatie van de DG&J. Er is een risico dat sommige tekorten een structureel karakter kunnen hebben. Voor de bepaling van ons risico wordt daarom met name onze bijdrage als vertrekpunt gehanteerd. Hierbij gaat bijna de helft onze bijdrage aan verbonden partijen naar de SDD, die voor een flink deel uit doeluitkeringen wordt bekostigd.

Conclusie verbonden partijen

Wanneer we uit gaan van een maximaal risico van 10% van onze (netto)bijdrage resulteert een cumulatief bedrag van ongeveer € 2,3 miljoen (i/s) met een hoge kans van optreden (80%). Beheersmaatregel: Actief bewaken in de ambtelijk en bestuurlijke overlegvormen.

Risico Grondexploitaties

Voor de Grondbedrijf complexen geldt dat het niet alleen om negatieve, maar ook om positieve risico’s gaat. De begrote  eindwaarde door marktrisico kan immers zowel nadeliger als voordeliger uitvallen dan de prognose. Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden tot bijsturing, bijvoorbeeld in tempo, programmering etc. Ook eventuele subsidies kunnen een positief risico met zich meebrengen. Jaarlijks worden de risico’s van de lopende grondexploitaties ter kennisname aan de raad voorgelegd in de geactualiseerde grex’en. In geval van een voorzien verlies wordt een 'voorziening' gevormd. Voor de algemene en specifieke risico’s is een algemene reserve Grondbedrijf gevormd (en een 'voorziening' voor ons aandeel in het voorziene verlies De Volgerlanden). Grondexploitaties kennen algemene risico’s zoals rente- en prijsmutaties, tijdsplanningen en afzetrisico’s aan de ene kant  en specifieke projectrisico’s aan de andere kant. Bovendien geldt dat in zo’n grex op basis van onderzoek zo goed mogelijk en enigszins voorzichtig wordt geraamd zodat zowel voor- als nadelen kunnen optreden. Voor een uitgebreide toelichting op de grex'en en risico’s wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid en de grex'en zelf.

Volgerlanden:

Deze grex kent een negatief verwacht saldo op eindwaarde dat door een voorziening is afgedekt. Op basis van de laatste actualisatie en door de risicobeheersingsmethodiek die we hanteren, is voor de korte termijn (3 jaar) met 90% zekerheid een risicobuffer van 3,7 miljoen afdoende. Daarnaast is in de gemaakte afspraken met de gemeente Zwijndrecht opgenomen dat van het eventuele exploitatietekort tot € 20 miljoen beide partijen ieder de helft voor hun rekening nemen. Het bedrag dat boven de € 20 miljoen uitkomt, komt voor 2/3 deel voor rekening van Hendrik-Ido-Ambacht en 1/3 deel voor rekening van Zwijndrecht.

Ambachtsezoom

De grex 2018 fase 1 kent een maximale risicobuffer van 2,3 miljoen (met 90% zekerheid). Voor fase 1a geldt een minimaal risico van 0,06 miljoen.


Conclusie grondexploitaties

Voor de bepaling van het gecombineerde risico moet ook rekening worden gehouden met het nog niet in de boeken opgenomen positieve resultaat Ambachtsezoom. Ons aandeel in het risico Volgerlanden plus het risico Ambachtsezoom, minus het positieve resultaat Ambachtsezoom resulteert in een gecombineerd risico van 0,9 miljoen met een gemiddelde kans van optreden (50%).   (1,85 + 2,3 + 0,06 – 3,3 = 0,9)

Risico Algemene uitkering en doeluitkering / decentralisaties

De effecten van rijksmaatregelen zijn voor de middellange termijn allerminst zeker. De macro-economische ontwikkelingen zijn moeilijk te voorspellen, laat staan de bestuurlijke vertaling door het Rijk naar de uitkeringen voor gemeenten en/of verdeelmodellen. Dat geldt in het bijzonder voor de drie grote decentralisaties. Vanaf 1 januari 2015 zijn de drie decentralisaties Jeugdhulp (inclusief Passend Onderwijs), WMO en Participatiewet doorgevoerd. Voor de decentralisaties met hun kortingen zijn de effecten zorgwekkend. Ook de herverdelingen kunnen voor een individuele gemeente zowel positief als negatief uitpakken (het objectieve verdeelmodel). We zullen dit de komende periode actief monitoren.

Voor deze onderdelen geldt dat ze op basis van solidariteit worden opgepakt, zodat voor- en nadelen in eerste instantie op regionaal niveau worden vereffend. Bovendien worden de risico's van Verbonden Partijen ook al hiervoor meegenomen. En de gemeente heeft een algemene risicoreservering ingesteld voor deze taken met een huidig saldo van € 1,5 miljoen. In deze risicoparagraaf wordt voor deze onderdelen rekening gehouden met een rest risico van 10% van onze bijdragen.


Conclusie algemene- en doeluitkeringen

In onze Kadernota wordt zo goed mogelijk geanticipeerd op rijksplannen (taakstellingen). Dat geldt ook voor eventuele herverdelingseffecten. Voor deze risicoparagraaf houden we rekening met een nadelig restrisico ter grootte van 3% van ons taakveld Algemene Uitkering. Dit  is € 1,0 miljoen met een gemiddelde (50%) kans van optreden. Beheersmaatregelen: Actief volgen en indien noodzakelijk maatregelen nemen tot bijsturing, met name bij Kadernota of begroting.

Recapitulatie

Recapitulatie

Omdat de risico's van verbonden partijen en rijksuitkeringen semi structureel zijn worden deze tweemaal meegeteld in de hierna opgenomen totaal telling.

 

 

SAMENVATTING (x €1.000)

JR 2017

JR 2018

Programma 1 - Sociaal, Welzijn en Educatie

Verbonden partijen

2.200

1.900

Programma 2 - Ruimtelijke Ordening, Economie en Wonen

Grondexploitaties

0

900

Algemene uitkering en overige rijksbijdragen

1.100

1.000

Totaal risico's

3.300

3.800

Weerstandscapaciteit

18.877

23.724

Weerstandsratio

5,7

6,2

Financiële kengetallen in relatie tot de financiële positie

Hierna wordt een overzicht gegeven van financiële kengetallen. Voor de onderlinge vergelijkbaarheid zijn deze sinds 2015 voor alle gemeenten verplicht voor. Zoals bekend is onze schuldquote door onze relatief grote grondexploitatie Volgerlanden hoog (een percentage van 20-35% is 'normaal'). Maar in dit soort getallen komt de deelname in het risico door gemeente Zwijndrecht niet tot uitdrukking. Tegelijkertijd is zichtbaar dat door ons voorzichtige, solide financieel beleid de trend van alle financiële kengetallen positief is, dat geldt ook voor onze hiervoor berekende weerstandsratio.

Wanneer we de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie bekijken, kunnen we concluderen dat de gemeente financieel gezond is.

 

Recapitulatie

 

Hendrik-Ido-Ambacht

Rekening 2017

Begroting 2018

Rekening 2018

Netto schuldquote

200%

217%

197%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

189%

206%

188%

Solvabiliteitsratio

18%

13%

18%

Grondexploitatie

131%

130%

128%

Structurele exploitatieruimte

-2,0%

0,0%

-1,5%

Belastingcapaciteit

111%

111%

111%

 

 

 

 

 

 

Netto schuldquote

   

(Bedragen x € 1.000)

95

Balanspost

Rekening 2017

Begroting 2018

Rekening 2018

A

Vaste schulden (cf. art. 46 BBV)

122.500

122.500

119.500

B

Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV)

12.335

26.399

20.086

C

Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV)

6.895

4.000

5.460

D

Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f BBV)

 

0

 

E

Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV)

5.655

9.000

6.224

F

Liquide middelen (cf. art. 40 BBV)

764

500

1.230

G

Overlopende activa (cf. art. 40a BBV)

3.402

2.500

3.113

H

Totale baten (cf. art. 27 lid c BBV [dus exclusief mutaties reserves])

65.879

65.037

68.185

 

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

200%

217%

197%

               

 

 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

 

(Bedragen x € 1.000)

95

Balanspost

Rekening 2017

Begroting 2018

Rekening 2018

A

Vaste schulden (cf. art. 46 BBV)

122.500

122.500

119.500

B

Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV)

12.335

26.399

20.086

C

Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV)

6.895

4.000

 5.460

D

Financiële activa (cf. art. 36 lid b, c, d, e, f BBV)

7.624

6.235

6.235

 

Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e, f BBV)

0

0

0

b1

Verstrekte geldleningen openbare lichamen (Wet Fido)

1.403

1.373

1.373

b2

Verstrekte geldleningen aan woningbouwcorporaties

60

57

57

b3

Verstrekte geldleningen aan deelnemingen

1.673

1.318

1.318

b4

Verstrekte geldleningen aan overige verbonden partijen

 

 

 

c

Overige verstrekte langlopende geldleningen

4.488

3.487

3.487

E

Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV)

5.655

9.000

6.224

F

Liquide middelen (cf. art. 40 BBV)

764

500

1.230

G

Overlopende activa (cf. art. 40a BBV)

3.402

2.500

3.113

H

Totale baten (cf. art. 27 lid c BBV [dus exclusief mutaties reserves])

65.879

65.037

68.185

 

Netto schuldquote gecorrigeerd (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

189%

207%

188%

 

 

Solvabiliteitsratio

 

 

(Bedragen x € 1.000)

95

Balanspost

Rekening 2017

Begroting 2018

Rekening 2018

A

Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV)

31.929

23.944

32.111

B

Balanstotaal

177.806

184.000

181.759

 

Solvabiliteit (A/B) x 100%

18%

13%

18%

 

 

Grondexploitatie

 

 

(Bedragen x € 1.000)

95

Balanspost

Rekening 2017

Begroting
 2018

Rekening
 2018

A

Niet in exploitatie genomen bouwgronden (cf. art. 38 lid a punt 1  BBV)

 

 

 

B

Bouwgronden in exploitatie (cf. art. 38 lid b BBV)

86.298

84.546

87.025

C

Totale baten (cf. art. 27 lid c BBV [dus exclusief mutaties reserves])

65.879

65.037

68.185

 

Grondexploitatie (A+B)/C x 100%

131%

130%

128%

 

 

4. Structurele exploitatieruimte

JR2017

BG2018

JR2018

Totale structurele lasten excl reserves en incidenteel

58.953

64.816

61.485

Totale structurele baten excl reserves en incidenteel

57.731

64.879

60.384

Totale structurele toevoegingen aan reserves (tabel 7)

264

6

199

Totale structurele onttrekkingen van reserves (tabel 7)

141

191

272

Totale baten excl mutaties reserves

65.879

65.037

68.185

Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E

-2,0%

0,4%

-1,5%

       

5. Belastingcapaciteit

JR2017

BG2018

JR2018

OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

307

301

302

Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

177

177

177

Afvalstoffenheffing voor een gezin

315

321

321

Eventuele heffingskorting

0

0

0

Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

799

799

800

Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1

723

723

721

Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor

111%

111%

111%

 

 

2. Financiering

2. Financiering

De financieringsfunctie van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht dient uitsluitend de publieke taak. Het prudente beleid valt binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Centraal in deze wet staan transparantie en risicobeheersing. Om inzicht te geven in de wijze waarop de gemeente dit doet en beeld te geven van de stand van zaken wordt in deze paragraaf ingegaan op het risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financierings- en schuldpositie, het kasbeheer en de informatievoorziening.

Economische ontwikkelingen

De rentebewegingen op de kapitaalmarkt waren in 2018, zeker in het eerste halfjaar, enigszins onstabiel. De politieke onrust in Italië was daar zeker debet aan. In het najaar tekende zich echter weer een licht dalende tendens af.

De ECB heeft het opkoopprogramma van obligaties per eind 2018 beëindigd, maar tegelijkertijd aangegeven dat tot medio 2019 de rente op de geldmarkt ongewijzigd zal blijven. Door het ECB-beleid vertoonde de 3-maands Euribor dit jaar een constant vlakke lijn.

 

Onder de huidige marktomstandigheden blijft het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen, de kasgeldlimiet zoveel mogelijk optimaal te benutten en kort te financieren. De financieringsfunctie van de gemeente dient uitsluitend de publieke taak. Zij voert een prudent beleid binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido).

 

De ontwikkeling van de rente gedurende 2018 kan als volgt worden weergegeven:

 

Bedacht moet worden dat er opslagen gelden op bovenstaande tarieven wanneer er een lening wordt afgesloten. Voor een 10-jaars lening bedroeg dit eind 2018 circa 0,20 procentpunt.

Financiering

De totale gemeentelijke langlopende leningenportefeuille valt in twee delen uiteen, te weten een deel voor de Algemene Dienst en een deel voor De Volgerlanden.

In de begroting 2018 is rekening gehouden met op te nemen nieuwe langlopende geldleningen tot totaal € 25,5 miljoen. Vooral door achterblijvende investeringen is de € 10 miljoen begrote nieuwe lening voor de Algemene Dienst niet opgenomen. Voor De Volgerlanden is totaal € 10 miljoen aangetrokken.

 

In 2025 zou de renterisiconorm worden overschreden. Gelet op de lage rente is besloten de dan aflopende lening van € 12,5 miljoen (rente 3,8225%) in 2018 vervroegd af te lossen en te herfinancieren. Daarbij is ook de lening van € 5 miljoen met een rente van 3,925% betrokken, die in 2021 zou vervallen. Deze beide leningen van de Algemene Dienst zijn omgezet naar één nieuwe lineaire lening met een looptijd van 20 jaar en een rente van 1,297%. De agio van beide leningen, totaal € 3,35 miljoen, is ten laste gebracht van de reserve renteschommelingen.

 

De totale langlopende leningsschuld bedroeg per 31 december 2018 € 119,5 miljoen en kan als volgt worden gespecificeerd:

  • t.b.v. Algemene dienst (5 leningen)                 € 49,5 miljoen
  • t.b.v. Volgerlanden (9 leningen)                        € 70,0 miljoen

De gemiddelde rente over de totale lening portefeuille bedroeg per eind 2018 1,48%.

De lening portefeuille van de Algemene Dienst heeft een gemiddelde rente van 2,15%.

Risicobeheer

De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s.

 

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet fido bedraagt deze limiet 8,5% van het totaal van de exploitatiebegroting. Gezien de omvang van de begroting 2018 (€ 65,4 miljoen) betekende dit dat de gemeente haar financiële huishouding voor maximaal € 5,6 miljoen met kort geld mocht financieren. Volgens voorschrift uit de Wet fido is in bijgaande tabel het verloop weergegeven van de gemeentelijke kortlopende middelen ten opzichte van de kasgeldlimiet gedurende 2018:

De overschrijdingen van de kasgeldlimiet vallen binnen de bepalingen van de Wet fido, dat maximaal drie achtereenvolgende kwartaaloverschrijdingen zijn toegestaan.

Ter regulering van het gemeentelijke banksaldo zijn in 2018 negen kasgeldleningen met een looptijd van 7 tot 35 dagen opgenomen. Deze leningen waren gemiddeld € 11,2 miljoen groot. Door de negatieve rente van gemiddeld -0,40% is deze financieringswijze bijzonder voordelig geweest voor de gemeente; een inkomst van bijna € 30.000 in 2018.

 

Renterisiconorm

De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een jaar te voorkomen. Omdat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen niet meer dan 20% zijn van het begrotingstotaal. De renterisiconorm bedroeg in 2018 € 13,08 miljoen.

De toetsing aan de renterisiconorm luidt daarmee als volgt:

Uit deze berekening komt naar voren dat de renterisiconorm is overschreden. Dit wordt echter volledig veroorzaakt door de vervroegde aflossingen van twee fixe leningen (gem. rente 3,87%) tot totaal € 17,5 miljoen. Door de lagere rente van 1,297% op de nieuwe lineaire lening is het werkelijke renterisico nihil.

 

 Kredietrisico’s

De gemeente loopt kredietrisico op uitzettingen (o.a. verstrekte geldleningen) en leningen waarop door haar een borgstelling is afgegeven.

Het in voorgaande tabel genoemde totaalbedrag aan uitzettingen per eind 2018 kan in hoofdlijnen als volgt worden gespecificeerd:

  • Leningen aan woningcorporaties                           € 0,1 miljoen
  • Woningfinancieringen gemeentepersoneel    € 3,0 miljoen
  • Lening aan ROM-D                                                         € 1,3 miljoen
  • Veiligheidsregio ZHZ                                                    € 1,4 miljoen
  • Startersleningen                                                              € 0,4 miljoen

 

Daarnaast stond de gemeente per 31 december 2018 voor € 108,0 miljoen garant. Hiervan had € 97,1 miljoen (ofwel 90%) betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw.

Gezien de rond het WSW gebouwde zekerheidsstructuur is aan deze garantstellingen een relatief laag risico verbonden.

 

Het bedrag aan directe borgstellingen bedroeg per eind 2018  € 10,9 miljoen. De belangrijkste directe borgstellingen worden gevormd door:

  • HVC Alkmaar (1,37%-belang; ‘getrapt’ via GR Gevudo): € 8,7 miljoen
  • Woningstichting Rhiant € 2,2 miljoen (1 lening).

Voor de specificatie van alle door de gemeente gewaarborgde leningen wordt verwezen naar de Staat van gewaarborgde geldleningen elders in deze jaarrekening.

Informatievoorziening

Relatiebeheer

De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is huisbankier van de gemeente. Naast de BNG houdt de gemeente een rekening aan bij de Rabobank.

 

Administratieve Organisatie

In 2018 heeft enkele keren overleg plaatsgevonden tussen gemeente en het SCD over de uitvoering van de financieringsfunctie.

Schatkistbankieren

Bij het verplicht schatkistbankieren mag een bedrag van 0,75% van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. In onderstaande tabel staat per kwartaal aangegeven wat het gemiddelde positieve banksaldo was. Hieruit blijkt dat in 2018 volledig binnen het drempelbedrag van € 491.000 is gebleven.

            Bedragen x € 1.000,-
  1) Benutting drempelbedrag Schatkistbankieren 2018:      
  Begrotingstotaal   €       65.386        
  Wettelijk percentage 0,75%        
  Drempelbedrag   €           491        
             
  2) Kwartaaluitkomsten benutting drempelbedrag 2018;      
    1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal  
  gemiddeld  positieve banksaldi € 44 € 73 € 28 € 422  
             

Als gevolg van de negatieve rente op kort geld heeft een roodstand geen nadelige financiële gevolgen.

In 2018 heeft de ministeriële beleidsdoorlichting schatkistbankieren plaatsgevonden. De Minister van Financiën heeft besloten deze beleidsdoorlichting te combineren met de evaluatie van de wijziging van de Wet Fido, die ook voor 2018 gepland stond. Naar verwachting zal de beleidsdoorlichting inclusief de kabinetsreactie in het voorjaar van 2019 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Rentetoerekening

In het rapport vernieuwing BBV is het advies opgenomen om meer inzicht te geven in de manier waarop de rentelasten uit korte en lange financiering worden toegerekend. De volgende schema's geven hier invulling aan.

Toegerekende rente in 2018

 

Berekening rente-omslagpercentage over 2018   

3. Lokale heffingen

3. Lokale heffingen

Inleiding

Deze ‘Paragraaf lokale heffingen’ geeft op hoofdlijnen een overzicht van de lokale heffingen en belastingen.

Lokale heffingen kunnen we onderscheiden in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk binnen het werkterrein van de gemeente worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerende-zaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en precariobelasting. Deze heffingen zijn niet verbonden aan een inhoudelijk programma en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen.

Deze paragraaf heeft betrekking op beide categorieën heffingen. In het vervolg gaan wij in op de volgende aspecten:

  • Opbrengst gemeentelijke heffingen
  • Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)
  • Overige lokale heffingen
  • Kwijtscheldingen

Gemeentelijke belastingopbrengsten

Onderstaande tabel is een overzicht van de gerealiseerde opbrengsten over 2018 en ter vergelijking 2017. Wij merken op dat de verschillen tussen de verantwoording 2017 en 2018 geen indicatie geven van de stijging of daling van de tarieven, maar van de totale opbrengst. Factoren zoals ontwikkelingen in de WOZ-waarde en areaaluitbreiding spelen bij de onroerende-zaakbelastingen een belangrijke rol. Meer of minder afgegeven omgevingsvergunningen kunnen de opbrengst leges sterk beïnvloeden.

 

Overzicht inkomsten die op basis van door de raad vastgestelde belastingverordeningen zijn gegenereerd (x € 1.000):

 

Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)

Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk.

In de volgende tabel wordt over de laatste vijf jaren de ontwikkeling van de woonlasten weergegeven. De OZB is berekend op basis van de geactualiseerde gemiddelde woningwaarde.

  2014 2015 2016 2017 2018
Gemiddelde WOZ-waarde 215.000 208.000 215.000 221.000 234.000
OZB-eigenaar 304,66 305,97 309,17 306,75 302,33
Afvalstoffenheffing 312,00 315,12 315,12 315,12 321,36
Rioolheffing eigenaar 112,92 117,36 120,84 120,84 120,84
Rioolheffing gebruiker 52,56 54,48 56,16 56,16 56,16
Ontwikkeling lastendruk 782 793 801 799 801
% stijging tov vorig jaar   1,4% 1,1% -0,3% 0,2%

Bij de berekening van de woonlasten is uitgegaan van een eigen woning die wordt bewoond door een gezin. De gemiddelde woningwaarde is de basis voor berekening van de aanslag OZB. Deze waarde is berekend naar de peildatum 1 januari van het voorgaande jaar. De WOZ-waarden 2018 zijn dus berekend naar de waarde-peildatum 1 januari 2017. De gemiddelde WOZ-waarden zijn ontleend aan de geactualiseerde gegevens uit de WOZ-administratie.

Bij de begroting/belastingvoorstellen 2018 is uitgegaan van de volgende uitgangspunten:

  • Onroerende-zaakbelastingen      - 2%
  • Afvalstoffenheffing                           + 2%
  • Rioolheffing                                               0%

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de woonlasten in onze gemeente in 2018 ten opzichte van 2017 met gemiddeld 0,2% ofwel € 2,- zijn gestegen.

 

Hieronder treft u per heffing een toelichting aan.

Onroerende-zaakbelastingen (OZB)

De onroerende-zaakbelastingen (OZB) is na de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. Deze heffing bestaat uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen (bedrijven, enz.). De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De gemeenteraad bepaalt de tarieven en daarmee de te betalen belasting door belastingplichtigen. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak. Deze wordt vastgesteld op basis van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Voor de WOZ-waarden 2018 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2017. Sinds 2009 is de verschuldigde OZB een percentage van de waarde van de onroerende zaak.

De volgende tabel geeft weer hoe de OZB-tarieven zich in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld.

  2014 2015 2016 2017 2018
Eigenaar woning 0,1417 0,1471 0,1438 0,1388 0,1292
Eigenaar niet-woning 0,2738 0,2860 0,2773 0,2661 0,2579
Gebruiker niet-woning 0,2193 0,2273 0,2227 0,2136 0,2073

Uitgangspunt bij het bepalen van de tarieven 2018 was de raming 2017. Bij vaststelling van de tarieven is, naast de beleidsuitgangspunten voor 2018, rekening gehouden met de ontwikkeling van de WOZ-waarden. Bij een waardedaling, zoals t/m 2015 het geval was, moest het tarief met een vergelijkbaar percentage verhoogd om een gelijkblijvende OZB-opbrengst te realiseren. Bij een waardestijging daarentegen moet het tarief worden verlaagd voor een gelijkblijvende opbrengst. Anders gezegd: bij gemiddeld 2% stijging van de WOZ-waarden moet het tarief met ca. 2% worden verlaagd om een gelijkblijvende opbrengst te verkrijgen.

Het percentage van de waardeontwikkeling woningen waarmee voor de raming 2018 rekening werd gehouden was voor Hendrik-Ido-Ambacht 5%.

Na vier jaar van stijgingen, is het aantal woningverkopen in 2018 gedaald. Het gebrek aan woningen drijft de waarderingen verder op.

De OZB-opbrengst niet-woningen is van veel factoren afhankelijk. Hierdoor kunnen de opbrengsten afwijken van de ramingen.

De Waarderingskamer heeft in een brief aan de WOZ-uitvoeringsorganisaties opgedragen om vanaf de WOZ-waardering voor 2018 bij dijkwoningen rekening te houden met de vrijstelling voor waterverdedigingswerken. Aanleiding hiervoor was het arrest van de Hoge Raad van 4 maart 2016. Door de jurisprudentie over deze uitzondering zal een groot aantal woningen en niet-woningen in 2018 een WOZ-waarde krijgen die lager is dan de marktwaarde op de waardepeildatum 1 januari 2017. Dit zijn WOZ-objecten die (deels) zijn gelegen op een waterverdedigingswerk. Dit kunnen bijvoorbeeld dijkwoningen zijn die echt "op een dijk" gebouwd zijn, maar ook woningen of andere objecten, waarbij een gedeelte van de tuin of van het onbebouwde perceel tevens dienst doet als waterkering.

 

Er is in 2018 over het belastingjaar 2018 € 86.000 minder ontvangen dan verwacht. Over 2016 en 2017 is € 57.000 meer ontvangen dan verwacht.

 

Om onevenredige stijging van de collectieve lastendruk te voorkomen heeft het Rijk een beperking ingesteld op de stijging van de OZB-tarieven: de macronorm OZB. Deze norm houdt in dat de OZB-opbrengst van alle gemeenten tezamen niet meer mag stijgen dan de trendmatige groei van het bruto binnenlands product plus de prijsontwikkeling. Bij overschrijding van de norm kan het Rijk bijsturen via de Algemene Uitkering. Voor 2018 was de macronorm 3,1%, opgebouwd uit 1,5% reële trendmatige groei van het BBP en 1,6% prijsontwikkeling Nationale Bestedingen (op basis van het Centraal Economisch Plan 2017).

In 2018 hoefde geen bijsturing via de Algemene Uitkering plaats te vinden.

De macronorm is al langer onderwerp van discussie. In het Bestuurlijk overleg financiële verhouding van 23 mei 2018 is afgesproken om een vervolgonderzoek in te stellen naar de invulling van het alternatief voor de macronorm ozb (benchmarking).

 

Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afva te dekkenl. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval.

Zoals uit onderstaande berekening blijkt, dekt de heffing de kosten niet.

Berekening kostendekkendheid

begroot

begroot

werkelijk

7.3 afval

prim.

gewijzigd

 

 

   

 

Kosten taakveld

3.616.283

3.740.283

3.954.938

Inkomsten excl. heffingen

-85.864

-85.864

-239.570

Netto kosten taakveld

3.530.419

3.654.419

3.715.368

 

   

 

Overige toe te rekenen kosten:

   

 

Overhead

81.629

177.339

150.052

b.t.w.

530.870

530.870

687.712

Totale kosten (a)

4.142.918

4.362.628

4.553.132

Opbrengst heffingen (b)

3.470.980

3.540.980

3.553.821

 

   

 

Dekking (b/a*100)

84%

81%

78%

De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld:

  2014 2015 2016 2017 2018
Meerpersoons 312,00 315,12 315,12 315,12 321,36
Eenpersoons 219,60 221,76 221,76 221,76 226,20
% stijging tov vorig jaar   1,0% 0,0% 0,0% 2,0%

Bij de Winternota is de raming van de inkomsten met € 70.000 naar boven bijgesteld. Het uiteindelijke resultaat is € 12.000 hoger geworden. Dit wordt veroorzaakt door de stijging van het aantal huishoudens.

 

Rioolheffing

Rioolheffing is een vergoeding ter dekking van kosten die gemeenten maken voor haar rioolstelsel. Ook de kosten van de wettelijke watertaken, zoals zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand kunnen hiermee bekostigd worden. Welke kosten worden verhaald is in het Gemeentelijk Rioleringsplan vastgesteld.

De belasting dekt de kosten, zoals blijkt uit onderstaande berekening.

Berekening kostendekkendheid

begroot

begroot

werkelijk

7.2 riolering

prim.

gewijzigd

 

 

   

 

Kosten taakveld

1.725.317

1.725.317

1.874.547

Inkomsten excl. heffingen

0

0

0

Netto kosten taakveld

1.725.317

1.725.317

1.874.547

 

   

 

Overige toe te rekenen kosten:

   

 

Overhead

304.683

248.318

174.955

b.t.w.

137.000

137.000

134.224

Totale kosten (a)

2.167.000

2.110.635

2.183.726

Opbrengst heffingen (b)

2.167.000

2.167.000

2.180.091

 

   

 

Dekking (b/a*100)

100%

103%

100%

Het verloop van de tarieven is de afgelopen jaren als volgt:

  2014 2015 2016 2017 2018
Eigendom 112,92 117,36 120,84 120,84 120,84
Gebruik meerpersoons 52,56 54,48 56,16 56,16 56,16
Gebruik eenpersoons 26,28 27,24 28,08 28,08 28,08
% stijging t.o.v. vorig jaar   3,8% 3,0% 0,0% 0,0%

Hendrik-Ido-Ambacht heft van eigenaren van panden een vast bedrag per jaar. Hierbij is de situatie van 1 januari bepalend. Ook van gebruikers van panden wordt rioolheffing geheven. Eenpersoonshuishoudens betalen de helft van een meerpersoonshuishouden.

In 2018 is € 14.000 meer binnengekomen dan verwacht. Daarvan betrof € 4.000 oude belastingjaren.

 

Vergelijking andere gemeenten

Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen.

Vergelijking van woonlasten kan worden gemaakt met de Drechtstedengemeenten. Deze is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2018 op www.coelo.nl en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden weer. De woonlasten in 2018 in Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht laten zich samenvatten in onderstaand schema (x € 1).

Gemeente Gemiddelde tarief OZB Rioolheffing Afvalstoffen Totaal Rangnr.
  WOZ-waarde OZB eigenaar eig/gebr heffing   meerp.huish.
Sliedrecht           187.000 0,0979 183 228 195 606 24
Papendrecht           203.000 0,1261 256 136 249 641 41
Dordrecht           170.000 0,1222 208 180 276 664 70
Alblasserdam           204.000 0,1258 257 173 339 769 247
Hardinxveld-G'dam           232.000 0,1316 305 227 254 782 266
Hendrik-Ido-Ambacht           232.000 0,1292 300 177 321 798 290
Zwijndrecht*           181.000 0,1279 232 283 346 839 329
Landelijk gemiddelde           244.000 0,1180 274 194 253 721  
De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de      
woonlasten.                
* Voor Zwijndrecht is het totaalbedrag verlaagd met € 22 wegens een tegemoetkoming in de    
woonlasten.              

 

Overige lokale heffingen

Hondenbelasting

In de Gemeentewet is bepaald dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. Hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerende-zaakbelastingen, vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. In onze gemeente bestaat een relatie tussen de opbrengst en de voorzieningen die voor honden worden gerealiseerd.

 

Precariobelasting

Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Het is een zuivere belasting, ofwel een ongebonden heffing.

Onze gemeente heft uitsluitend precariobelasting over kabels en leidingen in gemeentegrond, ook van nutsbedrijven. Sinds 2016 is de hoeveelheid kabels en leidingen die belastbaar is, toegenomen. Voorheen was heffen van dit deel niet mogelijk omdat dit was geregeld via concessieovereenkomsten. Met ingang van 2022 vervalt de mogelijkheid om precariobelasting van nutswerken te heffen.

 

Begraven

Berekening kostendekkendheid

begroot

begroot

werkelijk

7.5 begraven

prim.

gewijzigd

 

 

   

 

Kosten taakveld

411.496

460.603

494.264

Onttrekking aan reserve

-33.183

-65.183

-48.045

Inkomsten excl. heffingen

-45.329

-45.329

0

Netto kosten taakveld

332.984

350.091

446.219

 

   

 

Overige toe te rekenen kosten:

   

 

Overhead

134.055

134.055

161.016

b.t.w.

   

 

Totale kosten (a)

467.039

484.146

607.235

Opbrengst heffingen (b)

457.039

457.039

597.235

 

   

 

Dekking (b/a*100)

98%

94%

98%

 

Leges

Berekening kostendekkendheid

begroot

begroot

werkelijk

8.1 Bouwleges

prim.

gewijzigd

 

 

   

 

Kosten taakveld

670.682

709.054

871.878

Inkomsten excl. heffingen

0

0

0

Netto kosten taakveld

670.682

709.054

871.878

 

   

 

Overige toe te rekenen kosten:

   

 

Overhead

648.191

648.191

771.198

b.t.w.

   

 

Totale kosten (a)

1.318.873

1.357.245

1.643.076

Opbrengst heffingen (b)

459.691

486.691

533.673

 

   

 

Dekking (b/a*100)

35%

36%

32%

Berekening kostendekkendheid

begroot

begroot

werkelijk

0.2 Burgerzaken

prim.

gewijzigd

 

 

   

 

Kosten taakveld

981.870

981.870

1.028.625

Inkomsten excl. heffingen

0

0

0

Netto kosten taakveld

981.870

981.870

1.028.625

 

   

 

Overige toe te rekenen kosten:

   

 

Overhead

4.172

4.172

9.803

b.t.w.

   

 

Totale kosten (a)

986.042

986.042

1.038.428

Opbrengst heffingen (b)

570.851

515.851

551.999

 

   

 

Dekking (b/a*100)

58%

52%

53%

Marktgeld

Berekening kostendekkendheid

begroot

begroot

werkelijk

3.3 Markt

prim.

gewijzigd

 

 

   

 

Kosten taakveld

85.626

85.626

61.699

Inkomsten excl. heffingen

-4.099

-4.099

-7.721

Netto kosten taakveld

81.527

81.527

53.978

 

   

 

Overige toe te rekenen kosten:

   

 

Overhead

20.859

20.859

0

b.t.w.

   

 

Totale kosten (a)

102.386

102.386

53.978

Opbrengst heffingen (b)

44.438

44.438

42.139

 

   

 

Dekking (b/a*100)

43%

43%

78%

 

Kwijtschelding

Als een belastingplichtige door financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger is dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken, dat deze inkomensgrens wordt verruimd naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Wel vindt een vermogenstoets plaats.

Een groot deel van de kwijtscheldingen is geautomatiseerd getoetst. Het doel hiervan is om zo de administratieve lasten voor de burger te verminderen.

Gemeenten mogen wel zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. Er kan kwijtschelding worden aangevraagd voor:

  • Afvalstoffenheffing;
  • Rioolheffing gebruik woningen

De volgende tabel geeft weer hoeveel kwijtschelding voor 2018 is geraamd en verleend.

  Raming       (x € 1.000) Werkelijk     (x € 1.000)
Afvalstoffenheffing 132 127
Rioolheffing 22 20
Totaal 154 147

 

4. Onderhoud kapitaalgoederen

1. Wegen

1.A Wegenbeheer

Beleidskader

De algemene doelstelling voor het wegbeheer is het voeren van een duurzaam wegbeheer waarbij de veiligheid voor de verkeersdeelnemers in stand wordt gehouden. Comfort en aanzien van de weg spelen hierbij een beperkte rol. Uitgangspunt van het wegbeheer is het vastgestelde ‘Beleidsplan Wegen 2013-2023’.

Om kapitaalvernietiging van asfaltverhardingen te voorkomen, moet onderhoud op B(asis)niveau worden uitgevoerd. Dit niveau komt overeen met de richtlijnen die worden beschreven in publicaties van de CROW, het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Onder het begrip basisniveau wordt verstaan: “Instandhouding op langere termijn, uitgaand van een gemiddelde levensduur. Er wordt geen achterstand opgebouwd. Incidenteel zijn kleine achterstanden in onderhoud mogelijk. Eventueel onveilige situaties worden onmiddellijk aangepakt.” Elementenverhardingen worden veilig en begaanbaar gehouden. Welke beeldkwaliteit daar uit volgt, is van ondergeschikt belang. Hierbij is als prioriteit in begaanbaarheid en uit te voeren onderhoud aangehouden het trottoir of het voetpad, het fietspad en vervolgens de straat en parkeervakken. Met dit uitgangspunt worden onderhoudswerkzaamheden aan elementenverhardingen van straten en parkeervakken met ruimere tussenpozen uitgevoerd dan van trottoirs en fietspaden.

 

Financieel kader

De financiële uitkomsten van het wegbeheersplan zijn in de meerjarenramingen vertaald en opgenomen onder het product ‘Wegen, straten en pleinen’ van het Programma Buitenruimte. De recente wijzigingen in het BBV hebben voor het wegbeheersplan gevolgen. Op wegen hebben we in het verleden meestal niet afgeschreven, voor groot onderhoud blijft dat onveranderd. Op nieuwe wegen ofwel renovatie (incl. fundering) van wegen zullen we in de toekomst wel gaan afschrijven. Het huidige onderhoudsbudget wegen plus de verrekening met de reserve wordt opgesplitst in een (groot) onderhoudsdeel en een renovatiedeel.

 

Egalisatiereserve wegbeheer

Op 31 december 2018 heeft de reserve wegbeheer een saldo van circa € 0,9 mln. Volgens het vastgestelde ‘Beleidsplan Wegen 2013-2023’, wordt jaarlijks een bedrag uit de egalisatiereserve  onttrokken en besteed als gedeeltelijke dekking voor het tekort op wegonderhoud.

 

Ontwikkelingen

Vanuit de VINEX-locatie De Volgerlanden komt in de komende jaren een aantal wegvakken voor overdracht naar de Algemene Dienst in aanmerking gaan komen. Dit hangt samen met de voortgaande ontwikkeling van deze uitbreidingslocatie. Binnen de reservering voor areaaluitbreiding is hiermee rekening gehouden.

 

1.B Verkeer en vervoer

Beleidskader

In het Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan zijn voorkeurstructuren vastgelegd voor gemotoriseerd verkeer, openbaar vervoer en langzaam verkeer. Voor gemotoriseerd verkeer heeft dit geleid tot een nieuw wegencategoriseringsplan (voorkeurstructuur voor de hoofdwegen). Hierin zijn de kaders voor een goede bereikbaarheid, verkeersdoorstroming en veiligheid op de gemeentelijke wegen in het kader van Duurzaam Veilig vastgesteld.
Binnen dit Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan is eveneens het parkeerbeleid opgenomen.

 

Financieel kader

Voor een betere doorstroming van het openbaar vervoer en de verbetering van de toegankelijkheid van de bushaltes voor mensen met bewegingsbeperkingen zijn gelden beschikbaar gesteld, waarop de subsidie vanuit de BDUgelden in mindering wordt gebracht.

 

1.C Openbare verlichting

Beleidskader

In het beleidsplan worden bepaalde eisen gesteld aan de kwaliteit van de verlichting, de kwaliteit van de installatie en de kwaliteit van de instandhouding. Het beheerplan is een uitwerking van de beleidsuitgangspunten die in het beleidsplan Openbare Verlichting van 2014 zijn vastgelegd. In het beheerplan wordt beschreven welk beheer en onderhoud uitgevoerd moet worden om de installatie en de verlichting op een gewenst kwaliteitsniveau te brengen of te houden en welke financiële middelen daarvoor nodig zijn. Uitgangspunt daarbij is het Collegeprogramma waarin het bestuur heeft aangegeven een duidelijke ambitie te hebben op het gebied van duurzaamheid, verkeersveiligheid en sociale veiligheid. Primair genereert het beheerplan de kwaliteiten van de OVL-installatie waarvoor deze bedoeld is: bijdragen aan een veilige en leefbare buitenruimte in Hendrik-Ido-Ambacht als het donker is.

 

Financieel kader

--

 

Egalisatiereserve openbare verlichting

Op 31 december 2018 heeft de reserve openbare verlichting een saldo van circa € 0,6 mln. Deze egalisatiereserve heeft als doel het gelijkmatig verdelen van kosten in de tijd.

 

Ontwikkelingen

Op basis van vastgelegde uitgangspunten in het beleidsplan en het toepassen van nieuwe ontwikkelingen en technieken, zoals dimmen en LED verlichting, vervangen we in de komende jaren de nodige lichtmasten en armaturen om de installatie kwalitatief op peil te houden, de doelmatigheid te verbeteren en het energieverbruik te beperken. Daar waar het financieel kostenneutraal mogelijk is, wordt gebruik gemaakt van LED verlichting.

 

1.D Infrastructurele kunstwerken

Beleidskader

Binnen de openbare ruimte bevinden zich infrastructurele kunstwerken, die de kruising van (water)wegen of andere natuurlijke barrières mogelijk maken. Dit zijn onder andere bruggen, duikers, keermuren, trappen, tunnels en viaducten. Vanuit het oogpunt van veiligheid en aanzien moeten we deze onderdelen beheren en onderhouden. In het beleidsplan zijn de hoofdpunten van het beleid beschreven. Het huidige beleid is erop gericht de kunstwerken op het kwaliteitsniveau ‘basis’ te onderhouden. De uitgangspunten van beleids- en beheerplannen, die door de raad in januari 2017 zijn vastgesteld, zijn vervolgens vertaald naar een plan van aanpak voor het onderhoud

 

Financieel kader

Voor het onderhouden van kunstwerken (bruggen, duikers, viaducten, verwijderen graffiti) is binnen het product “Infrastructurele kunstwerken” van het Programma Buitenruimte jaarlijks een budget beschikbaar.

 

1.E Verkeersvoorzieningen

Beleidskader

Verkeersvoorzieningen zoals verkeersborden, straatnaamborden, ANWB-bebording, schrikhekken en verkeerspalen zijn onderdeel van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden.

In 2015 zijn nieuwe beleids- en beheerplannen 'verkeersvoorzieningen' opgesteld; het beheerplan wordt in 2019 geactualiseerd. In de plannen zijn nieuwe beleidsuitgangspunten vertaald naar een geactualiseerd plan van aanpak voor het onderhoud aan de verschillende items en zijn de verschillende consequenties nader aangegeven.

De verkeersvoorzieningen worden op het basisniveau onderhouden, waarbij niet meer wordt uitgegaan van een kwaliteitsdifferentiatie per gebied. Reden hiervoor is dat verkeersvoorzieningen qua plaatsing, beheer en onderhoud moeten voldoen aan wettelijke bepalingen en landelijke richtlijnen. In het beheerplan zijn uitgangspunten voor de verkeersvoorzieningen geformuleerd.

 

Financieel kader

Voor het onderhoud van verkeersvoorzieningen is structureel een budget beschikbaar binnen het product “wegen, straten en pleinen” van het Programma Buitenruimte.

 

1.F Straatmeubilair

Beleidskader

Straatmeubilair zoals banken, afvalbakken, fietsenstallingen en abri’s, is een wezenlijk onderdeel van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van veiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden. In 2015 zijn de nieuwe beleids- en beheerplannen ‘straatmeubilair’ opgesteld; het beheerplan wordt in 2019 geactualiseerd. In de plannen zijn nieuwe beleidsuitgangspunten vertaald naar een geactualiseerd plan van aanpak voor het onderhoud aan de verschillende items en zijn de verschillende consequenties nader aangegeven.

Essentieel bij het beheer/onderhoud is het te hanteren kwaliteitsniveau voor het onderhoud. Op basis van de landelijke wetgeving en richtlijnen worden de betreffende voorzieningen in de openbare ruimte onderhouden op het kwaliteitsniveau ‘basis’.

 

Financieel kader

Voor het onderhoud van straatmeubilair is een budget beschikbaar binnen het product “wegen, straten en pleinen” van het Programma Buitenruimte.

2. Riolering

2.A (Afval)waterketen

Beleidskader
In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) worden de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater uitgewerkt, met de daarvoor benodigde middelen.

Vanuit de Wet Milieubeheer zijn gemeenten verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van afvalwater binnen hun grondgebied. Ook is elke gemeente wettelijk verplicht om volgens deze wet (artikel 4.22) een GRP op te stellen.

Het functioneren van de riolering wordt onder andere gewaarborgd door het plegen van onderhoud. Door het beheer en onderhoud planmatig uit te voeren en af te stemmen met andere werken in de openbare ruimte, wordt dit zo efficiënt mogelijk uitgevoerd. De planmatige aanpak en afstemming zijn uitgewerkt in het rioolbeheerplan.

Voor het grondwater is onze belangrijkste taak een goed inzicht verkrijgen in het grondwaterpeil met als doel het voorkomen en beperken van grondwateroverlast in kwantitatieve zin. Dit is verankerd in ons GRP en operationele plannen. 

 

Financieel kader
In het GRP zijn de kosten en beheermaatregelen die verband houden met de bovengenoemde zorgplichten uitgewerkt. De verbrede rioolheffing dekt alle kosten die te maken hebben met onze zorgplicht voor het afvalwater, hemelwater en grondwater met een kostendekkend tarief.

Voor het uitvoeren van (verbeter)maatregelen, om aan de doelstellingen te kunnen voldoen, worden jaarlijks conform het gemeentelijk rioleringsplan in de investeringsplanning bedragen opgenomen.

Voor het beheer en onderhoud van rioleringen met toebehoren zijn budgetten beschikbaar onder het product “riolering” van het Programma Buitenruimte.

 

Ontwikkelingen
Onze gemeente werkt in het kader van het Bestuursakkoord Water binnen de Drechtsteden samen met de gemeenten Dordrecht, Alblasserdam en Zwijndrecht en het waterschap Hollandse Delta. De onderlinge samenwerking van de gemeenten met het waterschap door een intensivering van de bundeling van kennis en capaciteit, heeft tot doel het vergroten van de kwaliteit, het behalen van kostenbesparingen en het verminderen van kwetsbaarheid.

De samenwerking in de waterketen richt zich op de (afval)waterketen voor afvalwater, hemelwater en grondwater en voor zover noodzakelijk op het oppervlaktewater en kan verder worden geïntensiveerd en gestructureerd op basis van haalbaarheidsonderzoek. Bij actualisatie van beleid wordt de samenwerking in de waterketen verankerd en waar mogelijk en gewenst gezamenlijk beleid worden nagestreefd.

 

Voorziening riolering
Wij hebben de beschikking over een voorziening riolering. Deze heeft als doel het gelijkmatig verdelen van kosten in de tijd om tariefschommelingen te voorkomen. De voorziening wordt gevoed met het verschil tussen de jaarlijkse exploitatiekosten van de riolering en de inkomsten uit rioolheffing.

Conform het beleidsplan Wegen 2013-2023 komt het wegherstel van de bovenliggende verharding bij vervanging van het rioolstelsel ten laste van de jaarlijkse exploitatiekosten van de riolering. Dit bedrag (jaarlijks € 270.000) wordt gebruikt als gedeeltelijke dekking voor de onderhoudskosten van verhardingen.

3. Water

Stedelijk waterbeheer

Beleidskader

Het doel van het  stedelijk waterbeheer is om te komen tot een goed beheersbaar en aantrekkelijk watersysteem met water van voldoende kwaliteit en gevarieerde veilige oevers. Het waterplan is verouderd en wordt niet geactualiseerd in de bestaande vorm. De relevante punten zijn opgenomen in het GRP, en worden aangevuld met afzonderlijke bestuursakkoorden met het waterschap Hollandse Delta.

 

Financieel kader

De jaarlijkse kosten die verband houden met het uitvoeren van het stedelijk waterbeheer zijn opgenomen onder het product 'Waterhuishouding' binnen het Programma Buitenruimte.

 

3.A Baggerplan

Beleidskader

Het baggeren en het daaraan ten grondslag liggende baggerplan is een belangrijke schakel in de gemeentelijke waterketen. Het baggerplan geeft inzicht in de beheeractiviteiten op het gebied van baggeren die benodigd zijn om de watergangen op diepte te houden.

 

Kwaliteitsniveau

Vanwege de wetgeving van het waterschap moeten wateren periodiek uitgebaggerd worden om ze op de juiste breedte en diepte te houden. Het feitelijke baggerwerk wordt zowel door onze gemeente als door het waterschap Hollandse Delta uitgevoerd, afhankelijk van de onderhoudsverplichting van de watergangen. Daarnaast bestaat de verplichting om deze wateren vrij te maken van los vuil en waterplanten.

 

Financieel kader

De kosten voor het baggeren van watergangen zijn opgenomen onder het product 'Waterhuishouding' van het Programma Buitenruimte.

 

3.B Beheer en onderhoudsplan oeverbeschermingen

Het beheer- en onderhoudsplan oeverbescherming 2018-2026 geeft een volledig beeld van de huidige onderhoudstoestand van de oeverbescherming in beheer van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, een overzicht van de werkzaamheden in de planperiode en een raming van de kosten voor de uit te voeren werkzaamheden.

4. Groen

4.A Groenstructuurplan

Beleidskader

De Groenstructuurvisie voor de gemeente is vastgesteld in het Groenstructuurplan (2013).  In het Groenstructuurplan is onze gemeente in drie onderhoudszones verdeeld. Het Groenstructuurplan vormt het beleidsmatige kader om te komen tot een gestructureerd groenbeleid. Het groenbeleid richt zich op het creëren van een balans tussen de kwaliteit en de beschikbare middelen. Daarnaast biedt het Groenstructuurplan ook een kader voor ontwerp, (her)inrichting en het onderhoud van het openbaar groen.

De visie op de gewenste visuele kwaliteit van de groenvoorzieningen in de openbare ruimte is vastgesteld in het Beeldkwaliteitsplan Groen. Het Beeldkwaliteitsplan geeft weer wat het onderhoudsniveau is van het groen; met andere woorden welke kwaliteit er wordt nagestreefd.

 

Bomenbestand

Het bomenbestand op 1 januari 2019 was 12.010 . Naar aanleiding van een uitgevoerde reconstructie in 2017 worden er nog 487 bomen herplant. In 2018 zijn er in het kader van het reguliere onderhoud 165 verwijderd. Alle bomen worden nog herplant.  

 

Financieel kader

De budgetten voor het onderhoud van openbare groenvoorzieningen zijn opgenomen onder het product “groen” van het Programma Buitenruimte. Bij uitbreiding en andere mutaties van het areaal wordt het onderhoudsbudget aangepast.

 

Ontwikkelingen

Onkruidbestrijding op verharding is noodzakelijk, het houdt de weg toegankelijk, het gebruik van de weg veilig, de woonomgeving leefbaar en het verlengt de levensduur van de verharding. Het gebruik van chemische middelen is echter niet langer toegestaan.

Om deze reden wordt sinds 1 mei 2016 het onkruid op de verhardingen bestreden door toepassing van heet water- en hete luchttechniek. Deze toepassingen zijn arbeidsintensiever dan de voorheen toegepaste DOB-methode waarbij chemische middelen werden ingezet. Er moeten nu meer behandelingen plaatsvinden om hetzelfde beeld te houden. In perioden van "groei" is het moeilijk het beeld op orde te houden met de beschikbare middelen.

 

4.B Begraafplaatsen

Beleidskader

In het Beeldkwaliteitsplan Groen is aangegeven dat door de bijzondere functie van de begraafplaatsen deze binnen de representatieve zone en daarom worden de begraafplaatsen op kwaliteitsniveau A onderhouden. Het beleidsplan begraafplaatsen geeft naast deze uitgangspunten ook inzicht in de benodigde capaciteit voor begraven en bijzetten van urnen voor de komende jaren. Op deze manier kan worden aangegeven op welk moment graven geruimd moeten worden om voldoende capaciteit te behouden.

 

Financieel kader

In de exploitatie begraafplaatsen zijn de kosten opgenomen voor het beheer en onderhoud van de begraafplaatsen en het uitvaartcentrum. De leges van de verschillende begraafplaatsactiviteiten zijn mede op deze kosten afgestemd en leiden tot een kostendekkende exploitatie.

Egalisatiereserve begraafplaatsen Deze egalisatiereserve heeft als doel de kosten en inkomsten voor het onderhoud van graven op begraafplaatsen, waarvoor het meerjarig onderhoud eenmalig door nabestaanden is afgekocht, gelijkmatig over de tijd te spreiden. Op 31 december 2018 heeft de reserve begraafplaatsen een saldo van circa € 0,5 mln.

 

Ontwikkelingen

De begraafplaatsen en het uitvaartcentrum worden op verantwoorde wijze geëxploiteerd met een beheerder binnen onze eigen organisatie en inzet van aannemers voor het groenonderhoud van de begraafplaatsen en voor het delven van graven. Dit met extra aandacht voor representatie en onderhoud tegen aanvaardbare en kostendekkende tarieven voor alle begraaf- en uitvaartactiviteiten. Na een periode van ruimen van graven wordt een nieuw passend beeld op de begraafplaats Achterambachtseweg opgesteld.

 

 4.C Speelvoorzieningen

Beleidskader

De kaders in het Speelruimteplan uit 2013 zijn grotendeels met participatie van ouders en kinderen tot stand gekomen. Samen met bewoners en kinderen zijn de wensen, ideeën, uitvoeringskaders en randvoorwaarden bepaald voor de herinrichting van speelplekken voor de komende tien jaar. Eveneens is voor de komende 5 jaar opgenomen welke plekken op welk moment worden aangepakt en de beschikbare bedragen die hierbij horen.

In het Beheerplan speelvoorzieningen zijn de technische uitgangspunten voor het onderhoud uitgewerkt zoals eisen aan materiaalgebruik en valondergronden. Het Beheerplan speelvoorzieningen is in 2015 geactualiseerd.

Speelplekken en speelvoorzieningen moeten volgens het speelruimteplan voldoen aan de eisen die de doelgroep (leeftijdscategorie) stelt. Verder moeten ze voldoen aan de wettelijke veiligheidseisen. Door inspecties, vastgelegd in inspectierapporten, worden periodiek alle speelplekken en speelwerktuigen gekeurd op veiligheid en onderhoudstoestand. Waar nodig vindt reparatie en/of vervanging plaats. 

Financieel kader

De jaarlijkse beheer- en onderhoudskosten van de speelplaatsen zijn vertaald in het product ‘speelvoorzieningen’ binnen het Programma Sociaal, Welzijn en Educatie.

5. Gebouwenbeheer

Beleidskaders

In het vastgestelde Meerjarig Onderhoudsplan (MOP) 2012-2021 wordt voor de middellange termijn richting gegeven aan een effectief en efficiënt beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen. In dit meerjarige plan is aangegeven welke onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn voor de gemeentelijke gebouwen in de beschouwde periode.

Met het instellen van een egalisatiefonds voor beheer en onderhoud van gemeentelijke gebouwen is er in voorzien dat in dit fonds gedoteerde middelen beschikbaar blijven voor beheer en onderhoud van de gebouwen. Zo kan tussen gebouwen en over de jaren geschoven worden met middelen.

 

Financieel kader
Jaarlijks vindt bij vaststelling van de Kadernota  op basis van het vastgestelde MOP 2012-2021 steeds de afweging tussen de gewenste en de beschikbare middelen plaats. Per gebouw wegen we af of het beheer en onderhoud uitstel kan vergen als beschikbare financiële middelen in dat jaar te kort schieten.

 

Ontwikkelingen
Besloten is om een aantal gemeentelijke gebouwen af te stoten. Voor enkele gebouwen, o.a. sloop en verkoop grond voormalige  gemeentewerf aan de Grotenoord 2 is de procedure gestart, het voormalige ABN-AMRO gebouw aan de Graaf Willemlaan is gesloopt.  Aan de Jan Wissenslaan 5 is een nieuwe school, De Tweestroom in gebruik genomen, de terreinen aan de Steenbakkersstraat en de Geard Alewijnstraat  staan klaar voor herontwikkeling.

Vanuit het Actieplan Duurzaamheid treffen wij duurzame maatregelen bij gemeentelijke gebouwen. In 2018 is de conventionele verlichting van kinderopvang Bekestein en het Baxhuis vervangen door LED. Daarnaast kopen we stroom voor openbare verlichting en voor onze gebouwen 100% groen in via Greenchoice . Voor de gemeentelijke gebouwen met een lager energieverbruik onderzoeken we de komende jaren de mogelijkheid van zonnepanelen in combinatie met energiebesparingsmaatregelen. Verder blijven we onze stroom groen inkopen.

Bij de bouw van het nieuwe binnenbad van zwembad De Louwert worden waar mogelijk energiebesparende maatregelen getroffen. Denk aan warmtepompen, hybride verwarming,  PV panelen, zonnecollectoren, LED verlichting met daglichtreductie en aanwezigheidsdetectie, slim waterverbruik.

Bij scholen en de gebouwen in beheer van Cascade hebben we slechts een stimulerende rol. Voor scholen is een energiebesparingstraject opgezet in de Drechtsteden, waaraan ook scholen uit Hendrik-Ido-Ambacht kunnen meedoen.

6. Afval

6.A Afvalinzameling

Beleidskader
De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor de inzameling van (gescheiden) huishoudelijk afval binnen haar grondgebied. Deze zorgplicht staat omschreven in de afvalstoffenverordening en vloeit voort uit de Wet Milieubeheer.

In 2008 is de nieuwe Europese kaderrichtlijn afvalstoffen gepubliceerd. Deze richtlijn vormde de basis voor het tweede landelijk Afvalbeheer Plan (LAP2). In dit plan heeft het ‘ketengericht afvalbeleid’ een belangrijke plaats gekregen door naar de materiaalketen van afval te kijken. Dit gaat van de winning van een grondstof tot en met de verwerking van een afvalstof. Met deze ketenaanpak wordt een duurzaam en zuinig materiaalgebruik beoogd, waarmee een vermindering van de milieudruk kan worden gerealiseerd. In het nieuwe LAP3 wordt de lat nóg hoger gelegd. Hierin staat het circulair denken centraal, waarin we efficiënt omgaan met grondstoffen en we afval voorkomen. Er is meer aandacht voor onderwerpen als recycling en grondstoffen.

De afvalscheidingsresultaten van onze gemeente blijven achter op de resultaten van Drechtstedengemeenten en vergelijkbare gemeenten. Vanuit het Rijk worden de milieudoelstellingen steeds verder aangescherpt. Door maatregelen als extra afvalstoffenbelasting op het restafval stimuleert de overheid om afval zoveel mogelijk te scheiden. De milieudoelstellingen worden momenteel deels en in langzaam tempo behaald en de kosten van afvalinzameling en verwerking stijgen. In de commissie van juni 2016 heeft de raad gevraagd om het afvalbeleidsplan 2013-2023 te herzien.

 

Financieel kader
De kosten van het gescheiden inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval worden gedekt de afvalstoffenheffing. Deze is echter niet kostendekkend. Door de aangescherpte doelstellingen vanuit het Rijk nemen de kosten toe op het gebied van afvalverwerking. Ons uitgangspunt is dat deze taak kostendekkend moet zijn. Door de invoering van de afvalstoffenbelasting voor Nederlands afval dat in de Afval Verwerkings Installaties (AVI's) wordt verbrand, zijn de kosten voor afvalverwerking flink gestegen. Deze belasting is ingevoerd om bedrijven en gemeenten te stimuleren meer te recyclen en zodoende de hoeveelheid te verbranden afval te reduceren. De extra genomen maatregelen als de minicontainer voor oud papier en karton en de wijziging in inzameling van plastic, metaal en drankenkartons blijken onvoldoende te zijn om de kosten te dekken. De druk op bijsturing van het afvalbeleid is daarom nog meer toegenomen.

 

Ontwikkelingen
Het Kabinet richt haar pijlers op een circulaire economie. Hierin staat recycling van grondstoffen centraal. Het Rijk werkt hieraan in het programma Van Afval naar Grondstof (VANG). De kern van dit programma is het optimaal gebruik van grondstoffen door het voorkomen van afval en beter scheiden en recyclen van afval dat toch ontstaat. Het Rijk heeft daarom het percentage afvalscheiding eerder al verhoogd van 60% naar 65% en legt hier nog een schep bovenop door een doelstelling op te leggen van 75% scheiding van huishoudelijk afval in 2020. Ook is een doelstelling op de restafvalfractie gelegd; van 250 kilo restafval per inwoner per jaar naar 100 kilo in 2020. Bovendien heft het Rijk vanaf 2019 een hogere belasting op restafval.

 

Communicatie
Bij het vaststellen van het afvalbeleid 2013-2023 is de aandacht vooral gevestigd op gedragsverandering door communicatie. Sinds 2013 hebben wij daarom een communicatiestrategie specifiek gericht op afval. De combinatie van faciliteren (het afval scheiden makkelijk maken) en handhaven is belangrijk. Communicatie kan vooral bijdragen aan bewustwording, een eerste stap naar gedragsverandering.

Bij afvalcommunicatie wordt de link gelegd met het thema duurzaamheid. We maken voornamelijk gebruik van eigen communicatiemiddelen zoals het gemeentenieuws, de website en social media. Waar mogelijk zoeken we samenwerking met maatschappelijke partners (inclusief bewoners).

Uit analyse blijkt dat, ondanks de inzet op gebied van communicatie, in ons restafval nog een hoog percentage herbruikbare fracties zit; GFT, plastic, metaal en drankenkartons (PMD), textiel en glas. Op deze componenten richten wij ons in 2019. Verder haken we aan bij campagnes van afvalverwerker HVC (grondstoffendenkend) en landelijke campagnes zoals de Opschoondag. Op het gebied van educatie werken we samen met ‘Koos de Vuilnisman’, die afvallessen verzorgt voor de basisscholen.

De inzet van communicatie op lange termijn nemen wij mee in het nieuwe grondstoffenbeleidsplan.

 

6.B Zwerfafval

Beleidskader
In 2008 heeft de raad met de vaststelling van het beleidsplan zwerfafval ingestemd met een ketenaanpak. Dit betekent preventie door voorlichting en bewustwording, het verbeteren van de gemeentelijke faciliteiten en uiteindelijk het inzetten van handhaving. De gemeente streeft naar een minimale schoonheidsgraad van B (redelijk schoon) voor het aangetroffen zwerfafval in alle soorten gebieden (verhardingen, groen en water) (geldt nog steeds). In 2018 zijn we begonnen met de actualisatie van het zwerfafvalbeleidsplan, dit gaat door in 2019.

In 2015 is het zwerfafvalbeheerplan geactualiseerd. In het beheerplan zijn uitgangspunten vanuit het zwerfafvalbeleidsplan vertaald naar concrete acties.

 

Financieel kader
De kosten van het opruimen van zwerfafval zijn vertaald in het taakveld afval binnen het Programma Buitenruimte. In 2018 hebben we bij stichting Nedvang een zwerfafvalsubsidie aangevraagd met terugwerkende kracht. Deze aanvraag is gehonoreerd. Uit deze subsidie worden diverse acties uitgevoerd om het zwerfafval in de gemeente te verminderen.

5. Grondbeleid

5. Grondbeleid

Het grondbeleid van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is vastgelegd in de Nota “Grond voor Beleid”(2009). Met het grondbeleid wordt uitvoering gegeven aan de ruimtelijke visie die met name in de Structuurvisie "Waar de Waal Stroomt (2009)” is vastgelegd. In dit beleidsdocument worden de ruimtelijke ambities van de gemeente uiteengezet.

In de Nota grondbeleid is vastgelegd dat de gemeente zoveel mogelijk een actief grondbeleid voert wanneer er sprake is van grootschalige ontwikkelingen of ontwikkelingen welke invloed kunnen hebben op de ruimtelijke of stedenbouwkundige structuur van de gemeente. Met dit actieve grondbeleid wil de gemeente gewenste ruimtelijke ontwikkelingen initiëren en sturen. Faciliterend grondbeleid wordt echter niet uitgesloten.

Ook de keuze om hoofdzakelijk het instrument Wet voorkeursrecht gemeenten te gebruiken is in de Nota grondbeleid vastgelegd. Als er aanleiding is om geen gebruik te maken van het gemeentelijk voorkeursrecht, wordt dit gemotiveerd aan de gemeenteraad aangegeven. Waar een minnelijke verwerving van gronden niet mogelijk blijkt, maakt de gemeente gebruik van het onteigeningsinstrument.

Uitvoering grondbeleid

Voor de uitvoering van actief grondbeleid worden grondexploitaties opgesteld. Met een grondexploitatie wordt het financieel kader vastgelegd waarbinnen het beleid uitgevoerd moet worden. Voor enkele wenselijke grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen zijn in het verleden grondexploitaties vastgesteld die jaarlijks geactualiseerd worden. Bij de vaststelling van de begroting 2018 waren er drie actieve grondexploitaties binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht: De Volgerlanden, bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1 en bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1a.

Bij enkele kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen wordt wel faciliterend grondbeleid gevoerd, waarbij kostenverhaalovereenkomsten met de ontwikkelaars worden gesloten. 

Prognose verwachte resultaten grondexploitaties

In onderstaande tabel worden de grondexploitaties samengevat. Hierin is per project, naast wat algemene informatie, het financiële resultaat en het gewogen risicobedrag opgenomen. Om de grondexploitaties te kunnen vergelijken en de geprognosticeerde resultaten te kunnen optellen zijn de resultaten contant gemaakt naar 1 januari 2019. Voor de risicoanalyse worden jaarlijks, aan de hand van de RISMAN-methode, de verschillende risico’s die van toepassing zijn benoemd, gekwalificeerd en gekwantificeerd. Vervolgens wordt een gewogen risicobedrag berekend met een zekerheidspercentage van 90%. Dit houdt in dat het voor 90% zeker is dat het genoemde bedrag voldoende is om de risico's af te dekken. In het weerstandsvermogen van de gemeente wordt met dit risicobedrag rekening gehouden.

Daarna wordt per grondexploitatie kort het toegepaste grondbeleid beschreven, met een toelichting op het verwachte financiële resultaat.

 

 

Tabel 1 Projectoverzicht (peildatum 1-1-2019)

 

 

Bedragen x €1.000.000,-

 

 

 

 

De Volger-
landen

Ambachtse-
zoom Fase 1

Ambachtse-
zoom Fase 1a

Verwachte afronding project

2027

2028

2022

Totale plangebied (ha)

210 ha

22,2 ha

0,7 ha

Areaal nog aan te kopen grond

1,2 ha

2 ha

0

Areaal uitgeefbaar

 

15,6 ha

0,7 ha

Areaal nog te verkopen grond

23,8 ha

15,6 ha

0,7 ha

 

 

 

 

Gerealiseerde kosten

 €      309,0

 €        16,5

 €          0,4

Gerealiseerde baten

 €      238,3

 €          0,6

€             -  

Boekwaarde

 €        70,7

 €        16,0

 €          0,4

Nog te realiseren baten -/- kosten

 €        70,4

 €        18,6

 €          0,9

Resultaat op eindwaarde

 €         -0,0

 €          2,7

 €          0,6

Resultaat op netto contante waarde

 €         -0,0

 €          2,2

 €          0,5

Risico's

 €          3,7

 €          2,3

 €        0,06

 

De Volgerlanden

 

Beleidskader

De gemeente heeft sinds het begin van het project actief grondbeleid gevoerd in het realiseren van woningbouwlocatie De Volgerlanden. De gemeente wilde alle gronden in eigendom verkrijgen om de regie te houden. Veelal werden gronden van particulieren aangekocht en overige benodigde gronden die in bezit waren van projectontwikkelaars werden met bouwclaimovereenkomsten bij het gemeentelijke eigendom betrokken.

De verwervingen in het gebied De Volgerlanden-West zijn afgerond. In het gebied De Volgerlanden-Oost is nog niet alle grond in volledig eigendom van de gemeente. Circa 600 m2 is nog in eigendom van een private partij, waarmee inmiddels overeenstemming is bereikt over de verkoop van de gronden.

 

Financieel kader

De grondexploitatie vormt het financieel kader van het project De Volgerlanden. Dit kader wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld en geactualiseerd. In de gemaakte afspraken met de gemeente Zwijndrecht is opgenomen dat van het exploitatieresultaat tot € 20 miljoen (winst of verlies) beide partijen ieder de helft voor zijn rekening nemen. Het bedrag boven de € 20 miljoen (winst of verlies), is voor 2/3 deel (voor rekening) van Hendrik-Ido-Ambacht en 1/3 deel (voor rekening) van Zwijndrecht.

 

Bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1

 

Beleidskader

Bij bedrijventerrein Ambachtsezoom wordt actief grondbeleid toegepast. Sinds 1 januari 2013 richt de planvorming van Ambachtsezoom zich alleen op het westelijke gedeelte van het bedrijventerrein (fase 1 en fase 1a). Nog niet alle grond in het gebied is in eigendom bij de gemeente. Wel is er met de betreffende partijen overeenstemming bereikt over de verwerving van de gronden.

 

Financieel kader

De geactualiseerde grondexploitatie Ambachtsezoom Fase 1, welke het financiële kader van de betreffende fase van het project vormt, is vastgesteld in de raadsvergadering van 8 juli 2019.

 

 

Bedrijventerrein Ambachtsezoom  Fase 1a

 

Beleidskader

Ook voor Ambachtsezoom Fase 1a geldt dat er actief grondbeleid toegepast wordt.

 

Financieel kader

De geactualiseerde grondexploitatie Ambachtsezoom Fase 1a geldt als het financiële kader van de betreffende fase van het project en is vastgesteld in de raadsvergadering van 8 juli 2019. Deze grondexploitatie beperkt zich tot de gronden waar in het bestemmingsplan een directe bestemming 'Bedrijventerrein', met nadere aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen' is opgenomen.

Tussentijdse winstneming

Tussentijdse winstneming geldt vooral bij projecten die diverse jaren duren. Hieronder zijn regels opgenomen over hoe wordt omgegaan met (tussentijdse) winstneming:

  1. Tussentijdse winstneming kan alleen plaatsvinden indien:

    1. voldoende zekerheid bestaat over het (verwachte) resultaat van de grondexploitatie, ofwel  het resultaat op de grondexploitatie betrouwbaar kan worden ingeschat; én
    2. de grond (of het deelperceel) is verkocht; én
    3. de kosten zijn gerealiseerd
  2. Wanneer er wordt voldaan aan de voorwaarden voor tussentijdse winstneming wordt de zogenaamde percentagemethode (POC) toegepast.
  3. Bij de bepaling van de tussentijdse winst worden de risico's die specifiek samenhangen met de nog te realiseren kosten en opbrengsten van de grondexploitatie in mindering gebracht.

Bij winstneming gelden in algemene zin de volgende uitgangspunten: de winst wordt naar rato van gerealiseerde kosten en opbrengsten (tot en met het lopende jaar) genomen. Dus indien 50% van de kosten is gerealiseerd en 50% van de grond is verkocht (over de gehele looptijd), dan is de winstrealisatie 50% x 50% = 25%. Zowel de realisatie van de kosten als de realisatie van de opbrengsten zijn bepalend voor de omvang van de winstrealisatie.

Voor de grex Volgerlanden geldt een bijzondere situatie omdat deze grex samen met Zwijndrecht wordt uitgevoerd in gezamenlijk winst en risico. Daarom wordt bij de Volgerlanden in zo'n situatie een extra risico afweging gemaakt in relatie tot de omvang van het project.

M.b.t. de grex Ambachtsezoom worden de allereerste gronduitgiften pas in 2019 voorzien.

Reserve en Risico

De aard van de activiteiten binnen het totaal van de exploitaties maakt het noodzakelijk ter afdekking van de algemene risico's een algemene reserve grondbedrijf aan te houden. Deze reserve wordt opgebouwd uit de eindresultaten van alle afgesloten grondexploitaties plus alle tussentijdse winst- en verliesnemingen. Het nemen van winst zal geschieden overeenkomstig de eerder beschreven methodiek van (tussentijdse) winstneming. Indien er bij het opstellen dan wel het actualiseren van een kostprijscalculatie blijkt dat er een verlies op een complex ontstaat, wordt hiervoor een voorziening getroffen ten laste van de Algemene reserve grondbedrijf.

De Algemene reserve grondbedrijf dient op voldoende niveau te zijn om de benoemde risico's te kunnen opvangen en dient een minimum niveau te hebben afhankelijk van het risicoprofiel. Zodra het saldo van de reserve zich onder het minimum niveau bevindt, moet dit worden aangevuld vanuit de Algemene (concern)reserve. De Algemene reserve grondbedrijf kent geen maximum niveau.

6. Verbonden partijen

6. Verbonden partijen

Verbonden partijen zijn die partijen waarmee de gemeente een bestuurlijke relatie heeft én waarin zij een financieel belang heeft. Een verbonden partij levert daarmee een bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen van de gemeente. Partijen waaraan een significant (financieel) risico kleeft, worden ook verwerkt in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen’.

BBV

In de nieuwe BBV is opgenomen dat voortaan een onderverdeling wordt gemaakt naar:

  • gemeenschappelijke regelingen;
  • vennootschappen en coöperaties;
  • stichtingen en verenigingen, en;
  • overige verbonden partijen.

    In dit hoofdstuk gaan we in op de doelstellingen, taken en financiële aspecten van de gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht participeert. Bij een vennootschap en coöperatie participeert de gemeente in het risicodragend vermogen van een privaatrechtelijke rechtspersoon als aandeelhouder van de betreffende NV of BV.

    Hieronder wordt een opsomming gegeven van dergelijke samenwerkingsverbanden.

Gemeenschappelijke regelingen

Vennootschappen en coöperaties

·      GR Drechtsteden

·      GR Dienst Gezondheid & Jeugd

·      GR Veiligheidsregio

·      GR Omgevingsdienst

·      GR Drechtwerk

·      GR Natuur en recreatieschap IJsselmonde

·      GR Openbare Verlichting GR Gevudo

·      ROM-D

·      Oasen (NV)

·      Eneco Holding (NV)

·      BNG (NV)

 

De stichtingen en verenigingen en overige verbonden partijen zijn bij ons niet aan de orde.

 

Verbonden partijen (x € 1.000)

Relatief aandeel
HIA

Bijdrage
HIA
begroting
2018

Bijdrage totaal
2018

 

Gerealis. Resultaat 2018

Eigen vermogen

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

Vreemd vermogen

 

 

 

 

 

1-1-2018

31-12-2018

1-1-2018

31-12-2018

GR Drechtsteden

     

 

       

Bureau Drechtsteden en staf

10,64%

764

 

 

 

 

 

 

griffie

11,02%

42

 

 

 

 

 

 

Sociale Dienst Drechtsteden

4,76%

10.572

-

-1.120

 

 

 

 

minus rijks-doeluitkering SDD

    4,64%

-4.255

-91.779

 

 

 

 

 

Service Centrum Drechtsteden

6,94%

1.743

26.541

 

 

 

 

 

Gemeentebelastingen Drechtsteden

10,34%

507

5.375

 

 

 

 

 

Onderzoekcentrum Drechtsteden

11,00%

77

700

 

 

 

 

 

Totaal GRD

 5,22%

13.705

262.103

-140

4.207 

-758

57.693

 56.206

 

 

 

 

 

 

 

 

 

GR Dienst Gezondheid & Jeugd (zonder RAV)

 

 

 

1.235

3.299

4.194

83.840

57.426

DG&J

6,11%

1.257

11.792

-

-

-

-

-

Serviceorganisatie Jeugd

    4,97%

5.646

113.560

-

-

-

-

-

GR Veiligheidsregio (incl. boxen)

4,9%

1.724

39.604

1.420

7.285

8.364

63.875

60.630

GR Omgevingsdienst

1,72%

414

24.011

100

2.873

1.736

9.908

6.693

Drechtwerk

3,44%

175

4.148

-945

1.249

1.130

30.648

30.650

GR Natuur en recreatieschap IJsselmonde

15%

207

1.363

212

3.881

3.987

1.977

1.991

GR Openbare Verlichting

   11,91%

54

451

32

142

151

210

195

GR Gevudo (aandeel gar.kap. 8 mln)

7,34%

8.685

114.405

-

30

30

509

538

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vennootschappen

 

 

 

 

 

 

 

 

ROM-D Holding NV

2,40%

109

4.601 

-26

4.103

4.077

2.151

2.151

ROM-D Capital BV

 

 

 

-126

18.552

18.427

13

0,14

ROM-D Beheer NV

 

 

 

3

40

44

146

151

ROM-D Capital beheer BV

 

 

 

-3

46

43

0

0

ROM-D KILL III CV

1,30%

141

6.793 

820

8.960

10.389

12.874

9.014

ROM-D Projecten CV

 

 

 

-378

2.481

2.103

2.393

9.492

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oasen (NV)

2,81%

-

-

4.826

103.668

108.494

162.538

159.959

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eneco Groep (NV)

0,50%

-

162.000

2.866.000

2.939.000

2.790.000

2.807.000

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stedin Groep (NV)

 

-

-

1.286

2.081.000

2.198.000

4.469.000

4.793.000

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BNG (NV)

0,05%

337.000

4.220.000

4.257.000

135.918.000

133.251.000

 

A. Gemeenschappelijke regelingen

Een groot deel van de gemeentelijke middelen wordt via verbonden partijen ingezet voor realisatie van doelen, uitvoering van processen en ondersteuning van de bedrijfsvoering. Vanwege de vaak aanmerkelijke bestuurlijke, beleidsmatige en financiële belangen is inzicht in en effectieve sturing op deze verbonden partijen noodzakelijk.

GR Drechtsteden

De gemeenten in de Drechtsteden zijn gezamenlijk een netwerkstad en netwerkorganisatie op een aantal beleidsterreinen. Inhoudelijke samenwerking, afstemming en voorbereiding van beleid binnen de Drechtsteden vindt plaats op de beleidsterreinen Fysiek, Sociaal en Bestuur. Al een aantal jaren werken de Drechtsteden samen in gezamenlijke uitvoeringsorganisaties: Sociale Dienst Drechtsteden, Servicecentrum Drechtsteden, Gemeentebelastingen Drechtsteden, Onderzoekcentrum Drechtsteden, en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden (ROM-D) als onderdelen van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden.

Met die samenwerking zetten de gemeenten in op optimale dienstverlening aan de inwoners, organisatorische en financiële verbeteringen en presentatie van ‘De Drechtsteden’ naar buiten als economisch krachtige, goed bereikbare en leefbare regio. Zij doen dit elk met behoud van de eigen karakteristieke kenmerken. Daarnaast werken besturen en organisaties van de Drechtstedengemeenten ook samen met partijen in de regio, zoals het regionale bedrijfsleven, woningbouwcorporaties, het onderwijs, de gezondheidszorg, welzijnsorganisaties en culturele instellingen. Participeren in de samenwerking biedt de gemeenten kansen en vernieuwingen voor de regio en daarmee ook voor de inwoners. De diversiteit aan beleidsterreinen en uitvoeringstaken waarop in Drechtstedenverband wordt samengewerkt, is vanzelfsprekend merkbaar in de programma’s in onze gemeentelijke begroting.

Naam verbonden partij GR Drechtsteden
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Draagvlak te creëren voor een evenwichtige ontwikkeling van het gebied. Om deze doelstelling te realiseren en met inachtneming van de autonomie van de deelnemende gemeenten, behartigt Drechtsteden de gemeenschappelijke regionale belangen op de volgende terreinen:

  • Economie en bereikbaarheid (economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme)
  • Fysiek (volkshuisvesting, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijk beheer, milieu, water, groen, publieke infrastructuur, economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme)
  • Sociaal (sociale zekerheid en –ontwikkeling, onderwijs en kennisinfrastructuur, sport en cultuur)
  • Bestuurlijke ontwikkeling en grotestedenbeleid
  • Staf- en ondersteunende diensten en de bedrijfsvoering
  • Sociaal- geografisch onderzoek

Daarnaast heeft Drechtsteden als doelstelling zorg te dragen voor:

  1. de efficiënte en effectieve heffing en invordering van belastingen, voor de heffing en invordering waarvan de gemeenteraden van de gemeenten belastingverordeningen en de kwijtscheldingsregels hebben vastgelegd, elk voor zover het hun gebied betreft;
  2. de uitvoering van de WOZ waaronder tevens wordt begrepen de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden, elk voor zover het hun gebied betreft.
Risico’s
  • loonkosten: de nieuwe cao en de ontwikkeling van de pensioenpremie kunnen leiden tot hogere kosten
  • WMO Begeleiding: stijgende uitgaven voor individuele begeleiding en dagbesteding
  • abonnementstarief WMO: uitgaven voor gemeenten aan WMO-voorzieningen nemen toe en de inkomsten uit de eigen bijdragen nemen af
  • zaak- en archief Systeem leidt mogelijk tot hogere beheerlasten
  • ontwikkeling macro budget inkomensondersteuning:  structureel meenemen van niet conjuncturele, niet beïnvloedbare en externe effecten 
  • bedrijfsvoering: extra kosten om te voldoen aan nieuwe regels en eisen , zoals AVG en informatiebeveiliging.

 

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het Drechtstedenbestuur (collegelid), Drechtraad (raadsleden fracties) en diverse portefeuillehoudersoverleggen (portefeuillehouders).
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Op initiatief van de gemeente Dordrecht is voor de zomer van 2017 een onderzoeksvraag geformuleerd naar een strategische heroriëntatie op de regionale samenwerking. Bureau Berenschot leverde hier in februari 2018 een rapport over op waarin onder andere werd geconcludeerd dat de samenwerking in de Drechtsteden meerwaarde oplevert binnen het sociaal domein en op het gebied van bedrijfsvoering en er onvoldoende slagkracht is binnen het ruimtelijk-economisch domein. Onder leiding van de heer Deetman is een voorbereidingscommissie aan de slag gegaan met voorstellen voor aan de raden over de toekomst van de samenwerking. In 2019 zal hier verder besluitvorming over plaatsvinden.  

 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 5 (risicoprofiel hoog)
Websites en documenten www.drechtsteden.nl begroting 2019 en lokale zienswijze

 

 

 

GR Veiligheidsregio ZHZ

GR Veiligheidsregio ZHZ

Onze gemeente maakt deel uit van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ). De gemeenschappelijke regeling VRZHZ is aangegaan met de gemeenten Alblasserdam,  Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hoeksche Waard, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht.

In de veiligheidsregio zijn de brandweertaak, de taken op het terrein van de GHOR (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen), Crisisbeheersing en Rampenbestrijding en Bevolkingszorg ondergebracht.

Naam verbonden partij

GR Veiligheidsregio ZHZ

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

De regeling is opgericht voor de uitvoering van de Wet veiligheidsregio’s en stelt zich ten doel te allen tijde een gezamenlijke effectieve en efficiënt georganiseerde slagkracht voor crisisbeheersing, rampenbestrijding, brandweerzorg en geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen te kunnen leveren en een deskundig en betrouwbare veiligheidsadviseur te zijn.

Risico’s

De GR VRZHZ geeft de volgende risico’s op:

·      Effecten ten aanzien van het uittreden van Vijfheerenlanden;

·      Effecten benchmark;

·      Voltooiing van de reorganisatie.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

De burgemeester zit in het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio.

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De Veiligheidsregio heeft veel aandacht voor de implementatie van de nieuwe organisatie. Daarnaast vraagt de uitkomst van de benchmark om vervolgacties met als doel ook toekomstig financieel in balans te blijven.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

Arrangement: 4 (risico: gemiddeld/hoog)

Websites en documenten

www.vrzhz.nl

 

GR Omgevingsdienst

GR Omgevingsdienst

We participeren op Zuid-Holland Zuid-niveau in de GR Omgevingsdienst die voor ons de wettelijke milieu- en omgevingstaken uitvoert. De 10 gemeenten uit de regio Zuid-Holland Zuid zijn eigenaar, samen met de provincie Zuid-Holland.

Naam verbonden partij

GR Omgevingsdienst

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Uitvoeren van  de wettelijke milieu- en omgevingstaken voor de 10 gemeenten van Zuid-Holland Zuid en een deel van de provincie Zuid-Holland.

Risico’s

·      Mate waarin de fluctuatie in omzet opgevangen kan worden door flexibele schil personeelsbestand;

·      Aansprakelijkheid voor adviezen;

·      Wijziging van de organisatiestructuur.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid)

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

In 2018 is veel aandacht uitgegaan naar het realiseren van een optimale organisatie. De komende tijd heeft onder andere de implementatie van de Omgevingswet hoge prioriteit.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

Arrangement: 4 (risico: gemiddeld/hoog)

Websites en documenten

www.ozhz.nl

 

GR Dienst Gezondheid & Jeugd

De GR bestaat uit twee organisatieonderdelen: Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) en Serviceorganisatie Jeugd (SOJ). DG&J is verantwoordelijk voor het uitvoeren van taken op het gebied van publieke gezondheid, maatschappelijke zorg, leerplicht en voortijdig schoolverlaten. De dienst is ook verantwoordelijk voor de aansturing van de uitvoering van de integrale jeugdgezondheidszorg. De Regionale Ambulancevoorziening (RAV) is formeel een onderdeel van DG&J. Tweede onderdeel van de GR is de Serviceorganisatie Jeugd. Dit onderdeel is verantwoordelijk voor de sturing op jeugdhulp in Zuid-Holland Zuid. Dit doet de SOJ door contractmanagement, risicomanagement en budgetbeheersing, accountmanagement en informatievoorziening voor gemeenten.

 

Naam verbonden partij

GR Dienst Gezondheid & Jeugd

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

De dienst Gezondheid & Jeugd bewaakt, beschermt en bevordert in opdracht van de 10 gemeenten in Zuid-Holland Zuid de activiteiten die gericht zijn op het verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen en het vergroten van de ontwikkelingskansen van onze inwoners. De Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) is per 1 januari 2015 een zelfstandig onderdeel van de GR Dienst Gezondheid en Jeugd. De Serviceorganisatie Jeugd zorgt namens de gemeente in ZHZ voor sturing op jeugdhulp.

Risico’s

Voor de Dienst Gezondheid & Jeugd (incl. RAV) worden de volgende risico's gemeld:

·      Batenraming: een deel van de inkomsten van DG&J hebben een fluctuerend karakter

·      Aanrijtijden ambulances:  wanneer de RAV de aanrijtijdennorm van 95% niet haalt,  wordt het budget door de verzekeraars gekort.  In 2017 is die korting voor het eerst geëffectueerd.

·      Personeel ambulances:   vanwege de krappe arbeidsmarkt is het risico aanwezig  dat er onvoldoende gekwalificeerd personeel geworven kan worden.

De Serviceorganisatie Jeugd noemt als risico's:

·      Regionale zorgmarkt: de jeugdhulpvraag stijgt en is groter dan het beschikbare budget

  • Gecertificeerde Instellingen:  landelijk kostprijsonderzoek wijst uit dat de tarieven die de SOJ hanteert niet meer toereikend zijn voor jeugdbescherming en -reclassering.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid)

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Het Meerjarenbeleidsplan geeft richting aan de inhoudelijke taakinvulling en ambities van DG&J. De dienst bereidt zich voor op de nieuwe wet Ambulancezorg. In dat kader wordt de RAV ondergebracht in een coöperatie, waaraan ook het Erasmus MC en het Albert Schweitzer Ziekenhuis deelnemen. Daarnaast zijn in 2018 de meldkamers Rijnmond en Zuid-Holland Zuid samengevoegd, in opmaat naar een landelijke meldkamer.

De Serviceorganisatie Jeugd blijft geconfronteerd worden met een grote druk op de zorgmarkt. Enerzijds is dit het gevolg van de budgetreductie vanuit het Rijk, anderzijds van een groeiende zorgvraag. De Serviceorganisatie heeft een meerjarenperspectief 2018-2021 opgesteld waarin het inhoudelijk en financieel perspectief is geschetst. Mede op basis van dit document hebben gemeenten in 2018 extra middelen beschikbaar gesteld. 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

Sturingsarrangement 5 (risicoprofiel hoog)

Websites en documenten

www.dienstgezondheidjeugd.nl

www.jeugdzhz.nl

Primaire begroting 2018, Meerjarenperspectief Jeugd ZHZ 2018-2021

 

Drechtwerk

De sociale werkvoorziening Drechtwerk laat mensen met een arbeidsbeperking zinvol en passend bij hun mogelijkheden deelnemen aan het arbeidsproces. De invoering van de Participatiewet heeft invloed op Drechtwerk, omdat hiermee de Wet sociale werkvoorziening niet meer bestaat waardoor er geen automatische instroom van SW’ers meer is bij Drechtwerk. In programma 1 is de stand van zaken rond dit proces beschreven.

Naam verbonden partij Drechtwerk
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Drechtwerk is opgericht om voor de deelnemende gemeenten uitvoering te geven aan de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Per 1 januari 2015 is instroom in de Wsw niet meer mogelijk. De mensen die al werkzaam zijn bij Drechtwerk, kunnen er blijven werken tot hun pensionering.  Drechtwerk zicht zich nu ook steeds meer op de bredere doelgroep van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Risico’s
  • Hoogte van de Rijkssubsidie SW:   Wijziging in de bekostigingssystematiek heeft gevolgen voor de omvang van de subsidie SW.
  • Onvoldoende uitstroom van de SW-doelgroep: Voor de verdeling van de subsidiegelden houdt het rijk rekening met de verwachte daling van de SW-doelgroep geprognosticeerd. Voor Drechtwerk komt dit neer op ongeveer 8 à 9 procent jaar op jaar. Het niet realiseren van deze uitstroom leidt tot tekorten op de salarisbetalingen.
  • Uitstaande geldlening aan Assembly Partner B.V.:  Drechtwerk heeft een achtergestelde geldlening uitstaan bij voormalig dochterbedrijf Assembly Partner. Bij een faillissement van deze BV is het risico aanwezig dat de lening niet volledig geïnd kan worden.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Opdrachtgeversrol: via bestuurlijke vertegenwoordiging in de GR Drechtsteden

Eigenaarsrol: wethouder financiën in het Algemeen Bestuur

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De strategie van gedeeltelijke afbouw, samenwerking met en (gedeeltelijke) verkoop aan marktpartijen van de BV’s van Drechtwerk is eind 2016 grotendeels afgerond. Het AB heeft medio 2017 besloten deze strategie te herijken, binnen de uitgangspunten die de Drechtraad eind 2014 heeft vastgesteld. Gerelateerd aan dit besluit blijven DrechtstedenActief en DrechtwerkGroen volledig onderdeel van Drechtwerk en worden ook de resterende aandelen in FrisFacilitair niet verkocht. Tegelijkertijd wordt de samenwerking Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) geïntensiveerd. Een onderzoek wordt uitgevoerd naar het samengaan van Drechtwerk en SDD.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Arrangement 3: gemiddeld
Websites en documenten

www.drechtwerk.nl

Primaire begroting 2019 en zienswijze

 

 

Koepelschap Buitenstedelijk Groen en Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde

Het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde behartigt de bovenlokale belangen van openluchtrecreatie op het eiland IJsselmonde.

 

Naam verbonden partij

Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde

Vestigingsplaats

Rotterdam

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Het Natuur- en Recreatieschap heeft als doel de natuur- en recreatieschapsgebieden in of in de directe nabijheid van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hendrik-Ido-Ambacht, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Maassluis, Nederlek, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, Westvoorne en Zwijndrecht efficiënt en effectief te beheren.

Risico’s

·      uittreden van meerdere gemeenten

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Wethouder RO is lid van het dagelijks en algemeen bestuur van het NRIJ. Een raadslid is lid van het Algemeen Bestuur van het NRIJ.

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De provincie en de gemeente Rotterdam zijn per 1 januari 2018 uitgetreden uit het NRIJ.  Er zijn overeenkomsten gesloten tussen het schap en de provincie en het schap en de gemeente Rotterdam over de uittreedvoorwaarden.

De uittredingen van de provincie en Rotterdam vragen om een herijking van de samenwerking van de overige gemeenten in het schap. De komende periode zal dan ook in het teken staan van toekomstbestendigheid van het schap. Op 11 april 2018 hebben de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Ridderkerk en Zwijndrecht uitgesproken de samenwerking tot zeker 2022 te willen continueren en die periode te gebruiken om te komen tot een solide en toekomstbestendig schap. De komende periode wordt gebruikt om besparingsmogelijkheden voor het schap te onderzoeken, (financiële) toekomststrategieën voor de langere termijn van het schap te verkennen en de samenwerking met Staatsbosbeheer te evalueren.

 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

Sturingsarrangement 2 (risicoprofiel laag/gemiddeld)

Website en documenten

www.recreatiegebied-ijsselmonde.nl

GR Gemeenschappelijke Vuilverwerking Dordrecht en omstreken (Gevudo)

Gevudo bezit circa 18% van de aandelen van NV Huisvuilcentrale Noord-Holland, HVC te Alkmaar en behartigt en coördineert de belangen van de deelnemende gemeenten richting HVC. De GR Gevudo bestaat uit alle gemeenten van de Drechtsteden, de gemeente Molenlanden, de Vijfheerenlanden (m.u.v. Vianen) en Gorinchem.  In het verleden was de regeling daadwerkelijk actief in het verzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Tegenwoordig is het doel uitsluitend het verwerven, beheren en vervreemden van aandelen in het kapitaal van de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland (HVC) en het partij zijn bij overeenkomsten tussen aandeelhouders van HVC. De GR Gevudo staat naar rato van haar deelname in HVC garant voor het nakomen van de verplichtingen die HVC aangaat voor de financiering van verbrandingsinstallaties. Hiervoor wordt een garantstellingprovisie ontvangen. De verdeelsleutel is het gemiddelde tonnage aangeleverd afval over de laatste vijf jaar. Per 1 juni 2015 is de GR Gevudo gewijzigd zodat de GR Gevudo aansluit bij haar huidige taak, namelijk aandeelhouder zijn van HVC en als doorgeefluik van de garantstellingsprovisie naar deelnemende gemeenten. De GR Gevudo is ook aangepast om te voldoen aan de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).

 

Naam verbonden partij

GEVUDO

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Behartigen van de belangen van de deelnemers op het gebied van het op milieu hygiënisch verantwoorde wijze verwerken van huishoudelijke afvalstoffen afkomstig van de Drechtsteden, Alblasserwaard en Vijfheerenlanden en de Hoeksche Waard.

Onzekerheden

·      De eventuele tekorten van HVC Alkmaar worden via de gemeenschappelijke regeling Gevudo omgeslagen naar de aandeelhouders.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het algemeen bestuur (collegelid).

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

HVC is financieel robuust, ook op de middellange termijn, en de bedrijfsvoering van HVC is adequaat, uitgaande van de kapitalisering/financiering met gegarandeerde leningen. Als Hendrik-Ido-Ambacht staan wij garant voor € 7,9 miljoen. Echter zolang de verbrandingsinstallaties voldoende aanbod van onder andere de gemeentelijke klanten en waterschappen behouden, is het risico minimaal. HVC is zich hier bewust van en importeert bijvoorbeeld momenteel afval uit Groot Brittannië om de verbrandingsinstallaties zo efficiënt mogelijk te laten draaien en zo de risico's voor de gemeenten zo klein mogelijk te houden. Sinds 2014 is een nieuwe dienstverleningsovereenkomst met HVC van kracht, alsmede voor de gemeente Dordrecht, gemeente Alblasserdam, gemeente Papendrecht en gemeente Zwijndrecht.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

De GR Gevudo heeft een risicoprofiel 1 (laag risico op financieel en bestuurlijk gebied) en daarmee sturingsarrangement 1.

Bureau Openbare Verlichting

 

Naam verbonden partij

 Bureau openbare verlichting

Vestigingsplaats

Hardinxveld-Giessendam

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Leerdam, Molenwaard, Papendrecht, Krimpenerwaard, Vianen en Zederik hebben zich verenigd in de Gemeenschappelijke Regeling Bureau Openbare Verlichting (Bureau OVL). Kerntaak van deze organisatie is het uitvoeren van het beheer van de openbare verlichting en de centrale aansturing en bewaking op de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden hieraan. Bureau OVL fungeert op dit terrein ook als het kenniscentrum voor de deelnemers en voert in opdracht projecten voor de gemeenten uit.

Onzekerheden

·      Er worden geen risico’s genoemd.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het bestuur (collegelid).

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Bureau OVL neemt deel aan landelijke overleggen van het InterGemeentelijk-overleg Openbare Verlichting (IGOV) welke met ingang van 1 januari 2016 is ondergebracht in de stichting OVLNL.nl. Bureau OVL is van daaruit vertegenwoordiger namens de kleine en middelgrote gemeenten in het landelijk overleg van NetbeheerNederland.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

Arrangement 1: Laag

 

ROM-D

De ROM-D, de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden, is in 1999 opgericht om als uitvoeringsorganisatie de regionale economie in de Drechtsteden te versterken. In dat kader heeft zij ook als taak bedrijventerreinen te ontwikkelen en te herstructureren/revitaliseren. Daarnaast heeft de ROM-D tot taak bredere regionale economische ontwikkelingen te initiëren en grootschalige woningbouwlocaties te (her)ontwikkelen.

Naam deelneming

Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden (ROM-D)

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

De structuren na invoering van de doorontwikkeling:

1.    ROM-D Holding N.V.

2.    ROM-D Beheer N.V.

3.    ROM-D Capital B.V.

4.    ROM-D C.V.

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Het versterken van de economische ontwikkeling van de Drechtsteden.

Financieel belang van de gemeente

Kapitaaldeelname met stemrechten via volmacht aan het Drechtstedenbestuur.

ROM-D Dordtse Kil III CV: Commanditair kapitaal: 140.989 (1,3%)

ROM-D Holding NV: Kapitaal: 109.216 (2,4%)

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Bestuurlijk: Drechtstedenbestuur heeft zitting in de Holding N.V., met gemeentelijke volmacht.

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

In de Algemene Vereniging van Aandeelhouders is in het najaar van 2017 een statutenwijziging en nieuwe werkwijze ROM-D vastgesteld. De kern is een proactieve en goed functionerende ROM-D die veel meer vraaggestuurd werkt. De besluitvorming wordt daarbij gedelegeerd en sturing vindt plaats op basis van een acquisitie-jaarplan. Met de BNG Gebiedsontwikkeling is overeengekomen dat zij in 2019 uit de ROM-D stappen (inkoop eigen aandelen).

Sturingsarraggement gekoppeld aan risicoprofiel

Sturingsarrangement 3 (risicoprofiel gemiddeld)

 

 

Eneco

Naam deelneming

Eneco Holding N.V.

Vestigingsplaats

Rotterdam

Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Waarborg energievoorziening

Financieel belang van de gemeente

Aantal aandelen: 22.495 (0,45%). In 2018 is € 280.000 aan dividend ontvangen over 2017.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Als aandeelhouder

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Per 31 januari 2017 is de Eneco Holding formeel gesplitst. Dit maakt ons als gemeenten (53) per die datum aandeelhouder in het netwerkbedrijf Stedin Holding NV en energiebedrijf Eneco Groep NV. Na de splitsing lag het voor de hand om de afweging van het publiek belang in het energiebedrijf opnieuw te maken. In oktober 2017 heeft onze gemeente in principe besloten tot het afbouwen van het aandelenbelang in Eneco onder nader, samen met andere aandeelhouders, te bepalen condities en procesafspraken. Op dat moment koos circa 75% van de aandeelhouders tot afbouw. Na de verkiezingen van 2018 heeft ook de gemeente Den Haag tot afbouw gekozen, zodat nu circa 90% in principe kiest voor afbouw. De definitieve besluitvorming moet nog plaatsvinden.

Stedin

Naam deelneming

Stedin Holding N.V.

Vestigingsplaats

Rotterdam

Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Stedin Holding beheert de aandelen van Stedin Beheer en van de Delta Netwerkgroep (DNWG), welke Enduris als netbeheerder heeft en draagt zorg voor de concernfinanciering. Stedin en Enduris verzorgen samen met hoogspanningsbeheerder Tennet het transport van elektriciteit en gas in Zuid-Holland, Zeeland en voor een klein deel in Friesland. In de Wet Onafhankelijk Netbeheer is het overheidsbelang in energienetwerken bevestigd.

Financieel belang van de gemeente

Aantal aandelen: 22.495 (0,45%). In 2016 is € 127.000 aan dividend ontvangen over 2017.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Als aandeelhouder

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Per 31 jan. 2017 is de Eneco Holding formeel gesplitst. Dit maakt ons als gemeenten (53) per die datum aandeelhouder in het netwerkbedrijf Stedin Holding NV.

Oasen

Het doel van deze deelneming is het borgen van publieke belangen met betrekking tot drinkwater.

Naam deelneming Oasen Zuid-Holland
Vestigingsplaats Gouda
Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) Drinkwater verzorging inwoners Hendrik-Ido-Ambacht
Financieel belang van de gemeente

21 van de 748 uitgegeven aandelen (3%). In 2016 is geen dividend over 2015 ontvangen.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Als aandeelhouder
Toekomstperspectief en ontwikkelingen -
   

 

BNG

De gemeente heeft een financieel belang in de Bank Nederlandse Gemeenten.

Naam deelneming

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

Vestigingsplaats

Den Haag

Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

De Bank Nederlandse Gemeenten, opgericht in 1914, is een bank van en voor de overheid. De helft van de aandelen is in bezit van de Staat, de andere helft bij gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. De bank biedt financiële diensten aan, zoals kredietverlening, betalingsverkeer en advisering. De BNG heeft de hoogste rating voor kredietwaardigheid (triple A).

Financieel belang van de gemeente

De gemeente heeft 25.818 aandelen (0.05%) in haar bezit. In 2018 is € 65.000 aan dividend ontvangen over 2017.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Als aandeelhouder neemt de gemeente deel aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

In de miljoenennota 2017 wordt door Kremers gerept over een mogelijke omvorming van BNG Bank, de NWB Bank en FMO (een bank voor ontwikkelingshulp) tot één financieringsinstelling.

7. Bedrijfsvoering

7. Bedrijfsvoering

In deze paragraaf verantwoorden we het gerealiseerde beleid en de voortgang op het gebied van bedrijfsvoering.

Personeel en Organisatie

Organisatieontwikkeling

Wij hebben in een drietal inspiratiesessies input opgehaald bij onze medewerkers over de ontwikkeling van onze organisatie. De input dient voor de nieuwe strategische nota bedrijfsvoering, die in 2019 gereed is. Met deze nota, een vervolg op de nota #Bewegen, zetten we een stip op de horizon voor de doorontwikkeling van de organisatie.

Rollen in aanvulling op functies

We hebben net als voorgaande jaren ingezet op het creëren van rollen in onze organisatie. Een medewerker vervult een rol op basis van zijn/ haar persoonlijke vaardigheden en is dus niet persé gekoppeld aan een functie.

 Zo helpen medewerkers die de rol "taalcoach" hebben bij het opstellen van heldere brieven, beleidsstukken en andere documenten. Vanaf dit jaar vervult een groep medewerkers de rol van "Ambachtkenner". Het doel is het delen van kennis over Hendrik-Ido-Ambacht en de gemeentelijke organisatie om de professionele uitstraling van de gemeente te vergroten.

 Opleiden en ontwikkelen

Vorig jaar hebben we de Ontwikkelgids, een modern instrument voor opleiden en ontwikkelen, geïntroduceerd. Ruimte voor maatwerk en eigen initiatief zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. De gids heeft zijn weg in de organisatie goed gevonden. In 2018 heeft dit geleid tot een grote vraag naar opleidingen en trainingen. Ook hebben we succesvol ingezet op het zelf opleiden van medewerkers voor taken. Dit is nodig om tijdig te kunnen inspelen op een steeds krapper wordende arbeidsmarkt. Zo zijn bijv. technische functies voor de buitenruimte moeilijk in te vullen.

 Arbeidsomstandigheden

De diensten van Arbo-Active, de arbo-dienstverlener vanaf 1 april 2017, werden door de regio Drechtsteden als onvoldoende beoordeeld. Daardoor is besloten het contract niet te verlengen. Dit betekent voor ons dat we vanaf april 2018 een nieuwe dienstverlener hebben. De keuze is na de aanbestedingsprocedure gevallen op de Arbo-unie. Het jaarcijfer ziekteverzuim is uitgekomen op 2,4 % (in 2017 5,6%). De leidinggevenden hebben in samenwerking met de bedrijfsarts en de Arbodienst veel aandacht besteed aan het verzuim. Zo bespreken zij elk verzuim persoonlijk met de medewerker en schakelen zij waar nodig de bedrijfsarts zo vroeg mogelijk in als belangrijke adviseur.

 Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA)

Op 1 januari 2020 wordt de Wet normalisering rechtspositie voor ambtenaren (WNRA) van kracht. Het private arbeidsrecht wordt dan van toepassing. Dit jaar hebben we via inbreng in regionale werkgroepen gewerkt aan de voorbereidingen.

Garantiebanen

De Quotumwet bepaalt dat de taakstelling voor banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt binnen onze organisatie eind 2018 1,8 garantiebaan is (1 garantiebaan is 25 uur per week). Door een nieuw kantineconcept zijn twee volledige garantiebanen gerealiseerd. Ook wordt al jaren 1,2 garantiebaan ingevuld bij het beheer van de openbare ruimte. Wij voldoen daarmee ruim aan onze taakstelling.

Daarnaast lenen we voor ruim 140 uur per week (5,6 garantiebaan) schoonmaakpersoneel in via het Service Centrum Drechtsteden.

Informatisering

Als gemeente beheren we een enorme berg gegevens. Daar zitten ook privacygevoelige gegevens bij. Wij gaan daar op een verantwoorde en veilige manier mee om. Op landelijk niveau hebben alle Nederlandse gemeenten afgesproken om aan de slag te gaan met de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (BIG). In 2015 hebben we op Drechtstedelijk niveau ons informatiebeveiligingsbeleid vastgesteld. De voorbereiding voor een update hiervan zijn gestart. In eerste instantie zijn we vooral bezig geweest met de technische ICT-aspecten van informatieveiligheid en met de bewustwording daarvan bij onze medewerkers. Sinds 2017 verantwoorden wij ons via de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA). Deze audit omvat naast een algemeen deel een toets op informatieveiligheid op ondersteunende systemen op diverse terreinen waar vooral veel gebruik wordt gemaakt van persoonsgegevens, zoals burgerzaken, sociale dienst, belastingdienst, geo-informatie, e.d. 

De implementatie van het nieuwe klant-, zaak- en archiefsysteem heeft in 2018 vorm gekregen. Ruim 300 zaaktypen zijn ingericht en beschikbaar gesteld. Alle medewerkers hebben toegang tot het nieuwe systeem.  

De website van Hendrik-Ido-Ambacht draait op een verouderd Content Management Systeem (CMS) van Waxtrapp. Er is een regionale aanbesteding uitgevoerd, waardoor onze website weer voldoet aan alle eisen van deze tijd. Alle voorbereidingen voor de inrichting van de nieuwe website zijn getroffen om de website begin 2019 te kunnen lanceren.

Facilitair

De raadzaal heeft een opknapbeurt gekregen. Hierbij is de AV-apparatuur vernieuwd, het plafond en de vloer zijn vervangen en er staat nieuw meubilair.
De vloer in de bestuursvleugel en de kantine zijn vervangen vanwege slijtage van de oude vloerbedekking.

 

Communicatie

In 2018 waren de gemeenteraadsverkiezingen. Wij hebben vanuit de gemeente veel gecommuniceerd om mensen bewust te maken van de verkiezingen. We maakten onder andere voor het college een terugblikboekje waarin duidelijk werd wat we in de afgelopen 4 jaar hadden bereik. In samenwerking met de raadsfracties maakten we een verkiezingskrant. En samen met de griffie zorgden we voor een eigentijdse aanpak door het verzamelen van verkiezingsposters op grote verkiezingsdoeken, in plaats van aanplakborden. We organiseerden ook met een grote groep betrokkenen een Escape Room, waarmee we onze inwoners op een unieke manier kennis lieten maken met wat een gemeente allemaal doet. En waarom stemmen dus zo belangrijk is.

We waren nauw betrokken bij een aantal belangrijke en grote projecten die in 2018 startten. We ondersteunden bij de communicatie over het Sandelingen-knooppunt, we adviseerden actief over de communicatie over Antioniapolder en we vervulden een sleutelrol bij het opzetten van het communicatieplan voor Ambachtsezoom. Ook bij de 3 grote participatietrajecten die in 2018 begonnen kon natuurlijk de analyse, het advies en de ondersteuning van communicatie niet ontbreken: Woonvisie, Centrumgebied en Detailhandelsvisie.

Trajecten die voor specifieke groepen inwoners belangrijk zijn, juist omdat het 'in hun straat' plaatsvindt, hebben vanuit communicatie hulp gekregen om zo de gemeente in goed contact te laten komen en blijven met inwoners. Denk aan het bewonersinitiatief dat ontstond nadat we de verkeerssituatie bij de Veersedijk aanpaste of de advisering bij persoonlijke communicatie en bewegwijzering bij grote ingrijpende wegomleidingen. Dit zorgde voor positieve reacties van inwoners.

Ook werkten we op de achtergrond aan communicatie: we namen onze grootste communicatiekanalen onder de loep en werkten aan verbetering hiervan. We deden een uitgebreid onderzoek onder inwoners naar de gebruiksvriendelijkheid van onze website en deden de voorbereidingen voor onze nieuwe website. We hadden een nieuwe aanbesteding voor het gemeentenieuws en werken vanaf nu met een andere partner, De Brug, en met een nieuwe opmaak. Daarnaast maken we meer gebruik van bewegend beeld op onze social media. En we werkten aan onze interne communicatie, onder meer door een start te maken met het interne communicatieplan en door het gebruik van ons sociaal intranet te stimuleren.

Interbestuurlijk toezicht