Paragrafen

1. Weerstandsvermogen en risicoparagraaf

Inleiding

Om de financiële positie van de gemeente te kunnen beoordelen, zijn niet alleen de cijfermatige gegevens van belang die in deze begroting worden gepresenteerd. Ook de risico’s die niet in cijfers kunnen worden uitgedrukt moeten we in kaart brengen. Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en de weerstandscapaciteit om die risico’s op te vangen. Het weerstandsvermogen is het vermogen om financiële risico’s op te vangen. De weerstandsratio is de weerstandscapaciteit gedeeld door de omvang van de risico’s.

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit algemene reserves en onbenutte belastingcapaciteit. Bestemmingsreserves en voorzieningen zijn in feite niet vrij beschikbaar. Vanwege deze beperkingen zetten we de algemene reserves slechts in als component van de weerstandscapaciteit.

Onbenutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit richt zich op de gemeentelijke heffingen: de OZB, de afvalstoffen­heffing, het reinigingsrecht en het rioolrecht. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer het gemeentelijke OZB-tarief lager is dan het normtarief voor artikel 12-gemeenten en/of wanneer de andere genoemde tarieven niet kostendekkend zijn. Voor een toelichting op de kostendekking verwijzen we naar de paragraaf Lokale Heffingen.

Weerstandscapaciteit (x 1.000) 31-12-2019 31-12-2020 Per inwoner
Algemene reserves 21.213 32.307 1.035
Incidenteel beschikbaar 21.213 32.307 1.035
Beschikbaar voor "Onvoorzien" 25 25 1
Onbenutte belastingcapaciteit - - -
Afvalstoffenheffing 1.393 1.007 32
Riolering - - -
OZB - - -
Opbrengst volgens art. 12 norm 7.188 7.769 249
Opbrengst volgens tarief HIA 5.458 5.425 174
Vrije ruimte 1.730 2.343 75
Marktgelden 2 47 1
Begraafplaatsen - 0 0
Wabo 1.454 99 3
Burgerzaken 586 792 25
overige leges 133 85 3
Totaal vrije ruimte belastingen 5.298 4.372 140
Totaal weerstandsvermogen 26.536 36.704 1.176
(Incidenteel + Structureel)

Risicobeleid

In de Nota Reserves en Voorzieningen 2011 is het beleid voor het gewenste weerstandsvermogen vastgesteld. Om het gewenste niveau van het weerstandsvermogen te kunnen bepalen, is inzicht nodig in de weerstandscapaciteit die we als gevolg van de risico’s nodig hebben.

De doelstellingen voor het risicomanagement van de gemeente zijn:

  • Tijdig inzicht krijgen in de risico’s en het beheersen van deze risico’s.
  • Het beperken van de gevolgen van risico’s.
  • Het risicobewust maken, ter voorkoming van risico’s of het beperken van de gevolgschade.
  • De beoordeling van het weerstandsvermogen in het kader van de BBV.


Definitie: in dit kader gaat het om financiële risico’s. Dat wil zeggen: de mogelijkheid dat zich een gebeurtenis voordoet die de middelen voor het realiseren van onze doelen positief of negatief beïnvloedt. Het risico wordt daarbij geconcretiseerd met de formule ‘kans x impact’.

Risico´s met een regulier of structureel karakter hebben structurele maatregelen nodig. Denk bijvoorbeeld aan het afsluiten van verzekeringen, het treffen van voorzieningen, het inrichten van de administratieve organisatie en het aanpassen van beleid en de begroting. Tegenvallers met een structureel karakter kunnen we incidenteel opvangen met het weerstandsvermogen, maar ook daar hebben we structurele maatregelen voor nodig. Exploitatierisico´s die samenhangen met de recessie worden daarom (incidenteel) gerekend tot de risico´s die aanspraak maken op het weerstandsvermogen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het risico op lagere rijksbijdragen, bijstandsverlening of bouwleges. Het bepalen een risico is altijd een momentopname. Daarom moeten risico’s regelmatig worden herijkt – liefst binnen de P&C-cyclus.

Bij de inventarisatie van de risico’s in deze paragraaf betreft het de actuele risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen. Dit zijn risico’s:

  • die niet op een andere manier zijn te ondervangen;
  • die een financieel nadelig gevolg kunnen hebben;
  • die relevant zijn (lees: risico van materieel belang);
  • die met redelijke zekerheid zich gaan voordoen en
  • niet direct beïnvloedbaar zijn.


Voor de inventarisatie van de risico’s gelden de volgende criteria:

  • In het kader van het weerstandsvermogen zijn in principe alleen de financiële risico’s van toepassing waarvoor vooralsnog geen of onvoldoende beheersmaatregelen aanwezig zijn.
  • Voor invulling van het begrip ‘risico van materiële betekenis’ is gekozen voor een norm van 0,5% van de totale uitgaven van de gemeente, t.w. € 0,3 mln. Dus richten we ons op risico’s die redelijkerwijs een financiële impact kunnen hebben van € 0,3 miljoen of meer. Door clustering van een aantal kleinere risico’s binnen een programma, kan eventueel al te rigide hantering van het materialiteitsbegrip worden ondervangen.
  • Voor de beschouwing van de risico’s wordt een tijdshorizon gehanteerd van 4 jaar.

De risicoberekening

Per risico lichten we op hoofdlijnen toe wat het risico inhoudt. Vervolgens maken we op basis van de beschikbare informatie een inschatting over de omvang van het risico en de mate van zekerheid dat het risico zich gaat voordoen. De mate van zekerheid duiden we als volgt: zeer laag (10 procent), laag (30 procent), gemiddeld (50 procent) en hoog (80 procent). Daarnaast kijken we of het risico structurele of incidentele gevolgen heeft. Daar waar er structurele gevolgen zijn, moeten structurele beheersmaatregelen genomen worden als dit risico zich voordoet. Eventuele incidentele gevolgen kunnen we afzetten tegen incidentele beheersmaatregelen, zoals onder andere de reserves.

Risico verbonden partijen

Wij zijn gedeeld eigenaar van een aantal verbonden partijen. Daardoor lopen wij indirect ook risico's. Voor onze grote verbonden partijen maken we een inschatting welk risico wij als eigenaar in onze eigen risicoparagraaf moeten opnemen. Dit zijn:

  • De GRD: onze bijdrage is circa € 16 miljoen (5,5 procent) en 11 miljoen na aftrek doeluitkering inkomensvoorziening.
  • De OZHZ: onze bijdrage is circa € 430.000 (1,8 procent).
  • De VRZHZ: onze bijdrage is circa € 1,9 miljoen (5,1 procent).
  • De Dienst Gezondheid & Jeugd: onze inwonerbijdrage DGJ is zo’n € 1,7 miljoen (6,6 procent) en SOJ: onze bijdrage is circa € 7,3 miljoen (5,7 procent).
  • Drechtwerk, onze (verlies)bijdrage is circa € 240.000 (4 procent van de inwonerbijdragen).
  • Natuur- en recreatieschap IJsselmonde: onze bijdrage is circa € 215.000 (15,3%).

In de begrotingen van deze partijen zijn de risico’s niet altijd in cijfers uitgedrukt en zeker niet opgeteld tot een gewogen gemiddelde. Inhoudelijk zijn veel risico’s gerelateerd aan rijksmaatregelen en/of decentralisaties, vooral die op het gebied van sociale zekerheid en werkvoorziening. 

Specifiek risico
We moeten extra rekening houden met de (grote) tekorten die verwacht worden bij de SDD en de Serviceorganisatie van de DG&J. Met beide organisaties is afgesproken dat ze flink moeten bijsturen om de groeiende kosten in de hand te houden. Voor de netto kosten van de SDD en de kosten van de SOJ (samen € 18,3 miljoen) rekenen we daarbij met een extra risico van 10% incidenteel, met een hoge kans van optreden (80 procent) bovenop de al eerder meegetelde 10 procent van onze totale bijdrage.

Conclusie verbonden partijen
Wanneer we uitgaan van een maximaal structureel risico van 10 procent van onze (netto)bijdrage van € 22,8 miljoen met een hoge kans van optreden (80 procent) plus het specifieke risico, komen we op een risicopost van € 5,1 miljoen. De beheersmaatregel die we hierbij moeten nemen is: het actief bewaken van de ambtelijke en bestuurlijke overlegvormen.

Risico Grondexploitaties

Voor de grondbedrijfcomplexen geldt dat het niet alleen om negatieve, maar ook om positieve risico’s gaat. De begrote eindwaarde kan door marktrisico’s tenslotte zowel nadeliger als voordeliger uitvallen dan de prognose. Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden tot bijsturing, bijvoorbeeld in tempo en programmering. Ook eventuele subsidies kunnen een positief risico met zich meebrengen. Jaarlijks leggen we de risico’s van de lopende grondexploitaties aan de raad voor in de geactualiseerde GREX’en. In geval van een voorzien verlies wordt een 'voorziening' gevormd. Voor de algemene en specifieke risico’s zijn een Algemene Reserve Grondbedrijf gevormd, en een voorziening voor ons aandeel in het voorziene verlies De Volgerlanden. Grondexploitaties kennen algemene risico’s, zoals rente- en prijsmutaties, tijdsplanningen en afzetrisico’s. Ook zijn er specifieke projectrisico’s. Bovendien geldt dat de risico’s in zo’n GREX op basis van onderzoek zo goed mogelijk, maar enigszins voorzichtig worden geraamd. Hierdoor kunnen zowel voor- als nadelen optreden. Voor een uitgebreide toelichting op de GREX'en en risico’s verwijzen we naar de paragraaf Grondbeleid en de GREX'en zelf.

Volgerlanden
De concept GREX 2021 kent een klein negatief verwacht saldo op eindwaarde dat door een voorziening is afgedekt. Voor de komende drie jaar is een risicobuffer van € 2,8 miljoen met 90 procent zekerheid afdoende. Dit hebben we berekend op basis van de laatste actualisatie van de risico’s en de risicobeheersingsmethode die we gebruiken.

Ambachtsezoom
De concept GREX 2021 fase 1 (incl. fase 1a) kent met 90 procent zekerheid een verwacht positief resultaat van € 2,8 miljoen op contante waarde en een maximale risicobuffer van 2,0 miljoen.


Conclusie grondexploitaties
Om het gecombineerde risico te bepalen, moet ook rekening worden gehouden met het positieve resultaat van de Ambachtsezoom. Dat is nog niet in de boeken opgenomen. Het risico Volgerlanden plus het risico Ambachtsezoom, min het positieve resultaat Ambachtsezoom, resulteert in een gecombineerd risico van € 2,0 miljoen met een gemiddelde kans van optreden, oftewel 50 procent.

Risico Algemene uitkering en doeluitkering / decentralisaties

De effecten van rijksmaatregelen zijn voor de middellange termijn allerminst zeker. De macro-economische ontwikkelingen zijn moeilijk te voorspellen, laat staan de bestuurlijke vertaling van het Rijk naar de uitkeringen voor gemeenten en/of verdeelmodellen. Dat geldt in het bijzonder voor het sociale domein. 
Voor het sociaal domein (de decentralisaties) met hun kortingen zijn de effecten zorgwekkend, ondanks verschillende rapporten die onderbouwen dat het Rijk te weinig middelen beschikbaar stelt voor gemeenten. We zullen dit de komende periode actief monitoren.
Voor deze onderdelen geldt daarnaast dat steeds minder op basis van regionale solidariteit worden opgepakt. Anderzijds zijn de risico's van Verbonden Partijen ook al hiervoor meegenomen.

Daarnaast staat een grote herijking van het rekenmodel Algemene Uitkering, inclusief sociaal domein, op de planning die in 2023 van kracht moet worden. Volgens de allereerste cijfers zou onze gemeente voor deze herijking een zog. voordeel gemeente zijn. Er is echter een flinke landelijke discussie over dit verdeelmodel.

Specifiek risico
In de meicirculaire 2019 / septembercirculaire 2020 heeft het Rijk tijdelijk extra middelen voor Jeugdzorg ter beschikking gesteld tot en met het jaar 2022. Voor onze gemeente gaat het om € 0,5 miljoen. De middelen voor het jaar 2023 en daarna zijn nog onderwerp van nader onderzoek, maar de gemeenten mogen deze vooralsnog wel in hun meerjarenramingen meenemen. Een flinke onzekerheid dus.


Conclusie algemene uitkeringen en doeluitkeringen
In onze Kadernota anticiperen we zo goed mogelijk geanticipeerd op de plannen van Het Rijk, waaronder de taakstellingen. Dit geldt ook voor eventuele herverdelingseffecten. Voor deze risicoparagraaf houden we rekening met een nadelig structureel restrisico ter grootte van 5 procent van ons taakveld Algemene Uitkering. Dit is een bedrag van € 2,0 miljoen, met een gemiddelde kans van optreden, oftewel 50 procent. Voor het specifieke, structurele risico gaan we uit van € 0,5 miljoen met een grote kans, oftewel 80 procent. De beheersmaatregelen die we moeten nemen, zijn: het actief volgen van de Kadernota en de begroting, en deze bijsturen als dat nodig is.

Incidentele, algemene risico's

Naast de specifieke risico's kennen we ook incidentele, algemene risico's, zoals een beroep op onze achtergestelde garantieverstrekkingen. Deze bedragen in totaal circa € 110 miljoen. Ook een hogere loon- of prijsstijging dan geraamd valt hieronder: een omzet van circa € 105 miljoen (excl. mutaties reserves), inclusief GREX’en en verbonden partijen. De kans hierop wordt ingeschat op extreem laag, oftewel 1 procent.

Recapitulatie

De risico's van verbonden partijen en rijksuitkeringen zijn semi-structureel. Daarom hebben we deze tweemaal meegeteld in de totaaltelling.

SAMENVATTING (x € 1.000) JR2019 JR2020
Programma 1 - Sociaal, Welzijn en Educatie
Verbonden partijen 3.900 5.110
Programma 2 - Ruimtelijke Ordening, Economie en Wonen
Grondexploitaties 600 1.000
Programma 4. Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen
Algemene uitkering en overige rijksbijdragen 2.600 2.400
Algemeen 2.150
Totaal risico's 7.100 10.660
Weerstandscapaciteit 26.535 36.704
Weerstandsratio 3,7 3,4

Financiële kengetallen in relatie tot de financiële positie

Hierna wordt een overzicht gegeven van de (verplichte) financiële kengetallen. Volgens het gemeentelijk toezichtskader is hierin neutraal een schuldquote tussen 90 en 130%, solvabiliteit tussen 20 en 50%, rondexploitatie tussen 20 en 35%,  structurele ruimte van 0 en belastingcapaciteit tussen 95 en 105%.
Zoals bekend is onze schuldquote en ons aandeel "grondexploitatie" door onze relatief grote grondexploitatie Volgerlanden hoog (> 130% schuld). Maar in dit soort getallen komt de deelname in het risico door gemeente Zwijndrecht niet tot uitdrukking (n.b. voor onze gemeentegrootte is het aandeel 'grondexploitatie' gemiddeld 16%). Tegelijkertijd is zichtbaar dat door ons voorzichtige, solide financieel beleid de trend van alle financiële kengetallen positief is, dat geldt ook voor ons hiervoor berekende weerstandsratio.

Wanneer we de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie bekijken, kunnen we concluderen dat de gemeente financieel gezond is. Ook de trend is gunstig, de schuldquote daalt en de solvabiliteit stijgt. Dat wordt met name veroorzaakt door flinke verkopen (en dus minder projectfinanciering) in grex De Volgerlanden  enerzijds en de verkoop van onze Eneco aandelen anderzijds (toename reservepositie).

KENGETALLEN (x € 1.000) JR 2019 JR2020
Recapitulatie
Netto schuldquote 179% 95%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen 172% 90%
Solvabiliteitsratio 17% 29%
Grondexploitatie 121% 65%
Structurele exploitatieruimte 2% 2%
Belastingcapaciteit 109% 112%
1A. Netto schuldquote
Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 131.625 101.750
Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 20.000 15.758
Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 6.202 4.238
Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) - -
Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 8.400 7.759
Liquide middelen (cf art. 40 BBV) 11 13
Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) 2.390 1.255
Totale baten (excl. mutaties reserves) 82.306 119.205
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 179% 95%
minus vaste geldleningen Volgerlanden netto 106% 53%
1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 131.625 101.750
Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 20.000 15.758
Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 6.202 4.238
Financiële activa (cf. art. 36 lid b, c, d, e en f) 5.631 5.677
Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 8.400 7.759
Liquide middelen (cf art. 40 BBV) 11 13
Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) 2.390 1.255
Totale baten (excl. mutaties reserves) 82.306 119.205
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte 172% 90%
leningen (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%
2. Solvabliteitsratio
Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV) 34.462 51.962
Balanstotaal 197.520 179.342
Solvabiliteitratio (A/B) x 100% 17% 29%
3. Kengetal grondexploitatie
Niet in exploitatie genomen bouwgronden (art. 38a)
Bouwgronden in exploitatie (cf. art.38 lid b BBV) 99.522 77.825
Totale baten (excl. mutaties reserves) 82.306 119.205
Grondexploitatie (A+B)/C x 100% 121% 65%
4. Structurele exploitatieruimte
Totale structurele lasten excl alle reserves en incidenteel 73.757 94.493
Totale structurele baten excl alle reserves en incidenteel 75.129 96.169
Totale structurele toevoegingen reserves (tabel 7) - 111
Totale structurele onttrekkingen reserves (tabel 7) 55 420
Totale baten excl mutaties reserves C 82.306 119.205
Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E 1,7% 1,7%
5. Belastingcapaciteit
OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 304 308
Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 180 184
Afvalstoffenheffing voor een gezin 326 335
Eventuele heffingskorting 0 0
Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 810 827
Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 740 740
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor 109,4% 111,8%
Beleidsindicatoren programma 4
Formatie (fte per 1.000 inwoners) 2,69 2,68
Bezetting (fte per 1.000 inwoners) 2,51 2,51
Apparaatskosten (kosten per inwoner) 287 305,67
Externe inhuur excl VP (% van tot.loonkst + tot.inhuur) 16,1% 19,2%
Overhead (% van totale lasten excl toev.reserves) 6,8% 5,4%

2. Financiering

Inleiding

De financiering van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht wordt alleen benut voor de publieke taak. Het prudente beleid valt binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Centraal in deze wet staan transparantie en risicobeheersing. Om inzicht te geven in de wijze waarop de gemeente dit doet en beeld te geven van de stand van zaken wordt in deze paragraaf ingegaan op het risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financierings- en schuldpositie, het kasbeheer en de informatievoorziening.

Het op 8 december 2015 in werking getreden Financieringsstatuut, vormt het kader voor beleid en uitvoering van de treasuryfunctie van de gemeente. Afhankelijk van de hoogte en de verwachte duur van het liquiditeitstekort of –overschot, wordt vermogen tijdelijk of langdurig aangetrokken of uitgezet (Schatkist). Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat de kasgeldlimiet optimaal benut wordt en zoveel mogelijk kort vermogen wordt aangetrokken. In deze paragraaf staan de kas- en financieringsstromen centraal.

Rente ontwikkelingen

De rente op de kapitaalmarkt vertoonde over het algemeen in 2020 een constante neerwaartse lijn. De rente van een 10-jarige staatslening bedroeg begin januari 2020 ongeveer 0,21%, door het jaar heen zakte de rente geleidelijk waardoor het in december het niveau van ongeveer -/-0,26% bereikte. De 3-maands Euribor begon het jaar met een rente van circa -/- 0,39%. Door een geleidelijke daling bedroeg de 3-maands Euribor eind december 2020 ongeveer -/- 0,54%.

Vanuit Treasury SCD vindt monitoring van de renteontwikkelingen plaats en waar nodig in samenspraak met de gemeente gehandeld.

Bij het verstrekken van lange financiering berekenen banken liquiditeitsopslag bovenop de IRS-niveaus. Voor bijvoorbeeld een tienjarige lening bedroeg deze opslag eind 2020 circa 0,25 procent. Het afgelopen jaar heeft de renteontwikkeling het volgende beeld laten zien:

Leningen

De totale gemeentelijke langlopende leningenportefeuille valt in twee delen uiteen, te weten een deel voor de Algemene Dienst en een deel voor De Volgerlanden.  

verloop leningenportefeuilles        
    BIJ: AF:  
Portefeuille Stand per 1-1-2020 Nieuwe lening 2020 Aflossing 2020 Stand per 31-12-2020
Algemene Dienst € 71.625 € 12.500 € 32.375 € 51.750
De Volgerlanden € 60.000 - € 10.000 € 50.000
Totaal € 131.625 - € 29.875 € 101.750

Vanuit de ontvangen Eneco-middelen zijn 2 BNG fixe-leningen via een rente-afkoop afgelost en omgezet naar lineaire leningen naar langere looptijden. Dit betreft de leningen van € 5 miljoen tot 2027 met een rente van 4,017% en een lening van € 7,5 miljoen, lopend tot 2029 tegen 4.047%. Beide leningen zijn omgezet naar een 25-jarige lineaire modaliteit met een nieuwe rente van 0,47% respectievelijk 0,495%.

Als gevolg van de Enecoverkoop is de aflossing van een éénjarige lening van € 15 miljoen niet geherfinancierd. Mede daardoor is de schuldpositie van de Algemene Dienst in 2020 met € 20 miljoen verlaagd.

De aflossing van de leningen voor De Volgerlanden konden worden gedekt uit de grondverkopen in 2020.

De gemiddelde rente over de totale lening portefeuille bedroeg per eind 2020 0,95 procent (eind 2019: 1,11 procent). De lening portefeuille van de Algemene Dienst heeft een gemiddelde rente van 1,02 procent tegenover 1,31 procent per ultimo 2019.

Renterisico korte termijn: de kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet fido bedraagt deze limiet 8,5 procent van het totaal van de exploitatiebegroting. Gezien de omvang van de begroting 2020 (ca. € 85,37 miljoen) betekende dit dat de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht haar financiële huishouding voor maximaal ruim € 7,3 miljoen met kort geld mocht financieren. In de tabel hierna ziet u hoe het verloop van de kortlopende middelen ten opzichte van de kasgeldlimiet gedurende 2020 is verlopen.

In 2020 is de kasgeldlimiet alleen het eerste kwartaal overschreden. Dit is binnen de door de Wet fido toegestane maximaal drie kwartaaloverschrijdingen.

De ontvangst van de Eneco middelen gaf enkele maanden een positief liquiditeitensaldo te zien. Vanaf medio augustus zijn echter weer kasgeldleningen aangetrokken. Deze leningen waren gemiddeld bijna. € 10 miljoen groot tegen een negatieve rente van gemiddeld -0,40 procent.

Verloop kasgeldlimiet 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Limiet € 7.249 € 7.249 € 7.249 € 7.249
Gemiddeld netto vlottende schuld (+) of gemiddeld netto vlottend overschot (-) € 19.028 € 5.471- € 2.228 € 4.398
Ruimte (+) c.q. overschrijding (-) -11.779 12.720 5.021 2.851

Renterisico lange termijn: de rente risico norm

De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. Omdat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer dan 20 procent zijn van het begrotingstotaal. De renterisiconorm van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht bedroeg in 2020 € 17,0 miljoen. 

Uit de berekening komt naar voren dat de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht in 2020 de renterisiconorm feitelijk fors heeft overschreden. Deze overschrijding kent twee oorzaken:
• de aflossing van de in 2019 afgesloten fixe-lening van € 15 miljoen. Deze lening is eind juni 2019 aangetrokken als verplichte consolidatie van de gedurende enkele kwartalen (toegestane) overschreden kasgeldlimiet. Daarbij is bewust een keuze gemaakt voor twee kortlopende leningen van één en twee jaar van respectievelijk € 15 en € 12 miljoen. Dit omdat in deze periode de opbrengst van de verkochte Eneco-aandelen werd verwacht. Wanneer dan binnen de normen van de renterisiconorm zou zijn geopereerd, dan ontstond er een forse overliquiditeit hetgeen niet gewenst was.
• De omzetting van twee BNG fixe-leningen van totaal € 12,5 miljoen naar twee lineaire leningen tegen een lager rentepercentage (zie onderdeel Financiering). Formeel zijn de oorspronkelijke leningen afgelost, maar direct weer opgenomen. In de praktijk hebben er derhalve geen "echte" aflossingen conform de definitie van de renterisiconorm plaatsgevonden.

Rente Risico Norm (x € 1.000)
renterisico: Bedrag renteherzieningen € -
Bedrag aflossingen € 42.375
Totaal renterisico € 42.375
Renterisiconorm ca. € 85,3 miljoen x 20 procent € 17.055
Toets aan renterisiconorm Overschrijding € 25.320-

Kredietrisico's

De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht loopt kredietrisico op uitzettingen (o.a. verstrekte geldleningen) en leningen waarop door haar een borgstelling is afgegeven. Hieronder ziet u de werkelijke kredietrisico's van de gemeente in 2020.

Uitzettingen
Het totaalbedrag aan uitzettingen van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht per eind 2020 kan in hoofdlijnen als volgt worden gespecificeerd:
• Leningen aan woningcorporaties € 0,1 miljoen
• Woningfinancieringen gemeentepersoneel € 2,8 miljoen
• Lening aan ROM-D € 1,2 miljoen
• Veiligheidsregio ZHZ € 1,3 miljoen
• Startersleningen € 0,2 miljoen
Totaal € 5,6 miljoen


Garantstellingen
Daarnaast stond de gemeente per 31 december 2020 voor € 56,9 miljoen garant. Hiervan had € 46,4 miljoen (ofwel 82%) betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (indirecte borgstelling). Gezien de rond het WSW gebouwde zekerheidsstructuur is aan deze  garantstellingen een relatief laag risico verbonden.

Het bedrag aan directe borgstellingen bedroeg per eind 2020 € 10,5 miljoen. De belangrijkste directe borgstellingen worden gevormd door:
• HVC Alkmaar (1,38 procent-belang; ‘getrapt’ via GR Gevudo): € 8,5 miljoen
• Woningstichting Rhiant € 2,1 miljoen (1 lening).
Voor de specificatie van alle door de gemeente gewaarborgde leningen wordt verwezen naar de Staat van gewaarborgde geldleningen elders in deze jaarrekening.

Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico is het risico dat de gemeente vanwege een tekort aan geldmiddelen niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is dit risico beperkt, onder meer vanwege een met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) per 1 januari 2019 herziene kredietlimiet van € 8 miljoen.

Schatkistbankieren

Bij het verplicht schatkistbankieren mag de gemeente een bedrag van 0,75 procent van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. In 2020 was dat drempelbedrag 0,75% van €85,3 miljoen is (afgerond) € 640.000.
In 2020 waren de gemiddelde positieve banksaldi in de 4 kwartalen resp. €62.000; €615.000; €209.000 en €331.000. Hieruit blijkt dat in 2020 volledig binnen het drempelbedrag is gebleven.

Wanneer de gemeente het drempelbedrag overschrijdt dient het meerdere afgestort te worden in ’s Rijks Schatkist. Over dit saldo wordt op dit moment geen rente vergoed.

De in 2019 door de VNG-IPO-UVW gedane oproep tot vereenvoudiging van het verplichte schatkistbankieren, heeft in 2020 nog niet geleid tot een andere invulling van het schatkistbankieren.

Rentetoerekening

Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteren we een omslagrente, in de begroting was uitgegaan van 1,2 procent. De BBV-notitie rente schrijft voor dat indien de werkelijke rentelasten die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden door belast afwijken van de rentelasten die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, dan kan de gemeente besluiten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld indien deze afwijking groter is dan 25 procent. In 2020 was die afwijking ruim boven de 25%, zodat de renteomslag in de jaarrekening is gewijzigd naar 0,38%.

Berekening rente-omslag
Berekening rente omslag percentage over de stand per 31-12-2019 W 2020
Boekwaarde investeringen 186.716.157
- grex Volgerlanden en het voorzien verlies -76.431.570
A Totaal 110.284.587
AF: Boekwaarde investeringen niet in omslag betrekken
- financiering Rhiant, Rom-D ,Veil.regio, Won.fin.,Start.len. -5.631.641
- CAI projecten -318.184
- Noordoevers en Veerweg strategische verwervingen -
- overige Grexen -23.087.894
- boekwaarde vm gemeentewerf -
Totaal -29.037.719
B Boekwaarde waarover rente wordt verdeeld 81.246.868
Financiering:
Langlopende leningen AD 71.625.000
Reserves 34.463.985
Voorzieningen 5.230.897
C Totaal 111.319.882
D Financieringstekort + of overschot - (A-C) -1.035.295
Rentelasten:
Rente over eigen vermogen en voorzieningen -
Rente financieringstekort AD -43.369
Rente langlopende leningen AD 685.203
E Totale rentelasten 641.834
AF: Rente niet in omslag te betrekken:
- Rente financiering Rhiant, Rom-D ,Veil.regio, Won.fin.,Start.len. -128.121
- Rente strategische gronden Noordoevers -
- Rente aan Grexen -206.973
Totaal -335.094
F Te verdelen rente 306.740
Werkelijk percentage omslagrente is F/ B *100 0,38%
Afgerond percentage omslagrente begroting * 0,80%
* Vlgs de BBV mag percentage in begroting max 0,5% afwijken
Rentetoerekening
Taakveld Treasury
a Externe rentelasten over de korte en langlopende leningen 1.119.875
b Externe rentebaten -128.121
Saldo rentelasten 991.754
-
c1 Rente door te berekenen aan de grondexploitaties -206.973
c2 Rente projectfinanciering De Volgerlanden -478.041
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente 306.740
d1 Rente over het eigen vermogen - reserves -
d2 Rente over de voorzieningen -
Totaalraming van de aan taakvelden toe te rekenen rente 306.740
e Aan de taakvelden toe te rekenen rente d.m.v. rente omslag * -307.395
f Begroot renteresultaat op taakveld Treasury -655
Totale activa waarover rente berekend 81.246.868
0,38%
* Dit is exclusief het rentedeel over de deelnemingen. Alle kosten en baten inzake deelnemingen
worden verwerkt op het taakveld treasury maar ze tellen niet mee voor het resultaat op treasury
In de begroting 2020 na wijziging was gerekend met 0,8%. 649.975
De werkelijke rentekosten wijken >25% van de begrote rentekosten 112%
Daarom heeft er een herberekening plaatsgevonden van de toegerekende rentebedragen naar 0,38%

3. Lokale heffingen

Inleiding

Lokale heffingen kunnen we onderscheiden in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk binnen het werkterrein van de gemeente worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerende-zaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en precariobelasting. Deze heffingen zijn niet verbonden aan een inhoudelijk programma en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen.

Deze paragraaf heeft betrekking op beide heffingen. In het vervolg gaan wij achtereenvolgens in op:

  • Ontwikkelingen en rijksbeleid
  • Overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen
  • Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)
  • Overige lokale heffingen
  • Kwijtscheldingen

Ontwikkelingen en rijksbeleid

Vervangen macronorm OZB door benchmark lokale lasten
Tot en met 2019 gold de zogenoemde 'macronorm'. Dit was een afspraak tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Rijksoverheid over de maximale stijging van de landelijke opbrengst onroerende-zaakbelastingen (OZB). Met ingang van 2020 geldt een benchmark lokale lasten, waarin naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, moeten de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker worden. Ook moet de benchmark het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals stijging van de lasten, bevorderen. In de begroting 2021 is deze voor het eerst opgenomen. De evaluatie van deze benchmark staat gepland voor 2025.

Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten

Onderstaande tabel geeft een overzicht, ingedeeld naar algemene dekkingsmiddelen en gebonden heffingen, met de opbrengsten voor 2019 en 2020. Wij merken op dat de verschillen tussen 2020 ten opzichte van 2019 geen indicatie geven van de stijging of daling van de tarieven, maar van de totale opbrengst. Factoren zoals ontwikkelingen in de WOZ-waarde en areaaluitbreiding spelen hierbij eveneens een belangrijke rol.

Heffing Rekening 2019 Raming 2020 Rekening 2020 Resultaat 2020
Ongebonden heffingen
(algemene dekkingsmiddelen)
Onroerende-zaakbelastingen 5.458 5.353 5.425 72
Hondenbelasting 189 175 193 18
Precariobelasting 526 523 528 5
Subtotaal 6.173 6.051 6.146 95
Gebonden heffingen
Afvalstoffenheffing 3.649 3.764 3.750 -14
Rioolheffing 2.254 2.297 2.305 8
Lijkbezorgingsrechten 603 520 580 60
Bouwleges 1.027 564 1.227 663
Overige leges 508 501 422 -79
Marktgeld 44 46 32 -14
Subtotaal 8.085 7.692 8.316 624
TOTAAL 14.258 13.743 14.462 719

Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)

Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen het leeuwendeel van de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk.

In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van gemiddelde WOZ-waarde (de basis voor het berekenen van de OZB-aanslag) en de woonlasten voor meerpersoonshuis­houdens in euro’s weergegeven over de laatste jaren. Hier zijn voor de afvalstoffen- en de rioolheffing de voor dat jaar geldende tarieven opgenomen. De gemiddelde woonlast OZB is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage.  Bij de berekening van de woonlasten is uitgegaan van een eigen woning die wordt bewoond door een gezin.

 

  2016 2017 2018 2019 2020
Gemiddelde WOZ-waarde 214.000 220.000 234.000 255.000 280.000
OZB-eigenaar 307,73 305,36 302,33 306,51 310,24
Afvalstoffenheffing 315,12 315,12 321,36 326,16 334,56
Rioolheffing eigenaar 120,84 120,84 120,84 122,64 125,76
Rioolheffing gebruiker 56,16 56,16 56,16 56,88 58,32
Ontwikkeling lastendruk 800 797 801 812 829
% stijging t.o.v. vorig jaar   -0,3% 0,2% 1,4% 2,1%


Bij de begroting 2020 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd conform de Kadernota:

  • O.Z.B. :   2,6%
  • Afvalstoffenheffing:  2,6%
  • Rioolheffing:  2,6%

 

Onroerende-zaakbelastingen (OZB)
De onroerende-zaakbelastingen (OZB) genereren veruit het grootste deel van de gemeentelijke belastingopbrengst. De OZB bestaat uit drie verschillende belastingen: een eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De raad bepaalt met het vaststellen van de begroting de totale opbrengst van deze heffing.

De heffingsgrondslag voor de OZB is de totale WOZ-waarde van de onroerende zaken, oftewel de WOZ-capaciteit. Deze wordt vastgesteld volgens de regels van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor 2020 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2019. Door de geraamde opbrengst te delen door de WOZ-capaciteit ontstaat het tarief en daarmee het bedrag dat de belastingplichtigen moeten betalen.

De OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde van de onroerende zaak.

  2016 2017 2018 2019 2020
Eigenaar woning 0,1438 0,1338 0,1292 0,1202 0,1108
Eigenaar niet-woning 0,2773 0,2661 0,2579 0,2507 0,2579
Gebruiker niet-woning 0,2227 0,2136 0,2073 0,1985 0,2039

 

Afvalstoffenheffing
Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten terzake.


De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (x € 1):

  2016 2017 2018 2019 2020
Meerpersoons 315,12 315,12 321,36 326,16 334,56
Eenpersoons 221,76 221,76 226,20 229,56 235,44
Stijging   0,0% 2,0% 1,5% 2,6%

 

Rioolheffing
Rioolheffing is een vergoeding ter dekking van kosten die gemeenten maken voor haar rioolstelsel. Ook de kosten van de wettelijke watertaken, zoals zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand kunnen hiermee bekostigd worden. Welke kosten via de rioolheffing worden verhaald wordt in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld.

De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (x € 1):

  2016 2017 2018 2019 2020
Eigendom 120,84 120,84 120,84 122,64 125,76
Gebruik meerpersoons 56,16 56,16 56,16 56,88 58,32
Gebruik eenpersoons 28,08 28,08 28,08 28,44 29,16
Stijging   0,0% 0,0% 1,4% 2,5%

Hendrik-Ido-Ambacht heft van eigenaren van panden een vast bedrag per jaar, hierbij is 1 januari bepalend. Ook van gebruikers van panden wordt rioolheffing geheven. Eenpersoonshuishoudens betalen de helft van een meerpersoonshuishouden.

Vergelijking andere gemeenten

Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen.

Vergelijking van woonlasten kan worden gemaakt met de Drechtstedengemeenten. Deze is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2019 op www.coelo.nl en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden weer. De woonlasten in 2020 in Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht laten zich samenvatten in onderstaand schema (x € 1).

Gemeente Gemiddelde tarief OZB Rioolheffing Afvalstoffen Totaal Rangnr.
WOZ-waarde OZB eigenaar eig/gebr heffing meerp.huish.
Sliedrecht 216.000 0,0879 190 236 246 672 31
Papendrecht 237.000 0,1128 268 141 296 705 58
Dordrecht 206.000 0,1089 225 194 286 705 59
Alblasserdam 235.000 0,1134 266 159 358 783 169
Hendrik-Ido-Ambacht 278.000 0,1108 308 184 335 827 241
Hardinxveld-G'dam 255.000 0,1199 306 231 292 829 246
Zwijndrecht* 216.000 0,1127 244 302 380 904 323
Landelijk gemiddelde 286.000 0,1102 294 199 283 776
De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten
* Voor Zwijndrecht is het totaalbedrag verlaagd met € 22 wegens een tegemoetkoming in de woonlasten

Berekening kostendekking

Hieronder een overzicht van de kostendekkendheid.

riool afval begraven markt bouwleges burgerzk overig
Kosten taakveld incl kwijtschelding 1.378.028 4.232.703 521.523 66.936 731.496 943.053 110.073
mutatie reserve 704.108 - -70.874 - - - -
Inkomsten excl. heffingen -500 -301.553 -91.969 -8.314 - - -
Netto kosten taakveld 2.081.636 3.931.150 358.679 58.622 731.496 943.053 110.073
Overige toe te rekenen kosten: - - - - - - -
Overhead 99.690 91.448 121.735 8.612 570.456 142.165 98.860
b.t.w. 123.758 734.661 7.712 11.137 23.288 4.179 -
Totale kosten (a) 2.305.084 4.757.259 488.126 78.371 1.325.240 1.089.397 208.933
Opbrengst heffingen (b) 2.305.084 3.750.297 488.126 31.670 1.226.602 297.646 124.231
Onbenut 0 1.006.963 0 46.701 98.638 791.751 84.702
Dekking (b/a*100) 100% 79% 100% 40% 93% 27% 59%

Kwijtschelding

Als een belastingplichtige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken, dat deze inkomensgrens wordt verruimd naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats.
Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst. Het doel hiervan is om zo de administratieve lasten voor de burger te verminderen.

Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend.

In 2020 is voor de volgende bedragen kwijtschelding verleend:

x € 1.000 Werkelijk 2019 Begroting 2020 Werkelijk 2020
Afvalstoffenheffing 125 134 123
Rioolheffing 20 23 19
Totaal 145 157 142

4. Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Wegen, riolering, water, openbaar groen, gebouwen en afvalinzamelvoorzieningen vormen niet alleen belangrijke schakels in de gemeentelijke infrastructuur, maar leveren ook een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de gemeente. Ze hebben daarmee waarde voor de bereikbaarheid, de economie, de omgevingskwaliteit en de veiligheid. Om die waarde duurzaam en efficiënt in stand te houden, is een systematisch en planmatig beheer noodzakelijk. Het beheer is dan ook gericht op het duurzaam in stand houden van de gemeentelijke voorzieningen. Dit houdt in dat we kapitaalgoederen op een zodanige manier onderhouden dat tegen zo beperkt mogelijke kosten de voorzieningen voortdurend goed functioneren en er geen kapitaalvernietiging
plaatsvindt. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is dat de veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte op voldoende wijze gewaarborgd blijven en daar waar mogelijk een vorm van burgerparticipatie wordt ingebouwd.Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), artikel 12, lid 2, moet in de begroting over het onderhoud van kapitaalgoederen worden aangegeven:

1. het actueel beleidskader (met betrekking tot beheerplannen: wanneer vastgesteld of
geactualiseerd);
2. het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau;
3. de vertaling van de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau in de
begroting.
Voor het beheer zijn beheersystemen beschikbaar om de beheertaak te ondersteunen en om goede financiële ramingen te maken. De beheersystemen hebben als doel het beheer binnen vastgestelde kwalitatieve normen zo effectief en efficiënt mogelijk in te richten. Dat betekent: op het aan te houden kwaliteitsniveau gerichte maatregelen op de juiste plaats en op de juiste momenten tegen de laagst mogelijke kosten. Bij het bepalen van prioriteiten worden risico's afgewogen. In de beleidsplannen worden alle afwegingen en de consequenties daarvan inzichtelijk gemaakt. Op deze wijze komen wij tot effectief en efficiënt beheer. Leidend voor het daadwerkelijke onderhoudsprogramma zijn de resultaten van de jaarlijkse inspecties van kapitaalgoederen. Voor de financiële aspecten van het beheer wordt verwezen naar de programma's (met name "3. Buitenruimte") en de staat 'reserves en voorzieningen' (reserve Wegen en voorziening Riolering).

Groot onderhoud

Om ervoor te zorgen dat de veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte gewaarborgd blijft, is het noodzakelijk om voor de diverse disciplines grootschalig onderhoud uit te voeren. De uitvoering van deze projecten moet jaarlijks binnen de beschikbare onderhouds- en investeringsbudgetten plaatsvinden. Voor de geplande werkzaamheden wordt uitgegaan van het vastgestelde Beleidsplan Wegen en GRP. Leidend voor het onderhoudsprogramma zijn de resultaten van de jaarlijkse inspecties van kapitaalgoederen.

Kapitaalgoederen

In onderstaand overzicht zijn de actuele beleid- en beheerplannen weergegeven. In de beleidsplannen zijn de kaders en ambities opgenomen. De beheerplannen geven de wijze aan waarop het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd. In onderstaand overzicht is te zien dat een aantal beheerplannen niet geactualiseerd zijn aan het einde van de planperiode.
Deze achterstand is veroorzaakt door het feit dat wij al enkele jaren bezig zijn met het implementeren van een nieuw beheersysteem. Voor de implementatie moeten de gegevens vanuit het oude beheersysteem geconverteerd worden naar het nieuwe beheersysteem. De gegevens vanuit het nieuwe beheersysteem vormen de basis voor de beheerplannen. De verwachting is dat de implementatie van het nieuwe beheersysteem in 2021 volledig wordt afgerond. De actualisatie van de betreffende beheerplannen staat daarom gepland in 2021. De vertraging van de actualisatie heeft geen directe impact op het beheer. De methodiek van beheer, inclusief inspecties, is uitgevoerd volgens de laatste beheerplannen.

Onderdeel openbare ruimte Beleid- en beheerplan Vastgesteld Planning/ actualisering
1. Wegen Beleidsplan wegenbeheer 2013-2023 13-5-2013 2023
Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan 2009-2020 inclusief parkeernota 7-12-2009 2021
Beleidsplan openbare verlichting 2020-2024 7-10-2019 2024
Beheerplan openbare verlichting 2015-2019 7-9-2015 2021
 Beleidsplan infrastructurele kunstwerken 2015-2023  12-01-2017 2023
 Beleidsplan verkeersvoorzieningen 2015-2023  25-08-2015 2023
 Beheerplan verkeersvoorzieningen 2015-2019 25-08-2015 2021
 Beleidsplan straatmeubilair 2015-2023 25-08-2015 2023
Beheerplan straatmeubilair 2013-2019 25-8-2015 2021
2. Riolering Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2019-2023 3-12-2018 2023
3. Water Baggerplan 2019 8-7-2019 2024
Beheer- en onderhoudsplan oeverbeschermingen 2018-2026 5-3-2018 2026
4. Openbaar groen Beeldkwaliteitsplan Groen 2015-2019 1-12-2016 2021
Beleidsplan bomen 2019-2033 3-12-2018 2033
Groenstructuurplan 2013- 2023 21-5-2013 2023
Beleidsplan begraafplaatsen 2020-2030 2-3-2020 2030
Beheerplan begraafplaatsen 2009-2014 17-3-2008 2021
Speelruimteplan 2020-2030 15-6-2020 2030
Beheerplan speelvoorzieningen 2015-2019 24-11-2015 2021
5. Gebouwen Gebouwenbeheerplan 2012-2021 27-5-2014 2021
6. Afvalinzameling Grondstoffenbeleidsplan 2019-2023 4-9-2019 2023
Zwerfafval- uitvoeringsplan 2019-2023 2-7-2019 2023

Kerncijfers

 

Onderwerp  Kerncijfers 2020
Wegen

Totaal areaal

1.500.722 m2
 

Asfalt

411.835 m2

 

Elementen

1.080.331 m2

 

Half verharding (wandelpaden)

8.556 m2

Kunstwerken

Bruggen en onderdoorgangen (tunnels)

93

 

Overige kunstwerken

196

Riolering

Vrijverval riolering

  • gemengd riool: 57 km
  • vuilwaterriool: 51 km
  • regenwaterriool: 66 km
  • drainage: 13km
  • totaal: 188 km
 

Rioolgemalen

  • rioolgemalen: 27
  • in beheer van het waterschap: 2
 

Drukrioleringen

  • pompunits: 123
  • drukriolering: 26 km
 

Peilbuizen

33

 

Lengte watergangen

31 km

 

Aantal bomen

12.717

 

Gazon

761.561 m2 (incl. bermen)

 

Plantsoen

259.035 m2

Gebouwen

Aantal gebouwen in onderhoud

14

 

Aantal molsystemen (ondergrondse afval inzamelsysteem)

704

 

Aantal afvalbakken

510

Onderwerp Kerncijfers 2020
Wegen Totaal areaal
1.500.722 m2
Asfalt
411.835 m2
Elementen
1.080.331 m2
Half verharding (wandelpaden)
8.556 m2
Kunstwerken Bruggen en onderdoorgangen (tunnels)
93
Overige kunstwerken
196
Riolering Vrijverval riolering
gemengd riool: 57 km
vuilwaterriool: 51 km
regenwaterriool: 66 km
drainage: 13 km
totaal: 188 km
Rioolgemalen
rioolgemalen: 27
in beheer van het waterschap: 2
Drukrioleringen
pompunits: 123
drukriolering: 26 km
Peilbuizen
33
Lengte watergangen
31 km
Groen Aantal bomen
12.717
Gazon
761.561 m2 (incl. bermen)
Plantsoen
259.035 m2
Aantal speelplekken
126
Gebouwen Aantal gebouwen in onderhoud
14
Afval Aantal molsystemen (ondergrondse afval inzamelsysteem)
704
Aantal afvalbakken
510

Budgetten

(x1.000) 2020 2021 2022 2023

Riolering: onderhoud

715 774 844 730

Infrastructurele werken: onderhoud

111 112 112 114
Openbare Verlichting: onderhoud 179 184 185 191
Wegen, straten en pleinen: onderhoud 2.251 2.276 2.284 2.313
Waterwegen: onderhoud 251 312 383 268
Openbaar groen: onderhoud 1.308 1.323 1.328 1.346
         
Reserves & voorzieningen (per 1 jan.)        
Egalisatiereserve wegbeheer 650 520 390 390
Voorziening riolering 5.616 6.259 6.393 6.602
(x€ 1.000) 2020 2021 2022 2023
Riolering: onderhoud 715 774 844 730
Infrastructurele werken: onderhoud 111 112 112 114
Openbare Verlichting: onderhoud 179 184 185 191
Wegen, straten en pleinen: onderhoud 2.251 2.276 2.284 2.313
Waterwegen: onderhoud 251 312 383 268
Openbaar groen: onderhoud 1.308 1.323 1.328 1.346
Reserves & voorzieningen (per 1 jan.) 2020 2021 2022 2023
Egalisatiereserve wegbeheer 650 520 390 390
Voorziening riolering 5.616 5.635 5.864 5.972
Bestemmingsreserve riolering 0 600 1.000 1.000

1. Wegen

1.A Wegenbeheer
Wat hebben we in 2020 gedaan?
In 2020 zijn de volgende onderhoudsprojecten gerealiseerd:
• Laan van Welhorst;
• Achterambachtseweg (toegangspad);
• Soeteliefskamp;
• Perengaarde;
• voorterrein zwembad;
• Bekensteijn (asfaltpaden);
• De Raadtweg en gedeelte Van Kijfhoekstraat.
Eind 2020 hebben we opdracht gegeven voor een inspectie van het complete wegenareaal. Begin
2021 hebben we een actueel beeld van staat van onderhoud van de wegen.
Beleidskader
Het uitgangspunt van het wegbeheer is het in 2013 vastgestelde ‘Beleidsplan Wegen 2013-2023’.
Als prioriteit wordt in begaanbaarheid en uit te voeren onderhoud aangehouden: het trottoir of het
voetpad, het fietspad en vervolgens de straat en parkeervakken. Met dit uitgangspunt worden

onderhoudswerkzaamheden aan elementenverhardingen van straten en parkeervakken met ruimere
tussenpozen uitgevoerd dan van trottoirs en fietspaden.
Financieel kader
Voor groot onderhoud wegen is een bedrag van € 1,7 miljoen begroot en hiervan is € 1,4 miljoen
uitgegeven. Het verschil wordt toegevoegd aan de reserve wegbeheer.
Egalisatiereserve wegbeheer
Op 31 december 2020 heeft de reserve wegbeheer een saldo van circa € 1,5 mln. Conform het
vastgestelde ‘Beleidsplan Wegen 2013-2023’, wordt jaarlijks een bedrag uit de egalisatiereserve
onttrokken en besteed als gedeeltelijke dekking voor het tekort op wegonderhoud. Ontwikkelingen
Vanuit de VINEX-locatie De Volgerlanden komt de komende jaren een aantal wegvakken voor
overdracht naar de Algemene Dienst in aanmerking . Dit in samenhang met de voortgaande
ontwikkeling van deze uitbreiding

1.B Verkeer en vervoer
Wat hebben we in 2020 gedaan?
In 2020 voerden we de volgende verkeersprojecten uit:
• Reconstructie Kerkstraat;
• Realisatie en inrichting van de omgeving van de scholen Kruiswiel (Willem de Zwijger en
Wilhelmina school) met aanpassing IJdenhove;
• Aanpassing rotonde Laan van Welhorst – Sophialaan (verlegging van fietspadaansluiting om
verkeersveiligheid te verbeteren).
Beleidskader
In 2009 zijn in het kader van Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan (GVVP) voorkeurstructuren
vastgesteld voor gemotoriseerd verkeer, openbaar vervoer en langzaam verkeer.
Omdat het GVVP een looptijd heeft tot 2020 wordt het GVVP in 2021 geactualiseerd.
Financieel kader
Voor kleine verkeerstechnische aanpassingen is er een bedrag geraamd van zo'n € 0,1 miljoen en
dit bedrag is ook werkelijk uitgegeven.

1. C Openbare verlichting
Wat hebben we in 2020 gedaan?
In 2020 is de openbare verlichting vervangen bij de uitvoering van de projecten IJdenhoven en
Noordeinde.
Beleidskader
In het beleidsplan Openbare Verlichting 2020-2024 zijn de kaders vastgelegd voor het in stand
houden en verduurzamen van de openbare verlichting.
Financieel kader
Voor beheer en onderhoud lichtobjecten is een bedrag van € 0,2 miljoen begroot en dit is ook
werkelijk uitgegeven.
Ontwikkelingen
Het beleidsplan gaat in op het verduurzamen van de openbare verlichting door het toepassen van
LED verlichting en het dimmen van verlichting op tijdstippen waarop er weinig verkeer is. Ook
wordt bij vervanging van masten en armaturen de infrastructuur voorbereid om toekomstige
ontwikkelingen op het gebied van slim beheer en nieuwe functionaliteiten mogelijk te maken.
1.D Infrastructurele kunstwerken
Wat hebben we in 2020 gedaan?
In 2020 hebben we een grootschalige inspectie naar de technische staat van onze infrastructurele
kunstwerken conform NEN-2767 afgerond. Hierna hebben we aan de hand van de resultaten de
volgende infrastructurele kunstwerken gerestaureerd:
• Brug Aalborg Haackslaan;
• Brug Agnes Bartoutslaan;
• Hekwerk Nibbeinkstraat;
• Hekwerk Weteringsingel;
• Trap Halfweg;
• Trap Hooftwijk;
• Trap Onderdijkserijweg;
• Visvlonder Hoge Kade;
• Start damwand restauratie Baxpark/gemeentehuis.
Beleidskader
Het huidige beleid is erop gericht de kunstwerken op het kwaliteitsniveau ‘basis’ te onderhouden.
Bij het beheer heeft het voorkomen van gevaarlijke situaties eerste prioriteit. Tweede prioriteit is
zorg dragen voor het goed functioneren van de voorzieningen, gevolgd door het wegwerken van
eventueel achterstallig onderhoud
Financieel kader
Voor beheer en onderhoud infrastructurele kunstwerken is een bedrag van € 0,1 miljoen begroot en
dit is werkelijk uitgegeven.

1.E Verkeersvoorzieningen
Wat hebben we in 2020 gedaan?
In 2020 zijn werkzaamheden uitgevoerd voor verkeersvoorzieningen tijdens de projecten
Kerkstraat, voorterrein zwembad, Laan van Welhorst en de IJdenhove.
Beleidskader
De verkeersvoorzieningen worden op het basisniveau onderhouden, waarbij niet meer wordt
uitgegaan van een kwaliteitsdifferentiatie per gebied. Reden hiervoor is dat verkeersvoorzieningen
qua plaatsing, beheer en onderhoud moeten voldoen aan wettelijke bepalingen en landelijke
richtlijnen. In het beheerplan zijn uitgangspunten voor de verkeersvoorzieningen geformuleerd.
Financieel kader
Voor klein onderhoud wegen is een bedrag geraamd van zo'n € 0,2 miljoen en dit is bedrag is ook
werkelijk uitgegeven.

1.F Straatmeubilair
Wat hebben we in 2020 gedaan?
In 2020 is het straatmeubilair vervangen tijdens de projecten Kerkstraat, voorterrein zwembad en
de IJdenhove.
Beleidskader
Straatmeubilair, zoals banken, afvalbakken, fietsenstallingen en abri’s, is een wezenlijk onderdeel
van de openbare ruimte. Op basis van de landelijke wetgeving en richtlijnen worden de
betreffende voorzieningen in de openbare ruimte onderhouden op het kwaliteitsniveau ‘basis’.
Financieel kader
In 2020 is een bedrag geraamd van € 0,01 miljoen en iets meer dan dit bedrag is ook werkelijk
uitgegeven.

2. Riolering

Wat hebben we in 2020 gedaan?
In 2020 hebben we de riolering vervangen in de wijk Kruiswiel en het rioolproject Hoge Kade
afgerond. Verder hebben we rioolinspecties uitgevoerd en schades hersteld en onderhoud gepleegd
aan onze pompen en gemalen. Ook hebben we gewerkt aan onze opgave op het gebied van
klimaat.
Beleidskader
In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) zijn de wettelijke zorgplichten afvalwater, hemelwater
en grondwater met de daarvoor benodigde middelen uitgewerkt.
Het functioneren van de riolering en gemalen wordt onder andere gewaarborgd door het plegen
van vervanging en onderhoud. Door het beheer en onderhoud planmatig uit te voeren en af te
stemmen met andere werken in de openbare ruimte, wordt dit zo efficiënt mogelijk gerealiseerd.
Financieel kader
Voor onderhoud riolering is een bedrag van € 0,2 miljoen begroot en dit is ook werkelijk
uitgegeven.
Ontwikkelingen
In 2020 hebben wij het traject Bestuursakkoord Water afgerond. Samen met de gemeenten
Dordrecht, Zwijndrecht, Alblasserdam en het waterschap Hollandse Delta hebben we
kostenbesparingen gerealiseerd en de kwetsbaarheid verminderd door kennisuitwisseling
en samenwerking.
In maart 2020 is met het waterschap Hollandse Delta een nieuw afvalwaterakkoord afgesloten.
Hierin staan afspraken over het zuiveren van het rioolwater op een zo duurzaam mogelijke wijze
en tegen zo laag mogelijke kosten.
Klimaatadaptatie
Duidelijk is dat het klimaat verandert. De zomers worden heter en de kans op extreme neerslag
wordt steeds groter. Daarom hebben we in 2020 gewerkt aan de vormgeving van klimaatadaptatie
in onze gemeente. Om de kansen te benutten is klimaatadaptatie verder uitgewerkt bij stedelijke
ontwikkeling en herstructurering van bestaande gebieden. Het gaat daarbij om 4 thema's: droogte,
hittestress, wateroverlast en waterveiligheid. Met diverse belanghebbenden, zoals
woningbouwcoöperaties zijn risicodialogen gevoerd. Afstemming heeft plaatsgevonden met het
actieplan duurzaamheid.
Voorziening riolering
De voorziening riolering heeft als doel het gelijkmatig verdelen van kosten in de tijd om
tariefschommelingen te voorkomen. De voorziening wordt gevoed met het verschil tussen de
jaarlijkse exploitatiekosten van de riolering en de inkomsten uit rioolheffing. De omvang van de
voorziening per 31 december 2020 is circa € 5,6 miljoen.
Bestemmingsreserve riolering
In deze bestemmingsreserve zijn de precariogelden van 2018, 2019 en 2020 gestort van in totaal € 0,6 miljoen. 

3. Water

Wat hebben we in 2020 gedaan?
Op het gebied van waterbeheer hebben wij diverse plannen zoals het Baggerplan en het Beheer- en
onderhoudsplan oeverbeschermingen. In het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is de
koppeling met waterbeheer opgenomen. Het onderhoud aan de watergangen is in 2020 conform
deze plannen uitgevoerd.
Beleidskader
Het baggeren en het daaraan ten grondslag liggende baggerplan is een belangrijke schakel in de
gemeentelijke waterketen. Het baggerplan geeft inzicht in de beheeractiviteiten op het gebied van
baggeren die nodig zijn om de watergangen op diepte te houden.
Het feitelijke baggerwerk wordt zowel door onze gemeente als door het waterschap Hollandse
Delta uitgevoerd, afhankelijk van de onderhoudsverplichting van de watergangen. Daarnaast
bestaat de verplichting om deze wateren periodiek vrij te maken van los vuil en waterplanten.
Aan de hand van ons Beheer- en Onderhoudsplan Oeverbescherming 2018-2026 voert onze
gemeente het beheer en onderhoud aan de oevers op een structurele wijze uit.
Financieel kader
Voor baggeren is een bedrag van € 0,2 miljoen begroot en hiervan is € 0,1 miljoen werkelijk
uitgegeven. Het verschil tussen begrote en werkelijke kosten is gestort in de reserve baggeren.
Deze kosten verschuiven naar 2021.
Egalisatiereserve baggeren
De egalisatiereserve baggeren wordt ingezet om overschotten en tekorten op te vangen. Op 31-12-
2020 bedraagt de egalisatiereserve € 0,2 miljoen.

4. Groen

4.A Groenstructuurplan
Wat hebben we in 2020 gedaan?
In 2020 hebben we een inventarisatie en financiële doorrekening gemaakt van het openbaar groen.
Hieruit kwam naar voren dat de kwaliteit van het groen niet voldoet aan de vastgestelde
beleidskaders. Dit is veroorzaakt doordat er de afgelopen jaren onvoldoende financiële middelen
beschikbaar waren om renovaties uit te kunnen voeren. Daarnaast bleek dat voor het reguliere
beheer en onderhoud onvoldoende financiële middelen beschikbaar waren. De raad heeft in 2020
voor de jaren 2021 en 2022 de middelen beschikbaar gesteld om de achterstanden weg te kunnen
werken.
In 2020 hebben we nieuwe bomen aangeplant en een aantal groenvakken gerenoveerd. Het betreft
renovatie van het groen in de Brederodehof, de Tesselschadestraat en het Leonia A. Spoor-van
Ticheltplantsoen. Nieuwe bomen zijn geplant op verschillende locaties in Hendrik-Ido-Ambacht.
Ook zijn vele bomen ingeboet, incl. groeiplaatsverbetering.
Beleidskader
De Groenstructuurvisie voor de gemeente is vastgesteld in het Groenstructuurplan (2013). In het
Groenstructuurplan is onze gemeente in drie onderhoudszones verdeeld. Het Groenstructuurplan
vormt het beleidsmatige kader om te komen tot een gestructureerd groenbeleid.
De visie op de gewenste visuele kwaliteit van de groenvoorzieningen in de openbare ruimte is
vastgesteld in het Beeldkwaliteitsplan Groen. Het Beeldkwaliteitsplan geeft weer wat het
onderhoudsniveau is van het groen; met andere woorden welke kwaliteit wordt nagestreefd.
De gemeente voert het beheer en onderhoud aan de oevers op een structurele wijze uit.
Financieel kader
Voor onderhoud groen is een bedrag van € 1,8 miljoen begroot en dit bedrag is ook werkelijk
uitgegeven.
Bomenbestand
Het actuele bomenbestand bestaat op 1 december 2020 uit 12.717 exemplaren. Vanuit de "opgave
500 bomen" planten we tot begin 2022 500 extra bomen. Hiervan is een groot aantal reeds in het
voorjaar 2021 gerealiseerd. In 2019 is gestart met het plantmatig onderhoud van bomen waarbij
de jaarlijkse boomveiligheidsinspectie leidend is. Hiermee wordt invulling gegeven aan de
zorgplicht en worden kosten inzichtelijk en beter beheersbaar. In het verleden verwijderde bomen
zijn niet altijd vervangen wat zorgt voor een vertekend beeld t.a.v. de aantallen.
Ontwikkelingen
Bij de aanplant van nieuwe bomen kijken we steeds meer naar de toekomstwaarde van de locatie 
en de boomsoort (de juiste boom op de juiste plek). Ook wordt gekeken naar de bijdrage aan
biodiversiteit en ecosysteemdiensten. Thema's die steeds belangrijker worden in bij het inrichten
en beheren van de openbare ruimte.
4.B Begraafplaatsen
Wat hebben we in 2020 gedaan?
In 2020 is het nieuwe begraafplaatsenbeleidsplan 2020-2030 vastgesteld. Het nieuwe beleidsplan
heeft als doelstelling het realiseren van toekomstbestendige begraafplaatsen. Het uitgangspunt is
dat we begraven toegankelijk en betaalbaar houden. Om een toekomstbestendige begraafplaats te
realiseren, is in het beleidsplan beschreven hoe de gemeente zorgt voor voldoende grafcapaciteit
voor de komende jaren, omgaat met trends en ontwikkelingen in de lijkbezorging en toewerkt
naar een meer kostendekkende begraafplaats.
Beleidskader
In het Beeldkwaliteitsplan Groen is aangegeven dat vanwege de bijzondere functie van de
begraafplaatsen deze binnen de representatieve zone vallen. Daarom worden de begraafplaatsen
op kwaliteitsniveau A onderhouden. Het beleidsplan begraafplaatsen 2020-2030 geeft de verdere
uitgangspunten van de komende jaren weer. In 2020 is gestart met een onderhoudsvoorziening van
de begraafplaatsen en de onttrekkingen op basis van een meerjarig onderhoudsplan vorm te geven.
Financieel kader
Voor onderhoud begraafplaatsen is een bedrag van € 0,1 miljoen begroot en dit is ook werkelijk
uitgegeven.
Egalisatiereserve begraafplaatsen
De egalisatiereserve van de begraafplaatsen wordt ingezet om tekorten op het taakveld
begraafplaatsen op te vangen. In 2022 is de reserve leeg en wordt deze opgeheven.
Op december 2020 heeft de reserve begraafplaatsen een saldo van circa € 0,35 mln.
Ontwikkelingen/activiteiten
In het kader van participatie blijven we de ervaringen van nabestaanden en
uitvaartondernemers monitoren om daar in de toekomst op te anticiperen.

4.C. Speelvoorzieningen
Wat hebben we in 2020 gedaan?
Na het opstellen en het laten vaststellen van het nieuwe beleid in 2020 hebben we een
uitvoeringsplan gemaakt voor 2021. Hierin is opgenomen hoe de gelden voor 2021-2022 worden
besteed. In het uitvoeringsplan zijn 14 speelplekken vastgesteld die we in 2021 en 2022
vervangen.
Beleidskader
Het Speelruimteplan is in 2020 geactualiseerd. Het nieuwe beleid is gebaseerd op de input van
ouders/verzorgers, kinderen, jongeren en de gehandicaptenadviesraad. Op basis van deze input
zijn de randvoorwaarden en uitvoeringskaders bepaald voor de herinrichting van speelplekken voor
de komende tien jaar. Op basis van de uitgangspunten van het beleidsplan wordt elke twee jaar
een vervangingsplan opgesteld waarin zeven speelplekken per jaar worden gerenoveerd.
In het Beheerplan speelvoorzieningen zijn de technische uitgangspunten voor het onderhoud
uitgewerkt zoals eisen aan materiaalgebruik en valondergronden. Het Beheerplan
speelvoorzieningen wordt in 2021 geactualiseerd.
Financieel kader
De jaarlijkse beheer- en onderhoudskosten zijn € 0,1 miljoen en hiervan is ongeveer de helft
uitgegeven. Dit komt door vertraging in de levering van verschillende speeltoestellen.

5. Gebouwenbeheer

Wat hebben we in 2020 gedaan?
We hebben de school aan de Willem de Zwijgerstraat gesloopt om plaats te maken voor nieuwe
appartementen. Voor alle schoolgebouwen hebben we een Integraal Huisvestingsplan vastgesteld.
De komende tien jaar worden veel oude schoolgebouwen vervangen door nieuwe
toekomstgerichte onderwijsgebouwen/kindcentra.
Het nieuwe energiezuinige binnenbad van zwembad De Louwert is in 2020 in gebruik genomen. Het
Baxhuis hebben we voorzien van 124 zonnepanelen.
Beleidskaders
In het Meerjarig Onderhoudsplan (MOP) 2017-2026 wordt voor de middellange termijn richting
gegeven aan een effectief en efficiënt beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen. In
dit meerjarige plan is aangegeven welke onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn voor de
gemeentelijke gebouwen in de komende periode. Het MOP is in 2017 geactualiseerd en vastgesteld.
Met het instellen van een egalisatiefonds voor beheer en onderhoud van gemeentelijke gebouwen
zijn middelen beschikbaar voor beheer en onderhoud van de gebouwen. Zo kan tussen gebouwen
en over de jaren geschoven worden met middelen.
Financieel kader
Voor onderhoud gebouwen is een bedrag geraamd van € 0,2 miljoen en dit is
grotendeels uitgegeven. Het verschil wordt toegevoegd aan de egalisatiereserve.
Egalisatiereserve meerjarig onderhoudsplan
Op 31 december 2020 heeft de reserve MOP een saldo van circa € 0,04 miljoen.
Ontwikkelingen
De Willem de Zwijgerschool aan de Graaf Willemlaan 20 is gesloopt, de nieuwe school aan de
IJdenhove 238 is in januari 2021 in gebruik genomen. Op de plek van de oude school komen
appartementen. De terreinen aan de Steenbakkersstraat en de Gerard Alewijnstraat liggen al
enkele jaren klaar voor herontwikkeling. De voormalige gymzaal aan de Weteringsingel wordt
gebruikt voor opslag. Op korte termijn wordt hier een nieuwe school gebouwd. Voor alle
schoolgebouwen is een Integraal Huisvestingsplan vastgesteld. De komende tien jaar worden veel
oude schoolgebouwen vervangen door nieuwe toekomstgerichte onderwijsgebouwen/kindcentra.
De school aan de P.C. Hooftsingel 7 wordt gebruikt voor tijdelijke huisvesting scholen. Op
termijn ontwikkelen we hiervoor een gebiedsvisie.
Duurzaamheid
Bij het vervangen van gasgestookte C.V. installaties onderzoeken we of het mogelijk is om over te
gaan op elektrisch aangedreven warmtepompen. Bij aanpassingen van gebouwen maken we zoveel
mogelijk gebruik van circulaire en herbruikbare materialen, Daarnaast kopen we stroom voor
openbare verlichting en voor onze gebouwen 100% groen in via DVEP. Bij het actualiseren van de
Meerjaren Onderhouds Plannen worden duurzaamheidsmaatregelen meegenomen. Later bepalen
we welke maatregelen het meest zinvol en nuttig zijn. Bij scholen en de gebouwen in beheer van
Cascade hebben we een stimulerende rol voor wat betreft duurzaamheid.

6. Afval

6.A. Afvalinzameling
Wat hebben we in 2020 gedaan?
Na de vaststelling van het Grondstoffenbeleidsplan in 2019 zijn we in 2020 aan de slag gegaan om
de maatregelen uit het grondstoffenbeleidsplan door te voeren. Daarnaast hebben we samen met
HVC een eerste verkenning uitgevoerd naar de effecten van het invoeren van het
recycletarief(=diftar) voor onze gemeente.
Beleidskader
In 2019 is het grondstoffenbeleidsplan geactualiseerd. In dit plan zijn de beleidskaders uitgewerkt
voor de periode 2019 -2023.
Financieel kader
Voor uitvoering afval is een bedrag geraamd van zo'n 3,6 miljoen en hier is ruim 3,4 miljoen van
uitgegeven. We hebben vergoedingen vanuit het afvalfonds ontvangen over voorgaande jaren waar
in de begroting geen rekening mee is gehouden.De uitvoeringskosten zijn lager dan begroot doordat
het werkelijke aantal woonhuisaansluitingen lager is dan begroot en de totale verwerkingskosten
afval zijn minder sterk gestegen dan waar in de begrotingswijziging rekening mee is gehouden.
Ontwikkelingen
Een groot deel van de ondergronds afvalcontainers is de komende jaren financieel afgeschreven.
Samen met een besluit over de vervolgstap in het grondstoffenbeleid om te komen tot een betere
afvalscheiding moet ook een besluit genomen worden over vervanging of renovatie van de
ondergronds afvalcontainers.

6.B. Zwerfafval
Wat hebben we in 2020 gedaan?
In 2020 hebben we ons ingezet om de bewustwording van de effecten van zwerfafval te
vergroten. Een aantal projecten waaraan we hebben gewerkt: de gezamenlijke prikactie tijdens
de World Clean up Day, een uitgiftepunt voor afvalprikkers, afvalvrije scholen en het uitbreiden
van afvalscheiding in de buitenruimtedoor het plaatsen van nieuwe afvalbakken.
Beleidskader
Om een betere aansluiting te vinden tussen het Zwerfafvalbeleid 2008-2018 en de praktijk is
gekozen om een zwerfafval-uitvoeringsplan 2019-2023 op te stellen. Deze sluit één op één aan met
de extra inzet op zwerfafval en de doorlooptijd van de zwerfafvalvergoeding van Nedvang
(Nederland van afval naar grondstof). Dit uitvoeringsplan komt in de plaats van een nieuw
Zwerfafvalbeleidsplan. Dit uitvoeringsplan zet in op tegengaan van zwerfafval in de gemeente,
vooral op de hotspots.
Financieel kader
Voor zwerfvuil is afgerond een bedrag geraamd van zo'n € 0,04 miljoen en dit bedrag is ook
werkelijk besteed.

5. Grondbeleid

Algemeen

Het grondbeleid van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is vastgelegd in de Nota “Grond voor Beleid” (2009). Met het grondbeleid wordt uitvoering gegeven aan de ruimtelijke visie die met name in de Structuurvisie "Waar de Waal Stroomt (2009)” is vastgelegd. In dit beleidsdocument worden de ruimtelijke ambities van de gemeente uiteengezet.
In de Nota grondbeleid is vastgelegd dat de gemeente zoveel mogelijk een actief grondbeleid voert wanneer er sprake is van grootschalige ontwikkelingen of ontwikkelingen welke invloed kunnen hebben op de ruimtelijke of stedenbouwkundige structuur van de gemeente. Met dit actieve grondbeleid wil de gemeente gewenste ruimtelijke ontwikkelingen initiëren en sturen. Faciliterend grondbeleid wordt echter niet uitgesloten.
Ook de keuze om hoofdzakelijk het instrument Wet voorkeursrecht gemeenten te gebruiken is in de Nota grondbeleid vastgelegd. Als er aanleiding is om geen gebruik te maken van het gemeentelijk voorkeursrecht, wordt dit gemotiveerd aan de gemeenteraad aangegeven. Waar een minnelijke verwerving van gronden niet mogelijk blijkt, maakt de gemeente gebruik van het onteigeningsinstrument.

Uitvoering grondbeleid

Voor de uitvoering van actief grondbeleid worden grondexploitaties opgesteld. Met een grondexploitatie wordt het financieel kader vastgelegd waarbinnen het beleid uitgevoerd moet worden. Voor enkele wenselijke grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen zijn in het verleden grondexploitaties vastgesteld die jaarlijks geactualiseerd worden. Bij de vaststelling van de begroting 2020 waren er drie actieve grondexploitaties binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht: De Volgerlanden, bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1 en bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1a. De grondexploitaties voor Fase 1 en Fase 1a zijn bij vaststelling van de grondexploitatie 2020 samengevoegd.
Bij enkele kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen wordt wel faciliterend grondbeleid gevoerd, waarbij kostenverhaalovereenkomsten met de ontwikkelaar/grondeigenaar worden gesloten.

Prognose verwachte resultaten grondexploitaties

In onderstaande tabel worden de grondexploitaties samengevat. Hierin is per project, naast wat algemene informatie, het verwachte financiële resultaat en het gewogen risicobedrag opgenomen. Om de grondexploitaties te kunnen vergelijken en de geprognosticeerde resultaten te kunnen optellen zijn de resultaten contant gemaakt naar 1 januari 2021. Voor de risicoanalyse worden jaarlijks, aan de hand van de RISMAN-methode, de verschillende van toepassing zijnde risico’s benoemd, gekwalificeerd en gekwantificeerd. Vervolgens wordt een gewogen risicobedrag berekend met een zekerheidspercentage van 90%. Dit houdt in dat het voor 90% zeker is dat het genoemde bedrag voldoende is om de risico's af te dekken. In het weerstandsvermogen van de gemeente wordt met dit risicobedrag rekening gehouden.
Na de tabel zal per grondexploitatie kort het toegepaste grondbeleid beschreven worden, net als een toelichting op het verwachte financiële resultaat.

 

 

Tabel 5.1 Projectoverzicht (peildatum 1-1-2020)

 

Bedragen x €1.000.000,-

 

 

 

De Volger-
landen

Ambachtse-
zoom 

Verwachte afronding project

2028

2027

Totale plangebied (ha)

210 ha

23,1 ha

Areaal nog aan te kopen grond

0

0

Areaal uitgeefbaar

 

15,5 ha

Areaal nog te verkopen grond

16,3 ha

15,5 ha

 

 

 

Gerealiseerde kosten

 €       325,5

 €            27,0

Gerealiseerde baten

 €       272,1

 €             2 ,0

Boekwaarde

 €         53,4

 €            24,9

Nog te realiseren baten -/- kosten

 €         52,9

 €            28,2

Resultaat op eindwaarde

 €          -0,5

 €              3,2

Resultaat op netto contante waarde

 €          -0,4

 €              2,8

Risico's

 €           2,8

 €              2,0

 

De Volgerlanden

Beleidskader

De gemeente heeft sinds het begin van het project actief grondbeleid gevoerd in het realiseren van woningbouwlocatie De Volgerlanden. De gemeente wilde alle gronden in eigendom verkrijgen om de regie te houden. Veelal werden gronden van particulieren aangekocht en overige benodigde gronden die in bezit waren van projectontwikkelaars werden met bouwclaimovereenkomsten bij het gemeentelijke eigendom betrokken. De verwervingen in het De Volgerlanden zijn afgerond.

 

Financieel kader

Vanaf het begin is de ontwikkeling van de wijk voor rekening en risico van zowel de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht als de gemeente Zwijndrecht uitgevoerd. Nu het einde in zicht komt en de risico's afnemen, wordt gesproken om de samenwerking per 1-1-2021 te beëindigen.
De grondexploitatie vormt het financieel kader van het project en wordt jaarlijks geactualiseerd en opnieuw vastgesteld. De geactualiseerde grondexploitatie De Volgerlanden 2021 is op 7 juni 2021 door de gemeenteraad van Hendrik-Ido-Ambacht vastgesteld. Door de (aanstaande) beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst, is er een verliesvoorziening, ter grootte van het volledige verwachte tekort van de grondexploitatie, op de balans opgenomen.

 

Bedrijventerrein Ambachtsezoom

Beleidskader
Bij bedrijventerrein Ambachtsezoom wordt actief grondbeleid toegepast. Sinds 1 januari 2013 richt de planvorming van Ambachtsezoom zich alleen op het westelijke gedeelte van het bedrijventerrein (Fase 1). Alle gronden in het gebied zijn in eigendom bij de gemeente.

Financieel kader
De geactualiseerde grondexploitatie Ambachtsezoom Fase 1, welke het financiële kader van de betreffende fase van het project vormt, is vastgesteld in de raadsvergadering van 7 juni 2021.

Tussentijdse winstneming

Tussentijdse winstneming geldt vooral bij projecten die diverse jaren duren. Hieronder zijn regels opgenomen over hoe wordt omgegaan met (tussentijdse) winstneming:
1. Tussentijdse winstneming kan alleen plaatsvinden indien:
a. voldoende zekerheid bestaat over het (verwachte) resultaat van de grondexploitatie, ofwel het resultaat op de grondexploitatie betrouwbaar kan worden ingeschat; én
b. De grond (of het deelperceel) is verkocht; én
c. De kosten zijn gerealiseerd
2. Wanneer er wordt voldaan aan de voorwaarden voor tussentijdse winstneming wordt de zogenaamde percentagemethode (POC) toegepast.
3. Bij de bepaling van de tussentijdse winst worden de risico's die specifiek samenhangen met de nog te realiseren kosten en opbrengsten van de grondexploitatie in mindering gebracht.
Bij winstneming gelden in algemene zin de volgende uitgangspunten: de winst wordt naar rato van gerealiseerde kosten en opbrengsten (tot en met het lopende jaar) genomen. Dus indien 50% van de kosten is gerealiseerd en 50% van de grond is verkocht (over de gehele looptijd), dan is de winstrealisatie 50% x 50% = 25%. Zowel de realisatie van de kosten als de realisatie van de opbrengsten zijn bepalend voor de omvang van de winstrealisatie.
Grondexploitatie De Volgerlanden zal naar verwachting sluiten met een tekort, waardoor winstneming niet van toepassing is. Bij grondexploitatie Ambachtsezoom worden de eerste gronduitgiften pas in 2021 voorzien.

Reserve en Risico

De aard van de activiteiten binnen het totaal van de exploitaties maakt het noodzakelijk ter afdekking van de algemene risico's een algemene reserve grondbedrijf aan te houden. Deze reserve wordt opgebouwd uit de eindresultaten van alle afgesloten grondexploitaties plus alle tussentijdse winst- en verliesnemingen. Het nemen van winst zal geschieden overeenkomstig de eerder beschreven methodiek van (tussentijdse) winstneming. Indien er bij het opstellen dan wel het actualiseren van een kostprijscalculatie blijkt dat er een verlies op een complex ontstaat, wordt hiervoor een voorziening getroffen ten laste van de Algemene reserve grondbedrijf.
De Algemene reserve grondbedrijf dient op voldoende niveau te zijn om de benoemde risico's te kunnen opvangen en dient een minimum niveau te hebben afhankelijk van het risicoprofiel. Zodra het saldo van de reserve zich onder het minimum niveau bevindt, moet dit worden aangevuld vanuit de Algemene (concern)reserve. De Algemene reserve grondbedrijf kent geen maximum niveau.

 

 

6. Verbonden partijen

Inleiding

Verbonden partijen zijn die partijen waarmee de gemeente een bestuurlijke relatie heeft én waarin zij een financieel belang heeft. Een verbonden partij levert daarmee een bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen van de gemeente. Partijen waaraan een significant (financieel) risico kleeft, worden ook verwerkt in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen’.

BBV

In de nieuwe BBV is opgenomen dat voortaan een onderverdeling wordt gemaakt naar:

  • gemeenschappelijke regelingen;
  • vennootschappen en coöperaties;
  • stichtingen en verenigingen, en;
  • overige verbonden partijen.

In dit hoofdstuk gaan we in op de doelstellingen, taken en financiële aspecten van de gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht participeert. Bij een vennootschap en coöperatie participeert de gemeente in het risicodragend vermogen van een privaatrechtelijke rechtspersoon als aandeelhouder van de betreffende NV of BV.

Hieronder wordt een opsomming gegeven van dergelijke samenwerkingsverbanden.

Gemeenschappelijke regelingen Vennootschappen en coöperaties
  • GR Drechtsteden
  • GR Dienst Gezondheid & Jeugd
  • GR Veiligheidsregio
  • GR Omgevingsdienst
  • GR Drechtwerk
  • GR Natuur en recreatieschap IJsselmonde
  • GR Koepelschap Buitenstedelijk groen
  • GR Openbare Verlichting GR Gevudo
  • ROM-D
  • Oasen (NV)
  • Eneco Holding (NV)
  • BNG (NV)
  • Stedin Holding (NV)


De stichtingen en verenigingen en overige verbonden partijen zijn bij ons niet aan de orde.

 

Verbonden partijen (x € 1.000) Relatief aandeel Bijdrage Bijdrage Eigen vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen Vreemd vermogen
HIA HIA 2019 HIA 2020 1-1-2020 31-12-2020 1-1-2020 31-12-2020
GR Drechtsteden (voorlopige cijfers Wmo en zonder afrekening Tozo-regelingen)
Bureau Drechtsteden en staf 10,3% 889 365 - - - -
Griffie 10,8% 34 27 - - - -
Sociale Dienst Drechtsteden 5,0% 12.309 13.053 - - - -
Rijks-doeluitkering SDD 5,1% -4.687 -5.158 - - - -
Service Centrum Drechtsteden 5,7% 1.881 1.970 - - - -
Gemeentebelastingen Drechtsteden 10,1% 671 784 - - - -
Onderzoekcentrum Drechtsteden 10,6% 92 104 - - - -
Totaal GRD (incl. algemene dekkingsmiddelen) 5,5% 15.881 16.109 1.148 18.770 44.878 32.062
GR Dienst Gezondheid & Jeugd (zonder RAV) - - 4.772 3.114 36.492 45.695
DG&J 6,6% 1.594 1.671 - - - -
Serviceorganisatie Jeugd 5,7% 6.559 7.304 - - - -
GR Veiligheidsregio (incl. boxen) 5,1% 1.713 1.869 8.273 6.311 11.431 14.615
GR Omgevingsdienst 1,8% 553 430 3.485 3.509 12.363 2.154
Drechtwerk 4,0% 178 240 1.041 2.856 27.912 29.112
GR Natuur en recreatieschap IJsselmonde 15,3% 207 215 4.263 4.331 1.724 2.635
GR Openbare Verlichting 14,0% 61 61 141 14 171 272
GR Gevudo (aandeel garantierisico ca.  8,6 mln) 7,6% - - 30 30 536 10
Vennootschappen
ROM-D Holding NV 2,4% - - 4.118 4.157 2.162 2.151
ROM-D Capital BV - - - 18.391 18.558 1 3
ROM-D Beheer NV - - - 44 46 617 271
ROM-D Capital beheer BV - - - 36 33 0 0,001
ROM-D KILL III CV 1,3% - - 9.457 9.903 8.988 8.952
ROM-D Projecten CV - - - 2.008 1.882 28.712 25.285
Oasen (NV) 2,8% - - NNB NNB NNB NNB
Stedin Holding (NV) 0,5% - - 2.248.000 2.390.000 4.841.000 5.182.000
BNG (NV) 0,1% - - 4.154.000 4.364.000 140.684.000 150.898.000
Eneco Groep (NV) 0,5% - - 2.932.000 2.942.000 3.111.000 3.339.000

A. Gemeenschappelijke regelingen

Een groot deel van de gemeentelijke middelen wordt via verbonden partijen ingezet voor realisatie van doelen, uitvoering van processen en ondersteuning van de bedrijfsvoering. Vanwege de vaak aanmerkelijke bestuurlijke, beleidsmatige en financiële belangen is inzicht in en effectieve sturing op deze verbonden partijen noodzakelijk.

GR Drechtsteden

 

Naam verbonden partij GR Drechtsteden
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

In de Drechtsteden werken zeven gemeenten met elkaar samen. In de afgelopen periode zijn er meerdere ontwikkelingen binnen deze GR geweest waardoor de doelen en de vorm zijn en worden veranderd. De ontwikkelingen en gemaakte keuzes worden verwerkt in een nieuwe tekst voor de GR, die alleen nog het sociaal domein zal bevatten. 

Risico’s
  • de (financiele) impact van de transities in het sociaal en in het bedrijfsvoeringsdomein. Deze leiden tot incidentele en structurele kosten.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het Drechtstedenbestuur (collegelid), Drechtraad (raadsleden fracties) en diverse portefeuillehoudersoverleggen/bestuurlijke werkgroepen (portefeuillehouders). Vanaf 1 januari 2022 zullen er geen Drechtstedenbestuur en Drechtraad meer zijn. 
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

In oktober 2020 zijn afspraken gemaakt over de transities binnen de GRD. Afgesproken is dat de samenwerking in de Drechtsteden in het sociaal domein vanaf 1 januari 2022  zal worden voortgezet in een klassieke gemeenschappelijke regeling. Het Drechtstedenbestuur en de Drechtraad komen daarmee te vervallen. De lokale raden komen meer in positie en er is meer ruimte voor lokale regie. De samenwerking in het bedrijfsvoeringsdomein zal vanaf 1 januari 2022 plaatsvinden via een servicegemeente-constructie, waarbij Dordrecht de servicegemeente vormt.  De raden in de Drechtsteden hebben deze afspraken bevestigd in een principe-besluit. De besluiten worden in 2021 verder uitgewerkt. De effecten op de lokale begroting en de (ambtelijke) organisatie zijn voor nu niet helder en zullen nader in beeld moeten worden gebracht.

Het rapport Deetman heeft eerder al geleid tot een andere vorm van samenwerking in het ruimtelijk-economisch domein. In de Groeiagenda zijn de ambities in het ruimtelijk-economisch domein vastgelegd.  De realisatie van de Groeiagenda is  nadrukkelijk onder de verantwoordelijkheid van de zeven gemeenten komen te liggen. Dit is een samenwerking van onderop, met lokaal behoud van taken.

 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 5 (risicoprofiel hoog)
Websites en documenten www.drechtsteden.nl begroting 2020 en lokale zienswijze

 

 

 

GR Veiligheidsregio ZHZ

Onze gemeente maakt deel uit van de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. De gemeenschappelijke regeling VRZHZ is aangegaan met de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hoekse Waard, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, en Zwijndrecht.

In de veiligheidsregio zijn de brandweertaak en de taken op het terrein van de GHOR (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen) en Crisisbeheersing en Rampenbestrijding ondergebracht.

Naam verbonden partij GR Veiligheidsregio ZHZ
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

De regeling is opgericht voor de uitvoering van de Wet veiligheidsregio’s en stelt zich ten doel te allen tijde een gezamenlijke effectieve en efficiënt georganiseerde slagkracht voor crisisbeheersing, rampenbestrijding, brandweerzorg en geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen te kunnen leveren en een deskundig en betrouwbare veiligheidsadviseur te zijn.

Risico’s

De GR VRZHZ geeft de volgende risico’s op:

  • Europese deeltijdrichtlijn die conflicteert met het huidige stelsel van beroeps-en vrijwillige krachten;
  • De evaluatie van de Wet Veiligheidsregio's en de daaropvolgende besluiten;
  • Opgelegde taakstellingen;
  • De effecten van de Corona-crisis;
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente De burgemeester zit in het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio en heeft een portefeuille namens het Dagelijks Bestuur.
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De Veiligheidsregio heeft veel aandacht voor het afronding van de reorganisatie. Daarnaast is er nog steeds aandacht voor de nog niet volledig gedekte frictiekosten ten gevolge van de uittreding van de gemeenten Leerdam en Zederik (die naar de provincie Utrecht zijn gegaan). In 2022 zal een nieuw beleidsplan worden vastgesteld dat de kaders voor de komende jaren weergeeft.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Arrangement: 4 (risico: gemiddeld/hoog)
Websites en documenten www.vrzhz.nl

 

 

GR Omgevingsdienst

We participeren op Zuid-Holland Zuid-niveau in de GR Omgevingsdienst die voor ons de wettelijke milieu- en omgevingstaken uitvoert. De 10 gemeenten uit de regio Zuid-Holland Zuid zijn eigenaar, samen met de provincie Zuid-Holland.

Naam verbonden partij GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Uitvoeren van  de wettelijke milieu- en omgevingstaken voor de 10 gemeenten van Zuid-Holland Zuid en een deel van de provincie Zuid-Holland.

Risico’s
  • Mate waarin de fluctuatie in omzet opgevangen kan worden door een flexibele schil van personeelsbestand;
  • Aansprakelijkheid voor adviezen
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid) en lid van de auditcommissie
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Veel aandacht zal in 2021 uitgaan naar de implementatie van de Omgevingswet. De organisatie van OZHZ wordt voorbereid op een werkwijze waarbij er ruimte wordt geboden aan initiatieven uit de samenleving.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Arrangement: 4 (risico: gemiddeld/hoog)
Websites en documenten www.ozhz.nl

 

 

GR Dienst Gezondheid & Jeugd

De GR DG&J Zuid-Holland Zuid bestaat uit twee organisatieonderdelen: Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) en Serviceorganisatie Jeugd (SOJ). DG&J is voor de 10 deelnemende gemeenten verantwoordelijk voor het uitvoeren van taken op het gebied van publieke gezondheid, maatschappelijke zorg, leerplicht en voortijdig schoolverlaten. De dienst stuurt ook de uitvoering van de integrale jeugdgezondheidszorg aan. DG&J is tot 2022 ook vergunninghouder voor de ambulancezorg  in Zuid-Holland Zuid. Tweede onderdeel van de GR is de Serviceorganisatie Jeugd. Dit onderdeel is verantwoordelijk voor de sturing op jeugdhulp in Zuid-Holland Zuid. Dit doet de SOJ door contractmanagement, risicomanagement en budgetbeheersing, accountmanagement en informatievoorziening voor gemeenten.

Naam verbonden partij GR Dienst Gezondheid & Jeugd
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

De dienst Gezondheid & Jeugd bewaakt, beschermt en bevordert activiteiten die gericht zijn op het verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen en het vergroten van de ontwikkelingskansen van onze inwoners.

De Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) zorgt namens de gemeenten in ZHZ voor sturing op jeugdhulp.

Risico’s

Voor de Dienst Gezondheid & Jeugd worden de volgende risico's gemeld:

  • Batenraming: Een deel van de inkomsten van DG&J heeft een fluctuerend karakter.  COVID-19 heeft in 2020 onder andere geleid tot een andere inzet van capaciteit bij de polikliniek en minder inspecties bij kinderopvang. DG&J verwacht dat voor de derving van inkomsten een bijdrage vanuit het Rijk wordt verstrekt.
  • Bedrijfsvoering/primair proces: Dit behelst de mogelijke extra inzet van mensen en middelen indien er een hoger dan voorzien beroep wordt gedaan op de dienstverlening. In 2020 is dat het geval vanwege de bestrijding van COVID-19. DG&J gaat ervan uit dat het Rijk deze meerkosten vergoedt.

Voor de Serviceorganisatie Jeugd wordt het volgende risico gemeld:

  • De ontwikkeling van de zorgvraag. Het belangrijkste risico zit in groei van de vraag naar en daarmee de kosten van jeugdhulp . 
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur (collegelid).
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

DG&J

COVID-19 heeft grote impact op de DG&J organisatie. De ontwikkelingen in de verspreiding en bestrijding van deze infectieziekte volgen elkaar in hoog tempo op. Nadat de eerste besmettingsgolf onder controle was gekomen, nam sneller dan verwacht het aantal besmetting weer toe. Binnen de GGD i tijdelijk een apart organisatie-onderdeel ingericht dat zich geheel toe legt op COVID-19. De GGD werkt in de bestrijding van de ziekte nauw samen met de GHOR. 

De tweede bestuursrapportage laat zien dat DG&J de inhoudelijke doelstellingen in 2020 deels zal realiseren. Als gevolg van de COVID-19 problematiek zijn verschillende activiteiten en processen weer opgepakt, welke in het eerste half jaar geheel of gedeeltelijk waren stilgevallen. Omdat inhalen of bijsturen lang niet altijd mogelijk of wenselijk is, leidt dat tot productieverlies en het naar verwachting niet volledig realiseren van de (productie)doelstellingen.

 

SOJ

De druk op de budgetten voor jeugdhulp blijft onverminderd hoog. In 2020 is uitvoering gegeven aan de Omdenknotitie (2019) die tot doel heeft het SOJ budget uiteindelijk terug te brengen naar € 100 miljoen (prijspeil 2019). DE Omdenknotitie vraagt dat op de drie niveaus - SOJ, individuele gemeenten en de stichting Jeugdteams ZHZ -  maatregelen integraal worden opgepakt.  Om de uitrol van deze maatregelen te versnellen, is in 2020 een regionaal Aanjaagteam ingesteld.  

In opdracht van het AB is in 2020 door bureau AEF een onderzoek uitgevoerd, met als doel de regionale sturing op de jeugdhulp te versterken. Dit onderzoek leidt tot een set van aanbevelingen. Naar aanleiding van het rapport heeft het AB onder ander besloten dat de SOJ integraal onderdeel gaat uitmaken van de DG&J. Ook is besloten dat de gemeenten met ingang van 2022 zelf opdrachtgever worden voor Stichting Jeugdteams.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 5 (risicoprofiel hoog)
Websites en documenten

www.dienstgezondheidjeugd.nl

www.jeugdzhz.nl

Begroting 2020

 

 

Drechtwerk

Drechtwerk laat mensen met een arbeidsbeperking zinvol en passend bij hun mogelijkheden, deelnemen aan het arbeidsproces. De invoering van de Participatiewet heeft invloed op Drechtwerk, omdat hiermee de Wet sociale werkvoorziening niet meer bestaat waardoor er geen automatische instroom van SW’ers meer is bij Drechtwerk.

Naam verbonden partij Drechtwerk
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Drechtwerk ontwikkelt zich tot een vaste waarde binnen het sociaal domein van de Drechtsteden. De organisatie richt zich op het bevorderen van de door- en uitstroom van zowel mensen uit de Participatiewet als uit de oorspronkelijke SW doelgroep. Vanuit deze strategie werken Drechtwerk en de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) aan een sterkere  samenwerking . 

Risico’s
  • De huidige Covid-19 crisis kan een behoorlijke impact hebben op de bedrijfsvoering en daarmee op de begroting van Drechtwerk. 
  • Loonkostenstijging ten gevolge van cao-ontwikkelingen van zowel SW - als overig personeel.
  • Hoogte van de Rijkssubsidie SW: De subsidie is de belangrijkste inkomstenbron van Drechtwerk. Het ministerie bepaalt de hoogte van de subsidie per medewerker. Wijziging in de bekostigingssystematiek heeft gevolgen voor de omvang van de subsidie SW.
  • Uitstaande geldlening aan Assembly Partner B.V.:  Drechtwerk heeft bij voormalige dochter  Assembly Partner een lening uitstaan van € 1,1 miljoen. Bij faillissement is het risico tot het niet volledig innen van de uitstaande lening reëel. 
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Opdrachtgeversrol: via bestuurlijke vertegenwoordiging in de GR Drechtsteden.  Eigenaarsrol: wethouder financiën in het Algemeen Bestuur

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De effecten van de lockdown op Drechtwerk zijn groot. Tijdens de eerste Corona-golf zijn de werkzaamheden binnen DrechtwerkActief (DWA) tijdelijk gestopt. Bij DrechtwerkGroen is het werk zoveel mogelijk doorgegaan. Vanaf begin juli is weer met volledige bezetting in een veilige setting gedraaid, en is een flink aantal opdrachten toch op tijd afgerond. Bij de tweede golf in september is Drechtwerk open gebleven en zijn de eigen interne veiligheidsmaatregelen versterkt. Drechtwerk is door het Rijk volledig financieel gecompenseerd. Hierdoor verwacht Drechtwerk dat de gemeentelijke bijdragen in 2020 niet hoeven te worden aangepast.

Meer dan voorheen vindt er uitwisseling van medewerkers en werk plaats tussen DWA en DWGroen. Hiermee kan een deel van de tekorten die DWGroen in de stille periodes worden opgevangen en kan DWA haar orders ondanks corona op tijd af hebben.

Drechtwerk heeft in 2020 flinke vorderingen gemaakt in het omzetten van het ‘werkvoorzieningsbedrijf’ naar een sociaal ontwikkelbedrijf. Er zijn in samenwerking met de SDD leerlijnen uitgewerkt. Via Werkstap wordt gekeken waartoe mensen kunnen worden ontwikkeld. Daarbij wordt, meer dan voorheen, perspectief geboden om door te stromen naar werk buiten de muren van Drechtwerk. In de periode tot en met november hebben 15 medewerkers het pre -perspct programma doorlopen. In het najaar hebben de directeuren van de SDD en Drechtwerk besloten de aansturing en begeleiding van de individueel gedetacheerden weer via Drechtwerk plaats te laten vinden. 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Arrangement 3: gemiddeld
Websites en documenten

www.drechtwerk.nl

Primaire begroting 2020 en zienswijze

 

 

Koepelschap Buitenstedelijk Groen en Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde

 

Naam verbonden partij Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde
Vestigingsplaats Rotterdam
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Het Natuur- en Recreatieschap heeft tot doel de natuur- en recreatieschapsgebieden in de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Ridderkerk en Zwijndrecht efficiënt en effectief te beheren.

Risico’s
  • Het uittreden van gemeenten uit het schap.
  • tekorten in de exploitatie vanaf 2022 vanwege uittreden Rotterdam en de provincie
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Wethouder RO is lid van het dagelijks en algemeen bestuur van het NRIJ. Een raadslid is lid van het Algemeen Bestuur van het NRIJ.
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De provincie heeft besloten haar deelname in het NRIJ per 1/1/2017 te beëindigen. Ook de gemeente Rotterdam heeft besloten per 1/1/18 uit te treden. Er zijn overeenkomsten gesloten tussen het schap en de provincie en het schap en de gemeente Rotterdam over de uittreedvoorwaarden. 

De uittredingen van de provincie en Rotterdam vragen om een herijking van de samenwerking van de overige gemeenten in het schap. De uittredingen leiden tot tekorten in de exploitatie van het NRIJ vanaf 2022. Er wordt rekening gehouden met een financiele opgave die oploopt tot 20% in 2025. Er worden voorstellen ontwikkeld om de wegvallende bijdragen op te vangen. In ieder geval wordt gewerkt aan een uitwerking om 20% te besparen op het fysiek terreinbeheer. Anderzijds zal worden gekeken naar mogelijkheden om inkomsten te genereren zodat het beheer van de gebieden in IJsselmonde kan worden geborgd. Vanaf 2025 komen de provinciale bijdrage en de bijdrage van Rotterdam mogelijk nog verder onder druk te staan. Daarom is ook een onderzoek gestart naar optimalisatierichtingen om een mogelijke daling van deze bijdragen op te kunnen vangen. 

De komende periode staat dan ook in het teken van de (financiële) toekomst en de transitie van het schap. De vijf deelnemende gemeenten hebben daarbij uitgesproken dat de tekorten bij het NRIJ niet mogen leiden tot een verhoging van de deelnemerbijdragen van de gemeenten.

Eind 2020 is het NRIJ een nieuwe samenwerkingsovereenkomst aangegaan met Staatsbosbeheer voor het beheer van de NRIJ-gebieden op basis van een langjarig contract van tweemaal vier jaren.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 2 (risicoprofiel laag/gemiddeld)
Website en documenten www.recreatiegebied-ijsselmonde.nl

 

 

 

GR Gemeenschappelijke Vuilverwerking Dordrecht en omstreken (Gevudo)

Gevudo bezit 20 % van de aandelen van NV Huisvuilcentrale Noord-Holland, HVC te Alkmaar en behartigt en coördineert de belangen van de deelnemende gemeenten richting HVC. De GR Gevudo is aangegaan door de gemeenten Alblasserdam, Binnenmaas, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Leerdam, Liesveld, Nieuw-Lekkerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik en Zwijndrecht. Waar de regeling in het verleden daadwerkelijk actief was in het verzamelen en verwerken van huishoudelijk afval, wordt het doel nu feitelijk uitsluitend verwezenlijkt door het verwerven, beheren en vervreemden van aandelen in het kapitaal van de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland (HVC) en het partij zijn bij overeenkomsten tussen aandeelhouders van HVC. De GR Gevudo staat naar rato van haar deelname in HVC garant voor het nakomen van de verplichtingen die HVC aangaat met betrekking tot de financiering van verbrandingsinstallaties. Hiervoor wordt een garantstellingprovisie ontvangen. De verdeelsleutel is het gemiddelde tonnage aangeleverd afval over de laatste vijf jaar. Per 1 juni 2015 is de GR Gevudo gewijzigd zodat de GR Gevudo aansluit bij haar huidige taak, namelijk aandeelhouder zijn van HVC en als doorgeefluik van de garantstellingsprovisie fungeren naar deelnemende gemeenten. De GR Gevudo is ook aangepast om te voldoen aan de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).

Naam verbonden partij GEVUDO
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Behartigen van de belangen van de deelnemers op het gebied van het op milieu hygiënisch verantwoorde wijze verwerken van huishoudelijke afvalstoffen afkomstig van de Drechtsteden, Alblasserwaard en Vijfheerenlanden en de Hoeksche Waard.

Onzekerheden
  • De eventuele tekorten van HVC Alkmaar worden via de gemeenschappelijke regeling Gevudo omgeslagen naar de aandeelhouders.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het algemeen bestuur (collegelid).
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

HVC is financieel robuust, ook op de middellange termijn, en de bedrijfsvoering van HVC is adequaat, uitgaande van de kapitalisering/financiering met gegarandeerde leningen. Als Hendrik-Ido-Ambacht staan wij garant voor € 7,9 miljoen. Maar zolang de verbrandingsinstallaties voldoende aanbod van onder andere de gemeentelijke klanten en waterschappen behouden, is het risico minimaal. HVC is zich hier bewust van en importeert bijvoorbeeld momenteel afval uit Groot Brittannië om de verbrandingsinstallaties zo efficiënt mogelijk te laten draaien en zo de risico's voor de gemeenten zo klein mogelijk te houden. Sinds 2014 is een nieuwe dienstverleningsovereenkomst met HVC van kracht, alsmede voor de gemeente Dordrecht, gemeente Alblasserdam, gemeente Papendrecht en gemeente Zwijndrecht.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel De GR Gevudo heeft een risicoprofiel 1 (laag risico op financieel en bestuurlijk gebied) en daarmee sturingsarrangement 1.

 

 

Bureau Openbare Verlichting

Naam verbonden partij  
Vestigingsplaats Hardinxveld-Giessendam
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Leerdam, Molenwaard, Papendrecht, Krimpenerwaard, Vianen en Zederik hebben zich verenigd in de Gemeenschappelijke Regeling Bureau Openbare Verlichting (Bureau OVL). Kerntaak van deze organisatie is het uitvoeren van het beheer van de openbare verlichting en de centrale aansturing en bewaking op de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden hieraan. Bureau OVL fungeert op dit terrein ook als het kenniscentrum voor de deelnemers en voert in opdracht projecten voor de gemeenten uit.

Onzekerheden
  • Er worden geen risico’s genoemd.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het bestuur (collegelid).
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Bureau OVL neemt deel aan landelijke overleggen van het InterGemeentelijk-overleg Openbare Verlichting (IGOV) welke met ingang van 1 januari 2016 is ondergebracht in de stichting OVLNL.nl. Bureau OVL is van daaruit vertegenwoordiger namens de kleine en middelgrote gemeenten in het landelijk overleg van NetbeheerNederland.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Arrangement 1: Laag

 

 

ROM-D

De Regionale Ontwikkelingsmaatschappij is  de grondontwikkelingsmaatschappij van de Drechtsteden. ROM-D is een publiek-privaat samenwerkingsverband van de gemeenten in de Drechtsteden en de Provincie Zuid-Holland. 

De belangrijkste opgave is het versterken van de regionale economie met als belangrijkste activiteiten:

- de uitgifte van kavels

- de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen

- de revitalisering van bestaande bedrijventerreinen

- de promotie van de regio Drechtsteden

 

 

Naam deelneming Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden (ROM-D)
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm

De structuren na invoering van de doorontwikkeling:

  1. ROM-D Holding N.V.
  2. ROM-D Beheer N.V.
  3. ROM-D Capital B.V.
  4. ROM-D C.V.
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) Het versterken van de economische ontwikkeling van de Drechtsteden.
Financieel belang van de gemeente

Kapitaaldeelname

ROM-D Dordtse Kil III CV: Commanditair kapitaal: 140.989 (1,3%)

ROM-D Holding NV: Kapitaal: 109.216 (2,4%)

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Bestuurlijk: de wethouder Economie heeft zitting in de Holding N.V..
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Sinds 2017 hanteert ROM-D  een nieuwe werkwijze. ROM-D werkt op een pro-actieve manier samen met ondernemers en grondeigenaren met inzet van kapitaal van een eigen revolverend kapitaalfonds. De ROM-D gaat daarbij dus zelf op zoek naar nieuwe ontwikkelingen.

De komende jaren werkt ROM-D onder andere aan het Dolderman project (Dordrecht), Dordtse Kil, Veerweg (Hendrik-Ido-Ambacht),  en het Nedstaalterrein (Alblasserdam).

Sturingsarraggement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 3 (risicoprofiel gemiddeld)
   

Eneco

Naam deelneming Eneco Holding N.V. 
Vestigingsplaats Rotterdam
Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) Waarborg energielevering
Financieel belang van de gemeente

Aantal aandelen: 22.495 (0,45%). Als gevolg van de verkoop van onze aandelen, is in 2020 voor het laatst dividend ontvangen over 2019 ter grootte van  € 307.000. 

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Als aandeelhouder
Toekomstperspectief en ontwikkelingen Per 31 jan. 2017 is de Eneco Holding formeel gesplitst. Dit maakt ons als gemeenten (53) per die datum aandeelhouder in het netwerkbedrijf Stedin Holding NV en het energiebedrijf Eneco Groep NV. Na de splitsing lag het voor de hand om de publiek belang afweging in het energiebedrijf opnieuw te maken. In oktober 2017 heeft onze gemeente in principe besloten tot het afbouwen van het aandelenbelang in Eneco onder nader, in gezamenlijkheid met andere aandeelhouders, te bepalen condities en procesafspraken.  In april 2020 zijn de aandelen daadwerkelijk verkocht, voor onze gemeente een eenmalige opbrengst van € 18.419.000 (afgerond).

Stedin

Naam deelneming Stedin Holding N.V.
Vestigingsplaats Rotterdam
Rechtsvorm

NV (per 1 jan. 2017 afgesplitst van de Eneco Holding)

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) Verantwoordelijk voor het netwerk ten behoeve van de energievoorziening
Financieel belang van de gemeente

Aantal aandelen: 22.495 (0,45%). In de begroting na wijziging was rekening gehouden met circa € 234.000 aan dividend over 2019, dat komt overeen met de werkelijke ontvangsten. Vanwege forse investeringen in het netwerk zijn de prognoses voor de komende jaren dat het dividend een stuk lager zal uitvallen.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Als aandeelhouder
Toekomstperspectief en ontwikkelingen Vanwege de energietransitie moeten er grote investeringen worden gedaan in de verzwaring van het netwerk, waarvoor extra kapitaal noodzakelijk is. Het bedrijf is daarom een discussie gestart over de uitgave van extra aandelen. In 2021 zal aan de aandeelhouders worden gevraagd om gezamenlijk 200 miljoen extra kapitaal te verschaffen in de vorm van cumulatief preferente aandelen.

Oasen

Het doel van deze deelneming is het borgen van publieke belangen met betrekking tot drinkwater.

Naam deelneming Oasen Zuid-Holland
Vestigingsplaats Gouda
Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) Verzorgen van het drinkwater voor de inwoners van Hendrik-Ido-Ambacht
Financieel belang van de gemeente

21 van de 748 uitgegeven aandelen (3%). De laatste jaren is geen dividend ontvangen.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Als aandeelhouder
Toekomstperspectief en ontwikkelingen -
   

 

BNG

De gemeente heeft een financieel belang in de Bank Nederlandse Gemeenten.

Naam deelneming Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Vestigingsplaats Den Haag
Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) De Bank Nederlandse Gemeenten, opgericht in 1914, is een bank van en voor de overheid. De bank biedt financiële diensten aan, zoals kredietverlening, betalingsverkeer en advisering. De BNG heeft de hoogste rating voor kredietwaardigheid (triple A).
Financieel belang van de gemeente

De gemeente heeft 25.818 aandelen (0.05%) in haar bezit. In de begroting werd rekening gehouden met circa € 63.000 aan dividend over 2019. In werkelijkheid hebben we circa € 33.000 ontvangen (€ 1,27 per aandeel). Volgens staand beleid is 50% van de winst als dividend uitgekeerd.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Als aandeelhouder neemt de gemeente deel aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Toekomstperspectief en ontwikkelingen -

7. Bedrijfsvoering

Inleiding

Het jaar 2020 was nog maar net op stoom toen we een beroep moesten doen op het adaptieve vermogen van de organisatie en onze medewerkers. Van de ene op de andere dag moesten we ons werk anders gaan organiseren. We gingen zoveel als mogelijk thuis werken, maar hebben toch geprobeerd daarbij “nabijheid” te behouden. Nabijheid niet alleen voor de collega’s, maar zeer zeker ook voor onze inwoners en ondernemers die we – daar waar nodig - in deze bijzondere tijd willen blijven ondersteunen. Daar waar digitaliseringstrajecten soms lang kunnen duren, hebben we in de maand maart van 2020 hele grote stappen gemaakt als het gaat om digitaal (samen)werken en vergaderen. En dat hadden we ook vrij snel onder de knie.

En met de pandemie als gegeven zijn de ontwikkelingen op allerlei inhoudelijke (bedrijfsvoerings)domeinen gewoon doorgegaan. De ontwikkelingen m.b.t. de Omgevingswet, onze nieuwe Participatienota en ook de in 2020 in gang gezette transitie van de bedrijfsvoeringsdienstverlening naar de gemeente Dordrecht zijn daar voorbeelden van. Dit laatste traject hadden we aan het begin van 2020 nog niet voorzien en ook dit traject vraagt de nodige lenigheid van de organisatie om hier het goede voor Hendrik-Ido-Ambacht uit te halen.

Personeel en Organisatie

In 2020 was het zijn van “aantrekkelijk werkgever” een van onze speerpunten. We zijn in dit kader ons eigen traineeprogramma gestart. De belangstelling voor de 5 traineeplekken was overweldigend. In de eerste week van maart (toen mocht fysiek samenkomen nog net) hebben we een “Ambachtcafe” in het gemeentehuis georganiseerd voor belangstellenden voor ons traineeprogramma. Op 1 juni zijn de geselecteerde trainees uiteindelijk gestart. Dit eerste traineeprogramma loopt tot 1 december 2021.

Arbeidsmarkt

Ook de arbeidsmarkt blijft in beweging. We hadden in 2020 20 vacatures. Daarvan ontstonden er 6 omdat mensen met pensioen gingen. Er vonden 7 mensen elders een baan. En we hebben 7 collega’s intern door kunnen plaatsen op een opengevallen functie (en daarbij kwamen begrijpelijker wijs hun functies ook weer vacant). En bij de werving voor nieuwe collega’s ervaren we echt krapte voor sommige functiegroepen op de arbeidsmarkt. Niet alleen in de hoek van de technische functies, maar ook functies in het sociaal domein of in het communicatievak bleken moeilijk in te vullen.

Inhuur

We hebben in 2020 voor € 2,8 miljoen ingehuurd. Daarvan betrekken we ruim € 1 miljoen uit onze eigen Drechtstedelijke samenwerking. De verdeling naar type inhuur was als volgt:

Inhuur van specialisme : 29%

Regio : 22%

IPM1 : 16%

Inhuur voor vacatures : 31%

Inhuur vanwege ziekte : 2%

Garantiebanen

De Quotumwet bepaalt dat we binnen onze organisatie banen moeten bieden voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ultimo 2020 moeten we, gebaseerd op onze formatie, 2,6 garantiebanen bieden. We hebben 3,2 garantiebanen, verdeeld over de buitendienst en de kantine. Hiermee voldoen we aan de Quotumwet. Via het SCD nemen we schoonmaakdiensten af. De mensen die deze werkzaamheden uitvoeren vallen ook onder de garantiebanen, maar tellen voor de Quotumwet bij het SCD mee.

 

2020 2019
Inhuur van specialisme 29% 34%
Regio 22% 19%
IPM1 16% 17%
Inhuur voor vacatures 31% 22%
Inhuur vanwege ziekte 2% 8%

Informatisering

Er is in 2020 veel aandacht gegaan naar de grotere trajecten die er op Drechtstedenniveau spelen. Voor de nieuwe sourcingstrategie is vooral voorbereidend werk gedaan, er is een bestuurlijke tafel digitalisering opgericht, het proces voor toekenning van de RPP gelden is geoptimaliseerd en het klant-, zaak- en archiefsysteem is verder uitgebouwd.

Corona heeft ook in onze organisatie gezorgd voor een vlucht in het digitaal werken. Praktisch alle medewerkers werken vanuit huis. Daar waar nodig zijn extra laptops en smart phones verstrekt. En het SCD heeft nieuwe programmatuur versneld geïmplementeerd, zodat veilig digitaal vergaderen mogelijk is.

In samenwerking met het SmartData Center is voor het sociaal domein een dashboard gecreëerd, waardoor beleid met de ontsloten data beter geanalyseerd, gestuurd en gemonitord kan worden.

Facilitair

Ook op facilitair gebied was de coronapademie bepalend voor de activiteiten die we in 2020 uitgevoerd hebben. Zo hebben we het gemeentehuis zo snel als mogelijk aangepast aan de RIVM-richtlijnen. We hebben looproutes uitgepijld in het gemeentehuis. We hebben op de plattegronden van het gemeentehuis aangegeven hoeveel medewerkers er maximaal in een kantoor- of vergaderruimte mochten zijn en we hebben tal van hygienemaatregelen genomen. Een aantal vergaderruimtes is voorzien van apparatuur waardoor een combinatie van fysiek en digitaal vergaderen mogelijk is. Er zijn wat extra kosten geweest voor het coronaproof kunnen werken in het gemeentehuis. Door het vele thuiswerken is er echter op het gebied van schoonmaak en catering minder uitgegeven.

Naast deze werkzaamheden hebben we ook het reguliere werk uitgevoerd. Daarin volgen we de planning uit ons facilitair meerjarenonderhoudsplan.

Communicatie

Crisiscommunicatie voerde vooral in de eerste helft van 2020 de boventoon. Zo startte het jaar met hoogwater in de regio en werden we in maart geconfronteerd met covid-19. De coronacrisis vroeg om een andere manier van communiceren. Mensen bleven thuis en fysieke bijeenkomsten waren niet mogelijk. Met de introductie van de nieuwsbrief duurzaamheid en de nieuwsbrief voor ondernemers is gezocht naar verbinding. Het college zocht contact met de inwoners via vlogs en specials in de gemeentepagina. Daarnaast werd met straatinterviews stilgestaan bij de impact van de crisis op iedereen.?

Maar er waren ook andere ontwikkelingen. Zo kreeg de participatienota haar uiteindelijke vorm en werd samen met de jeugd in online sessies het skatepark ontworpen. Via digitale bijeenkomsten en enquêtes konden Ambachters meedenken over de Regionale energietransitie (RES) en samen met de inwoners startte wij met de ontwikkeling van de omgevingsvisie.?

Het in verbinding staan met de inwoners, ondernemers, verenigingen en andere lokale partijen was dit jaar misschien wel belangrijker dan ooit. Met inzet van passende communicatie is geïnvesteerd in deze relatie.

AVG

In 2020 hebben we 4 datalekken gehad. Deze zijn volgens de geldende procedures afgehandeld.

Overhead

Op grond van art 12b van de verordening art 212 van onze gemeente, hebben we met betrekking tot de overhead ervoor gekozen deze bij de grex'en wél in rekening te brengen en bij de investeringen niet (tenzij levering aan derden, zoals CAI). De overhead wordt berekend over de directe kosten van personeel en ingeleend personeel. Vanwege de reeds bestaande samenwerkingsovereenkomst met Zwijndrecht geldt voor De Volgerlanden een aparte regeling voor de managementkosten. Voor de kostprijs van rechten en heffingen geldt dat we de overhead niet boeken, maar de overhead in de verplichte dekkingsopstelling voor de tarieven wél meetellen. Zie de paragraaf lokale heffingen.

8. COVID-19

De gevolgen van corona zijn vanzelfsprekend in de verschillende programma's van deze jaarrekening aan de orde geweest. In deze paragraaf geven we een toelichting van het totaal "over de programma's heen" en zo mogelijk van de verwachte maatschappelijke en financiële gevolgen van COVID-19 voor 2021 en de jaren daarna. Na een algemeen deel vindt een verdieping per programma plaats.

Inleiding
Het mag duidelijk zijn dat nog steeds veel onzeker is, zowel financieel als ook op de lange termijn wat betreft de invloed van het virus zelf. En zowel aan de kant van de gemeente als aan de kant van "de vergoedingen door het Rijk". Deze paragraaf richt zich met name op de reeds bekende feiten (maart 2021). De meerjarige gevolgen en de effecten van de eventuele derde golf of situatie daarna zijn nog niet te voorspellen. En ook de maatregelen en/of compensatieregelingen van het Rijk wijzigen nog bijna wekelijks.

Nadrukkelijk wijzen we erop dat een groot deel van de gevolgen vooral bij onze Verbonden Partijen plaatsvindt, zoals de Veiligheidsregio, de Sociale Dienst en de Dienst Jeugd & Gezondheid (incl. GGD). Daarvoor verwijzen we naar hun P&C documenten.

Raadsinformatiebrief
Op 1 oktober hebben wij de raad een uitvoerige raadsinformatie brief toegestuurd. Kort samengevat was het beeld toen:

  • De door ons daadwerkelijk geboekte meerkosten door corona en de kosten die we nog verwachten in 2020, komen bij elkaar neer op ongeveer 4-5 ton (excl. TOZO). We verwachten daarboven op nog een bedrag van € 116.000,- door een stijging van oninbare lokale belastingen. Daarmee komen de meerkosten voor ons op een totaalbedrag van ongeveer 6 ton. Hier staat een pakket van compenserende rijksmaatregelen tegenover. Deze tellen voor onze gemeente op tot zo’n 6,5 ton (excl. TOZO enTVS).
  • Ondanks deze – op het eerste gezicht – beperkte financiële effecten voor onze gemeente blijven er toch nog behoorlijk wat onzekerheden boven de markt hangen. We noemen er enkele:
    • Compenseert het Rijk alles? En zo ja, voor hoe lang nog?
    • Hoe lang duren de opgelegde beperkende maatregelen?
    • Welk scenario m.b.t. de economische crisis treedt er daadwerkelijk op. We kennen de volgende vier CPB-scenario’s: (1) korte klap, snel herstel; (2) flinke recessie, snel herstel; (3) diepe recessie, traag herstel;(4) langdurige recessie en traag herstel.

Korte termijneffecten, 2020 en 2021
Hoewel de maatschappelijke effecten in 2020 en begin 2021 groot waren, zijn de financiële gevolgen voor de gemeente in 2020 nog te overzien. De verwachting is echter dat de grootste klap pas in 2021 komt.

Verwachtingen voor 2022 en verder
In de basisraming van het CPB van 26 november 2020, die ervan uitgaat dat Nederland en andere Europese landen het coronavirus in de eerste helft van volgend jaar onder controle hebben, groeit de economie in 2021 met bijna 3%, na een krimp van ruim 4% in 2020. De werkloosheid loopt op tot boven de 6% in 2021. Vooral jongeren, werknemers met een flexibel arbeidscontract en zzp’ers worden geraakt. De economische groeicijfers zijn voor 2020 iets hoger en voor 2021 iets lager dan in de raming die op Prinsjesdag is gepubliceerd. Dat komt respectievelijk door het onverwachts sterkere herstel in het derde kwartaal en door de tweede coronagolf. Deze raming dateert echter nog van vóór de lockdown van medio december.

In februari 2021 adviseerden de drie planbureaus (Centraal Planbureau, het Sociaal Cultureel Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving) om zo spoedig mogelijk te starten met een samenhangend herstelbeleid en dat te verbinden aan lange termijn doelen op het gebied van brede welvaart en belangrijke maatschappelijke opgaven. De coronapandemie heeft ingrijpende gevolgen voor de volksgezondheid, de economie en de samenleving als geheel. Bovendien dreigt deze crisis urgente vraagstukken op het gebied van klimaat en leefomgeving naar de achtergrond te dringen. "Wacht daarom niet met het opstellen van het herstelbeleid tot het afronden van een nieuw regeerakkoord", schrijven deze bureaus. Dat duurt wellicht maanden en er is nu -gezien de aanhoudende coronacrisis – geen tijd te verliezen.

Programma 1 Sociaal, welzijn en educatie

Bijstand en TOZO
In 2020 waren de gevolgen van corona voor de bijzondere bijstand relatief beperkt, mede door invoering van de steunpakketten door het kabinet. Er was sprake van een lichte daling van de bijzondere bijstand ten opzichte van 2019, met uitzondering van het persoonlijk minimabudget (PMB) en de bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering. We verwachten een toename van de aanvragen voor bijzondere bijstand in 2021 als de steunmaatregelen worden afgebouwd.

Daarnaast is in 2020 een stijging te zien van de aanvragen voor algemene bijstand, naast de aanvragen voor de TOZO regeling. Er waren in 2020 drie verschillende TOZO regelingen. Bij de TOZO 1 regeling was nog geen sprake van een partnerinkomenstoets waardoor van deze regeling vaker gebruik is gemaakt dan van latere TOZO regelingen, waar de partnerinkomenstoets wel werd toegepast. De TOZO 2 regeling liep van 1 juni tot 1 september 2020. De TOZO 3 regeling liep van 1 oktober 2020 tot 31 maart 2021. Het aantal aanvragen voor deze regeling ligt hoger dan bij TOZO 2 als gevolg van de langere looptijd en de strenge lockdown die in december 2020 is ingegaan.

Minimavoorzieningen
In het algemeen geldt dat op vrijwel alle onderdelen van het minimabeleid sprake was van lager bereik en onderbesteding in 2020. Er is weliswaar een groter beroep gedaan op directe inkomensondersteuning (algemene bijstand en TOZO), maar paradoxaal genoeg minder op de minimavoorzieningen en schuldhulpverlening.
De verwachting is dat de onderbesteding een incidenteel karakter heeft en dat de uitgaven na de coronacrisis gaan stijgen. De bestaanszekerheid van veel inwoners wordt door de crisis fors geraakt. Door de geleidelijke afbouw van de steunmaatregelen (dan wel aanscherping van de voorwaarden) zal een (steeds) groter deel van onze inwoners het financieel lastiger krijgen. Hieronder benoemen we een aantal onderdelen uit het minimabeleid:

Stichting Leergeld Drechtsteden
Hier is een daling te zien in het aantal aanvragen en in de hoogte van de aanvraag. In 2020 zijn in Hendrik-Ido-Ambacht 365 kinderen geholpen (2019: 381 kinderen). Het totaal toegekende bedrag in 2020 was € 130.161,88 (2019: € 141.049,41). Deze daling in 2020 is vooral het gevolg van de lockdown. Hierdoor konden schoolreisjes, sportactiviteiten, muzieklessen, toneel en vele andere activiteiten niet doorgaan. En het heeft te maken met de sluiting van winkels en sportfaciliteiten als gevolg van de coronamaatregelen.

Stichting Urgente Noden (SUN) Drechtsteden
In 2020 is door SUN uit eigen middelen aan 246 huishoudens in totaal € 90.035,- verstrekt. Ten opzichte van 2019 is het aantal geholpen huishoudens gestegen met 46,4%, maar de uitgaven zijn vrijwel gelijk gebleven (0,4% gedaald). Dit is deels veroorzaakt doordat SUN, in verband met de coronacrisis, een broodnoodregeling beschikbaar heeft gesteld aan inwoners die als gevolg van de crisis direct in de problemen kwamen.

Persoonlijk Minima Budget (PMB)
In 2020 is er minder een beroep gedaan op het PMB. De reden daarvoor ligt waarschijnlijk in een vermindering van klantcontact tijdens de lockdown. De verwachting is dat bij het opstarten van de reguliere dienstverlening het beroep op het PMB zal toenemen.

Schuldhulpverlening
Het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening bleef in 2020 achter op de prognose (een norm van 1200 nieuwe trajecten per jaar). Dit lijkt vooral een gevolg van de coulantere opstelling van schuldeisers tijdens de lockdownperiode. Ook het gegeven dat belangrijke verwijzers, zoals een Sociaal Wijkteam, tijdens de lockdown beperkter bereikbaar waren of hun fysieke loket tijdelijk moesten sluiten, is waarschijnlijk van invloed geweest op het aantal nieuwe aanmeldingen.

Voor schuldhulpverlening geldt over het algemeen dat de gevolgen van een crisis zich waarschijnlijk pas op een later tijdstip manifesteren. Het aantal mensen dat als gevolg van deze crisis in de financiële problemen komt en (snel) schuldenposities gaat opbouwen, zal naar verwachting in 2021 en de jaren daarna fors toenemen. Daar komt bij dat de gewijzigde Wet Gemeentelijke Schulphulpverlening per 2021 van kracht is. Die wet verplicht gemeenten om met vroegsignalering aan de slag te gaan ter voorkoming van stapeling van financiële problematiek bij inwoners. Mogelijk leidt dat op termijn ook tot een toename van schuldhulpverleningstrajecten.

Cijfers Hendrik-Ido-Ambacht 2020

  • Aantal nieuwe aanmeldingen in 2019: 78 en in 2020: 62
  • Aantal klanten bij de SDD met lopend schuldhulptraject (peildatum december 2020) in 2019: 51 en in 2020: 47 klanten.

Dienstverlening Wmo-consulenten
De Wmo-dienstverlening was in 2020 deels afgeschaald en er vond in beperkte mate huisbezoek bij de mensen thuis plaats. Voor de Wmo-consulenten gold dat een groot deel van het jaar alleen huisbezoeken afgelegd werden in situaties waarin een digitaal of telefonisch contact met de klant niet mogelijk was of niet volstond. De meeste keukentafelgesprekken en indicatiegesprekken werden daardoor telefonisch en via beeld-bellen gevoerd.

Individuele verstrekkingen
Voor de verstrekking van voorzieningen (rolstoelen, woningaanpassingen en scootmobielen) zijn in 2020 minder problemen geweest.

Dagbesteding
Door de 1,5 meter maatregel was het in 2020 voor de aanbieders niet mogelijk hun maximale capaciteit te benutten. Ondanks alle inspanningen was het aanbod aan dagbesteding kleiner dan de vraag. Dit kwam door een gebrek aan fysieke ruimte in combinatie met een het hoge ziekteverzuim van personeel. Het aanbieden van dagbesteding vond door corona aan kleinere groepen plaats.

Huishoudelijke ondersteuning (HO)
Door ziekteverzuim onder het vast en tijdelijk personeel bij de zorgaanbieders heeft een deel van de HO-cliënten minder ondersteuning gehad dan ze gewend waren.

Individuele begeleiding
De aanbieders van individuele begeleiding hebben in 2020 een deel van het klantcontact vervangen door telefonisch en digitaal contact.

Vervoer
Er zijn minder reizigers vervoerd dan normaal het geval is en er kon niet volledig worden voldaan aan de vraag. Met de Drechthopper zijn in 2020, vanwege de 1,5 meter maatregel minder reizigers per keer in de busjes vervoerd. Voor de Wijkhopper gold dat er 1 reiziger of 1 reiziger mét begeleider (achterin) mee kon. Alle reizigers waren verplicht een mondkapje te dragen (net als de chauffeur).

Sociaal Wijkteam
In 2020 vonden in beperkte maken spreekuren met cliënten plaats. Cursussen en trainingen voor volwassenen gingen niet door. In de eerste fase is medewerkers gevraagd zoveel mogelijk thuis te werken, verzoeken voor hulp en ondersteuning telefonisch af te doen en "risico-cliënten" pro-actief telefonisch te benaderen. Verder zijn coronaschermen geplaatst bij de receptiebalie van het Jeugdteam en Sociaal Wijkteam en zijn grotere ruimtes in het gemeentehuis en in Cascade gebruikt om spreekuur te houden. Corona heeft niet geleid tot minder lasten voor het Sociaal Wijkteam, wel tot een lichte afname van cliënten.

In 2021 blijft het bovengeschetste bestaan, totdat verruiming van coronamaatregelen zal plaatsvinden. Het risico bestaat dat het beroep op het Sociaal Wijkteam als gevolg van corona dan gaat toenemen.

De Blije Borgh
Het aanbieden van welzijnsactiviteiten voor senioren vanuit dienstencentrum Wielstaete is stopgezet. Het dienstencentrum was het grootste deel van het jaar gesloten.
Dit heeft geleid tot lagere exploitatielasten (gas, water licht), maar ook tot minder inkomsten voor de Blije Borgh vanuit de bijdrage voor activiteiten. In de subsidiebeschikking en prestatieovereenkomst tussen gemeente en Blije Borgh is opgenomen dat de Blije Borgh op basis van de gemeentelijke subsidie, welzijnsactiviteiten voor senioren en dagbesteding voor senioren aanbiedt. Omdat dit in 2020 zeer beperkt plaatsvond, moet dit bij de definitieve subsidiebeschikking expliciet worden goedgekeurd.

Jeugdzorg
Wat betreft jeugdhulp en corona is nog heel veel onzeker. In 2020 is op sommige vlakken waarschijnlijk minder ondersteuning geleverd, maar er was natuurlijk wel de afspraak dat instellingen werden doorbetaald. We wachten op SOJ voor de cijfers over 2020. En we wachten het eind van de lockdown en de coronacrisis af wat betreft de toeloop op zorg en ondersteuning. Onze aandacht zal hierbij uitgaan naar de gevolgen van de lockdown voor jongeren, het optreden van eventuele spanningen in gezinnen en de gevolgen van het gebrek aan continuïteit van de ondersteuning aan jongeren, ouders, volwassenen en ouderen in met name de Geestelijke Gezondheidszorg.

Drechtwerk
Drechtwerk heeft haar productiehallen medio maart gesloten. Vervolgens is de inrichting gewijzigd conform RIVM-eisen, waardoor op 5 juli iedereen weer aanwezig was op de productieafdelingen.
Ook de werkzaamheden bij andere onderdelen van Drechtwerk hebben, met in achtneming van de voorschriften, grotendeels doorgang kunnen vinden. Bij de stafafdelingen is zoveel mogelijk vanuit huis gewerkt.

De ontwikkelingen rond corona hebben er toe geleid dat er vertraging is opgelopen om van Drechtwerk Actief (DWA) een goed lopend ontwikkelbedrijf te maken. Dat neemt niet weg dat er goede eerste stappen zijn gezet. Die kunnen worden opgevolgd, waardoor de opgelopen vertraging kan worden goedgemaakt. De samenwerking met de SDD heeft afgelopen jaar een beperkte ontwikkeling doorgemaakt. Omdat Perspct het grootste deel van het jaar gesloten is geweest in verband met corona kwam de samenwerking op de werkvloer tot stilstand. Er zijn wel stappen gezet om het individueel detacheren, dat is ondergebracht bij de SDD, weer onderdeel van Drechtwerk te laten worden. Naar verwachting wordt dit traject in het tweede kwartaal van 2021 afgerond.

Corona heeft er toe bijgedragen dat het financiële resultaat van Drechtwerk sterk vertekend is. Door het gedeeltelijk uitvallen van de productie is de omzet sterk gedaald, maar door de ruimhartige compensatie van de Rijksoverheid valt het uiteindelijke resultaat mee, is de afwijking van de begroting gering en in het voordeel van de deelnemende gemeenten. Tegenover een achterblijvende omzet van Drechtwerk Actief staat in 2020 een positief resultaat voor Drechtwerk Groen.
Eventuele nadelige effecten in 2021 voorkomend uit de COVID-19 crisis zullen in financiële zin via de gemeentelijke bijdrage direct bij de deelnemende gemeenten vallen. Of hier sprake van zal zijn is, gelet op de onzekerheden over compensatie van het Rijk, niet te zeggen.

GGD
De diverse overleggen met partijen Gezonde school (scholen, kinderopvang, Hi5 Ambacht) en het Sportakkoord (sportverenigingen en Hi5 Ambacht) zijn uitgesteld en vervolgens digitaal uitgevoerd.De deskundigheidsbevordering docenten en Hi5Ambacht op het gebied van mentale weerbaarheid jeugd is uitgesteld tot het moment dat er meer tijd is binnen het rooster (corona- zaken en maatregelen gaan voor). Overleg met betrokken partijen over mentale weerbaarheid vindt digitaal plaats. De Gezond- en fitheidsdag voor ouderen is niet doorgegaan in 2020. Ook in 2021 zullen alternatieve activiteiten plaatsvinden (zoals balkon beweegactiviteiten door de hele gemeente).

De doelstelling van het Preventie- en handhavingsplan alcohol is dat de jeugd onder de 18 jaar niet begint met drinken en dat jongvolwassenen het overmatig alcoholgebruik verminderen. Team Handhaving kon de acties uit het Preventie-en handhavingsplan alcohol niet uitvoeren, omdat sportverenigingen en horeca gesloten zijn. Om dezelfde reden is ook het Mistery shopping onderzoek doorgeschoven naar 2021. We kijken nu of het onderzoek dit najaar wel kan worden gehouden. De interventies bij de professionals op het gebied van bespreekbaar maken van risico's van middelengebruik en gespreksvaardigheden zijn uitgesteld; dit heeft vooral te maken met andere prioritering in verband met corona.
Van de totale activiteitenbegroting van € 18.250 is € 1.797 euro ingezet. Het budget voor de uitvoering van activiteiten door de GGD voor lokale gezondheidsbevordering is beschikbaar voor 4 jaar en wordt na afloop van die periode afgerekend. Het restantbudget over 2020 wordt ingezet in de restende 3 jaren 2021 t/m 2023. Het budget is onderdeel van de totale begroting van de GGD.

Sport, Cultuur en recreatie (o.a. sportverenigingen, Cascade )
De beperkende maatregelen van het Rijk om verspreiding van het coronavirus te voorkomen, hebben grote gevolgen gehad voor sportbeoefenaars en sportverenigingen, commerciële aanbieders van sportactiviteiten, culturele verenigingen en aanbieders van culturele activiteiten en exploitanten van accommodaties voor deze activiteiten. Het feit dat de beperkende maatregelen betrekking hadden op verschillende tijdvakken, zorgde bovendien voor een gebrek aan continuïteit in programmering en activiteiten.

Samenkomsten en vooral binnensporten werden beperkt of niet toegestaan, hetzelfde gold voor buitensport, zij het in iets mindere mate. Theatervoorstellingen en uitvoeringen, schoolmusicals, koorrepetities, etc. werden geannuleerd. Alleen alternatieve activiteiten voor veel kleinere aantallen bezoekers/deelnemers konden nog beperkt georganiseerd worden. Horeca werd niet toegestaan, waardoor de aantrekkelijkheid van activiteiten ook afnam. Ten slotte was er met name bij oudere inwoners terughoudendheid merkbaar. Zij zagen ervan af om ruimtes te gebruiken die wel 'coronaproof' waren ingericht en beschikbaar werden gesteld.

Het aanbieden van voldoende accommodatie voor sport en cultuur werd aanzienlijk beperkt. Deelname aan sportactiviteiten of culturele activiteiten moest langdurig worden uitgesteld of definitief afgelast. De binnensportaccommodaties zijn enkele weken buiten gebruik gesteld. In die periode zijn onderhouds- en opfriswerkzaamheden uitgevoerd bij de accommodaties.
Hi5Ambacht heeft het gebruik van buitenruimte gecoördineerd voor sportactiviteiten. Nadat de accommodaties alsnog (beperkt) in gebruik genomen konden worden, zijn in samenwerking met
o.m. Hi5Ambacht afspraken met gebruikers/scholen gemaakt. Natuurlijk zijn de noodzakelijke voorzieningen aangebracht (looproutes en hygiënemaatregelen).
De theaterzaal van Cascade werd niet meer gebruikt voor grote voorstellingen. Cascade bood als alternatief bv. 'huiskamervoorstellingen' aan voor kleine aantallen bezoekers, met name gezinnen. De bibliotheek is ook enige tijd gesloten geweest. Verder was de muziekschool ook gesloten. De gemeente heeft de huur voor verenigingen op het sportpark en de stichtingen in het Baxhuis opgeschort. Later heeft de gemeente de huur voor de sportverenigingen kwijtgescholden.

Voor de kwijtgescholden huur voor het sportpark heeft de gemeente bij het Rijk een vergoeding aangevraagd. Cascade en Sportfondsen hebben dat ook gedaan voor hun hurende sportverenigingen. Op deze wijze kunnen gederfde inkomsten opgevangen worden. Naast de minderinkomsten zijn er ook meerkosten voor het coronaproof inrichten van de accommodaties.
Voor de financiële schade op cultureel gebied heeft de gemeente een subsidie ontvangen van de provincie Zuid-Holland (noodsteun cultuur) van € 50.000. Deze wordt aangewend om, samen met een gemeentelijke garantie als tegendekking, de financiële schade bij cultureel centrum Cascade op te vangen.

Op advies van de VNG heeft de gemeente de subsidies voor alle gesubsidieerde instellingen doorbetaald om de continuïteit te handhaven. Aan de grotere gesubsidieerde organisaties is expliciet gevraagd om in de jaarstukken 2020 te vermelden wat de gevolgen van de coronamaatregelen waren in 2020.
Het is lastig om verwachtingen uit te spreken over 2021. Het is bekend dat in elk geval in het eerste halfjaar er nog steeds sprake is van beperkende maatregelen. Wellicht vinden er na de zomerperiode versoepelingen plaats, waardoor meer sport- en culturele activiteiten mogelijk worden voor m.n. volwassenen. Tot die tijd moeten we rekening houden met maatschappelijke en financiële gevolgen. Maatschappelijke gevolgen zijn te vinden bij vooral jongeren en ouderen (gebrek aan sociale contacten/ontmoeting), hebben betrekking op gezondheid/leefstijl/bewegen en ontspanning/ontplooiing. Financiële gevolgen hebben vooral betrekking op minder inkomsten door teruglopende verhuur en wegvallen van horeca. Daar tegenover staat dat het Rijk compensatieregelingen ontwikkelt en voortzet.

Zwembad
Sportfondsen, sinds november 2019 de exploitant van het zwembad, heeft door de coronamaatregelen het binnenbad met tussenpozen moeten sluiten. Het binnenbad was gesloten van 16 maart tot 25 mei, van 4 november tot 19 november, en vanaf 15 december.
Door de beperkingen als gevolg van corona heeft Sportfondsen in het voorjaar aangegeven het buitenbad niet te kunnen openen omdat de kosten de baten ver te boven zouden gaan. Op verzoek van de gemeente is het buitenbad toch open geweest in juli en augustus. Sportfondsen heeft deze stap kunnen zetten na de toezegging van de gemeente om het tekort op de openstelling van het buitenbad volledig te compenseren. Dit tekort bedroeg circa € 65.000.
Het doorlopen van de coronamaatregelen over de jaarwisseling heen heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering van Sportfondsen in 2021. Vanaf 16 maart 2021 is het binnenbad, in afwachting van verdere versoepelingen, alleen open voor de zwemlessen jeugd t/m 12 jaar. Alle andere activiteiten zijn 'tot nader order' vervallen. Op verzoek van de gemeente ging het buitenbad op 12 april 2021 open. Dit is circa drie weken eerder dan de contractueel overeengekomen openingsdatum (1 mei). Het betreft hier een beperkte opening. Vooralsnog gaat alleen het wedstrijdbad open voor banenzwemmen.
Voor de extra kosten van zwembaden en ijsbanen heeft het Rijk in april 2021 een regeling in het leven geroepen (over 2020). De grootte van de extra kosten van het zwembad en de grootte van de rijkscompensatie zijn op dit moment nog niet bekend.

Onderwijs (o.a. noodopvang, computers)
De scholen hebben zelf voldoende devices geregeld of aangeschaft, waardoor alle kinderen die het nodig hadden, de digitale middelen hadden om les op afstand te volgen. Ambacht Samen heeft hierin ook een rol gespeeld door devices in te leveren en ter beschikking te stellen.
Met de schoolbesturen is afgesproken dat de gemeente na afloop van de thuiswerkperiodes eventuele schades regelt met de verzekeraar. In overleg is besloten dat we als gemeente geen verzekering afsluiten voor de devices, omdat dit te kostbaar was. Tot nu toe zijn er nog geen schades gemeld aan devices. Voor 2021 verwachten we geen vragen meer rondom digitale middelen voor de kinderen.

Noodopvang
In maart 2020, tijdens de eerste lockdown, moesten scholen en kinderopvangorganisaties noodopvang regelen voor kinderen van ouders met een cruciaal beroep, kwetsbare kinderen en kinderen met een smi-indicatie. Dit is goed opgepakt door de organisaties. Vanuit het Rijk heeft de gemeente voor de eerste lockdown € 57.000 ontvangen als compensatie voor de organisaties die noodopvang boden. Dit geld is verdeeld over de organisaties op basis van aantal opgevangen kinderen.
Eind 2020/begin 2021 zijn we een tweede lockdown ingegaan, waarbij de noodopvang ook weer opgestart moest worden. Het is nog niet duidelijk of er wederom een compensatie komt vanuit het Rijk voor deze tweede periode.

Leerlingenvervoer – Compensatie vervoerders
COVID-19 en de bijbehoren maatregelen had voor het leerlingenvervoer de onderstaande gevolgen:

  • Eerste lock down periode (met enkel de uitvoering van noodzakelijke ritten) van 15 maart t/m
    • 10 mei 2020 voor de basisschoolkinderen en (hervat vanaf 11 mei2020)
    • 31 mei 2020 voor het voortgezet onderwijs (hervat vanaf 1 juni2020)
    • Uiteindelijk zijn de alle scholen op 8 juni 2020 weer volledigbegonnen
  • Voor uitgevallen ritten is de lijn van VWS, OCW en de VNG om in de periode 15 maart 2020 t/m 30 juni 2020 maximaal 80% van de financiering op grond van de afgesloten overeenkomsten voor doelgroepenvervoer door te blijven betalen. Deze continuïteitsbijdrage heeft als doel de voorziening doelgroepenvervoer in de gemeenten in stand te houden. Voor deze vorm van staatssteun is ook toestemming vanuit de EU gekregen. De afspraak om maximaal 80% te financieren is gebaseerd op een onderzoek van Panteia (zie circulaire voor doorbetaling doelgroepenvervoer. Besluit SA nr. 57554, datum 29 juni 2020).
  • Tweede lock down periode van 16 december 2020 t/m
    • 7 februari 2021 voor de basisschoolkinderen (hervat vanaf 8 februari2021)
    • 28 februari 2021 voor het voortgezet onderwijs (hervat vanaf 1 maart 2021)
  • Omdat het -anders dan in de eerste lock down- gaat om een maatwerkoplossing gebaseerd op genoemde Kaderregeling is het advies de ritten vanaf 16 december 2020 zelfstandig te toetsen aan de regels van staatsteun. De desbetreffende Europese staatssteunregeling (Tijdelijke Kaderregeling inzake staatssteun vanwege COVID-19) stelt als maximum steunpercentage 70% van de niet gedekte vaste lasten.
  • De omzet in de periode waarover steun wordt verleend moet (tenminste) 30% zijn gedaald ten opzichte van hetgeen normaliter in rekening gebracht zou worden voor het leerlingenvervoer in genoemde periode. Op 15 februari jl. werd door de rijksoverheid gecommuniceerd dat de Europese Commissie een tweede gecoördineerde melding van staatsteun van het Rijk heeft goedgekeurd. De staatsteun betreft het compenseren van vervoersbedrijven, die doelgroepenvervoer leveren over de periode 1 juli t/m 13 oktober 2020. Het compenseren van genoemde bedrijven valt onder een andere regeling dan die waarop de eerste melding betrekking had. Deze keer is de steun goedgekeurd onder het Tijdelijk Steunkader. Dat betekent dat er andere voorwaarden gelden, onder meer dat het uitkeringspercentage is verlaagd van 80% naar 70%.
  • Nederland gaat -zoals ook is gebeurd voor de periode 16 maart 2020 tot en met 30 juni 2020- opnieuw een generieke melding van verlening van staatssteun door Gemeenten betreffende doelgroepenvervoer doen aan de Europese Commissie. Het percentage is tot het eind van de onderhandelingen onderwerp van gesprek. Het is lastig daarover uitspraken te doen. De VNG streeft ernaar dit zo dicht mogelijk bij de 80% (van het originele contract) te houden, in ieder geval voor de periode van de tweede lockdown/scholensluiting. Inmiddels zijn de scholen weer open dus dit maakt dat sprake is van een afgebakende periode waarop compensatie wordt gevraagd.