Meer
Publicatiedatum: 14-06-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

1. Weerstandsvermogen en risicoparagraaf

Inleiding

Voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente zijn niet alleen de in deze begroting gepresenteerde cijfermatige gegevens van belang, zoals het eigen vermogen, de voorzieningen en de onbenutte belastingcapaciteit. Het college wil de raad ook inzicht geven in de risico’s die niet in de begroting kunnen worden verwerkt. Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en de weerstandscapaciteit om die risico’s op te vangen.

Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als het vermogen om financiële risico’s op te kunnen vangen. De weerstandsratio wordt gedefinieerd als weerstandscapaciteit gedeeld door de omvang van de risico’s.

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit algemene reserves en onbenutte belastingcapaciteit.

Bestemmingsreserves en voorzieningen

De bestemmingsreserves en voorzieningen zijn in feite niet vrij beschikbaar. Vanwege deze beperkingen wordt slechts de Algemene reserves ingezet als component voor de weerstandscapaciteit.

Onbenutte belastingcapaciteit

De onbenutte belastingcapaciteit richt zich op de gemeentelijke heffingen: de OZB, de afvalstoffen¬heffing, het reinigingsrecht en het rioolrecht. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer het gemeentelijke OZB-tarief lager is dan het normtarief voor artikel 12-gemeenten en/of wanneer de ander genoemde tarieven niet kostendekkend zijn. Voor een toelichting op de kostendekkendheid wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen.

Risicobeleid

In de nota reserves en voorzieningen 2011 is het beleid voor het gewenste weerstandsvermogen vastgesteld. Voor de bepaling van het gewenste niveau van het weerstandsvermogen is inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit als gevolg van risico’s noodzakelijk. De doelstellingen voor risicomanagement zijn:

  • Tijdig inzicht krijgen in de risico’s en het beheersen van deze risico’s;
  • Beperken van de gevolgen van risico’s;
  • Het risicobewust maken, ter voorkoming van risico’s of het beperken van de gevolgschade;
  •  Beoordeling van het weerstandsvermogen in het kader van de BBV.

Definitie: In dit kader gaat het om financiële risico’s: de mogelijkheid dat zich een gebeurtenis voordoet die de middelen voor het realiseren van onze doelen positief of negatief beïnvloedt. Het risico wordt daarbij nader geconcretiseerd door middel van “kans x impact”.

Risico´s met een regulier/structureel karakter moeten van structurele maatregelen worden voorzien, zoals het afsluiten van verzekeringen, het treffen van voorzieningen, het inrichten van de administratieve organisatie, het aanpassen van beleid en de begroting etc. Tegenvallers met een structureel karakter kunnen incidenteel opgevangen worden met het weerstandsvermogen, maar moeten van structurele maatregelen worden voorzien.

Exploitatierisico´s die samenhangen met de recessie worden daarom (incidenteel) gerekend tot de risico´s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen: het risico op lagere rijksbijdragen, bijstandsverlening, bouwleges etc., maar moeten structureel worden aangepakt. De bepaling van risico’s is altijd een momentopname en moet daarom regelmatig herijkt worden (liefst binnen de P&C cyclus). Bij de inventarisatie van de risico’s in deze paragraaf betreft het de actuele risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen, dit zijn risico’s:

  • die niet op een andere manier zijn te ondervangen;
  • die een financieel nadelig gevolg kunnen hebben;
  • die relevant zijn (lees: risico van materieel belang);
  • die met redelijke zekerheid zich gaan voordoen en
  • niet direct beïnvloedbaar zijn.

Voor de inventarisatie van de risico’s gelden de volgende criteria:

  • in het kader van het weerstandsvermogen zijn in principe alleen de financiële risico’s van toepassing waarvoor vooralsnog geen of onvoldoende beheersmaatregelen aanwezig zijn.
  • Voor invulling van het begrip ‘risico van materiële betekenis’ is gekozen voor een norm van 0,5% van de totale uitgaven van de gemeente, t.w. € 0,3 mln. Dus richten we ons op risico’s die redelijkerwijs een financiële impact kunnen hebben van € 0,3 miljoen of meer. Door clustering van een aantal kleinere risico’s binnen een programma, kan eventueel al te rigide hantering van het materialiteitsbegrip worden ondervangen.
  • Voor de beschouwing van de risico’s wordt een tijdshorizon gehanteerd van 4 jaar.

De risicoberekening

Per risico wordt op hoofdlijnen toegelicht wat het risico inhoudt. Vervolgens vindt op basis van de beschikbare informatie daar waar mogelijk een inschatting plaats over de omvang van het risico en de mate van zekerheid dat het risico zich gaat voordoen. De mate van zekerheid wordt geduid met laag (30%), gemiddeld (50%) en hoog (80%). Daarnaast wordt bezien of het risico structurele of incidentele gevolgen heeft. Daar waar er structurele gevolgen zijn, moeten als dit risico zich voordoet, structurele beheersmaatregelen genomen worden. Eventuele incidentele gevolgen kunnen afgezet worden tegen incidentele beheersmaatregelen (onder andere de reserves).

Risico verbonden partijen

Voor onze grotere verbonden partijen maken we een inschatting welk risico wij als eigenaar van de verbonden partijen op getrapte wijze de effecten van hun risico’s in onze eigen risicoparagraaf moeten opnemen.

  • De GRD kent een omzet van 276 miljoen en eigen vermogen van 2 miljoen. Onze bijdrage is circa 14 miljoen (5,1%) en circa 10 miljoen na aftrek doeluitkering inkomensvoorziening.
  • OZHZ kent een totaal van lasten van 22 miljoen met een eigen vermogen van 1,8 miljoen, onze bijdrage is circa 5 ton (2,3%).
  • De VRZHZ heeft een omzet van 38 miljoen, eigen vermogen 7 miljoen en onze bijdrage is circa 1,5 mln (3,9%).
  • Dienst Gezondheid & Jeugd heeft een omzet van 130 miljoen (excl RAV) en een eigen vermogen van 3 mln. Onze inwonerbijdrage is zo’n 6,4 mln (4,9%).
  • G.R. Drechtwerk kent een totale omzet van zo’n 48 miljoen en een eigen vermogen van 1,2 miljoen, onze bijdrage is circa 1,3 ton (3,4% van de inwonerbijdragen).

De risico’s zijn in de begrotingen van voornoemde partijen niet altijd gekwantificeerd en zeker niet opgeteld tot een gewogen gemiddelde o.i.d. Inhoudelijk zijn vele risico’s gerelateerd aan rijksmaatregelen en/of decentralisaties, m.n. op het gebied van sociale zekerheid / werkvoorziening. Hierbij moet in ogenschouw worden genomen dat wij voor de drie decentralisaties een risicovoorziening van €1,5 miljoen hebben gevormd. Extra aandacht gaat daarbij uit naar de tekorten op de inkomensvoorziening bij de GRD/SDD en de verwachte tekorten bij de Serviceorganisatie van de DG&J.

Voor de bepaling van ons risico wordt daarom met name onze bijdrage als vertrekpunt gehanteerd. Hierbij gaat bijna de helft onze bijdrage aan verbonden partijen naar de SDD, die voor een flink deel uit doeluitkeringen wordt bekostigd.

Conclusie verbonden partijen

Wanneer we uit gaan van een maximaal risico van 10% van onze bijdrage resulteert een cumulatief bedrag van ongeveer € 2,2 miljoen (i/s) met een Gemiddelde kans van optreden (50%). Beheersmaatregel: Actief bewaken in de ambtelijk en bestuurlijke overlegvormen.

Risico Grondexploitaties

Voor de Grondbedrijf complexen geldt daarbij dat het niet alleen om negatieve, maar ook om positieve risico’s gaat. Immers, de geprognosticeerde eindwaarde door marktrisico kan zowel nadeliger als voordeliger uitvallen dan geprognosticeerd. Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden tot bijsturing, bijv. in tempo, programmering etc. Ook eventuele subsidies kunnen een positief risico met zich meebrengen. Jaarlijks worden de risico’s van de lopende grondexploitaties ter kennis van de raad gebracht in de geactualiseerde GREX’en en wordt in geval van een voorzien verlies een 'voorziening' gevormd. Voor de algemene en specifieke risico’s is een algemene reserve Grondbedrijf gevormd (en een 'voorziening' voor ons aandeel in het voorziene verlies De Volgerlanden).

Grondexploitaties kennen algemene risico’s zoals rente- en prijsmutaties, tijdsplanningen en afzetrisico’s enerzijds en specifieke projectrisico’s anderzijds. Daarnaast geldt dat in zo’n grex op basis van onderzoek zo goed mogelijk, plus enigszins voorzichtig, wordt geraamd zodat zowel voor- als nadelen kunnen optreden. Voor een uitgebreide toelichting op de grex'en en risico’s wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid en de grex'en zelf.

Volgerlanden:

Deze grex 2018 kent een negatief verwacht saldo op eindwaarde dat door middel van een voorziening is afgedekt. Op basis van de laatste actualisatie en de door ons daarbij gehanteerde risicobeheersingsmethodiek, is voor de korte termijn (3 jaar) met 90% zekerheid een risicobuffer van 4,4 miljoen afdoende. Daarnaast geldt dat in de met de gemeente Zwijndrecht gemaakte afspraken is opgenomen dat van het eventuele exploitatietekort tot € 20 miljoen beide partijen ieder de helft voor hun rekening nemen. Het bedrag dat boven de € 20 miljoen uitkomt, komt voor 2/3 deel voor rekening van Hendrik-Ido-Ambacht en 1/3 deel voor rekening van Zwijndrecht.

Ambachtsezoom:

De grex 2017 fase 1 kent een maximale risicobuffer van 1,7 miljoen (met 90% zekerheid). Voor fase 1a geldt een minimaal risico van 0,03 miljoen.

Conclusie grondexploitaties

Voor de bepaling van het gecombineerde risico moet ook rekening worden gehouden met het nog niet in de boeken opgenomen positieve resultaat Ambachtsezoom. Dit positieve resultaat minus risicobuffer is momenteel groter dan ons aandeel in het risico op De Volgerlanden en het resterend risico Centrumgebied.

Risico Algemene uitkering en doeluitkeringen / decentralisaties

De effecten van rijksmaatregelen zijn voor de middellange termijn allerminst zeker. De macro-economische ontwikkelingen zijn moeilijk te voorspellen, laat staan de bestuurlijke vertaling door het rijk naar de uitkeringen voor gemeenten en/of verdeelmodellen. Dat geldt in het bijzonder voor de drie grote decentralisaties. Vanaf 1 januari 2015 zijn de drie decentralisaties Jeugdhulp (inclusief Passend Onderwijs), WMO en Participatiewet doorgevoerd. Voor de decentralisaties plus hun kortingen, zijn de effecten onzeker. Ook de herverdelingen kunnen voor een individuele gemeente zowel positief als negatief uitpakken (het objectieve verdeelmodel). We zullen dit de komende periode actief monitoren.

Bij deze taken gaat het om grote budgetten, alleen voor onze gemeente is de integratie uitkering sociaal domein al 8,8 miljoen (Jeugdzorg 5,2 mln; Wmo 2,5 mln; Participatiewet 1,1 mln)

Voor deze onderdelen geldt dat ze op basis van solidariteit worden opgepakt, zodat voor- en nadelen allereerst op regionaal niveau worden vereffend. Daarnaast heeft de gemeente een algemene risicoreservering ingesteld voor deze taken met een huidig saldo van € 1,5 miljoen. In deze risico¬paragraaf wordt voor deze onderdelen rekening gehouden met een rest risico van 10% van onze bijdragen.

Conclusie algemene en doeluitkeringen

In onze Kadernota wordt zo goed mogelijk geanticipeerd op rijksplannen (taakstellingen). Dat geldt ook voor eventuele herverdelingseffecten. Voor deze risicoparagraaf houden we rekening met een nadelig restrisico ter grootte van 1% van onze Algemene Uitkering, is € 0,2 mln en 10% van onze bijdragen in de drie decentralisaties, is € 0,9 mln met een Gemiddelde (50%) kans van optreden. Beheersmaatregelen: Actief volgen en indien noodzakelijk maatregelen nemen tot bijsturing, met name bij Kadernota of begroting.

Recapitulatie

Omdat de risico's van verbonden partijen en rijksuitkeringen semi structureel zijn worden deze tweemaal meegeteld in de hierna opgenomen totaal telling.

Financiële kengetallen in relatie tot de financiële positie

Hierna wordt een overzicht gegeven van financiële kengetallen zoals die sinds 2015 verplicht zijn voorgeschreven voor alle gemeenten met het oog op onderlinge vergelijkbaarheid. Zoals bekend is onze schuldquote door onze relatief grote grondexploitatie Volgerlanden hoog, hoewel in dit soort getallen de deelname in het risico door Zwijndrecht niet tot uitdrukking komt. Tegelijkertijd is zichtbaar dat door ons voorzichtige, solide financieel beleid de trend van alle financiële kengetallen positief is, dat geldt ook voor onze hiervoor berekende weerstandsratio.

Wanneer we de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie bezien, kunnen we concluderen dat de gemeente financieel gezond is.

 

2. Financiering

Inleiding

In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente. Dit zijn risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financierings- en schuldpositie, het kasbeheer en de informatievoorziening.

Het Financieringsstatuut wat in december 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld vormt het kader voor beleid en uitvoering van de treasuryfunctie.

Economische ontwikkelingen

De rente was in 2017 redelijk stabiel. Het gehele jaar bewoog de 10-jaars IRS zich tussen de 0,6% en 1,0%. Na de zomer is de weg naar een structureel wat hoger niveau ingeslagen, maar de lange rente is nog steeds laag. De rente op de geldmarkt was als gevolg van de ECB-maatregelen zeer constant.

Onder de huidige marktomstandigheden blijft het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen, de kasgeldlimiet zoveel mogelijk optimaal te benutten en kort te financieren. De financieringsfunctie van de gemeente dient uitsluitend de publieke taak, is prudent en houdt rekening met de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido).

De ontwikkeling van de rente gedurende 2017 kan als volgt worden weergegeven:

Bedacht moet worden dat er opslagen gerekend worden op bovenstaande tarieven bij het opnemen van een langlopende lening. Voor een 10-jaars lening bedroeg dit eind 2017 circa 0,15 procentpunt.

Wettelijke ontwikkelingen

In 2017 is het vernieuwde BBV van kracht geworden. De belangrijkste wijzigingen betreffen de berekening van het renteomslag percentage, de toe te rekenen rente aan grondexploitaties en het toerekenen van rente aan de nieuwe taakvelden.

Financiering

De totale gemeentelijke langlopende leningenportefeuille valt in twee delen uiteen, te weten een deel voor de Algemene Dienst en een deel voor De Volgerlanden. In de begroting 2017 is rekening gehouden met op te nemen nieuwe langlopende geldleningen tot totaal € 30 miljoen. Daarvan is € 5 miljoen al in 2015 vastgelegd; een driejarige fixe lening voor De Volgerlanden tegen een rente van 0,905%. Door een combinatie van achterblijvende investeringen en een positieve kasstroomontwikkeling bij De Volgerlanden, zijn de overige nieuwe leningen in 2017 niet opgenomen. Om overschrijding van de renterisiconorm in 2018 teniet te doen, is een lening van 10 miljoen omgezet naar een lening met aflossing in 2019.

De totale langlopende lening schuld bedroeg per 31 december 2017 € 122,5 miljoen en kan als volgt worden gespecificeerd:

  • t.b.v. Algemene dienst (6 leningen)
€ 53,5 miljoen
  • t.b.v. Volgerlanden (9 leningen)
€ 96,0 miljoen

De gemiddelde rente over de totale lening portefeuille bedroeg per eind 2017 2,0%.

De lening portefeuille van de Algemene Dienst heeft een gemiddelde rente van 2,80%.

Risicobeheer

De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet fido bedraagt deze limiet 8,5% van het totaal van de exploitatiebegroting. Gezien de omvang van de begroting 2017 (ca. € 66,0 miljoen) mocht voor € 5,6 miljoen met kort geld gefinancierd worden. Volgens voorschrift uit de Wet fido is in bijgaande tabel het verloop weergegeven van de gemeentelijke kortlopende middelen ten opzichte van de kasgeldlimiet gedurende 2017:

Tabel 1 Verloop kasgeldlimiet 2017

Uit bovenstaande tabel komt naar voren dat het gehele jaar ruimschoots binnen de kasgeldlimiet is geopereerd; er zijn daarom ook geen kasgeldleningen aangetrokken.

Renterisiconorm

De renterisiconorm heeft tot doel om, binnen de portefeuille aan langlopende leningen, een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. Omdat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer dan 20% zijn van het begrotingstotaal. De renterisiconorm van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht bedroeg in 2017 €13,28 miljoen. De toetsing aan de renterisiconorm luidt daarmee als volgt:

Tabel 3 Toetsing renterisiconorm 2017

Uit deze berekening komt naar voren dat de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht in 2017 de renterisiconorm heeft overschreden. In de begroting was al rekening gehouden met een overschrijding van € 2,3 miljoen. Bij ongewijzigd beleid zou in 2018 ook een overschrijding plaatsvinden van € 10 miljoen. Om deze komende overschrijding teniet te doen, is besloten een fixe lening van € 10 mln met aflossing in 2018, om te zetten naar een fixe lening met aflossing in 2019. Het gevolg is wel dat het omzetten van de lening formeel een aflossing is waardoor de renterisiconorm dit jaar – optisch - fors is overschreden. Het werkelijke renterisico is echter nihil omdat de nieuwe lening een rente heeft van 1,867% inclusief boeterente, tegen een oude rente van 3,58%. Over de overschrijding van de renterisiconorm heeft overleg met de Provincie Zuid-Holland plaatsgevonden.

Kredietrisico’s

De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht loopt kredietrisico op uitzettingen (o.a. verstrekte geldleningen) en leningen waarop door haar een borgstelling is afgegeven.

Tabel 4 Overzicht kredietrisico’s 2017

Het genoemde totaalbedrag aan uitzettingen van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht per eind 2017 in voorgaande tabel kan in hoofdlijnen als volgt worden gespecificeerd:

  • Leningen aan woningcorporaties
€ 0,1 miljoen
  • Woningfinancieringen gemeentepersoneel
€ 4,0 miljoen
  • Lening aan ROM-D
€ 1,7 miljoen
  • Veiligheidsregio ZHZ
€ 1,4 miljoen
  • Startersleningen
€ 0,4 miljoen

Daarnaast stond de gemeente per 31 december 2017 voor € 117,0 miljoen garant. Hiervan had € 106,5 miljoen (ofwel 91%) betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (indirecte borgstelling).

Gezien de zekerheidsstructuur die rond het WSW is gebouwde is aan deze garantstellingen een relatief laag risico verbonden.

Het bedrag aan directe borgstellingen bedroeg per eind 2017 € 10,5 miljoen. De belangrijkste directe borgstellingen worden gevormd door: 

  • HVC Alkmaar (1,33%-belang; ‘getrapt’ via GR Gevudo): € 8,2 miljoen
  • Woningstichting Rhiant € 2,3 miljoen (1 lening).

Voor de specificatie van alle door de gemeente gewaarborgde leningen wordt verwezen naar de Staat van gewaarborgde geldleningen elders in deze jaarrekening.

Relatiebeheer

De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is huisbankier van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Naast de BNG houdt de gemeente een rekening aan bij de ING en Rabobank.

Administratieve Organisatie

In 2017 heeft enkele keren overleg plaatsgevonden tussen gemeente en het SCD over de uitvoering van de financieringsfunctie.

Schatkistbankieren

Bij het verplicht schatkistbankieren mag de gemeente een bedrag van 0,75% van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag, als gemiddeld bedrag per kwartaal, niet overschreden worden. In onderstaande tabel staat per kwartaal aangegeven wat het gemiddelde positieve banksaldo was. Hieruit blijkt dat in 2017 volledig binnen het drempelbedrag van € 496.000 is gebleven.

Tabel 5 Benutting drempelbedrag Schatkistbankieren

Als gevolg van de negatieve rente op kort geld heeft een roodstand geen nadelige financiële gevolgen.

In het najaar van 2016 heeft het Agentschap van het Ministerie van Financiën een enquête uitgezet over het schatkistbankieren. In de ministeriële beleidsdoorlichting schatkistbankieren die voor 2018 gepland staat worden de in 2017 gepubliceerde resultaten betrokken. Deze beleidsdoorlichting zal ook worden gebruikt als input voor de evaluatie van de wijziging van de wet Fido van december 2013, waarbij het verplichte schatkistbankieren is ingevoerd.

Rentetoerekening

In het rapport Vernieuwing BBV is het advies opgenomen om meer inzicht te geven in de manier waarop de rentelasten uit korte en lange financiering worden toegerekend. De onderstaande schema's geven hier invulling aan.

Toegerekende rente in 2017

Taakveld treasury

 

Berekening rente-omslagpercentage over 2017

3. Lokale heffingen

Inleiding

Deze ‘Paragraaf lokale heffingen’ geeft op hoofdlijnen een overzicht van de lokale heffingen en belastingen.

Lokale heffingen kunnen we onderscheiden in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrij binnen het werkterrein van de gemeente worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerende-zaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en precariobelasting. Deze heffingen zijn niet verbonden aan een inhoudelijk programma en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen.

Deze paragraaf heeft betrekking op beide categorieën heffingen. In het vervolg gaan wij in op de volgende aspecten:

  • Ontwikkelingen en rijksbeleid
  • Opbrengst gemeentelijke heffingen
  • Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)
  • Overige lokale heffingen
  • Kwijtscheldingen

3.1 Evaluatie nieuwe ontwikkelingen en rijksbeleid.

Begrenzing stijging OZB (macronorm OZB)

Ter voorkoming van een te grote stijging van de lastendruk heeft het Rijk een beperking ingesteld op de stijging van de OZB-tarieven: de macronorm OZB. Deze norm houdt in dat de OZB-opbrengst van alle gemeenten tezamen in 2017 niet meer mag stijgen dan 2,7%. In 2016 is de norm echter overschreden. Deze overschrijding 2016 is in mindering gebracht op de macronorm 2017, die daarmee uitkomt op 1,97%.

Uit meerdere onderzoeken is gebleken dat de macronorm geen effectief instrument is om de lastenontwikkeling te beheersen. Immers, als één of enkele gemeenten hun tarieven meer verhogen dan de norm dan worden andere gemeenten – die zich wel aan de norm hebben gehouden – 'gestraft' met een korting op het gemeentefonds dan wel een lagere OZB-norm voor het volgende belastingjaar. Vooruitlopend op mogelijke verruiming van het gemeentelijk belastinggebied is de macronorm voor 2017 gehandhaafd.

De OZB is in Hendrik-Ido-Ambacht in 2017 niet gestegen.

Verruiming gemeentelijk belastinggebied

Diverse keren is onderzoek gedaan naar uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied, als onderdeel van een grotere belastingherziening. In 2015 zijn diverse studies gepubliceerd over de inrichting en vormgeving van het gemeentelijk belastinggebied. In deze studies wordt gepleit voor een verschuiving van €4 miljard van rijksbelastingen (loon- en inkomstenbelasting) naar gemeentebelastingen. Genoemde argumenten voor deze belastingverschuiving zijn versterking van de lokale democratie, vergroting van doelmatigheid en verlaging van de lasten op arbeid, met een positief effect op de werkgelegenheid. Het maken van keuzes en beslissingen hierover is een taak van het kabinet. Eind 2015 zegde het vorige kabinet toe om vóór de zomer van 2016 met voorstellen te komen voor een hervorming/uitbreiding van het lokale belastinggebied. Per brief van 24 juni 2016 heeft het kabinet bouwstenen gepresenteerd hoe zo'n hervorming vormgegeven zou kunnen worden.

De gepresenteerde bouwstenen hebben in de afgelopen regeerperiode niet tot besluitvorming geleid. Het is aan het huidige kabinet hieraan invulling te geven.

Ontwikkelingen in de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ)

De WOZ-waarde wordt in het dagelijks leven steeds meer een belangrijk gegeven. Naast dat deze wordt gebruikt voor diverse belastingen, wordt deze ook vaker gebruikt in de commerciële sfeer, zoals door banken bij het verstrekken van hypotheken.

WOZ-waarden van woningen zijn openbaar. Onze gemeente is in 2017 aangesloten op een landelijke voorziening van waaruit het WOZ-waardeloket online voor heel Nederland is te raadplegen.

Het vaststellen van de WOZ-waarden gebeurt door Gemeentebelastingen en Basisinformatie Drechtsteden (GBD). Over de totstandkoming van de WOZ-waarde van woningen heeft de GBD een helder filmpje, WOZ Waarde Helder, uitgebracht. Ook Vereniging Eigen Huis gebruikt dit filmpje in berichtgeving en op de website.

Precariobelasting van nutsnetwerken

Er bestond lange tijd onduidelijkheid over het afschaffen van precariobelasting op kabels, buizen en leidingen van nutsbedrijven. Op 1 juli 2017 trad wetgeving in werking die bepaald dat gemeenten geen precariobelasting meer kunnen heffen over netwerken van nutsbedrijven.

Er is wel een overgangsregeling. Gemeenten die op 10 februari 2016 een tarief hadden voor nutsnetwerken kunnen tot en met 2021 precariobelasting blijven heffen. Hierbij geldt wel dat die gemeenten maximaal het tarief in rekening kunnen brengen dat gold op 10 februari 2016.

3.2 Gemeentelijke belastingopbrengsten

Onderstaande tabel is een overzicht van de gerealiseerde opbrengsten over 2017 en 2016. Wij merken op dat de verschillen tussen de verantwoording 2016 en 2017 geen indicatie geven van de stijging of daling van de tarieven, maar van de totale opbrengst. Factoren zoals ontwikkelingen in de WOZ-waarde en areaaluitbreiding spelen bij de onroerendezaakbelastingen een belangrijke rol. Meer of minder afgegeven omgevingsvergunningen kunnen de opbrengst leges sterk beïnvloeden.

Overzicht inkomsten die op basis van door de raad vastgestelde belastingverordeningen zijn gegenereerd (x € 1.000)

Er is aan heffingen en belastingen € 79.000 meer binnengekomen dan verwacht. Dat is een afwijking van iets minder dan 1%. Dit is grotendeels toe te schrijven aan de aantrekkende woningmarkt. Woningen staan korter leeg en er zijn meer woningen opgeleverd.

Bij de begrafenisrechten kan de jaarlijkse onderhoudsbijdrage voor langere tijd vooruit betaald worden. Er meer gebruik gemaakt van deze mogelijkheid, waardoor we een hogere inkomst zien. Deze bedragen worden in een reserve beschikbaar gehouden voor het onderhoud.

De bouwleges zijn hoger door een grotere bouwproductie in de Volgerlanden.

Bij de overige leges is € 74.000 gevolg van de aanleg kabels en leidingen, € 29.000 burgerzaken en € 11.000 bouwgerelateerd.

3.3 Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)

Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing.

De volgende tabel geeft de ontwikkeling van de woonlasten over de laatste vijf jaren weer. De OZB is berekend op basis van de geactualiseerde gemiddelde woningwaarde.

Bij de berekening van de woonlasten is uitgegaan van een koopwoning die wordt bewoond door een gezin. De gemiddelde woningwaarde is de basis voor berekening van de aanslag OZB. Deze waarde is berekend naar de peildatum 1 januari van het voorgaande jaar. De WOZ-waarden 2017 zijn dus berekend naar de waarde peildatum 1 januari 2016.

Bij de begroting 2017 is uitgegaan van de volgende stijging:

  • Onroerendezaakbelastingen
0%
  • Afvalstoffenheffing
0%
  • Rioolheffing
0%

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de woonlasten in onze gemeente in 2017 ten opzichte van 2016 iets zijn gedaald.

Hierna treft u per heffing een toelichting aan.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)

De onroerendezaakbelastingen (OZB) is, na de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds, de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. Deze heffing bestaat uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen (bedrijven) en een gebruikersbelasting voor niet-woningen. De gemeenteraad bepaalt de tarieven en samen met de waarde van de onroerende zaak, wordt de heffing berekend.

De waarde wordt vastgesteld op basis van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Voor de WOZ-waarden 2017 geldt als peildatum 1 januari 2016.

De volgende tabel geeft weer hoe de OZB-tarieven zich in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld.

Uitgangspunt bij het bepalen van de tarieven 2017 was de raming 2016 en de ontwikkeling van de WOZ-waarde. De waardestijging van de WOZ maakt dat het tarief is verlaagd voor een gelijkblijvende opbrengst.

Er is in 2017 € 48.000 meer OZB ontvangen dan geraamd. Eind 2016 en 2017 zijn meer woningen opgeleverd dan verwacht.

Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval te dekken. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval.

Dit is niet kostendekkend gebeurd. Dit blijkt uit onderstaande berekening.

Bij de Winternota is de raming van de afvalstoffenheffing naar boven bijgesteld met € 50.000. Toch is de inkomst nog € 15.000 hoger dan verwacht. We zien minder leegstand van panden en een hoger aantal opgeleverde nieuwbouwhuizen.

Rioolheffing

Rioolheffing is een vergoeding ter dekking van kosten die gemeenten maken voor haar rioolstelsel. Ook de kosten van de wettelijke watertaken, zoals zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand kunnen hiermee bekostigd worden. Welke kosten worden verhaald, is in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld.

Een en ander is kostendekkend gebeurd. Dit blijkt uit onderstaande berekening. Overigens blijven niet uitgegeven gelden, beschikbaar voor riolering.

Het verloop van de tarieven in de afgelopen jaren is als volgt:

Hendrik-Ido-Ambacht heft van eigenaren van panden een vast bedrag per jaar. Hierbij is de situatie van 1 januari bepalend. Ook van gebruikers van panden wordt rioolheffing geheven. Eenpersoonshuishoudens betalen de helft van een meerpersoonshuishouden.

Er is € 19.000 meer rioolheffing binnengekomen dan waarmee gerekend is. Ook hier zien we de effecten van de aantrekkende woningmarkt: er zijn meer woningen opgeleverd en de leegstand is minder geworden.

Vergelijking andere gemeenten

Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen.

Vergelijking van woonlasten kan worden gemaakt met de Drechtstedengemeenten. Deze is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2017 op www.coelo.nl en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden weer. De woonlasten in 2017 in Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht laten zich samenvatten in onderstaand schema (x € 1).

3.4 Overige lokale heffingen

Hondenbelasting

In de Gemeentewet is bepaald dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. Hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerende-zaakbelastingen, vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. In onze gemeente bestaat een relatie tussen de opbrengst en de voorzieningen die voor honden worden gerealiseerd.

Precariobelasting

Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Het is een zuivere belasting, ofwel een ongebonden heffing.

Onze gemeente heft alleen precariobelasting over kabels en leidingen in gemeentegrond. Sinds 2016 is de te belasten hoeveelheid kabels en leidingen toegenomen. Voorheen was heffen van dit deel niet mogelijk omdat dit was geregeld via concessieovereenkomsten.

De aanslagen over 2016 zijn in 2017 opgelegd Dit was het eerste jaar waarin de concessie-overeenkomst is afgelopen en het eerste jaar precarioheffing daarover. Er is een kleine afwijking van € 5.000.

Begrafenisrechten

Leges

 

Marktgeld

 

3.5 Kwijtscheldingen

Als een belastingplichtige wegens financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger is dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken, dat deze inkomensgrens wordt verruimd naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Wel vindt een vermogenstoets plaats.

Een groot deel van de kwijtscheldingen is geautomatiseerd getoetst. Het doel hiervan is om zo de administratieve lasten voor de burger te verminderen.

Gemeenten mogen wel zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. Er kan kwijtschelding worden aangevraagd voor:

  • Afvalstoffenheffingen;
  • Rioolheffing gebruik woningen

De volgende tabel geeft weer hoeveel kwijtschelding voor 2017 is geraamd en verleend.

 

4. Onderhoud kapitaalgoederen

Budgetten

     (x 1.000)

2016

2017

2018

2019

Riolering

 

 

 

 

      onderhoud

622

622

622

622

     kapitaallasten

828

839

1.022

1.022

Infrastructurele werken

 

 

 

 

     onderhoud

100

101

101

102

     kapitaallasten

19

19

19

19

Openbare Verlichting

 

 

 

 

     onderhoud

348

352

355

359

     kapitaallasten

33

33

33

33

Wegen, straten en pleinen

 

 

 

 

     onderhoud

1.992

2.007

2.022

2.038

     kapitaallasten

399

398

398

389

Waterwegen

 

 

 

 

     onderhoud

244

246

248

250

     kapitaallasten

22

18

13

11

Openbaar groen

 

 

 

 

     onderhoud

1.107

1.116

1.106

1.115

     kapitaallasten

21

21

21

21

 

 

 

 

 

Reserves & voorzieningen (per 1 jan.)

 

 

 

 

Egalisatiereserve wegbeheer

1.708

1.558

1.417

1.275

Egalisatiereserve openbare verlichting

183

183

183

183

Voorziening riolering

3.284

3.215

3.136

2.876

 

Groot onderhoud

Om ervoor te zorgen dat de veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte gewaarborgd blijft, is het noodzakelijk om voor de diverse disciplines grootschalig onderhoud uit te voeren. Hiervoor wordt voor het begin van ieder komend jaar in een nota inzichtelijk gemaakt welke projecten in het kader van nieuwe aanleg en het reguliere onderhoud aan wegen en riolering moeten plaatsvinden. De uitvoering van deze projecten moet jaarlijks binnen de beschikbare onderhouds- en investeringsbudgetten plaatsvinden. Jaarlijks wordt het grootschalig onderhoud geëvalueerd. Voor de geplande werkzaamheden wordt uitgegaan van het vastgestelde Beleidsplan Wegen en GRP. Leidend voor het onderhoudsprogramma zijn de resultaten van de jaarlijkse inspecties van kapitaalgoederen.

Inleiding

Wegen, water, groen, riolering en kunstwerken vormen niet alleen belangrijke schakels in de gemeentelijke infrastructuur, maar leveren ook een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de gemeente. Ze hebben daarmee waarde voor de bereikbaarheid, de economie, de omgevingskwaliteit en de veiligheid. Om die waarde duurzaam en efficiënt in stand te houden, is een systematisch en planmatig beheer noodzakelijk. Het beheer is dan ook gericht op het duurzaam in stand houden van de gemeentelijke voorzieningen. Dat wil zeggen dat kapitaalgoederen op een zodanige manier worden onderhouden dat tegen zo beperkt mogelijke kosten de voorzieningen voortdurend goed functioneren en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt.

Met het beheren van de kapitaalgoederen (wegen, riolering, water, openbaar groen, sportfaciliteiten, gebouwen enz.) is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Mede om die reden worden beleid- en beheerplannen voor de openbare ruimte in de komende jaren telkens kritisch beschouwd op mogelijkheden tot bezuinigingen, ook in relatie met het gewenste kwaliteitsniveau van de gemeentelijke voorzieningen. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is dat de veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte op voldoende wijze gewaarborgd blijven en daar waar mogelijk een vorm van burgerparticipatie wordt ingebouwd.

Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), artikel 12, lid 2, moet in de begroting ten aanzien van het onderhoud van kapitaalgoederen worden aangegeven:

  1. het actueel beleidskader (met betrekking tot beheerplannen: wanneer vastgesteld of geactualiseerd);
  2. het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau;
  3. de vertaling van de financiële consequenties van het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau in de begroting.

Er wordt al gedurende een reeks van jaren aan beheer van kapitaalgoederen gedaan en er zijn de nodige instrumenten, zoals beheersystemen, beschikbaar om de beheertaak te ondersteunen en om goede financiële ramingen te maken. De beheersystemen hebben als doel het beheer binnen vastgestelde kwalitatieve normen zo effectief en efficiënt mogelijk in te richten. Dat betekent: op het aan te houden kwaliteitsniveau gerichte maatregelen op de juiste plaats en op de juiste momenten en ook nog tegen de laagst mogelijke kosten. Maar effectief en efficiënt beheren lukt alleen als voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Het is belangrijk de juiste afwegingen te maken en in dit kader consequenties nader te beschouwen. Bij het bepalen van prioriteiten worden risico's afgewogen. Op die manier bewegen wij in de richting van 'assetmanagement'. Uitstel van onderhoud kan er toe leiden dat de gemeente op termijn met een beheerachterstand wordt geconfronteerd.

 

Kapitaalgoederen

De kapitaalgoederen worden zoveel mogelijk planmatig beheerd en onderhouden en omvatten dan ook een aantal specifieke beleidsplannen. In beleidsnota’s komt de methodiek van beheer aan de orde en wordt de vraag beantwoord op welke wijze het areaal in een verantwoorde staat blijft tegen zo laag mogelijke kosten. Verder wordt hierin het beleidskader voor het kwaliteitsniveau van het onderhoud van kapitaalgoederen gegeven. Om de kosten voor het onderhoud te bepalen zijn normkosten berekend op basis van een gekozen kwaliteitsniveau. Dit gewenste onderhoudsniveau wordt bepaald aan de hand van de optimale kwaliteit.

Onderdeel

openbare ruimte

Beleid- en beheerplan

Vastgesteld

Planning/

actualisering

1. Wegen

Beleidsplan wegbeheer 2013-2023

13-05-2013

2023

 

Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan
2009-2020

07-12-2009

2020

 

Beleidsplan openbare verlichting 2014-2019

01-12-2014

2019

 

Beheerplan openbare verlichting 2015-2017

07-09-2015

2017

 

Beleidsplan infrastructurele kunstwerken
2015-2023

Q3 2016

2023

 

Beheerplan infrastructurele kunstwerken
2015-2019

Q3 2016

2019

 

Beleidsplan verkeersvoorzieningen 2015-2023

25-08-2015

2023

 

Beheerplan verkeersvoorzieningen 2015-2019

25-08-2015

2019

 

Beleidsplan straatmeubilair 2015-2023

25-08-2015

2023

 

Beheerplan straatmeubilair 2015-2019

25-08-2015

2019

2. Riolering

Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2014-2018

09-09-2013

2017/2018

 

Rioolbeheerplan 2014-2018

02-12-2014

2017/2018

 

Grondwaterplan 2015-2018

07-12-2015

2017/2018

3. Water

Stedelijk waterplan 2004-2012

01-12-2003

In overleg met Waterschap

 

Baggerplan 2015-2021

Q3 2016

2020/2021

4. Openbaar groen

Beeldkwaliteitsplan Groen 2015-2019

Q3 2016

2019

 

Beleidsplan bomen 2009-2019

09-11-2009

2019

 

Groenstructuurplan 2013- 2023

21-05-2013

2023

 

Beleidsplan begraafplaatsen 2008-2018

06-10-2008

2018

 

Beheerplan begraafplaatsen 2009-2014

17-03-2008

Na het ruimen van graven

 

Speelruimteplan 2013-2023

10-03-2014

2022

 

Beheerplan speelvoorzieningen 2015-2019

24-11-2015

2019

5. Gebouwen

Gebouwenbeheerplan 2012-2021

27-05-2014

2021

6. Afvalinzameling

Beleidsplan afvalinzameling 2013-2023

02-12-2013

2023

 

Beleidsplan zwerfafval 2008-2018

06-10-2008

2018

 

Zwerfafvalbeheerplan 2015-2019

Q3 2016

2019

 

Voor de kapitaalgoederen worden specifieke meerjarige beleidsplannen en onderhoudsplannen opgesteld. De beleidsplannen worden voor een periode van 6 tot 10 jaar opgesteld. Beheerplannen hebben over het algemeen een cyclus van 4 jaar en kunnen actualisatie van het beleidsplan tot gevolg hebben. De beheerplannen vinden hun vertaling in jaarlijkse uitvoeringsplannen. Op basis van een gekozen kwaliteitsniveau worden de onderhoud- en vervangingskosten berekend met behulp van genormeerde kosten.

Kerncijfers

Onderwerp

Kerncijfers

Wegen

Totaal areaal

1.232.726 m2

Asfalt

327.902 m2

Elementen

904.824 m2

Half verharding (wandelpaden)

11.920 m2

Kunstwerken

Bruggen en onderdoorgangen (tunnels)

93

Overige kunstwerken

196

Riolering

Vrijverval riolering

gemengd riool: 64.450 m

vuilwaterriool: 35.499 m

regenwaterriool: 49.372 m

drainage: 2.810 m

totaal: 152.131 m

Rioolgemalen

rioolgemalen: 22

in beheer van het waterschap: 2

Drukriolering

pompunits: 121

drukriolering: 23.935 m

Peilbuizen

44

Water

Lengte watergangen

21 km

Groen

Aantal bomen

11.538

Gazon

603.242 m2

Plantsoen

105.986 m2

Gebouwen

Aantal gebouwen in onderhoud

20

Afval

Aantal molsystemen (ondergrondse afval inzamelsysteem)

680

Aantal afvalbakken

409

5. Grondbeleid

Algemeen

Het grondbeleid van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is vastgelegd in de Nota “Grond voor Beleid”(2009). Met het grondbeleid wordt uitvoering gegeven aan de ruimtelijke visie die met name in de Structuurvisie "Waar de Waal Stroomt (2009)” is vastgelegd. In dit beleidsdocument worden de ruimtelijke ambities van de gemeente voor de komende tien tot vijftien jaar uiteengezet.

In de nota Grond voor Beleid is vastgelegd dat de gemeente zoveel mogelijk een actief grondbeleid voert wanneer er sprake is van grootschalige ontwikkelingen of ontwikkelingen welke invloed kunnen hebben op de ruimtelijke of stedenbouwkundige structuur van de gemeente. Met dit actieve grondbeleid wil de gemeente gewenste ruimtelijke ontwikkelingen initiëren en sturen. Faciliterend grondbeleid wordt echter niet uitgesloten.

In de Nota grondbeleid is de keuze vastgelegd om hoofdzakelijk het instrument Wet voorkeursrecht gemeenten te gebruiken. Als er aanleiding is om geen gebruik te maken van het gemeentelijk voorkeursrecht, wordt dit gemotiveerd aan de gemeenteraad aangegeven. Waar een minnelijke verwerving van gronden niet mogelijk blijkt, maakt de gemeente gebruik van het onteigeningsinstrument.

Uitvoering grondbeleid

Voor de uitvoering van actief grondbeleid worden grondexploitaties opgesteld. Met een grondexploitatie wordt het financieel kader vastgelegd waarbinnen het beleid uitgevoerd moet worden. Voor enkele wenselijke grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen zijn in het verleden grondexploitaties vastgesteld die jaarlijks geactualiseerd worden. Bij de vaststelling van de begroting 2017 waren er vijf actieve grondexploitaties binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht: De Volgerlanden, bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1, bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1a, Centrumgebied en Zuidwende en omgeving (Noord en Zuid). De bestemmingsplanprocedure voor Centrumgebied is in 2017 stopgezet. Als gevolg hiervan zal de grondexploitatie in 2018 formeel afgesloten worden. Zuidwende is inmiddels afgesloten.

Bij enkele kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen wordt wel faciliterend grondbeleid gevoerd, waarbij kostenverhaalovereenkomsten met de ontwikkelaars worden gesloten.

Prognose verwachte resultaten grondexploitaties

In onderstaande tabel worden de grondexploitaties samengevat. Hierin is per project, naast wat algemene informatie, het financiële resultaat en het gewogen risicobedrag opgenomen. Om de grondexploitaties te kunnen vergelijken en de geprognosticeerde resultaten te kunnen optellen zijn de resultaten contant gemaakt naar 1 januari 2018. Voor de risicoanalyse worden jaarlijks, aan de hand van de RISMAN-methode, de verschillende van toepassing zijnde risico’s benoemd, gekwalificeerd en gekwantificeerd. Vervolgens wordt een gewogen risicobedrag berekend met een zekerheidspercentage van 90%. Dit houdt in dat het voor 90% zeker is dat het genoemde bedrag voldoende is om de risico's af te dekken. In het weerstandsvermogen van de gemeente wordt met dit risicobedrag rekening gehouden.

Daarna wordt per grondexploitatie kort het toegepaste grondbeleid beschreven, met een toelichting op het verwachte financiële resultaat.

Tabel 1 Projectoverzicht (peildatum 1-1-2018)

De Volgerlanden

Beleidskader

De gemeente heeft sinds het begin van het project actief grondbeleid gevoerd in het realiseren van woningbouwlocatie De Volgerlanden. De gemeente wilde alle gronden in eigendom verkrijgen om de regie te houden. Veelal werden gronden van particulieren aangekocht en overige benodigde gronden die in bezit waren van projectontwikkelaars werden met bouwclaimovereenkomsten bij het gemeentelijke eigendom betrokken.

De verwervingen in het gebied De Volgerlanden-West zijn afgerond. In het gebied De Volgerlanden-Oost is nog niet alle grond in volledig eigendom van de gemeente. Circa 1,2 hectare is in bezit van private partijen en ook zijn nog enkele gemeentelijke gronden vervat in pachtovereenkomsten. Gezien de planning van de woningbouw in De Volgerlanden en de tijd die het kost om de gronden bouwrijp te maken wordt getracht deze laatste verwervingen en pachtontbindingen op korte termijn te realiseren.

Op 3 juli 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het verzoek aan De Kroon tot onteigening van de gronden.

Financieel kader

De grondexploitatie vormt het financieel kader van het project De Volgerlanden. Dit kader wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld en geactualiseerd. Op 9 juli 2018 heeft de raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht de geactualiseerde grondexploitatie De Volgerlanden 2018 vastgesteld.

In de gemaakte afspraken met de gemeente Zwijndrecht is opgenomen dat van het eventuele exploitatietekort tot € 20 miljoen beide partijen ieder de helft voor zijn rekening nemen. Het bedrag dat boven de € 20 miljoen uitkomt, komt voor 2/3 deel voor rekening van Hendrik-Ido-Ambacht en 1/3 deel voor rekening van Zwijndrecht.

Bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1

Beleidskader

Bij bedrijventerrein Ambachtsezoom wordt actief grondbeleid toegepast. Sinds 1 januari 2013 richt de planvorming van Ambachtsezoom zich alleen op het westelijke gedeelte van het bedrijventerrein (fase 1 en fase 1a). Op de gronden binnen het plangebied Ambachtsezoom Fase 1 die niet in eigendom van de gemeente zijn is de Wvg gevestigd. Hiermee wordt de gemeente als eerste in gelegenheid gesteld de grond te verwerven als de grondeigenaar niet tot zelfrealisatie overgaat (of niet in staat blijkt te zijn). Als deze grondeigenaren niet tot zelfrealisatie overgaan en de gemeente er minnelijk niet in slaagt de gronden te verwerven, kan het onteigeningsinstrument ingezet worden.

Financieel kader

De geactualiseerde grondexploitatie Ambachtsezoom Fase 1, welke het financiële kader van de betreffende fase van het project vormt, is vastgesteld in de raadsvergadering van 9 juli 2018.

Bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1a

Beleidskader

Ook voor Ambachtsezoom Fase 1a geldt dat er actief grondbeleid toegepast wordt.

Financieel kader

De geactualiseerde grondexploitatie Ambachtsezoom Fase 1a geldt als het financiële kader van de betreffende fase van het project en is vastgesteld in de raadsvergadering van 9 juli 2018. Deze grondexploitatie beperkt zich tot de gronden waar in het bestemmingsplan een directe bestemming 'Bedrijventerrein', met nadere aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen' is opgenomen.

Centrumgebied

Het college heeft besloten om de planologische procedure van het ontwerpbestemmingsplan (dat voorziet in het bijbouwen van circa 5.500 m2 bij De Schoof en het aanbrengen van een 'knip' in de Graaf Willemlaan) stop te zetten. Formeel is de grondexploitatie Centrumgebied op 5 maart 2018 afgesloten.

Zuidwende-Noord en Zuid

De grondexploitatie Zuidwende e.o. bestaat uit twee deelexploitaties. De woningbouw is Zuidwende-Noord is in 2016 afgerond. In de vastgestelde Structuurvisie Hendrik-Ido-Ambacht staat Zuidwende-Zuid aangemerkt als locatie voor een cluster van grootschalige maatschappelijke voorzieningen. Het plan van de Gereformeerde Gemeente om hier een kerkgebouw te realiseren gaat is in december 2016 teruggetrokken. Omdat er per 1 januari 2017 geen concreet plan voor de gronden in Zuidwende-Zuid bestonden, zijn deze gronden uit de exploitatie genomen. Nadat een nieuw plan voor de locatie is vastgesteld kunnen de gronden opnieuw in exploitatie worden genomen.

Tussentijdse winstneming

Tussentijdse winstneming geldt vooral bij grote projecten die diverse jaren duren. Voorwaarde is dat het project is onderverdeeld in duidelijk herkenbare delen en dat jaarlijks per deel een geformaliseerde herziene kostprijscalculatie wordt gemaakt in relatie tot de werkelijke ontwikkelingen en cijfers. Tussentijdse winstneming is dan mogelijk als een deelproject is afgesloten, de winst op dat deelproject is gerealiseerd en geen verlies wordt verwacht op andere deelprojecten tenzij daarvoor voldoende verliesvoorzieningen zijn getroffen.  Hieronder zijn regels opgenomen over hoe wordt omgegaan met (tussentijdse) winstneming:

  1. Tussentijdse winstneming kan alleen plaatsvinden indien:
      1. er geen belangrijke onzekerheid over de totale omvang van het project is;
      2. er geen belangrijke onzekerheden bestaan over de ontvangst van de overeengekomen bedragen;
      3. de nog te maken kosten en de mate van de projectvoortgang op verantwoorde wijze kunnen worden bepaald;
      4. de vergelijking van werkelijke kosten met de voorcalculatie per fase van het project mogelijk is;
      5. er minimaal één keer per jaar van het grondcomplex een herziene kostprijsopzet wordt vastgesteld.
  2. Wanneer er wordt voldaan aan de voorwaarden voor tussentijdse winstneming wordt de zogenaamde percentagemethode toegepast.
  3. In alle andere gevallen kan de winst pas worden verantwoord in het boekjaar waarin het grondcomplex financieel wordt afgewikkeld.
  4. Bij winstneming gelden in algemene zin de volgende uitgangspunten: de winst wordt naar rato van gerealiseerde kosten (en opbrengsten) genomen. Dus indien 50% van de kosten is gerealiseerd en 50% van de grond is verkocht, dan is de winstrealisatie 50% x 50% = 25%. Zowel de realisatie van de kosten als de realisatie van de opbrengsten zijn bepalend in de bepaling van de omvang van de winstrealisatie.

Voor de grex Volgerlanden geldt een bijzondere situatie omdat deze grex samen met Zwijndrecht wordt uitgevoerd in gezamenlijk winst en risico. Daarom wordt bij de Volgerlanden in zo'n situatie een extra risico afweging gemaakt in relatie tot de omvang van het project.

M.b.t. de grex Ambachtsezoom worden de allereerste gronduitgiften pas in 2018 voorzien.

Reserve en risico's

De aard van de activiteiten binnen het totaal van de exploitaties maakt het noodzakelijk ter afdekking van de algemene risico's een algemene reserve grondbedrijf aan te houden. Deze reserve wordt opgebouwd uit de eindresultaten van alle afgesloten grondexploitaties plus alle tussentijdse winst- en verliesnemingen. Het nemen van winst zal geschieden overeenkomstig de eerder beschreven methodiek van (tussentijdse) winstneming. Indien er bij het opstellen dan wel het actualiseren van een kostprijscalculatie blijkt dat er een verlies op een complex ontstaat, wordt hiervoor een voorziening getroffen ten laste van de Algemene reserve grondbedrijf.

De Algemene reserve grondbedrijf dient op voldoende niveau te zijn om de benoemde risico's te kunnen opvangen en dient een minimum niveau te hebben afhankelijk van het risicoprofiel. Zodra het saldo van de reserve zich onder het minimum niveau bevindt, moet dit worden aangevuld vanuit de Algemene (concem)reserve. De Algemene reserve grondbedrijf kent geen maximum niveau.

6. Verbonden partijen

Inleiding

Verbonden partijen zijn die partijen waarmee de gemeente een bestuurlijke relatie heeft én waarin zij een financieel belang heeft. Een verbonden partij levert daarmee een bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen van de gemeente. Partijen waaraan een significant (financieel) risico kleeft, worden ook verwerkt in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen’.

BBV

In de nieuwe BBV is opgenomen dat voortaan een onderverdeling wordt gemaakt naar:

  • gemeenschappelijke regelingen;
  • vennootschappen en coöperaties;
  • stichtingen en verenigingen, en,
  • overige verbonden partijen.

In dit hoofdstuk gaan we in op de doelstellingen, taken en financiële aspecten van de gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht participeert.
Bij een vennootschap en coöperatie participeert de gemeente in het risicodragend vermogen van een privaatrechtelijke rechtspersoon als aandeelhouder van de betreffende NV of BV.
Hieronder wordt een opsomming gegeven van dergelijke samenwerkingsverbanden.

Samenwerkingsverbanden

De stichtingen en verenigingen en overige verbonden partijen zijn bij ons niet aan de orde.

 

A. Gemeenschappelijke regelingen

Een groot deel van de gemeentelijke middelen wordt via verbonden partijen ingezet voor realisatie van doelen, uitvoering van processen en ondersteuning van de bedrijfsvoering. Vanwege de vaak aanmerkelijke bestuurlijke, beleidsmatige en financiële belangen is inzicht in en effectieve sturing op deze verbonden partijen noodzakelijk.

GR Drechtsteden

De gemeenten in de Drechtsteden zijn gezamenlijk een netwerkstad en netwerkorganisatie op een aantal beleidsterreinen. Inhoudelijke samenwerking, afstemming en voorbereiding van beleid binnen de Drechtsteden vindt plaats op de beleidsterreinen Fysiek, Sociaal en Bestuur. Al een aantal jaren werken de Drechtsteden samen in gezamenlijke uitvoeringsorganisaties: Sociale Dienst Drechtsteden, Servicecentrum Drechtsteden, Gemeentebelastingen Drechtsteden, Onderzoekcentrum Drechtsteden, en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden (ROM-D) als onderdelen van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden.

Met die samenwerking zetten de gemeenten in op optimale dienstverlening aan de inwoners, organisatorische en financiële verbeteringen en presentatie van ‘De Drechtsteden’ naar buiten als economisch krachtige, goed bereikbare en leefbare regio. Zij doen dit elk met behoud van de eigen karakteristieke kenmerken. Daarnaast werken besturen en organisaties van de Drechtstedengemeenten ook samen met partijen in de regio, zoals het regionale bedrijfsleven, woningbouwcorporaties, het onderwijs, de gezondheidszorg, welzijnsorganisaties en culturele instellingen. Participeren in de samenwerking biedt de gemeenten kansen en vernieuwingen voor de regio en daarmee ook voor de inwoners. De diversiteit aan beleidsterreinen en uitvoeringstaken waarop in Drechtstedenverband wordt samengewerkt, is vanzelfsprekend merkbaar in de programma’s in onze gemeentelijke begroting.

Naam verbonden partij GR Drechtsteden
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Draagvlak te creëren voor een evenwichtige ontwikkeling van het gebied.

Om deze doelstelling te realiseren en met inachtneming van de autonomie van de deelnemende gemeenten, behartigt Drechtsteden de gemeenschappelijke regionale belangen op de volgende terreinen:

  • Economie en bereikbaarheid (economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme)
  • Fysiek (volkshuisvesting, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijk beheer, milieu, water, groen, publieke infrastructuur, economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme)
  • Sociaal (sociale zekerheid en –ontwikkeling, onderwijs en kennisinfrastructuur, sport en cultuur)
  • Bestuurlijke ontwikkeling en grotestedenbeleid
  • Staf- en ondersteunende diensten en de bedrijfsvoering
  • Sociaal- geografisch onderzoek

Daarnaast heeft Drechtsteden als doelstelling zorg te dragen voor:

  1. de efficiënte en effectieve heffing en invordering van belastingen, voor de heffing en invordering waarvan de gemeenteraden van de gemeenten belastingverordeningen en de kwijtscheldingsregels hebben vastgelegd, elk voor zover het hun gebied betreft;
  2. de uitvoering van de WOZ waaronder tevens wordt begrepen de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden, elk voor zover het hun gebied betreft.
Risico’s
  • in de begroting is geen rekening gehouden met een stijging van de pensioenperemie en verdere sociale werkgeverslasten
  • bestandontwikkeling inkomensondersteuning door herstel of verslechtering van de arbiedsmarkt, instroom huisvesting statushouders, mismatch aangeboden vacatures en personen in  klantenbestand.
  • Invulling verplicht beschut werk
  • Ontwikkeling kosten bewindvoering
  • Stijging salarissen huishoudelijke hulpen
  • ICT op orde
  • zaak- en archief Systeem leidt mogelijk tot hogere beheerlasten
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het Drechtstedenbestuur (collegelid), Drechtraad (raadsleden fracties) en diverse portefeuillehoudersoverleggen (portefeuillehouders).
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Het Drechtstedenbestuur heeft in juni 2017 de Groeiagenda 2030 gepresenteerd. Deze ambitie is de basis voor een uitvoeringsprogramma. Het is een gezamenlijk programma, waarin regio, gemeenten, bedrijven en instellingen ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid betrokken is. De provincie heeft bereidheid uitgesproken investeringsgeld vrij te maken voor onze regio. In 2018 zal de uitwerking verder gestalte krijgen en zullen wij daar een bijdrage aan leveren met Ambachtse projecten die de Groeiagenda dragen

 

De gemeente Hardinxveld-Giessendam wordt op 1 januari 2018 deelnemer van de GRD. In de actualisering van de begroting 2018 zullen de financiële consequenties van de toetreding worden opgenomen. 

 

De gemeente Dordrecht heeft vlak voor de zomer van 2017 aangekondigd een onafhankelijke externe partij opdracht te geven voor het uitvoeren van een onderzoek naar de effectiviteit en de efficiëntie van de huidige regionale samenwerking op schaal van de Drechtsteden en Zuid-Holland Zuid. Dordrecht heeft aangegeven dit te willen doen in goed onderling overleg met de Drechtstedengemeenten. De onderzoeksresultaten zijn voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 bekend.
Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 5 (risicoprofiel hoog)
Websites en documenten

www.drechtsteden.nl

begroting 2017 en lokale zienswijze

GR Veiligheidsregio ZHZ

Onze gemeente maakt deel uit van de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. De gemeenschappelijke regeling VRZHZ is aangegaan met de gemeenten Alblasserdam, Binnenmaas, Cromstrijen, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Korendijk, Leerdam, Molenwaard, Oud-Beijerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik en Zwijndrecht.

In de veiligheidsregio zijn de brandweertaak en de taken op het terrein van de GHOR (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen) en Crisisbeheersing en Rampenbestrijding ondergebracht.

Naam verbonden partij GR Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) De regeling is opgericht ter uitvoering van de Wet veiligheidsregio’s en stelt zich ten doel te allen tijde een gezamenlijke effectieve en efficiënt georganiseerde slagkracht voor crisisbeheersing, rampenbestrijding, brandweerzorg en geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen te kunnen leveren en een deskundig en betrouwbare veiligheidsadviseur te zijn.
Risico’s
 

De GR VRZHZ geeft de volgende risico’s op:

  • Samenvoeging meldkamers ZHZ en Rotterdam Rijnmond;
  • Opgelegde taakstellingen;
  • Voltooiing van de reorganisatie;
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente De burgemeester zit in het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio.
Toekomstperspectief en ontwikkelingen De Veiligheidsregio heeft veel aandacht voor het afronding van de reorganisatie. Daarnaast ligt de focus op de bezuinigingsopgave die voor ligt om dit op een zo verantwoorde en efficiënte wijze vorm te geven. Dit vertaald zich in een nieuwe dynamisch risicoprofiel en operationele kaart.
Website en documenten www.vrzhz.nl
Sturingsarrangement, gekoppeld aan risicoprofiel  Arrangement: 4 (risico: gemiddeld/hoog)

GR Omgevingsdienst

We participeren op Zuid-Holland Zuid-niveau in de GR Omgevingsdienst die voor ons de wettelijke milieu- en omgevingstaken uitvoert. De 17 gemeenten uit de regio Zuid-Holland Zuid zijn eigenaar, samen  met de provincie Zuid-Holland.

Naam verbonden partij

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Uitvoeren van  de wettelijke milieu- en omgevingstaken voor de 17 gemeenten van Zuid-Holland Zuid en een deel van de provincie Zuid-Holland.

Risico’s

  • Mate waarin de fluctuatie in omzet opgevangen kan worden door flexibele schil personeelsbestand;
  • Aansprakelijkheid voor adviezen;
  • Wijziging van de organisatiestructuur

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid)

Vertegenwoordiging in de auditcommissie (collegelid)

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De reorganisatie van OZHZ is in 2017 afgerond. Veel aandacht zal uitgaan naar het realiseren van een optimale organisatie. Daarnaast zal er met andere omgevingsdiensten nadrukkelijk afstemming zijn over het verschuiven en verdelen van taken, soms in opdracht van de provincie.

Website en documenten

www.ozhz.nl

Sturingsarrangement, gekoppeld aan risicoprofiel

Arrangement: 4 (risico: gemiddeld/hoog)

GR Dienst Gezondheid & Jeugd

De GR bestaat uit twee organisatie-onderdelen: Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) en Serviceorganisatie Jeugd (SOJ). DG&J is verantwoordelijk voor het uitvoeren van taken op het gebied van publieke gezondheid, maatschappelijke zorg, leerplicht en voortijdig schoolverlaten. De dienst is ook verantwoordelijk voor de aansturing van de uitvoering van de integrale jeugdgezondheidszorg. De Regionale Ambulancevoorziening (RAV) is formeel een onderdeel van DG&J. Tweede onderdeel van de GR is de Serviceorganisatie Jeugd. Dit onderdeel is verantwoordelijk voor de sturing op jeugdhulp in Zuid-Holland Zuid. Dit doet de SOJ door contractmanagement, risicomanagement en budgetbeheersing, accountmanagement en informatievoorziening voor gemeenten.

Naam verbonden partij

GR Dienst Gezondheid & Jeugd

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

De dienst Gezondheid & Jeugd bewaakt, beschermt en bevordert in opdracht van de 17 gemeenten in Zuid-Holland Zuid de activiteiten die gericht zijn op het verkleinen van sociaaleconomische gezondheids-verschillen en het vergroten van de ontwikkelingskansen van onze inwoners. De Regionale Ambulancevoorzieningen (RAV) is onderdeel van de dienst.

De Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) is per 1 januari 2015 een zelfstandig onderdeel van de GR Dienst Gezondheid en Jeugd. De Serviceorganisatie Jeugd zorgt namens de gemeente in ZHZ voor sturing op jeugdhulp. 

Risico's

Voor de Dienst Gezondheid & Jeugd (incl. RAV) worden de volgende risico's gemeld:

  • Kostenstijging door de samenvoeging van de meldkamers van ZHZ en Regio Rijnmond.
  • Strakkere eisen van de inspectie aan de meldkamercentralisten uit de 'witte kolom'.
  • Frictiekosten ten gevolge van het uittreden van deelnemers aan de GR (Leerdam en Zederik).

De Serviceorganisatie Jeugd noemt als risico's:

  • De jeugdhulpvraag is groter dan het beschikbare budget
  • Aanbieders continueren zorg te lang. Mate van afschaling wordt onvoldoende beoordeeld en toegepast.
  • Te hoog afgegeven beschikkingen en andere fouten in de beschikking

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid) en de Auditcommissie (collegelid).

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

In 2015 is met het dekkingsplan de basis gelegd voor het herstellen van het vertrouwen in de Dienst Gezondheid en Jeugd. Het Meerjarenbeleidsplan geeft richting aan de inhoudelijke taakinvulling en ambities van de dienst.

 

DG&J bereidt zich voor op de nieuwe wet Ambulancezorg. In dit kader is het de intentie de Regionale Ambulance Voorziening ondergebracht in een coöperatie waaraan ook het Erasmus MC en het Albert Schweitzer Ziekenhuis deelnemen. Deze intentie is begin 2018 voor een zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden. De RAV werkt daarnaast aan de samenvoeging van de meldkamers Rijnmond en Zuid-Holland Zuid, als eerste stap richting de landelijke meldkamer.

 

De Serviceorganisatie Jeugd is de afgelopen jaren geconfronteerd met een grote druk op de zorgmarkt. Enerzijds is dit het gevolg van de budgetreductie, anderzijds het gevolg van een groeiende zorgvraag. In opdracht van het AB heeft de Serviceorganisatie een meerjarenperspectief 2018-2021 opgesteld  inclusief een begrotingswijziging voor 2018.  In het meerjarenperspectief is een pad uitgestippeld dat ertoe moeten leiden dat de jeugdhulp in onze regio transformeert en in 2022 binnen de financiële kaders van de rijksbijdrage komt.. In het meerjarenperspectief verschuift de jeugdhulp nadrukkelijk naar de 'voorkant', waarmee voor de gemeenten meer sturingsmogelijkheden ontstaan.

Sturingsarrangement, gekoppeld aan risicoprofiel

Arrangement 5 (risico: hoog)

Website en documenten

www.dienstgezondheidjeugd.nl

www.jeugdzhz.nl

Meerjarenperspectief 2018-2022

Geactualiseerde begroting 2018

Drechtwerk

De sociale werkvoorziening Drechtwerk laat mensen met een arbeidsbeperking zinvol en passend bij hun mogelijkheden deelnemen aan het arbeidsproces. De invoering van de Participatiewet heeft invloed op Drechtwerk, omdat hiermee de Wet sociale werkvoorziening niet meer bestaat waardoor er geen automatische instroom van SW’ers meer is bij Drechtwerk. In programma 1 is de stand van zaken rond dit proces beschreven.

Naam verbonden partij

Drechtwerk

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Drechtwerk is destijds opgericht om voor de deelnemende gemeenten uitvoering te geven aan de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Per 1 januari 2015 is instroom in de Wsw niet meer mogelijk. De mensen die al werkzaam zijn bij Drechtwerk kunnen wel, tot zij met pensioen gaan, bij Drechtwerk blijven werken. Daarnaast richt Drechtwerk zich op een bredere doelgroep van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Risico's

  • Hoogte van de Rijkssubsidie SW

De Rijkssubsidie is de belangrijkste inkomstenbron van Drechtwerk. Het ministerie bepaalt de hoogte van de subsidie per medewerker. Wijziging in de bekostigingssystematiek heeft gevolgen voor de omvang van de subsidie SW.

  • Onvoldoende uitstroom van de SW-doelgroep

Voor de verdeling van de subsidiegelden houdt het rijk rekening met de verwachte daling van de SW-doelgroep geprognosticeerd. Voor Drechtwerk komt dit neer op ongeveer 8 à 9 procent jaar op jaar. Het niet realiseren van deze uitstroom leidt tot tekorten op de salarisbetalingen.

  • Risico's transitie

De ingezette transitiebeweging brengt financiële risico's met zich mee. Om deze risico's af te vangen is een reserve gevormd.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Opdrachtgeversrol: via bestuurlijke vertegenwoordiging in de GR Drechtsteden

Eigenaarsrol: wethouder financiën in het Algemeen Bestuur

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Herijking strategie

De strategie van gedeeltelijke afbouw, samenwerking met en (gedeeltelijke) verkoop aan marktpartijen van de BV’s van Drechtwerk is eind 2016 grotendeels afgerond. Het AB heeft medio 2017 besloten deze strategie te herijken, binnen de uitgangspunten die de Drechtraad eind 2014 heeft vastgesteld. Gerelateerd aan dit besluit is de verzelfstandiging van DrechtstedenActief en DrechtwerkGroen stopgezet. Ook blijft het minderheidsbelang van FrisFacilitair in eigendom.

 

In de tweede helft van 2017 is een strategieplan opgesteld met als doel de opdracht van de organisatie en de prestaties te verbeteren. De implementatie van het strategieplan is opgestart en dit loopt in 2018 nog door. De te verwachten verbetering van de financiële resultaten van Drechtwerk zullen pas over enige tijd zichtbaar zijn.

 

Detachering BV

Om het detacheren van medewerkers succesvoller te laten verlopen, richt  Drechtwerk samen met de SDD een vennootschap (BV) in die speciaal belast zal zijn met het detacheren van zowel mensen uit de doelgroep van Drechtwerk als uit die van de SDD. De oprichting van deze BV is voor een zienswijze voorgelegd aan de raden. Op het moment dat de Drechtraad in maart 2018 heeft ingestemd met deze BV, kan de organisatie opgestart worden.

Sturingsarrangement, gekoppeld aan risicoprofiel

Arrangement 3: gemiddeld

Website en documenten

www.drechtwerk.nl

Primaire begroting 2017 en zienswijze

Koepelschap Buitenstedelijk Groen en Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde 

Doel van het Koepelschap is een evenwichtige ontwikkeling en instandhouding van het buitenstedelijk groen als geheel en in verhouding tot zijn omgeving.

Het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde behartigt de bovenlokale belangen van openluchtrecreatie op het eiland IJsselmonde.

Naam verbonden partij

Koepelschap Buitenstedelijk Groen

Vestigingsplaats

Schiedam

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Het Koepelschap heeft tot doel op basis van Rijks-, provinciaal en regionaal beleid in onderlinge samenhang een evenwichtige ontwikkeling en instandhouding van het buitenstedelijk groen als geheel in het gebied behorend tot de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hendrik-Ido-Ambacht, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Maassluis, Nederlek, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, Westvoorne en Zwijndrecht in de directe omgeving daarvan te bevorderen.

Risico’s

-

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Een wethouder is lid van het Algemeen Bestuur.

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Het Koepelschap is opgeheven per 31/12/2017.

Dit proces loop parallel met een gewijzigde organisatievorm van de recreatieschappen in de provincie Zuid-Holland. 

 

De vereffening van het vermogen gebeurt op basis van de jaarrekening 2017. De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht heeft daaruit € 1.000 zal ontvangen.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

Sturingsarrangement 2 (risicoprofiel laag/gemiddeld)

Naam verbonden partij

Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde

Vestigingsplaats

Rotterdam

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Het Natuur- en Recreatieschap heeft tot doel de natuur- en recreatieschapsgebieden in of in de directe nabijheid van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hendrik-Ido-Ambacht, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Maassluis, Nederlek, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, Westvoorne en Zwijndrecht efficiënt en effectief te beheren.

Risico’s

Het uittreden van de provincie, de gemeente Rotterdam en wellicht meerdere gemeenten.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Wethouder RO is lid van het dagelijks en algemeen bestuur van het NRIJ.

Een raadslid is lid van het Algemeen Bestuur van het NRIJ.

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De provincie heeft besloten haar deelname in het NRIJ per 1/1/2017 te beëindigen. Ook de gemeente Rotterdam heeft besloten per 1/1/18 uit te treden. Op verzoek van het recreatieschap heeft de provincie haar uittreden opgeschort tot 1/1/2018, zodat het NRIJ zich gedegen kan voorbereiden op haar toekomst. Er zijn overeenkomsten gesloten tussen het schap en de provincie en het schap en de gemeente Rotterdam over de uittreedvoorwaarden.

 

Begin december 2017 heeft de raad besloten om als één van de vijf overblijvende deelnemers in het NRIJ te blijven.

 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

Sturingsarrangement 2 (risicoprofiel laag/gemiddeld)

Website en documenten

www.recreatiegebied-ijsselmonde.nl

GR Gemeenschappelijke Vuilverwerking Dordrecht en omstreken (Gevudo) 

Gevudo bezit 18,15 % van de aandelen van NV Huisvuilcentrale Noord-Holland, HVC te Alkmaar en behartigt en coördineert de belangen van de deelnemende gemeenten richting HVC. De GR Gevudo is aangegaan door de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Leerdam, Molenwaard, Papendrecht, Sliedrecht, Zederik en Zwijndrecht. Waar de regeling in het verleden daadwerkelijk actief was in het verzamelen en verwerken van huishoudelijk afval, wordt het doel nu feitelijk uitsluitend verwezenlijkt door het verwerven, beheren en vervreemden van aandelen in het kapitaal van de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland (HVC) en het partij zijn bij overeenkomsten tussen aandeelhouders van HVC. De GR Gevudo staat naar rato van haar deelname in HVC garant voor het nakomen van de verplichtingen die HVC aangaat met betrekking tot de financiering van verbrandingsinstallaties. Hiervoor wordt een garantstellingprovisie ontvangen. De verdeelsleutel is het gemiddelde tonnage aangeleverd afval over de laatste vijf jaar. Per 1 juni 2015 is de GR Gevudo gewijzigd zodat de GR Gevudo aansluit bij haar huidige taak, namelijk aandeelhouder zijn van HVC en als doorgeefluik van de garantstellingsprovisie naar deelnemende gemeenten. De GR Gevudo is ook aangepast om te voldoen aan de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).

Naam verbonden partij

GEVUDO

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Behartigen van de belangen van de deelnemers op het gebied van het op milieu hygiënisch verantwoorde wijze verwerken van huishoudelijke afvalstoffen afkomstig van de Drechtsteden, Alblasserwaard en Vijfheerenlanden en de Hoeksche Waard.

Onzekerheden

De eventuele tekorten van HVC Alkmaar worden via de gemeenschappelijke regeling Gevudo omgeslagen naar de aandeelhouders.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het algemeen bestuur (collegelid).

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

HVC is financieel robuust, ook op de middellange termijn, en de bedrijfsvoering van HVC is adequaat, uitgaande van de kapitalisering/financiering met gegarandeerde leningen.

Als Hendrik-Ido-Ambacht staan wij garant voor € 8,1 miljoen echter zolang de verbrandingsinstallaties voldoende aanbod van onder andere de gemeentelijke klanten en waterschappen behouden, is het risico minimaal. HVC is zich hier bewust van en importeerde in 2016 en 2017 afval uit Groot Brittannië om de verbrandingsinstallaties zo efficiënt mogelijk te laten draaien en zo de risico's voor de gemeenten zo klein mogelijk te houden. Echter in Nederland is de hoeveelheid bedrijfsafval sinds 2016 toegenomen waardoor HVC nu weer meer afval uit Nederland kan verwerken dan voorheen. 

Sinds 2014 is een nieuwe dienstverleningsovereenkomst met HVC van kracht, alsmede voor de gemeente Dordrecht, gemeente Alblasserdam, gemeente Papendrecht en gemeente Zwijndrecht.  

Sturingsarrangement, gekoppeld aan risicoprofiel

De GR Gevudo heeft een risicoprofiel 1 (laag risico op financieel en bestuurlijk gebied) en daarmee sturingsarrangement 1.

Bureau Openbare Verlichting

Naam verbonden partij

Bureau Openbare Verlichting

Vestigingsplaats

Hardinxveld-Giessendam

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Leerdam, Molenwaard, Papendrecht, Krimpenerwaard, Vianen en Zederik hebben zich verenigd in de Gemeenschappelijke Regeling Bureau Openbare Verlichting (Bureau OVL). Kerntaak van deze organisatie is het uitvoeren van het beheer van de openbare verlichting en de centrale aansturing en bewaking op de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden hieraan. Bureau OVL fungeert op dit terrein ook als het kenniscentrum voor de deelnemers en voert in opdracht projecten voor de gemeenten uit.

Onzekerheden

Er worden geen risico’s genoemd.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het bestuur (collegelid).

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Bureau OVL neemt deel aan landelijke overleggen van het InterGemeentelijk-overleg Openbare Verlichting (IGOV) welke met ingang van 1 januari 2016 is ondergebracht in de stichting OVLNL.nl. Bureau OVL is van daaruit vertegenwoordiger namens de kleine en middelgrote gemeenten in het landelijk overleg van NetbeheerNederland.

Sturingsarrangement, gekoppeld aan risicoprofiel

Arrangement 1: Laag

 

B. Vennootschappen en coöperaties

ROM-D

De ROM-D, de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden, is in 1999 opgericht om als uitvoeringsorganisatie de regionale economie in de Drechtsteden te versterken. In dat kader heeft zij ook als taak bedrijventerreinen te ontwikkelen en te herstructuren/revitaliseren. Daarnaast heeft de ROM-D tot taak bredere regionale economische ontwikkelingen te initiëren en grootschalige woningbouwlocaties te (her)ontwikkelen.


Naam deelneming

Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden (ROM-D)

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

De structuren na invoering van de doorontwikkeling:

  1. ROM-D Holding N.V.
  2. ROM-D Beheer N.V.
  3. ROM-D Capital B.V.
  4. ROM-D C.V.

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Het versterken van de economische ontwikkeling van de Drechtsteden.

Financieel belang van de gemeente

Kapitaaldeelname met stemrechten via volmacht aan het Drechtstedenbestuur.

ROM-D Dordtse Kil III CV: Commanditair kapitaal: 140.989 (1,3%)

ROM-D Holding NV: Kapitaal: 109.216 (2,4%)

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Bestuurlijk: Drechtstedenbestuur heeft zitting in de Holding N.V., met gemeentelijke volmacht

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

In de Algemene Vereniging van Aandeelhouders is in het najaar van 2017 een statutenwijziging  en nieuwe werkwijze ROM-D vastgesteld. De kern is een proactieve en goed functionerende ROM-D die veel meer vraaggestuurd werkt. De besluitvorming wordt daarbij gedelegeerd en sturing vindt plaats op basis van een acquisitie-jaarplan.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

Sturingsarrangement 3 (risicoprofiel gemiddeld)

Eneco

Van oudsher was het doel om publieke belangen te borgen op het gebied van energievoorziening. Als gevolg van de liberalisering van de energiesector wijzigt dit in de richting van een meer financieel belang.

Naam deelneming

Eneco Holding N.V.

Vestigingsplaats

Rotterdam

Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Waarborg energievoorziening

Financieel belang van de gemeente

Aantal aandelen: 22.495 (0,5%). In 2017 is € 452.527 aan dividend ontvangen over 2016.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Als aandeelhouder

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Per 31 jan. 2017 is de Eneco Holding formeel gesplitst. Dit maakt ons als gemeenten (53) per die datum aandeelhouder in het netwerkbedrijf Stedin Holding NV en energiebedrijf Eneco Groep NV. Vooralsnog wordt verwacht dat dit geen invloed heeft op het dividend.

Nu de splitsing is afgerond lag het voor de hand om de afweging van het publieke belang opnieuw te maken. In oktober 2017 heeft circa 75% van de aandeelhouders, waaronder onze gemeente, aangegeven de aandelen in principe te willen afbouwen. Dit proces wordt getrokken door een commissie van aandeelhouders (AHC). Na een lastige start, waarin ook mediation nodig was (jan. 2018), is het proces nu weer opgepakt. Naar verwachting zal in de loop van 2018 een definitief besluit moeten worden genomen. Bij afbouw verliezen we het jaarlijks dividend, maar krijgen we er de éénmalige verkoopopbrengst voor terug.

Oasen

Het doel van deze deelneming is het borgen van publieke belangen met betrekking tot drinkwater.

Naam deelneming

Oasen Zuid-Holland

Vestigingsplaats

Gouda

Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Drinkwater verzorging inwoners Hendrik-Ido-Ambacht

Financieel belang van de gemeente

21 van de 748 uitgegeven aandelen (3%). In 2017 is geen dividend over 2016 ontvangen.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Als aandeelhouder

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

 

BNG

De gemeente heeft een financieel belang in de Bank Nederlandse Gemeenten.

Naam deelneming

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

Vestigingsplaats

Den Haag

Rechtsvorm

Naamloze vennootschap

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

 

 

De Bank Nederlandse Gemeenten, opgericht in 1914, is een bank van en voor de overheid. De bank biedt financiële diensten aan, zoals kredietverlening, betalingsverkeer en advisering. De BNG heeft de hoogste rating voor kredietwaardigheid (triple A).

Financieel belang van de gemeente

 

De gemeente heeft 25.818 aandelen (0.05%) in haar bezit. In 2017 is aan dividend € 42.342 ontvangen over 2016.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Als aandeelhouder neemt de gemeente deel aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

In de miljoenennota 2017 wordt door Kremers gerept over een mogelijke  omvorming van BNG Bank, de NWB Bank en FMO (een bank voor ontwikkelingshulp) tot één financieringsinstelling.

 

7. Bedrijfsvoering

Inleiding

In deze paragraaf verantwoorden we het gerealiseerde beleid en de voortgang op het gebied van bedrijfsvoering.

Personeel en Organisatie

Medewerker onderzoek

In het eerste kwartaal hebben we een medewerker onderzoek gehouden met maar liefst een respons van 88,4%. Op alle onderdelen scoorden we als organisatie hoger dan de benchmark met andere gemeenten. Omdat het altijd beter kan hebben de medewerkers goede, concrete verbetervoorstellen aangereikt. Deze worden met elkaar uitgewerkt.

Opleiden en ontwikkelen

We hebben de Ontwikkelgids ingevoerd als modern P-instrument. De gids omschrijft wat voor ambtenaar we in onze organisatie nodig hebben, welke (basis)vaardigheden daarbij horen en hoe we verder kunnen ontwikkelen. Daarbij besteden we expliciet aandacht aan de verschillende rollen die we als overheid en medewerker hebben. Praktisch hebben we vooral – naast vele individuele opleidingen – themaweken met workshops georganiseerd gericht op persoonlijke ontwikkeling, vaardigheden en gezond werken.

Instroom jong talent

Vergrijzing van het ambtelijke apparaat is een landelijk probleem, dat zich ook lokaal voordoet. Een van de aandachtspunten was daarom het in dienst hebben van voldoende jonge(re) medewerkers. We hebben diverse plaatsen gecreëerd voor trainees en stagiaires op alle niveaus. Positief is dat alle trainees zijn ingestroomd in reguliere functies. Bij vacatures is ingespeeld op voldoende kansen voor jongeren. In totaal was de helft van de twaalf nieuwe medewerkers in 2017 jonger dan 30 jaar.

Het is niet gelukt om tot een (regionale) regeling voor een zogenaamd generatiepact te komen. Dit instrument biedt de oudere werknemer de mogelijkheid om een langere periode korter te werken, zodat er  ruimte ontstaat voor de instroom van jongeren.

Invulling garantiebanen

Voor banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt binnen onze organisatie, de zogenaamde garantiebanen, hebben we door een nieuw kantine concept twee volledige plaatsen gecreëerd. Twee enthousiaste medewerkers vullen deze plaatsen in. Daarnaast lenen we voor ruim 140 uur per week (5,6 fte garantiebaan) schoonmaakpersoneel in via het Service Centrum Drechtsteden. Ook werkt al jaren een medewerker met een afstand tot de arbeidsmarkt in het beheer van de openbare ruimte. Hiermee hebben we vier keer zoveel garantiebanen als in de wetgeving is bepaald. Of alle medewerkers vanaf 2018 ook meetellen voor de nieuwe Quotumwet is onzeker.

Arbeidsomstandigheden

Het jaarcijfer ziekteverzuim is uitgekomen op 5,6 % (2016: 7,40%). Dit is het laagste verzuimcijfer van de afgelopen vier jaar. De leidinggevenden hebben in samenwerking met de bedrijfsarts en de Arbodienst veel aandacht besteed aan het verzuim. Zo bespreken zij elk verzuim persoonlijk met de medewerker en schakelen zij waar nodig de bedrijfsarts zo vroeg mogelijk in als belangrijke adviseur. Preventief hebben we ook dit jaar een "vitaliteitsweek " georganiseerd.

Informatisering

In 2017 zijn de eerste werkende zaaktypes operationeel geworden binnen ons KZA-traject. Dit zijn zaaktypes die betrekking hebben op onze Burgerzakenproducten. Daarnaast zijn in het kader van dit traject inmiddels ook al onze personeelsdossiers gedigitaliseerd en in het nieuwe archiefsysteem opgenomen. In het laatste kwartaal van 2017 is ook ons nieuwe (sociaal) intranet live gegaan. Hiermee kunnen medewerkers binnen onze eigen organisatie, maar ook op Drechtstedenniveau op een handige manier met elkaar communiceren en samenwerken.

Informatiebeveiliging

Met ingang van 2017 leggen we verantwoording af over de kwaliteit van de informatiebeveiliging van onze informatiesystemen aan de raad. Dat doen we via een nieuwe auditsystematiek, de ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) georganiseerd door VNG Realisatie. We hebben dit jaar voor het eerst meer dan 300 vragen beantwoord en conform opgave vóór 31 december aangeleverd. Nadere rapportages volgen in 2018 via de P&C cyclus.  De raad krijgt en houdt zo meer overzicht over de stand van zaken van de informatieveiligheid.

Er is dit jaar één datalek geconstateerd. Dit datalek is gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. De raad en andere betrokkenen zijn hiervan op de hoogte gesteld. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft geconstateerd dat gedaan is wat van ons verwacht werd en heeft het dossier gesloten.

Facilitair

Het college heeft opdracht gegeven tot een basisopknapbeurt van de raadzaal. Aanvankelijk was gekozen voor een kort proces waarbij oplevering voor de verkiezingen in 2018 plaats zou vinden. Duidelijk werd dat er behoefte was aan een uitgebreider proces met inzet van een architect en meer betrokkenheid van de raadsleden. Dit proces loopt nog.

Communicatie

In de huidige communicatievisie staat dat de creatie en productie van interne en externe communicatie(middelen) onze 'core business' is. Dit hebben we het afgelopen jaar ook veel gedaan, bijvoorbeeld voor afval, de bedrijventerreinen (in samenwerking met het Bouwteam), de energiestrategie en CAI-projecten. We zetten hierbij steeds vaker nieuwe media in: we vroegen inwoners om mee te denken over het zwembad en Baxfit via Instagram en Facebook en we maakten animaties over de APV en de ontwikkelingen aan de Nijverheidsweg.

Maar we merkten in het afgelopen jaar ook dat de veranderende rol van de overheid invloed heeft op de manier waarop wij als gemeente communiceren. Inwoners, organisaties en ondernemers voelen zich steeds meer betrokken en dat vraagt om een andere communicatieaanpak met andere communicatievormen en -middelen. Voorbeelden van projecten waar dit uit blijkt zijn Winkelcentrum De Schoof, de JOP (Jongeren Ontmoetings Plek), onderwijshuisvesting en de aanpak van de overlast op de Sophiapromenade. In deze projecten was de proactieve advisering en het faciliteren bij het communicatiever maken door de collega's van het team communicatie van toegevoegde waarde. Een beweging die we nu al signaleren en waarvan we verwachten dat die de komende jaren alleen maar verder doorzet.
Naast de extern zichtbare communicatie, werkten we ook op de achtergrond aan onze basis: het nieuwe huisstijlhandboek, de introductie van een nieuw intranet, we breidden (in samenwerking met de taalcoaches) het gebruik van de schrijfwijzer uit, we analyseerden het onderzoek naar de wensen van inwoners op het gebied van communicatie en bestuur en we deden onderzoek naar het gebruiksvriendelijker maken van de website.

8. Interbestuurlijk toezicht

Rapportage interbestuurlijk toezicht over 2017