Meer
Publicatiedatum: 23-06-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

1. Weerstandsvermogen en risicoparagraaf

Inleiding

Om de financiële positie van de gemeente te kunnen beoordelen, moeten we ook de risico’s in kaart brengen. Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en de weerstandscapaciteit om die risico’s op te vangen. Het weerstandsvermogen is het vermogen om financiële risico’s op te kunnen vangen. De weerstandsratio is de weerstandscapaciteit gedeeld door de omvang van de risico’s.

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit algemene reserves en onbenutte belastingcapaciteit. Bestemmingsreserves en voorzieningen zijn in feite niet vrij beschikbaar en tellen niet mee voor de weerstandscapaciteit. In de Nota Reserves en Voorzieningen 2011 is het beleid voor het gewenste weerstandsvermogen vastgesteld.

Onbenutte belastingcapaciteit

De onbenutte belastingcapaciteit richt zich op de gemeentelijke heffingen: de OZB, de afvalstoffenheffing, het reinigingsrecht en het rioolrecht. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer het gemeentelijke OZB-tarief lager is dan het normtarief dat geldt voor artikel 12-gemeenten en/of wanneer de ander genoemde tarieven niet kostendekkend zijn. Voor een toelichting op de kostendekking verwijzen we naar de paragraaf Lokale Heffingen.

 

Weerstandscapaciteit (x 1.000) 31-12-2018 31-12-2019 Per inwoner
       
Algemene reserves 19.219 21.213 680
Incidenteel beschikbaar 19.219 21.213 680
       
Beschikbaar voor "Onvoorzien" 25 25 1
       
Onbenutte belastingcapaciteit      
       
Afvalstoffenheffing 999 1.393 45
Riolering 4 0 0
OZB      
Opbrengst volgens art. 12 norm 6.860 7.188 230
Opbrengst volgens tarief HIA 5.166 5.458 175
Vrije ruimte 1.694 1.730 55
       
Marktgelden 12 2 0
Begraafplaatsen 10 0 0
Wabo 1.109 1.454 47
Burgerzaken 486 586 19
overige leges 166 133 4
Totaal vrije ruimte belastingen 4.480 5.297 170
       
Totaal weerstandsvermogen 23.724 26.535 850
(Incidenteel + Structureel)      

 

N.B. Als gevolg van onze aandelen Eneco in het eerste kwartaal van 2020 ontvangen wij een verkoopopbrengst van ruim 18 miljoen. Dit zal een positieve invloed hebben op onze reserve positie.

Risicobeleid

De doelstellingen voor risicomanagement zijn:

  • tijdig inzicht krijgen in de risico’s en het beheersen van deze risico’s
  • het beperken van de gevolgen van risico’s;
  • het risicobewust maken, ter voorkoming van risico’s of het beperken van de gevolgschade;
  • de beoordeling van het weerstandsvermogen in het kader van de BBV.


Definitie: In dit kader gaat het om financiële risico’s, dat wil zeggen: gebeurtenissen die onze vermogenspositie positief of negatief beïnvloeden. Het risico wordt daarbij nader geconcretiseerd met de formule “kans x impact”.

Risico´s met een structureel karakter hebben structurele maatregelen nodig, zoals het afsluiten van verzekeringen, het treffen van voorzieningen, het bijsturen van de administratieve organisatie, het aanpassen van beleid en de begroting etc. Tegenvallers met een structureel karakter kunnen we incidenteel opvangen met het weerstandsvermogen, maar moeten vervolgens van structurele maatregelen worden voorzien. Exploitatierisico´s die samenhangen met een recessie worden daarom (incidenteel) gerekend tot de risico´s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen: het risico op lagere rijksbijdragen, bijstandsverlening, bouwleges etc., maar moeten structureel worden aangepakt. Het bepalen van de risico’s is altijd een momentopname en moet daarom regelmatig worden herijkt (liefst binnen de P&C cyclus).

Bij de inventarisatie van de risico’s in deze paragraaf betreft het de actuele risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen. Dit zijn risico’s:

  • die niet op een andere manier zijn te ondervangen;
  • die een financieel nadelig gevolg kunnen hebben;
  • die relevant zijn (lees: risico van materieel belang);
  • die met redelijke zekerheid zich gaan voordoen en
  • niet direct beïnvloedbaar zijn.


Voor de inventarisatie van de risico’s gelden de volgende criteria:

  • In het kader van het weerstandsvermogen zijn in principe alleen de financiële risico’s van toepassing waarvoor vooralsnog geen of onvoldoende beheersmaatregelen aanwezig zijn.
  • Voor invulling van het begrip ‘risico van materiële betekenis’ is gekozen voor een norm van 0,5% van de totale uitgaven van de gemeente, t.w. € 0,3 mln. Dus richten we ons op risico’s die een financiële impact kunnen hebben van € 0,3 miljoen of meer. Door clustering van een aantal kleinere risico’s binnen een programma, kan eventueel een al te strikt gebruik van deze minimum norm worden ondervangen.
  • Voor de beschouwing van de risico’s wordt een tijdshorizon gehanteerd van 4 jaar.

 

De risicoberekening

Per risico wordt op hoofdlijnen toegelicht wat het risico inhoudt. Vervolgens maken we op basis van de beschikbare informatie een inschatting over de omvang van het risico en de mate van zekerheid dat het risico zich voordoet. De mate van zekerheid duiden we als volgt: zeer laag (10%),  laag (30%), gemiddeld (50%) en hoog (80%). Daarnaast wordt bekeken of het risico structurele of incidentele gevolgen heeft.

Risico verbonden partijen

Wij zijn eigenaar van een aantal verbonden partijen. Daardoor lopen wij ook indirecte risico's. Voor onze grote verbonden partijen maken we een inschatting welk risico wij als eigenaar in onze eigen risicoparagraaf moeten opnemen. Dit zijn:

  • De GRD: onze bijdrage is circa 15,6 miljoen (5,4%), waarvan 4,7 miljoen  doeluitkering inkomensvoorziening (BUIG).
  • De OZHZ: onze bijdrage is circa 6 ton (1,7%).
  • De VRZHZ: onze bijdrage is circa 1,7 mln (4,1%).
  • De Dienst Gezondheid & Jeugd: onze bijdrage is zo’n 1,6 mln (6,4%) en SOJ 6,6 mln (5,6%).
  • Drechtwerk: onze (verlies) bijdrage is circa 2 ton (3,4% van de inwonerbijdragen).

In de begrotingen van deze partijen zijn de risico's niet altijd in cijfers uitgedrukt en zeker niet opgeteld tot een gewogen gemiddelde. Inhoudelijk hebben veel risico’s een relatie met rijksmaatregelen en/of decentralisaties, m.n. op het gebied van sociale zekerheid. Extra aandacht gaat daarbij uit naar de (prognose van de) tekorten op de inkomensvoorziening bij de GRD/SDD en de verwachte tekorten bij de Serviceorganisatie van de DG&J. Ons risico schatten wij in als maximaal 10% van onze  bijdragen.

 

Specifieke risico's

We moeten extra rekening houden met de (grote) tekorten die verwacht worden bij de SDD en de Serviceorganisatie van de DG&J. Met beide organisaties is afgesproken dat ze flink moeten bijsturen om de groeiende kosten in de hand te houden. Het gaat daarbij om grote bedragen. Op regionaal nivo zijn daarvoor speciale, bestuurlijke projectgroepen voor ingesteld. Daarnaast is er de (ook landelijke) lobby van gemeenten voor méér middelen van het Rijk. Voor dit onderdeel nemen we een extra risicopost van 10% op van de bijdragen SDD en SOJ ad 17,5 mln (excl BUIG), bovenop de al eerder meegetelde 10 procent van onze totale bijdrage.

 

Bij de verkoop van de aandelen in Eneco Groep N.V. (hierna Eneco) in 2020 is de koper gevrijwaard van de claim van de oud-aandeelhouders van REMU N.V. (hierna REMU). Samenvattend stelt REMU dat Eneco door het juridisch verzet tegen de Splitsingswet verhinderd heeft dat Eneco vóór 31 december 2010 geprivatiseerd is en dat REMU daardoor een contractueel afgesproken privatiseringsvergoeding niet ontvangen heeft. Eneco betoogt op hoofdlijnen dat Eneco, inclusief REMU, niet vóór 31 december 2010 verkocht is en dat de aandeelhouders daartoe ook geen plan hadden. De hoogte van claim bedraagt nominaal EUR 133 miljoen. De totale claim bedraagt het nominale bedrag vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 1 juli 2009.’ Ons aandeel in Eneco bedraagt slechts 0,45%. De kans wordt als minimaal ingeschat.

 

De uitbraak van COVID-19 (Corona) eind februari 2020 heeft een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Voor de aanpak van COVID-19 kijken wij wat we, aanvullend op de landelijk maatregelen van het Rijk, kunnen doen. Dit raakt veel beleidsterreinen van onze organisatie. We streven naar een zo adequaat mogelijke uitvoering van de landelijke en lokale maatregelen en naar zoveel mogelijk continuïteit van de reguliere werkzaamheden en van noodzakelijke (digitale) besluitvorming en hebben daarvoor de nodige interne maatregelen genomen.” De omvang van dit risico valt op het moment van schrijven met geen mogelijkheid in te schatten.


Conclusie verbonden partijen

Alles tezamen resulteert een cumulatief bedrag van ongeveer € 2,2 miljoen algemeen en € 1,7 miljoen specifiek (i/s) met een gemiddelde kans van optreden (50%). Beheersmaatregel: het actief bewaken in de ambtelijk en bestuurlijke overlegvormen.

Risico Grondexploitaties

Voor de grondbedrijfcomplexen geldt dat het niet alleen om negatieve, maar ook om positieve risico’s gaat. De begrote eindwaarde kan door marktrisico's immers zowel nadeliger als voordeliger uitvallen dan de prognose. Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden tot bijsturing, bijvoorbeeld in tempo, programmering etc. Ook eventuele subsidies kunnen een positief risico met zich meebrengen. Jaarlijks leggen we de risico’s van de lopende grondexploitaties ter kennisname voor aan de raad in de geactualiseerde GREX’en. Als we een verlies voorzien, wordt een 'voorziening' gevormd. Voor de algemene en specifieke risico’s is een algemene reserve Grondbedrijf gevormd (en een 'voorziening' voor ons aandeel in het voorziene verlies De Volgerlanden).  Grondexploitaties kennen algemene risico’s zoals rente- en prijsmutaties, tijdsplanningen en afzetrisico’s en specifieke projectrisico’s. Bovendien geldt dat de risico's in zo’n grex op basis van onderzoek zo goed mogelijk, maar enigszins voorzichtig worden geraamd. Hierdoor kunnen zowel voor- als nadelen optreden. Voor een uitgebreide toelichting op de Grex'en en risico’s verwijzen we naar de paragraaf Grondbeleid en de Grex'en zelf.

Volgerlanden

Deze concept Grex 2020 kent een negatief verwacht saldo op eindwaarde  van 0,5 miljoen dat door  een voorziening is afgedekt. Op basis van de laatste actualisatie en  door de risicobeheersings¬methodiek die we hanteren, is voor de korte termijn (3 jaar) met 90% zekerheid een risicobuffer van 3,2 miljoen voldoende. Daarnaast is in de gemaakte afspraken met de gemeente Zwijndrecht opgenomen dat van het eventuele exploitatietekort tot € 20 miljoen beide partijen ieder de helft voor hun rekening nemen. Van het bedrag dat boven de € 20 miljoen uitkomt, komt 2/3 deel voor rekening van Hendrik-Ido-Ambacht en 1/3 deel voor rekening van de gemeente Zwijndrecht. Ons aandeel in het nadeel is dus 0,25 miljoen en ons risico dus 1,6 miljoen. 

Ambachtsezoom

De Grex 2020 fase 1 (incl. 1a) kent een maximale risicobuffer van 2,4 miljoen (met 90% zekerheid), en een verwacht positief saldo van 2,8 miljoen.


Conclusie grondexploitaties

Om het gecombineerde risico te bepalen, moet ook rekening worden gehouden met het positieve resultaat Ambachtsezoom. Dat is nog niet in de boeken opgenomen. Ons aandeel in het risico Volgerlanden plus het risico Ambachtsezoom, minus het positieve resultaat Ambachtsezoom resulteert in een gecombineerd risico van 1,2 miljoen met een gemiddelde kans van optreden (50%).

Risico Algemene uitkering / decentralisaties

De effecten van rijksmaatregelen zijn voor de middellange termijn allerminst zeker. De macro-economische ontwikkelingen zijn moeilijk te voorspellen, laat staan de bestuurlijke vertaling door het Rijk naar de uitkeringen voor gemeenten en/of verdeelmodellen. Dat geldt in het bijzonder voor het sociale domein. Voor de drie decentralisaties Jeugdhulp, WMO en Participatiewet met hun kortingen zijn de effecten zorgwekkend, zowel voor het totaal als voor een individuele gemeente (het verdeelmodel). Deze middelen zijn onderdeel geworden van de algemene uitkering. We zullen dit de komende periode actief monitoren. Voor deze onderdelen geldt dat ze t/m 2019 op basis van solidariteit worden opgepakt, zodat voor- en nadelen in eerste instantie op regionaal niveau worden vereffend.

Tegelijkertijd speelt de herijking van de algemene uitkering (dus inclusief sociaal domein). Weliswaar is de ingangsdatum na uitgesteld tot 2022, maar er wordt gesproken over herverdeeleffecten van €25 per inwoner per jaar, oplopend voor de uitschieters naar €100 over 4 jaar. De eerste berichten wijzen erop dat de kleinere gemeenten in deze herverdeling nadeelgemeenten zullen zijn.


Conclusie algemene uitkering en doeluitkeringen

In onze P&C instrumenten anticiperen we zo goed mogelijk op plannen van het Rijk (taakstellingen). Dat geldt ook voor eventuele herverdelingseffecten. Voor deze risicoparagraaf houden we rekening met een nadelig restrisico ter grootte van 5% van ons taakveld Algemene Uitkering = € 1,8 miljoen en 1 jaar herverdeling ad 0,8 miljoen met een gemiddelde (50%) kans van optreden. Beheersmaatregelen: Actief volgen en indien noodzakelijk maatregelen nemen tot bijsturing, met name bij Kadernota of begroting.

Recapitulatie

Omdat de risico's van verbonden partijen en rijksuitkeringen semi structureel zijn worden deze tweemaal meegeteld in de hierna opgenomen totaal telling.

SAMENVATTING (x €1.000) JR 2018 JR 2019

Programma 1 - Sociaal, Welzijn en Educatie

Verbonden partijen

1.900 3.900

Programma 2 - Ruimtelijke Ordening, Economie en Wonen

Grondexploitaties

900 600
Algemene uitkering en overige rijksbijdragen 1.000 2.600
Totaal risico's 3.800 7.100
Weerstandscapaciteit 23.724 26.535
Weerstandsratio 6,2 3,7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Financiële kengetallen in relatie tot de financiële positie

Hierna volgt een overzicht gegeven van de verplichte, financiële kengetallen. Zoals bekend is onze schuldquote hoog door onze relatief grote grondexploitatie Volgerlanden. Maar in dit soort getallen komt de deelname in het risico door gemeente Zwijndrecht niet tot uitdrukking. Tegelijkertijd zien we dat door ons voorzichtige, solide, financiële beleid de trend van alle financiële kengetallen positief is. Dat geldt ook voor onze weerstandsratio die we hiervoor berekend hebben.

Wanneer we de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie bekijken, kunnen we concluderen dat de gemeente financieel gezond is.

 

Recapitulatie Rekening 2018 Begroting 2019 Rekening 2019
Netto schuldquote 197% 202% 178%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 188% 193% 171%
Solvabiliteitsratio 18% 16% 17%
Grondexploitatie 128% 122% 121%
Structurele exploitatieruimte -1,50% -0,8% 1,7%
Belastingcapaciteit 111% 112% 109%
       
Netto schuldquote  Rekening 2018 Begroting 2019 Rekening 2019
Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 119.500 117.500 131.625
Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 20.086 36.420 19.946
Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 5.460 5.000 5.729
Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f BBV)      
Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 6.224 7.500 8.216
Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 1.230 500 11
Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) 3.113 3.000 2.347
Totale baten (cf. art. 27 lid c BBV [dus exclusief mutaties reserves]) 68.185 73.061 82.305
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 197% 202% 178%
       
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Rekening 2018 Begroting 2019 Rekening 2019
Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 119.500 117.500 131.625
Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 20.086 36.420 19.946
Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 5.460 5.000 5.729
Financiële activa (cf. art. 36 lid b, c, d, e, f BBV) 6.235 7.196 5.631
Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e, f BBV) 0 0 0
Verstrekte geldleningen openbare lichamen (Wet Fido) 1.821 7.196 1.535
Verstrekte geldleningen aan woningbouwcorporaties 57   54
Verstrekte geldleningen aan deelnemingen 1.318   1.241
Verstrekte geldleningen aan overige verbonden partijen      
Overige verstrekte langlopende geldleningen 3.039   2.801
Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 6.224 7.500 8.216
Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 1.230 500 11
Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) 3.113 3.000 2.347
Totale baten (cf. art. 27 lid c BBV [dus exclusief mutaties reserves]) 68.185 73.061 82.305
Netto schuldquote gecorrigeerd (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 188% 193% 171%
       
Solvabiliteitsratio Rekening 2018 Begroting 2019 Rekening 2019
Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV) 32.811 31.802 34.462
Balanstotaal 182.478 194.876 196.993
Solvabiliteit (A/B) x 100% 18% 16% 17%
       
Grondexploitatie Rekening 2018 Begroting 2019 Rekening 2019
Niet in exploitatie genomen bouwgronden (cf. art. 38 lid a punt 1  BBV)      
Bouwgronden in exploitatie (cf. art. 38 lid b BBV) 87.025 88.959 99.522
Totale baten (cf. art. 27 lid c BBV [dus exclusief mutaties reserves]) 68.185 73.061 82.305
Grondexploitatie (A+B)/C x 100% 128% 122% 121%

 

Structurele exploitatieruimte Rek 2018 Begr 2019 Rekening 2019
Totale structurele lasten excl reserves en incidenteel 61.485 72.924 73.757
Totale structurele baten excl reserves en incidenteel 60.384 72.092 75.129
Totale structurele toevoegingen reserves (tabel 7) 199 6 0
Totale structurele onttrekkingen reserves (tabel 7) 272 287 55
Totale baten excl mutaties reserves 68.185 73.061 82.306
Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E -1,5% -0,8% 1,7%
       
Belastingcapaciteit Rek 2018 Begr 2019 Rekening 2019
OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 302 304 304
Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 177 180 180
Afvalstoffenheffing voor een gezin 321 326 326
Eventuele heffingskorting 0 0 0
Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 800 810 810
Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 721 721 740
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor 111% 112% 109%

 

2. Financiering

Inleiding

Het kader voor het geldstromenbeleid is het in december 2015 door de gemeenteraad vastgestelde Financieringsstatuut.

Rente ontwikkelingen

De rente op de kapitaalmarkt vertoonde de eerste negen maanden van 2019 een constante neerwaartse lijn. Bedroeg de rente voor tienjarige staatsleningen begin januari nog 0,8 procent, in september werd het dieptepunt van ongeveer -0,25 procent bereikt. Daarna werd een stijgende lijn ingezet tot een niveau van ongeveer 0,20 procent eind december.  Deze stijging werd vooral veroorzaakt door een stabiliserende economie, de afnemende kans op een harde Brexit en de kans nam toe op een goede uitkomst van de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China.

De 3-maands Euribor gaf de eerste helft van 2019 een vrijwel vlakke lijn te zien -0,31 procent. In september kondigde de ECB een herstart van het opkoopprogramma van obligaties aan en een verdere verlaging van de depositorente. De 3-maands Euriobor daalde daarna tot ongeveer -0,40 procent.

Onder de huidige marktomstandigheden blijft het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen, de kasgeldlimiet zoveel mogelijk optimaal te benutten en kort te financieren. De gemeente voert een prudent beleid binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido).

Bij het verstrekken van lange financiering berekenen banken liquiditeitsopslag bovenop de IRS-niveaus. Voor bijvoorbeeld  een tienjarige lening bedroeg deze opslag eind 2019 circa 0,20 procent.

 

Financiering

De totale gemeentelijke langlopende leningenportefeuille valt in twee delen uiteen, te weten een deel voor de Algemene Dienst en een deel voor De Volgerlanden.

In juni 2019 was de kasgeldlimiet voor de maximale drie kwartalen overschreden waardoor er consolidatie moest plaatsvinden. Door de te verwachte, maar qua hoogte en tijdstip toen nog onbekende ontvangst van de Eneco gelden is besloten twee leningen aan te trekken: één lening van € 15 miljoen voor 1 jaar en een maand, en € 12 miljoen met een looptijd van 2 jaar. Voor De Volgerlanden zijn geen leningen aangetrokken.

Eind 2019 werd duidelijk dat onze gemeente 18 miljoen opbrengst kan verwachten uit de verkoop van Eneco.

De totale langlopende lening schuld bedroeg per 31 december 2019 € 131,625 miljoen:

  • t.b.v. Algemene dienst (7 leningen)      € 71,6 miljoen
  • t.b.v. Volgerlanden (8 leningen)           € 60,0 miljoen

De gemiddelde rente over de totale lening portefeuille bedroeg per eind 2019 1,11 procent. De lening portefeuille van de Algemene Dienst heeft een gemiddelde rente van 1,31 procent tegenover 2,15 procent per ultimo 2018.

Risico beheer

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet fido bedraagt deze limiet 8,5 procent van het totaal van de exploitatiebegroting. Gezien de omvang van de begroting 2019 (ca. € 74,7 miljoen) betekende dit dat de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht haar financiële huishouding voor maximaal ruim € 6,3 miljoen met kort geld mocht financieren. In de tabel hieronder ziet u hoe het verloop van de kortlopende middelen ten opzichte van de kasgeldlimiet is verlopen.

In 2019 is binnen de bepalingen van de Wet fido gebleven, die bepalen dat maximaal drie achtereenvolgende kwartaaloverschrijdingen zijn toegestaan.

Ter regulering van het gemeentelijke banksaldo zijn in 2019 10 kasgeldleningen met een looptijd van 28 tot 42 dagen opgenomen. Deze leningen waren gemiddeld groot € 20,2 miljoen. Door de negatieve rente van gemiddeld -0,42 procent is deze financieringswijze bijzonder voordelig geweest voor de gemeente.

 

Renterisiconorm

De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een jaar te voorkomen. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer dan 20 procent zijn van het begrotingstotaal. De renterisiconorm van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht bedroeg in 2019 € 14,9 miljoen. Uit de onderstaande berekening blijkt dat de gemeente in 2019 binnen de renterisiconorm is gebleven.

 

Kredietrisico’s

De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht loopt kredietrisico op verstrekte geldleningen en leningen waarop een borgstelling is afgegeven, zie de tabel hierna.

Het totaalbedrag aan uitzettingen per eind 2019 kan als volgt worden gespecificeerd:

  • Leningen aan woningcorporaties                                    € 0,1 miljoen
  • Woningfinancieringen gemeentepersoneel             € 2,8 miljoen
  • Lening aan ROM-D                                                                  € 1,2 miljoen
  • Veiligheidsregio ZHZ                                                             € 1,3 miljoen
  • Startersleningen                                                                       € 0,4 miljoen

Daarnaast stond de gemeente per 31 december 2019 voor € 102,1 miljoen garant. Hiervan had € 91,3 miljoen (ofwel 89 procent) betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Gezien de zekerheidsstructuur rond de WSW is aan deze garantstellingen een relatief laag risico verbonden.

Het bedrag aan directe borgstellingen bedroeg per eind 2019 € 10,8 miljoen. De belangrijkste directe borgstellingen worden gevormd door:

  • HVC Alkmaar (1,38 procent-belang; ‘getrapt’ via GR Gevudo): € 8,7 miljoen
  • Woningstichting Rhiant € 2,1 miljoen (1 lening).

Voor de specificatie van alle door de gemeente gewaarborgde leningen wordt verwezen naar de Staat van gewaarborgde geldleningen elders in deze jaarrekening.

Schatkistbankieren

Bij het verplicht schatkistbankieren mag de gemeente een bedrag van 0,75 procent van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. In 2019 was dat drempelbedrag 0,75% van 74,661 miljoen = € 560.000. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden.  In 2019 waren de gemiddelde positieve banksaldi in de 4 kwartalen, resp. € 369.000; € 34.000; € 39.000 en € 122.000. Hieruit blijkt dat in 2019 volledig binnen het drempelbedrag is gebleven.

Begin juli 2019 heeft de Minister van Financiën de toegezegde beleidsdoorlichting van artikel 12 schatkistbankieren en betalingsverkeer Rijk aan de Tweede Kamer gezonden. Deze doorlichting fungeerde ook als basis voor de evaluatie van de wijziging van de Wet fido uit 2013, het verplichte schatkistbankieren. Ondanks een oproep van de VNG-IPO-UVW tot het uitzetten van de "knop verplicht schatkistbankieren" bij een bereiken van een houdbare overheidsschuld, houdt het kabinet vast aan het verplichte schatkistbankieren voor decentrale overheden.  Om decentrale overheden met structurele schulden en slechts incidentele middelen toch tegemoet te komen denkt het kabinet aan een eventuele verhoging dan wel andere berekening van het drempelbedrag. Het tijdstip van eventuele aanpassing van het drempelbedrag is nog niet bekend.

Rente toerekening

Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteren we in de begroting een omslagrente van 1,5 %. De BBV-notitie rente schrijft voor dat indien de werkelijke rentelasten die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast afwijken van de rentelasten die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, dan kan de gemeente besluiten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld indien deze afwijking groter is dan 25 procent. Omdat de afwijking inderdaad groter bleek dan 25%, is de omslagrente in de jaarrekening aangepast naar 0,82%. Na wat kleine wijzigingen is het werkelijke percentage 0,78%. Dit blijft binnen de marges, zodat met 0,82% gerekend wordt.

3. Lokale heffingen

Inleiding

Lokale heffingen kunnen we onderscheiden in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk binnen het werkterrein van de gemeente worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en precariobelasting. Deze heffingen zijn niet verbonden aan een inhoudelijk programma en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen.

Deze paragraaf heeft betrekking op beide type heffingen. In het vervolg gaan wij achtereenvolgens in op:

  • Ontwikkelingen en rijksbeleid
  • Overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen
  • Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)
  • Overige lokale heffingen
  • Kwijtscheldingen

Ontwikkelingen en rijksbeleid

Vervangen macronorm OZB door benchmark lokale lasten

In 2019 is besloten om vanaf 2020 de macronorm OZB, een afspraak tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Rijksoverheid over de maximale stijging van de landelijke opbrengst onroerende-zaakbelastingen (OZB), te vervangen door een benchmark lokale lasten. Hiermee komt een einde aan het monitoren van de stijging van de onroerendezaakbelasting (OZB), die jaren lang een maximum stelde aan de stijging van de OZB-opbrengsten van alle gemeenten samen.

Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten

Onderstaande tabel geeft een overzicht met de opbrengst voor 2019 en 2018. Wij merken op dat de verschillen tussen 2019 ten opzichte van 2018 geen indicatie geven van de stijging of daling van de tarieven, maar van de totale opbrengst. Factoren zoals areaaluitbreiding spelen hierbij een belangrijke rol.

Bedragen x €1.000 Rekening 2018 Begroting 2019 Werkelijk 2019 Resultaat 2019
Algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen)        
Onroerendezaakbelasting 5.166 5.413 5.458

45

Hondenbelasting 165 175 189 14
Precariobelasting 541 522 526 4
Subtotaal 5.872 6.110 6.173 63
         
Gebonden heffingen        
Afvalstoffenheffing 3.553 3.639 3.649 10
Rioolheffing 2.180 2.209 2.254 45
Lijkbezorgingsrechten 559 525 603 78
Bouwleges 488 424 1.027 603
Overige leges 619 451 417

-34

Marktgeld 42 45 44 -1
Subtotaal 7.441 7.293 7.994 701
TOTAAL 13.313 13.403 14.167 764

 

 

 

 

 



Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)

Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen het grootste deel van de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk.

  2015 2016 2017 2018 2019
Gemiddelde WOZ-waarde 208.00 214.000 221.000 234.000 255.000
OZB-eigenaar 305,97 307,73 306,75 302,33 306,51
Afvalstoffenheffing 315,12 315,12 315,12 321,36 326,16
Rioolheffing eigenaar 117,36 120,84 120,84 120,84 122,64
Rioolheffing gebruiker 54,48 56,16 56,16 56,16 56,88
Ontwikkeling lastendruk 793 800 799 801 812
% stijging t.o.v. vorig jaar   0,9% -0,1% 0,2% 1,4%


Bij de berekening van de woonlasten voor 2019 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.

Onroerendezaakbelasting gelijk gebleven
Afvalstoffenheffing +1,5%
Rioolheffing +1,5%


Uit bovenstaande tabel blijkt dat de gemiddelde woonlasten in 2019 met 1,4% stijgen ten opzichte van het jaar ervoor.

Hieronder treft u per heffing een toelichting aan.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)

De OZB is na de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. De OZB bestaat uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen (bedrijven, enz.). De gemeenteraad bepaalt de tarieven en daarmee de door belastingplichtigen te betalen belasting. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak. Deze wordt vastgesteld op basis van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). De verschuldigde OZB is een percentage van de waarde van de onroerende zaak. De volgende tabel geeft weer hoe de OZB-tarieven zich in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld.

 

  2015 2016 2017 2018 2019
Eigenaar woning 0,1471 0,1438 0,1388 0,1292 0,1202
Eigenaar niet-woning 0,2860 0,2773 0,2661 0,2579

0,2507

Gebruiker niet-woning 0,2273 0,2227 0,2136 0,2073 0,1985

Vanaf 2015 daalt het tarief van de OZB om een stijging van de WOZ-waarde te compenseren.

 

Toename van het aantal woningen en hoger gemiddelde waardestijging dan waarmee was geraamd door de toenemende spanning op de woningmarkt zijn met name debet aan de hogere opbrengst OZB woningen in 2019 van € 68.000.

Bij de niet-woningen is de opbrengst € 25.000 lager uitgekomen dan ingeschat. De OZB-opbrengst niet-woningen zijn van veel factoren afhankelijk. Door de uitzonderlijk lage rente en aantrekkende economie is er veel beweging op de vastgoedmarkt. Omdat nieuwbouw of wijziging (bv. sloop of leegstand) van grote objecten een grotere impact hebben op de belastingopbrengsten is het mogelijk dat de jaarlijkse opbrengsten OZB niet-woningen dan ook sterk variëren en afwijken van de ramingen. Leegstand van courante niet-woningen is een ingewikkelde materie bij vastgoedwaarderingen.


Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval te dekken. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval.

De afvalstoffenheffing is niet kostendekkend. Dit blijkt uit onderstaande berekening.

7.3 Afval Begroot prim.

Begroot gewijzigd

Werkelijk
Berekening kostendekkendheid      
Kosten taakveld incl kwijtschelding 3.795.482

4.508.996

4.413.803
Inkomsten excl. heffingen -87.152 -373.152 -294.405
Netto kosten taakveld 3.708.330 4.135.844 4.119.398
       
Overige toe te rekenen kosten:      
Overhead 82.208 82.208 105.179
b.t.w. 598.426 598.426 816.478
Totale kosten (a) 4.388.964 4.816.478 5.041.055
Opbrengst heffingen (b) 3.604.000 3.639.000 3.648.276
       
Dekking (b/a*100) 82% 76% 72%


De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (x € 1):

  2015 2016 2017 2018 2019
Meerpersoons 315,12 315,12 315,12 321,36 326,16
Eenpersoons 221,76 221,76 221,76 226,20 229,56
Stijging   0,0% 0,0% 2,0% 1,5%

 

De hogere opbrengst in 2019 van € 8.000 komt door stijging van het aantal huishoudens dat in de heffing wordt betrokken als gevolg van positieve ontwikkelingen op de woningmarkt. Er worden meer nieuwbouwwoningen neergezet en de woningverkopen trekken aan, waardoor woningen gemiddeld korter leegstaan.

 

Rioolheffing

Met ingang van 2010 hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om de kosten voor het hemel- en grondwater en het afvalwater te verhalen via de rioolheffing. Welke kosten via de rioolheffing worden verhaald wordt in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld.

Dit gebeurt kostendekkend, zoals blijkt uit onderstaande berekening.

7.2 riool Begroot prim.

Begroot gewijzigd

Werkelijk
Berekening kostendekkendheid      
Kosten taakveld incl kwijtschelding

1.890.557

1.922.441

1.951.441

Inkomsten excl. heffingen 0 0 -6.288
Netto kosten taakveld 1.890.557 1.922.441 1.944.800
       
Overige toe te rekenen kosten:      
Overhead 214.443 214.443 201.990
b.t.w. 104.263 104.263 106.844
Totale kosten (a) 2.209.263 2.241.147 2.253.634
Opbrengst heffingen (b) 2.209.000 2.209.000 2.253.634
Dekking (b/a)*100) 100% 99% 100%



  2015 2016 2017 2018 2019
Eigendom 117,36 120,84 120,84 120,84 122,64
Gebruik meerpersoons 54,48 56,16 56,16 56,16 56,88
Gebruik eenpersoons 27,24 28,08 28,08 28,08 28,44
Stijging   3,0% 0,0% 0,0% 1,0%

Eigenaren van panden betalen een vast bedrag per jaar. Hierbij is de situatie van 1 januari bepalend. Daarnaast betalen ook gebruikers van panden rioolheffing. Eenpersoonshuishoudens betalen de helft van een meerpersoonshuishouden.

Opbrengsten Rioolheffing gebruikers niet-woningen zijn afhankelijk van de hoeveelheid ingenomen waterverbruik van bedrijven. Het verbruik kan pas achteraf worden vastgesteld en per jaar sterk fluctueren. Incidenteel hogere opbrengst van niet-woningen bedraagt € 33.000. Door de toename van woningen en stijging van het aantal huishoudens dat in de heffing wordt betrokken als gevolg van positieve ontwikkelingen op de woningmarkt, is er een hogere opbrengst Rioolheffing woningen van € 12.000.


Vergelijking andere gemeenten

Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen.

Vergelijking is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2019 (op www.coelo.nl) en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden weer. 

Gemeente Gemiddelde WOZ-waarde Tarief OZB OZB eigenaar Rioolheffing eig/gebr Afvalstoffen heffing Totaal Rangnr. meerp. huish.
Sliedrecht 199.000 0,0933 184 234 210 628 25
Papendrecht 218.000 0,1201 262 138 282 682 73
Dordrecht 188.000 0,1165 218 187 283 688 80
Alblasserdam 216.000 0,1172 253 173 339 765 204
Hardinxveld-G'dam 239.000 0,1247 298 227 287 812 273
Hendrik-Ido-Ambacht 253.000 0,1202 304 180 326 810 270
Zwijndrecht* 198.000 0,1210 239 298 354 869 331
Landelijk gemiddelde 266.000 0,1115 281

196

263 740  


De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten

*Voor Zwijndrecht is het totaalbedrag verlaagd met €22 wegens een tegemoetkoming in de woonlasten.

 

 

Overige lokale heffingen

Hondenbelasting

De Gemeentewet regelt dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. De hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelasting, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. In onze gemeente is een relatie tussen de opbrengst en de voorzieningen die voor honden worden gerealiseerd.

Precariobelasting

Precariobelasting wordt geheven over de kabels, buizen en leidingen van nutsbedrijven die in gemeentegrond liggen.

Op 1 juli 2017 is wetgeving in werking is getreden die bepaalt dat gemeenten geen precariobelasting meer kunnen heffen over netwerken van nutsbedrijven. Er is wel een overgangsregeling. Gemeenten die op 10 februari 2016 een tarief hadden voor nutsnetwerken kunnen tot 2022 precariobelasting blijven heffen. Hierbij geldt wel dat die gemeenten over de resterende jaren maximaal het tarief in rekening kunnen brengen dat gold op 10 februari 2016.

Begraven

De begraafplaatsen zijn met een onttrekking uit de reserve kostendekkend.

7.5 begraven Begroot prim. Begroot gewijzigd Werkelijk
Berekening kostendekkendheid      
Kosten taakveld 504.962 476.314 522.068
Onttrekking aan reserve -167.498 -148.390 -94.742
Inkomsten excl. heffingen -82.861 -102.861 -130.415
Netto kosten taakveld 254.603 225.063 296.911
       
Overige  toe te rekenen kosten      
Overhead 158.108 158.108 187.243
b.t.w. 13.830 13.830 11.945
Totale kosten (a) 426.541 397.001 472.209
Opbrengst heffingen (b) 426.541 422.577 472.208
Dekking (b/a*100) 100% 100% 100%


Leges

 

8.3 bouwleges Begroot prim.

Begroot gewijzigd

Werkelijk
Berekening kostendekkendheid      
Kosten taakveld 835.108 831.238 1.065.382
Inkomsten excl. heffingen 0 0 656.580
Netto kosten taakveld 835.108 831.238 1.721.962
       
Overige  toe te rekenen kosten      
Overhead 845.443 845.443 759.006
b.t.w.      
Totale kosten (a) 1.680.551 1.676.681 2.480.968
Opbrengst heffingen (b)  425.986 424.486 1.026.963
Dekking (b/a*100) 25% 25% 41%



0.2 Burgerzaken

Begroot primair

Begroot gewijzigd Werkelijk
Berekening kostendekkendheid      
Kosten taakveld 1.009.966 1.018.142 978.556
Inkomsten excl. heffingen 0 0 0
Netto kosten taakveld 1.009.966 1.018.142 978.556
       
Overige  toe te rekenen kosten      
Overhead 0 0 0
b.t.w.      
Totale kosten (a) 1.009.966 1.018.142 978.556
Opbrengst heffingen (b)  432.239 432.239 392.698
Dekking (b/a*100) 43% 42% 40%



Overige leges Begroot primair Begroot gewijzigd Werkelijk
Berekening kostendekkendheid      
Kosten taakveld 105.939 155.939 145.521
Inkomsten excl. heffingen      
Netto kosten taakveld 105.939 155.939 145.521
       
Overige  toe te rekenen kosten      
Overhead 114.030 114.030 102.594
b.t.w.      
Totale kosten (a) 219.969 269.969 248.115
Opbrengst heffingen (b)  38.616 111.497 115.487
Dekking (b/a*100) 18% 41% 47%


Martkgeld

De marktgelden zijn voor 2019 met 1,5% verhoogd.

De inkomsten uit marktgelden zijn niet kostendekkend, zoals uit onderstaande berekening blijkt.

3.3 Markt Begroot primair Begroot gewijzigd

Werkelijk

Berekening kostendekkendheid      
Kosten taakveld 68.039 68.039 58.717
Inkomsten excl. heffingen -3.387 -9.978 -12.353
Netto kosten taakveld 64.652 58.061 46.364
       
Overige  toe te rekenen kosten      
Overhead 0 0 0
b.t.w.      
Totale kosten (a) 64.652 58.061 46.364
Opbrengst heffingen (b)  45.105 45.105 44.411
Dekking (b/a*100) 70% 78% 96%

 

Kwijtschelding

Als een belastingplichtige als door financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen  deze inkomensgrens verruimden naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats.

Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst om op deze manier de administratieve lasten voor de burger te verminderen en de afhandeltermijn te verkorten. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend.

De volgende bedragen kwijtschelding zijn verleend:

x € 1.000 Begroot Werkelijk
Afvalstoffenheffing 131 125
Rioolheffing 22 20
Totaal 153 145

4. Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Kapitaalgoederen zoals wegen, water, groen, riolering en dergelijke zijn belangrijke schakels in de gemeentelijke infrastructuur en leveren een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de gemeente. Ze zijn van waarde voor de bereikbaarheid, de economie, de omgevingskwaliteit en de veiligheid. Om die waarde duurzaam en efficiënt in stand te houden, is een systematisch en planmatig beheer noodzakelijk. Het beheer is dan ook gericht op het duurzaam in stand houden van de gemeentelijke voorzieningen. Dit houdt in  dat we kapitaalgoederen op een zodanige manier onderhouden dat tegen zo min mogelijke kosten de voorzieningen voortdurend goed functioneren en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. Met het beheren van de kapitaalgoederen is immers ook een substantieel deel van de begroting gemoeid. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is dat de veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte op voldoende wijze gewaarborgd blijven.

Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), artikel 12, lid 2, moet in deze paragraaf het volgende worden beschreven:

  1. het actueel beleidskader (met betrekking tot beheerplannen: wanneer vastgesteld of geactualiseerd);
  2. het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau;
  3. de vertaling van de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau in de begroting.

Voor het beheer zijn beheersystemen beschikbaar om de beheertaak te ondersteunen en om goede financiële ramingen te maken. De beheersystemen hebben als doel het beheer binnen vastgestelde kwalitatieve normen zo effectief en efficiënt mogelijk in te richten. Dat betekent: op het aan te houden kwaliteitsniveau gerichte maatregelen op de juiste plaats en op de juiste momenten  tegen de laagst mogelijke kosten. Bij het bepalen van prioriteiten worden risico's afgewogen. In de beleidsplannen worden alle afwegingen en de consequenties daarvan inzichtelijk gemaakt. Op deze wijze komen wij tot effectief en efficiënt beheer.  Leidend voor het daadwerkelijke onderhoudsprogramma zijn de resultaten van de jaarlijkse inspecties van kapitaalgoederen.

Voor de financiële aspecten van het beheer wordt verwezen naar de programma's (met name "3. Buitenruimte") en de staat 'reserves en voorzieningen' (reserve Wegen en voorziening Riolering).

Kapitaalgoederen

De kapitaalgoederen worden beheerd en onderhouden op basis van beleidsplannen. In beleidsnota’s komt de methodiek van beheer aan de orde en wordt de vraag beantwoord op welke wijze het areaal in een verantwoorde staat blijft tegen zo laag mogelijke kosten. Verder wordt hierin het beleidskader voor het kwaliteitsniveau van het onderhoud van kapitaalgoederen bepaald. 

De beleidsplannen worden voor een periode van 6 tot 10 jaar opgesteld en vastgesteld door de raad. Beheerplannen hebben over het algemeen een cyclus van 4 jaar en worden vastgesteld door het college. De beheerplannen vinden hun vertaling in jaarlijkse uitvoeringsplannen. 

 

  Beleid- en beheerplan Vastgesteld
Wegen Beleidsplan wegenbeheer 2013-2023 13-5-2013
  Beleidsplan infrastructurele kunstwerken 2015-2023 12-1-2017
  Beheerplan infrastructurele kunstwerken 2015-2019 12-1-2017
  Beleidsplan verkeersvoorzieningen 2015-2023 25-8-2015
  Beheerplan verkeersvoorzieningen 2015-2019 25-8-2015
  Beleidsplan straatmeubilair 2015-2023 25-8-2015
  Beheerplan straatmeubilair 2013-2019 25-8-2015
Verkeer Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan 2009-2020 inclusief parkeernota 7-12-2009
Riolering Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2019-2023 3-12-2018
  Rioleringsbeheerplan 2019-2023 10-9-2019
     
Water    
  Baggerplan 2019-2024 8-7-2019
Openbaar groen Beeldkwaliteitsplan Groen 2015-2019 2016
  Bomenbeleidsplan 2018-2033 3-12-2018
  Groenstructuurplan 2013- 2023 21-5-2013
  Beleidsplan begraafplaatsen 2008-2018 6-10-2008
  Beheerplan begraafplaatsen 2009-2014 17-3-2008
  Speelruimteplan 2013-2023 10-3-2014
  Beheerplan speelvoorzieningen 2015-2019 24-11-2015
Gebouwen Gebouwenbeheerplan 2012-2021 27-5-2014
Afval Grondstoffenbeleidsplan 2019 -2024 2-9-2019
  Zwerfafval uitvoeringsplan 2019-2023 9-7-2019
Verlichting Beleidsplan openbare verlichting 2020 - 2024 7-10-2019
  Beheerplan openbare verlichting 2015-2017 7-9-2015

 

 

Kerncijfers

Kerncijfers     1 jan. 2019
Wegen Totaal areaal   1.336.933 m2
  Asfalt   368.413 m2
  Elementen   953.028 m2
  Half verhard (wandelpaden)   15.491 m2
Kunstwerken Bruggen en tunnels   93
  Overige kunstwerken   196
Riolering Vrijverval riolering totaal 183 km
    · gemengd riool 63 km
    · vuilwaterriool 46 km
    · regenwaterriool 66 km
    · drainage 8 km
  Rioolgemalen · rioolgemalen 22
    · in beheer waterschap 2
  Drukrioleringen · pompunits 145
    · drukriolering 25 km
  Peilbuizen   56
Water Lengte watergangen   30 km
Groen Aantal bomen   12.431*
  Gazon incl. bermen   680.966 m2
  Plantsoen   141.672 m2
Gebouwen Aantal in onderhoud   17
Afval Aantal molsystemen   680
  Aantal afvalbakken   409
Verlichting Aantal lichtmasten                       7.315

 

* Dit is het aantal bomen dat op 31-12-2019 geregistreerd staat in het beheersysteem. Dit aantal is lager dan het aantal van 12.662 dat in de begroting stond. Dit wordt veroorzaakt doordat een aantal bomen die in de afgelopen jaren zijn gekapt nog terug geplant zullen worden. In 2019 is gestart met het planten van bomen op nieuwe locaties om de doelstelling van 500 extra bomen te planten te realiseren. Aan het eind van het plantseizoen wordt een evaluatie opgesteld over het aantal extra gerealiseerde bomen. Deze notitie komt medio 2020 naar de raad.

Budgetten

1. Wegen

1.A Wegenbeheer

Wat hebben we in 2019 gedaan? 

Asfaltwerkzaamheden

De volgende wegen/wegvakken hebben we voorzien van een nieuwe asfaltlaag: voetpad De Hoog, Kruising Graaf-Willemlaan/Paulusweg, voetpad Jaagpad langs het Waaltje, 30 km zone tussen rotonde Jacobuslaan en Veersedijk, kruising fietspad Dreef/Hooftlaantje, fietspad Krommeweg ter hoogte van de Zuidwends, rotonde Sophialaan/Ambachtsezoom, Rietlaan weggedelte tussen de Laan van Welhorst en De Heerlijkheid, Reeweg tussen rotonde Antoniuslaan en Admiraal de Ruyterlaan.

Elementenverharding

De volgende straten/wegvakken zijn opnieuw bestraat: Waelneslaan, gedeelte P.C. Hooftsingel, gedeelte aan de Gulgenweg, voorterrein van het nieuwe zwembad, voetpad Kerkstraat tussen Hoge Kade en Graaf Willemlaan. 

Beleidskader

De algemene doelstelling voor het wegbeheer is het voeren van een duurzaam wegbeheer waarbij de veiligheid voor de verkeersdeelnemers in stand wordt gehouden. Comfort en aanzien van de weg spelen hierbij een beperkte rol. Uitgangspunt van het wegbeheer is het in 2013 vastgestelde ‘Beleidsplan Wegen 2013-2023’.



1.B Verkeer en vervoer

Beleidskader

In 2009 zijn in het kader van Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan (GVVP) voorkeurstructuren vastgesteld voor gemotoriseerd verkeer, openbaar vervoer en langzaam verkeer. Voor gemotoriseerd verkeer heeft dit geleid tot een nieuw wegencategoriseringsplan (voorkeurstructuur voor de hoofdwegen). Hierin zijn de kaders voor een goede bereikbaarheid, verkeersdoorstroming en veiligheid op de gemeentelijke wegen in het kader van Duurzaam Veilig vastgesteld.
Omdat GVVP een looptijd heeft tot 2020 wordt het GVVP binnen de nieuwe collegeperiode  geactualiseerd. Bij deze actualisatie betrekken we ook het huidige parkeerbeleid.

 

1.C Openbare verlichting

Beleidskader

In 2019 is  het nieuwe beleidsplan Openbare Verlichting 2020-2024 door de raad vastgesteld.

Ontwikkelingen/activiteiten

Het nieuwe beleidsplan gaat in  op het toepassen van nieuwe ontwikkelingen en technieken, zoals dimmen en LED verlichting en connectiviteit. 

 

1.D Infrastructurele kunstwerken

Wat hebben we in 2019 gedaan?

In 2019 is het noodzakelijk onderhoud aan civieltechnische kunstwerken uitgevoerd. Daarnaast is gestart met een inspectie aan alle kunstwerken  zodat we een onderhoudsplanning kunnen opstellen voor het onderhoud voor de komende jaren.

 

Beleidskader

Binnen de openbare ruimte bevinden zich infrastructurele kunstwerken, die de kruising van (water)wegen of andere natuurlijke barrières mogelijk maken. Dit zijn onder andere bruggen, duikers, keermuren, trappen, tunnels en viaducten. Het huidige beleid is erop gericht de kunstwerken op het kwaliteitsniveau ‘basis’ te onderhouden. Uitgangspunt is een zodanig kwaliteitsniveau dat de kunstwerken en bruggen naar behoren functioneren en er dus geen sprake is van achterstallig onderhoud of gevaarlijke situaties. Bij het beheer heeft het voorkomen van gevaarlijke situaties eerste prioriteit. Tweede prioriteit is zorg dragen voor het goed functioneren van de voorzieningen, gevolgd door het wegwerken van eventueel achterstallig onderhoud.

 

1.E Verkeersvoorzieningen

Beleidskader

Verkeersvoorzieningen zoals verkeersborden, straatnaamborden, ANWB-bebording, schrikhekken en verkeerspalen zijn onderdeel van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden.

Periodiek worden de beleids- en beheerplannen 'verkeersvoorzieningen' geactualiseerd. In de plannen zijn nieuwe beleidsuitgangspunten vertaald naar een geactualiseerd plan van aanpak voor het onderhoud aan de verschillende items en zijn de verschillende consequenties nader aangegeven.

De verkeersvoorzieningen worden op het basisniveau onderhouden, waarbij niet meer wordt uitgegaan van een kwaliteitsdifferentiatie per gebied. Reden hiervoor is dat verkeersvoorzieningen qua plaatsing, beheer en onderhoud moeten voldoen aan wettelijke bepalingen en landelijke richtlijnen. In het beheerplan zijn uitgangspunten voor de verkeersvoorzieningen geformuleerd..

 

1.F Straatmeubilair

Beleidskader

Straatmeubilair zoals banken, afvalbakken, fietsenstallingen en abri’s, is een wezenlijk onderdeel van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van veiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden. Periodiek worden de beleids- en beheerplannen ‘straatmeubilair’ geactualiseerd. In de plannen zijn nieuwe beleidsuitgangspunten vertaald naar een geactualiseerd plan van aanpak voor het onderhoud aan de verschillende items en zijn de verschillende consequenties nader aangegeven.

Essentieel bij het beheer/onderhoud is het te hanteren kwaliteitsniveau voor het onderhoud. Op basis van de landelijke wetgeving en richtlijnen worden de betreffende voorzieningen in de openbare ruimte onderhouden op het kwaliteitsniveau ‘basis’.

2. Riolering

Wat hebben we in 2019 gedaan

In het kader van groot onderhoud hebben we volgende rioolprojecten uitgevoerd: een gedeelte van de IJdenhove en de Pompe van Meerdervoortsingel en fase 1 van het rioleringsproject rotonde Jonkerkade-Hoge Kade is uitgevoerd.

Op het gebied van klimaatadaptatie hebben we de stresstest afgerond. Dit geeft een indicatief beeld van knelpunten binnen onze gemeente.

Beleidskader
In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) worden de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater met de daarvoor benodigde middelen uitgewerkt. Vanuit de Wet Milieubeheer zijn gemeenten verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van afvalwater binnen hun grondgebied. Ook is elke gemeente wettelijk verplicht om volgens deze wet (artikel 4.22) een GRP op te stellen. De planmatige aanpak en afstemming zijn uitgewerkt in het rioolbeheerplan. In het rioolbeheerplan zijn daarnaast de benodigde vervangingsinvesteringen op lange termijn in beeld gebracht.

In het basisrioleringsplan is onder meer aandacht besteed aan wijzigingen in het stelsel door onder andere afkoppeling van verhard oppervlak en geplande uitbreiding, als ook de wijziging in de neerslaghoeveelheden als gevolg van klimaatveranderingen.

Voor het grondwater is onze belangrijkste taak een goed inzicht verkrijgen in het grondwaterpeil met als doel het voorkomen en beperken van grondwateroverlast in kwantitatieve zin. Dit is verankerd in ons grondwaterplan. 

Klimaatadaptatie

Duidelijk is dat het klimaat verandert. De zomers worden heter, en de kans op extreme neerslag wordt steeds groter. Daarom zal de aanpak van klimaatadaptatie verder vorm moeten krijgen. Om de kansen te benutten willen we klimaatadaptatie verder gaan uitwerken bij stedelijke ontwikkeling, herstructurering van bestaande gebieden en het slim koppelen van beheersplannen. Het gaat daarbij om 4 thema's: droogte, hittestress, wateroverlast en waterveiligheid. We starten met een analyse van de klimaatatlas om de knelpunten en kansen op alle vlakken te identificeren. Vervolgens gaan we het gesprek aan over concrete toepassingen van klimaat adaptieve mogelijkheden met bewoners, projectontwikkelaars, woningbouwcoöperaties, etc. Bij dit alles wordt bekeken in hoeverre onderwerpen in Drechtstedenverband kunnen worden opgepakt en vindt afstemming plaats met het Actieplan Duurzaamheid.

 

3. Water

3.A Stedelijk waterbeheer

Op het gebied van waterbeheer hebben wij diverse plannen zoals het baggerplan en het beschoeiingenplan. In het nieuwe gemeentelijk rioleringsplan (GRP) is de koppeling met waterbeheer opgenomen.

Wat hebben we in 2019 gedaan?

Begin 2019 hebben wij door het Waterschap baggerwerkzaamheden laten uitvoeren in de omgeving van Sandelingen, Baxpark en Krommeweg.

We hebben voorbereidingen getroffen voor baggerwerkzaamheden die in 2020 uitgevoerd gaan worden.

 

3.B Baggerplan

Beleidskader

Het baggeren en het daaraan ten grondslag liggende baggerplan is een belangrijke schakel in de gemeentelijke waterketen. Het baggerplan geeft inzicht in de beheeractiviteiten op het gebied van baggeren die benodigd zijn om de watergangen op diepte te houden.

Ontwikkelingen/activiteite

Vanwege de Keur moeten wateren periodiek uitgebaggerd worden om ze op de juiste breedte en diepte te houden. Het feitelijke baggerwerk wordt zowel door onze gemeente als door het waterschap Hollandse Delta uitgevoerd, afhankelijk van de onderhoudsverplichting van de watergangen. Daarnaast bestaat de verplichting om deze wateren voor een schouw vrij te maken van los vuil en waterplanten.

 

3.C Beheer en onderhoudsplan oeverbeschermingen

Sinds 2018 hebben wij een Beheer- en onderhoudsplan oeverbescherming 2018-2026. Hierdoor kan onze gemeente het beheer en onderhoud aan de oeverbescherming op een structurele wijze uitvoeren.

4. Groen

4.A Groenstructuurplan

Wat is er in 2019 gebeurd?

Naast het regulier onderhoud is in 2019 gestart met de uitvoering van het Renovatieplan en de opgave van het planten van 500 extra bomen binnen onze gemeente. Voor de jaren 2019, 2020 en 2021 is een krediet beschikbaar gesteld van circa € 400.000,-. We hebben Oostendam aangewezen als  pilotgebied voor de start van het renovatieplan. 

Beleidskader

De Groenstructuurvisie voor de gemeente is vastgesteld in het Groenstructuurplan (2013).  In het Groenstructuurplan is onze gemeente in drie onderhoudszones verdeeld. Het Groenstructuurplan vormt het beleidsmatige kader om te komen tot een gestructureerd groenbeleid. Het groenbeleid richt zich op het creëren van een balans tussen de kwaliteit en de beschikbare middelen. Daarnaast biedt het Groenstructuurplan ook een kader voor ontwerp, (her)inrichting en het onderhoud van het openbaar groen. De visie op de gewenste visuele kwaliteit van de groenvoorzieningen in de openbare ruimte is vastgesteld in het Beeldkwaliteitsplan Groen. Het Beeldkwaliteitsplan geeft weer wat het onderhoudsniveau is van het groen; met andere woorden welke kwaliteit er wordt nagestreefd.

 

4.B Begraafplaatsen

Wat is er in 2019 gebeurd?

We hebben het begraafplaatsenbeleid geactualiseerd. Op basis van o.a. gesprekken met nabestaanden en de ervaringen van uitvaartondernemers zijn er verschillende verbeteringen doorgevoerd. Ook is de begraafplaatsexploitatie en de daaruit voorvloeiende tarieven  doorgelicht.

Beleidskader

In het Beeldkwaliteitsplan Groen is aangegeven dat door de bijzondere functie van de begraafplaatsen deze binnen de representatieve zone vallen en daarom worden de begraafplaatsen op kwaliteitsniveau A onderhouden. Het beleidsplan begraafplaatsen geeft naast deze uitgangspunten ook inzicht in de benodigde capaciteit voor begraven en bijzetten van urnen voor de komende jaren. 



 4.C Speelvoorzieningen

Wat is er in 2019 gebeurd?

In 2019 hebben wij achterstallig onderhoud uitgevoerd op ons speelareaal. Veel vervangingen en herinrichtingen zijn uitgesteld naar 2021 omdat in 2020  een nieuw speelruimteplan wordt opgesteld. 

Beleidskader

De kaders in het Speelruimteplan uit 2013 zijn grotendeels met participatie van ouders en kinderen tot stand gekomen. Samen met bewoners en kinderen zijn de wensen, ideeën, uitvoeringskaders en randvoorwaarden bepaald voor de herinrichting van speelplekken voor de komende tien jaar. Eveneens is voor de komende 5 jaar opgenomen welke plekken op welk moment worden aangepakt en de beschikbare bedragen die hierbij horen.

Speelplekken en speelvoorzieningen moeten volgens het speelruimteplan voldoen aan de eisen die de doelgroep (leeftijdscategorie) stelt. Verder moeten ze voldoen aan de wettelijke veiligheidseisen. Door inspecties, vastgelegd in inspectierapporten, worden periodiek alle speelplekken en speelwerktuigen gekeurd op veiligheid en onderhoudstoestand. Waar nodig vindt reparatie en/of vervanging plaats.

5. Gebouwenbeheer

Beleidskaders

In het Meerjarig Onderhoudsplan (MOP) 2017-2026 wordt voor de middellange termijn richting gegeven aan een effectief en efficiënt beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen. In dit meerjarige plan is aangegeven welke onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn voor de gemeentelijke gebouwen in de komende periode. Het MOP is in 2017 geactualiseerd en vastgesteld.

Met het instellen van een egalisatiefonds voor beheer en onderhoud van gemeentelijke gebouwen zijn middelen beschikbaar voor beheer en onderhoud van de gebouwen. Zo kan tussen gebouwen en over de jaren geschoven worden met middelen.

Wat hebben we in 2019 gedaan?

In 2019 zijn de volgende werkzaamheden aan gemeentelijke gebouwen uitgevoerd:

Buiten schilderwerk aan:  Uitvaartcentrum Achterambacht, Poortgebouw begraafplaats en  Kinderopvang Duivengaaard 1-3,  Cascade.

In het Baxhuis is in het kader van duurzaamheid de conventionele verlichting vervangen door LED en hebben we  witte dakbedekking en 124 zonnepanelen aangebracht.

Bij sporthal De Ridderhal hebben we de brandwerende buitendeuren vervangen.

Daarnaast zijn er aan de verschillende gebouwen nog diverse kleine onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd.



6. Afval

6.A Afvalinzameling

Beleidskader
De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor de inzameling van (gescheiden) huishoudelijk afval binnen haar grondgebied. Deze zorgplicht staat omschreven in de afvalstoffenverordening en vloeit voort uit de Wet Milieubeheer.

In de raad van 9 september 2019 heeft de raad het nieuwe grondstoffenbeleidsplan 2019 -2023 vastgesteld. De komende jaren zetten we in op het stimuleren van afvalscheiding door naast communicatie ook enkele maatregelen door te voeren die bij kunnen dragen aan het verbeteren van de scheidingsresultaten. 


Ontwikkelingen/activiteiten
Het Kabinet richt haar pijlers op een circulaire economie. Hierin staan recycling van grondstoffen centraal. Het Rijk werkt hieraan in het programma Van Afval naar Grondstof (VANG). De kern van dit programma is het optimaal gebruik van grondstoffen door het voorkomen van afval en beter scheiden en recyclen van afval dat toch ontstaat. Het Rijk heeft daarom het percentage afvalscheiding eerder al verhoogd van 60% naar 65% en legt hier nog een schep bovenop door een doelstelling op te leggen van 75% scheiding van huishoudelijk afval in 2020. Ook is een doelstelling op de restafvalfractie gelegd; van 250 kilo restafval per inwoner per jaar naar 100 kilo in 2020.  In onze gemeente hebben de inwoners in 2019 ruim 270 kg restafval aangeboden. Hiermee zijn we nog ver verwijderd van de landelijke doelstelling. 

6.B Zwerfafval

Beleidskader
In 2019 heeft het college het uitvoeringsplan Zwerfafval vastgesteld. We zetten in dit plan meer in op gedragsverandering, het verzorgen van lessen over  zwerfafval, het verminderen van  zwerfafval bij evenementen en we geven extra aandacht aan het verminderen van zwerfafval op  hotspots.

5. Grondbeleid

Inleiding

Algemeen

Het grondbeleid van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is vastgelegd in de Nota “Grond voor Beleid” (2009). Met het grondbeleid wordt uitvoering gegeven aan de ruimtelijke visie die met name in de Structuurvisie "Waar de Waal Stroomt (2009)” is vastgelegd. 
In de Nota grondbeleid is vastgelegd dat de gemeente zoveel mogelijk een actief grondbeleid voert wanneer er sprake is van grootschalige ontwikkelingen of ontwikkelingen welke invloed kunnen hebben op de ruimtelijke of stedenbouwkundige structuur van de gemeente. Met dit actieve grondbeleid wil de gemeente gewenste ruimtelijke ontwikkelingen initiëren en sturen. Faciliterend grondbeleid wordt echter niet uitgesloten.
Ook de keuze om hoofdzakelijk het instrument Wet voorkeursrecht gemeenten te gebruiken is in de Nota grondbeleid vastgelegd. Als er aanleiding is om geen gebruik te maken van het gemeentelijk voorkeursrecht, wordt dit gemotiveerd aan de gemeenteraad aangegeven. Waar een minnelijke verwerving van gronden niet mogelijk blijkt, maakt de gemeente gebruik van het onteigeningsinstrument.

Uitvoering grondbeleid

Voor de uitvoering van actief grondbeleid worden grondexploitaties opgesteld. Met een grondexploitatie wordt het financieel kader vastgelegd waarbinnen het beleid uitgevoerd moet worden. Voor enkele wenselijke grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen zijn in het verleden grondexploitaties vastgesteld die jaarlijks geactualiseerd worden. Bij de vaststelling van de begroting 2019 waren er drie actieve grondexploitaties binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht: De Volgerlanden, bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1 en bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1a. De grondexploitaties voor Fase 1 en Fase 1a zijn bij vaststelling van de grondexploitatie 2020 samengevoegd.
Bij enkele kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen wordt wel faciliterend grondbeleid gevoerd, waarbij kostenverhaalovereenkomsten met de ontwikkelaar/grondeigenaar worden gesloten.

Prognose verwachte resultaten grondexploitaties

In onderstaande tabel worden de grondexploitaties samengevat. Hierin is per project, naast wat algemene informatie, het financiële resultaat en het gewogen risicobedrag opgenomen. Om de grondexploitaties te kunnen vergelijken en de geprognosticeerde resultaten te kunnen optellen zijn de resultaten contant gemaakt naar 1 januari 2020. Voor de risicoanalyse worden jaarlijks, aan de hand van de RISMAN-methode, de verschillende van toepassing zijnde risico’s benoemd, gekwalificeerd en gekwantificeerd. Vervolgens wordt een gewogen risicobedrag berekend met een zekerheidspercentage van 90%. Dit houdt in dat het voor 90% zeker is dat het genoemde bedrag voldoende is om de risico's af te dekken. In het weerstandsvermogen van de gemeente wordt met dit risicobedrag rekening gehouden.

 

Projectoverzicht (peildatum 1-1-2020)

 

Bedragen x €1.000.000,-

 

 

 

De Volgerlanden

Ambachtsezoom Fase 1

Verwachte afronding project

2028

2027

Totale plangebied (ha)

210 ha

23,1 ha

Areaal nog aan te kopen grond

0

0

Areaal uitgeefbaar

 

15,5 ha

Areaal nog te verkopen grond

22,8 ha

15,5 ha

 

 

 

Gerealiseerde kosten

 €       319,0

 €            24,8

Gerealiseerde baten

 €       242,3

 €              1,7

Boekwaarde

 €         76,7

 €            23,1

Nog te realiseren baten -/- kosten

 €         76,2

 €            26,4

Resultaat op eindwaarde

 €          -0,6

 €              3,3

Resultaat op netto contante waarde

 €          -0,5

 €              2,8

Risico's

 €           3,2

 €              2,4

De Volgerlanden

Beleidskader
De gemeente heeft sinds het begin van het project actief grondbeleid gevoerd in het realiseren van  deze (Vinex) woningbouwlocatie De Volgerlanden.  In deze wijk worden circa 5.000 woningen gerealiseerd. Ultimo 2019 was circa 82% van de kavels uitgegeven. De gemeente wilde alle gronden in eigendom verkrijgen om de regie te houden. Veelal werden gronden van particulieren aangekocht en overige benodigde gronden die in bezit waren van projectontwikkelaars werden met bouwclaimovereenkomsten bij het gemeentelijke eigendom betrokken. De verwervingen in het De Volgerlanden zijn afgerond.

 

Financieel kader
De grondexploitatie vormt het financieel kader van het project De Volgerlanden. Dit kader wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld en geactualiseerd. In deze paragraaf staan de geactualiseerde cijfers van mei 2020, na de zomer van 2020 wordt de geactualiseerde grondexploitatie De Volgerlanden 2020 door de gemeenteraad van Hendrik-Ido-Ambacht vastgesteld.
In de gemaakte afspraken met de gemeente Zwijndrecht is opgenomen dat van het exploitatieresultaat tot € 20 miljoen (winst of verlies) beide partijen ieder de helft voor zijn rekening nemen. Het bedrag boven de € 20 miljoen (winst of verlies), is voor 2/3 deel (voor rekening) van Hendrik-Ido-Ambacht en 1/3 deel (voor rekening) van Zwijndrecht.

 

Bedrijventerrein Ambachtsezoom

Beleidskader
Bij bedrijventerrein Ambachtsezoom wordt actief grondbeleid toegepast. Sinds 1 januari 2013 richt de planvorming van Ambachtsezoom zich alleen op het westelijke gedeelte van het bedrijventerrein (Fase 1). Alle gronden in het gebied zijn in eigendom bij de gemeente.

 

Financieel kader
Samen met bestemmingsplan Bedrijvenpark Ambachtsezoom is het exploitatieplan Bedrijvenpark Ambachtsezoom vastgesteld. De gronden met de bestemming 'Bedrijventerrein', met nadere aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen', zijn toen buiten het exploitatieplan gehouden. Om deze reden zijn er twee grondexploitaties vastgesteld; Ambachtsezoom Fase 1 voor de gronden binnen het exploitatieplan en Fase 1a voor de gronden er buiten. Op 2 december 2019 heeft de gemeenteraad het exploitatieplan ingetrokken omdat alle gronden reeds verworven zijn. Bij de vaststelling van de grondexploitatie Ambachtsezoom, in de raadsvergadering van 6 juli 2020, zijn beide grondexploitaties samengevoegd.

Tussentijdse winstneming

Tussentijdse winstneming geldt vooral bij projecten die diverse jaren duren. Hieronder zijn regels opgenomen over hoe wordt omgegaan met (tussentijdse) winstneming:
1. Tussentijdse winstneming kan alleen plaatsvinden indien:
a. voldoende zekerheid bestaat over het (verwachte) resultaat van de grondexploitatie, ofwel het resultaat op de grondexploitatie betrouwbaar kan worden ingeschat; én
b. De grond (of het deelperceel) is verkocht; én
c. De kosten zijn gerealiseerd
2. Wanneer er wordt voldaan aan de voorwaarden voor tussentijdse winstneming wordt de zogenaamde percentagemethode (POC) toegepast.
3. Bij de bepaling van de tussentijdse winst worden de risico's die specifiek samenhangen met de nog te realiseren kosten en opbrengsten van de grondexploitatie in mindering gebracht.


Bij winstneming gelden in algemene zin de volgende uitgangspunten: de winst wordt naar rato van gerealiseerde kosten en opbrengsten (tot en met het lopende jaar) genomen. Dus indien 50% van de kosten is gerealiseerd en 50% van de grond is verkocht (over de gehele looptijd), dan is de winstrealisatie 50% x 50% = 25%. Zowel de realisatie van de kosten als de realisatie van de opbrengsten zijn bepalend voor de omvang van de winstrealisatie.


Voor de grex De Volgerlanden geldt een bijzondere situatie omdat deze grex samen met Zwijndrecht wordt uitgevoerd in gezamenlijk winst en risico. Daarom wordt bij De Volgerlanden in zo'n situatie een extra risico afweging gemaakt in relatie tot de omvang van het project.
M.b.t. de grex Ambachtsezoom worden de eerste gronduitgiften pas in 2021 voorzien.

Reserve en Risico

De aard van de activiteiten binnen het totaal van de exploitaties maakt het noodzakelijk ter afdekking van de risico's een algemene reserve grondbedrijf aan te houden. Deze reserve wordt opgebouwd uit de eindresultaten van alle afgesloten grondexploitaties plus alle tussentijdse winst- en verliesnemingen. Het nemen van winst zal geschieden overeenkomstig de eerder beschreven methodiek van (tussentijdse) winstneming. Indien er bij het opstellen dan wel het actualiseren van een kostprijscalculatie blijkt dat er een verlies op een complex ontstaat, wordt hiervoor een voorziening getroffen ten laste van de Algemene reserve grondbedrijf.
De Algemene reserve grondbedrijf dient op voldoende niveau te zijn om de benoemde risico's te kunnen opvangen en dient een minimum niveau te hebben afhankelijk van het risicoprofiel. Zodra het saldo van de reserve zich onder het minimum niveau bevindt, moet dit worden aangevuld vanuit de Algemene (concern)reserve. De Algemene reserve grondbedrijf kent geen maximum niveau.

6. Verbonden partijen

Inleiding

Verbonden partijen zijn die partijen waarmee de gemeente een bestuurlijke relatie heeft én waarin zij een financieel belang heeft. Een verbonden partij levert daarmee een bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen van de gemeente. Partijen waaraan een significant (financieel) risico kleeft, worden ook verwerkt in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen’.

BBV

In de nieuwe BBV is opgenomen dat voortaan een onderverdeling wordt gemaakt naar:

  • gemeenschappelijke regelingen;
  • vennootschappen en coöperaties;
  • stichtingen en verenigingen, en;
  • overige verbonden partijen.

In dit hoofdstuk gaan we in op de doelstellingen, taken en financiële aspecten van de gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht participeert. Bij een vennootschap en coöperatie participeert de gemeente in het risicodragend vermogen van een privaatrechtelijke rechtspersoon als aandeelhouder van de betreffende NV of BV.

Hieronder wordt een opsomming gegeven van dergelijke samenwerkingsverbanden.

Gemeenschappelijke regelingen Vennootschappen en coöperaties
  • GR Drechtsteden
  • GR Dienst Gezondheid & Jeugd
  • GR Veiligheidsregio
  • GR Omgevingsdienst
  • GR Drechtwerk
  • GR Natuur en recreatieschap IJsselmonde
  • GR Openbare Verlichting GR Gevudo
  • ROM-D
  • Oasen (NV)
  • Eneco Holding (NV)
  • BNG (NV)


Wij kennen geen  stichtingen en verenigingen als verbonden partij.

Verbonden partijen (x € 1.000)

Relatief aandeel
HIA

Bijdrage
HIA
2018

Bijdrage HIA
2019

Eigen vermogen 01-01-2019

Eigen vermogen 31-12-2019

Vreemd vermogen

01-01-2019

Vreemd vermogen

31-12-2019

GR Drechtsteden

             

Bureau Drechtsteden en staf

10,22%

764

889

 

 

 

 

griffie

10,60%

42

34

 

 

 

 

Sociale Dienst Drechtsteden (incl. resultaat Wmo)

5,09%

10.572

12.262

 

 

 

 

minus rijks-doeluitkering SDD

5,13%

-4.255

-4.687 

 

 

 

 

Service Centrum Drechtsteden

6,37%

1.743

1.881

 

 

 

 

Gemeentebelastingen Drechtsteden

10,06%

507

671

 

 

 

 

Onderzoekcentrum Drechtsteden

10,51%

77

92

 

 

 

 

Totaal GRD

5,39% 

13.705

15.647 

676

-917 

 60.746

42.024 

 

 

 

 

 

 

 

 

GR Dienst Gezondheid & Jeugd         (zonder RAV)

 

 

 

4.194

4.772

58.403

36.388

DG&J

6,39%

1.257

1.594

 

 

 

 

Serviceorganisatie Jeugd

    5,63%

5.646

6.559

 

 

 

 

GR Veiligheidsregio (incl. boxen)

4,06%

1.724

1.713

8.364

8.273

60.630

59.786

GR Omgevingsdienst

1,72%

414

553

1.736

3.485

6.693

2.154

Drechtwerk

3,44%

175

178

1.140

936

30.266

28.282

GR Natuur en recreatieschap IJsselmonde

15%

207

207

3.988

4.263

1.991

1.724

GR Openbare Verlichting

   11,91%

54

 

151

141

195

171

GR Gevudo (aandeel gar.kap. 8,7 mln)

7,63%

8.685

8.700

30

30

538

536

 

 

 

 

 

 

 

 

Vennootschappen

 

 

 

 

 

 

 

ROM-D Holding NV

2,40%

109

109

4.127

4.118

2.152

2.162

ROM-D Capital BV

 

 

 

18.427

18.391

0,14

1

ROM-D Beheer NV

 

 

 

44

44

151

617

ROM-D Capital beheer BV

 

 

 

43

36

0

0

ROM-D KILL III CV

1,50%

141

141

10.389

9.457

9.014

8.988

ROM-D Projecten CV

 

 

 

2.103

2.008

7.389

13.139

Oasen (NV)

2,81%

 

 

108.494

 

159.959

 

Eneco Groep (NV)

0,50%

 

 

2.936.000

2.937.000

2.807.000

3.036.000

Stedin Groep (NV)

 

 

 

2.198.000

2.448.000

4.793.000

4.841.000

BNG (NV)

0,05%

 

 

4.257.000

4.154.000

133.251.000

145.535.000

 

A. Gemeenschappelijke regelingen

Een groot deel van de gemeentelijke middelen wordt via verbonden partijen ingezet voor realisatie van doelen, uitvoering van processen en ondersteuning van de bedrijfsvoering. Vanwege de vaak aanmerkelijke bestuurlijke, beleidsmatige en financiële belangen is inzicht in en effectieve sturing op deze verbonden partijen noodzakelijk.

GR Drechtsteden

De gemeenten in de Drechtsteden zijn gezamenlijk een netwerkstad en netwerkorganisatie op een aantal beleidsterreinen. Inhoudelijke samenwerking, afstemming en voorbereiding van beleid binnen de Drechtsteden vindt plaats op de beleidsterreinen Fysiek, Sociaal en Bestuur. Al een aantal jaren werken de Drechtsteden samen in gezamenlijke uitvoeringsorganisaties: Sociale Dienst Drechtsteden, Servicecentrum Drechtsteden, Gemeentebelastingen Drechtsteden, Onderzoekcentrum Drechtsteden, en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden (ROM-D) als onderdelen van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden.

Met die samenwerking zetten de gemeenten in op optimale dienstverlening aan de inwoners, organisatorische en financiële verbeteringen en presentatie van ‘De Drechtsteden’ naar buiten als economisch krachtige, goed bereikbare en leefbare regio. Zij doen dit elk met behoud van de eigen karakteristieke kenmerken. Daarnaast werken besturen en organisaties van de Drechtstedengemeenten ook samen met partijen in de regio, zoals het regionale bedrijfsleven, woningbouwcorporaties, het onderwijs, de gezondheidszorg, welzijnsorganisaties en culturele instellingen. Participeren in de samenwerking biedt de gemeenten kansen en vernieuwingen voor de regio en daarmee ook voor de inwoners. De diversiteit aan beleidsterreinen en uitvoeringstaken waarop in Drechtstedenverband wordt samengewerkt, is vanzelfsprekend merkbaar in de programma’s in onze gemeentelijke begroting.

Naam verbonden partij GR Drechtsteden
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Draagvlak te creëren voor een evenwichtige ontwikkeling van het gebied. Om deze doelstelling te realiseren en met inachtneming van de autonomie van de deelnemende gemeenten, behartigt Drechtsteden de gemeenschappelijke regionale belangen op de volgende terreinen:

  • Economie en bereikbaarheid (economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme)
  • Fysiek (volkshuisvesting, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijk beheer, milieu, water, groen, publieke infrastructuur, economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme)
  • Sociaal (sociale zekerheid en –ontwikkeling, onderwijs en kennisinfrastructuur, sport en cultuur)
  • Bestuurlijke ontwikkeling en grotestedenbeleid
  • Staf- en ondersteunende diensten en de bedrijfsvoering
  • Sociaal- geografisch onderzoek

     

     

    Daarnaast heeft Drechtsteden als doelstelling zorg te dragen voor:
  1. de efficiënte en effectieve heffing en invordering van belastingen, voor de heffing en invordering waarvan de gemeenteraden van de gemeenten belastingverordeningen en de kwijtscheldingsregels hebben vastgelegd, elk voor zover het hun gebied betreft;
  2. de uitvoering van de WOZ waaronder ook de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden, elk voor zover het hun gebied betreft.

NB: dit is de tekst van de nu geldende Gemeenschappelijke Regeling (versie 15.0). Aanpassing naar aanleiding van besluitvorming over het Deetman rapport moet nog gebeuren.

Risico’s
  • apparaatskosten: in de prognose van de apparaatskosten is slechts rekening gehouden met met de verwachte loonindexatie (cao), terwijl bij de diverse programma's de dienstverlening met meer dan 5-10% groeit
  • zaak- en archiefsysteem leidt tot mogelijk hogere beheerlasten
  • korting van 2% op de gemeentelijke bijdragen
  • ontwikkeling macrobudget
  • baanbrekend detacheren
  • inzet participatiebudget
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het Drechtstedenbestuur (collegelid), Drechtraad (raadsleden fracties) en diverse bestuurlijke werkgroepen (portefeuillehouders).
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Het rapport Deetman heeft geleid tot nieuwe ontwikkelingen en nieuwe vormen van samenwerking in de regio. De samenwerking op bedrijfsvoering, sociaal domein en de coordinatie van externe betrekkingen worden voortgezet binnen het domein van de GRD. Daarnaast is een nieuwe vorm van samenwerking ontstaan op het gebied van ruimtelijk-economische ambities. De realisatie van de Groeiagenda komt zo heel nadrukkelijk onder verantwoordelijkheid van de zeven gemeenten. 

In 2019 is daarnaast, mede naar aanleiding van een motie in de gemeente Dordrecht, een discussie ontstaan over de samenwerking op het sociaal domein. Het is nog niet helder of dit leidt tot een andere manier van samenwerking op het sociaal domein en wat dit betekent voor de deelnemende gemeenten.

De nieuwe vorm(en) van samenwerking zullen leiden tot aanpassing van de tekst van de gemeenschappelijke regeling. 

 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 5 (risicoprofiel hoog)
Websites en documenten www.drechtsteden.nl begroting 2020 en lokale zienswijze

 

 

 

GR Veiligheidsregio ZHZ

Onze gemeente maakt deel uit van de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. De gemeenschappelijke regeling VRZHZ is aangegaan met de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht,  Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Hoeksche Waard, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, en Zwijndrecht.

In de veiligheidsregio zijn de brandweertaak en de taken op het terrein van de GHOR (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen) en Crisisbeheersing en Rampenbestrijding ondergebracht.

Naam verbonden partij GR Veiligheidsregio ZHZ
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

De regeling is opgericht voor de uitvoering van de Wet veiligheidsregio’s en stelt zich ten doel te allen tijde een gezamenlijke effectieve en efficiënt georganiseerde slagkracht voor crisisbeheersing, rampenbestrijding, brandweerzorg en geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen te kunnen leveren en een deskundig en betrouwbare veiligheidsadviseur te zijn.

Risico’s

De GR VRZHZ geeft de volgende risico’s op:

  • Wijzigingen door gemeentelijke herindelingen en overgaan van gemeentes naar de provincie Utrecht;
  • Opgelegde taakstellingen;
  • Voltooiing van de reorganisatie.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente De burgemeester zit in het Algemeen Bestuur en portefeuillehouder Bevolkingszorg en Risico-en Crisisbeheersing namens Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio.
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Na de eerdere reorganisatie van de Veiligheidsregio heeft organisatorisch in 2019 de focus vooral gelegen op het stroomlijnen en inregelen van de nieuwe organisatie. Ook is in 2019 het Regionaal Risicoprofiel opnieuw geactualiseerd. Dit is een verplichting vanuit de Wet Veiligheidsregio's (iedere 4 jaar). Deze actualisatie is input voor het actualiseren beleidsplan. Verder heeft de Directeur, Dhr.Post, in 2019 de organisatie verlaten. Hij is directeur geworden van de GR Drechtsteden. Tijdelijk is de functie waargenomen door Dhr.Brons en is het profiel voor een nieuwe directeur opgesteld.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Arrangement: 4 (risico: gemiddeld/hoog)
Websites en documenten www.vrzhz.nl

 

 

GR Omgevingsdienst

We participeren op Zuid-Holland Zuid-niveau in de GR Omgevingsdienst die voor ons de wettelijke milieu- en omgevingstaken uitvoert. De 10 gemeenten uit de regio Zuid-Holland Zuid zijn eigenaar, samen met de provincie Zuid-Holland.

Naam verbonden partij GR Omgevingsdienst
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Uitvoeren van  de wettelijke milieu- en omgevingstaken voor de 10 gemeenten van Zuid-Holland Zuid en een deel van de provincie Zuid-Holland.

Risico’s
  • Mate waarin de fluctuatie in omzet opgevangen kan worden door een flexibele schil van personeelsbestand;
  • Aansprakelijkheid voor adviezen;
  • Optimaliseren van de nieuwe organisatie.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid) en lid van de auditcommissie.
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De OZHZ is 2019 bezig geweest om de organisatie weer op te bouwen en diverse vacatures in te vullen. In 2020 zal veel aandacht uitgaan naar het in kaart brengen van de gevolgen van ontwikkelingen rondom stikstof en de overdracht van bodemsaneringstaken van provincie naar gemeenten. Maar ook richt de OZHZ zich op ontwikkelingen zoals sanering van asbestdaken, energie en duurzaamheid en omgevingsveiligheid bij vergunningaanvragen.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Arrangement: 4 (risico: gemiddeld/hoog)
Websites en documenten www.ozhz.nl

 

 

GR Dienst Gezondheid & Jeugd

De GR bestaat uit twee organisatieonderdelen: Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) en Serviceorganisatie Jeugd (SOJ). DG&J is verantwoordelijk voor het uitvoeren van taken op het gebied van publieke gezondheid, maatschappelijke zorg, leerplicht en voortijdig schoolverlaten. De dienst is ook verantwoordelijk voor de aansturing van de uitvoering van de integrale jeugdgezondheidszorg. De Regionale Ambulancevoorziening (RAV) is formeel een onderdeel van DG&J. Tweede onderdeel van de GR is de Serviceorganisatie Jeugd. Dit onderdeel is verantwoordelijk voor de sturing op jeugdhulp in Zuid-Holland Zuid. Dit doet de SOJ door contractmanagement, risicomanagement en budgetbeheersing, accountmanagement en informatievoorziening voor gemeenten.

Naam verbonden partij GR Dienst Gezondheid & Jeugd
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

De dienst Gezondheid & Jeugd bewaakt, beschermt en bevordert in opdracht van de 10 gemeenten in Zuid-Holland Zuid de activiteiten die gericht zijn op het verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen en het vergroten van de ontwikkelingskansen van onze inwoners.

De Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) zorgt namens de gemeenten in Zuid-Holland Zuid voor sturing op jeugdhulp.

Risico’s

 Voor de Dienst Gezondheid & Jeugd (incl. RAV) zijn de belangrijkste risico's:

  • Batenraming: Een deel van de inkomsten heeft een fluctuerend karakter en is daarmee onzeker. Voorbeelden zijn subsidies in het kader van Veilig Thuis, OGGZ/Maatschappelijke zorg, de opbrengst van de polikliniek.
  • Uittreding Leerdam en Zederik: Bij de uittreding van beide gemeenten zijn de baten van DG&J structureel neerwaarts bijgesteld. Voor het weer structureel in evenwicht brengen van de begroting zijn maatregelen genomen. Daarbij is rekening gehouden met de inzet van de overeengekomen uittredingssom.

 Voor de SOJ zijn de belangrijkste risico's:

  • Ontwikkeling zorgvraag en zorgkosten:  Bij de begroting 2019 is afgezien van een stelpost voor de groei van de zorgvraag. Tot en met 2018 was de groei in onze regio veel lager dan landelijk. In 2019 stijgt hier de vraag echter ook sterk.
  • Niet bestede PGB budgetten. Van de verstrekte PGB budgetten wordt jaarlijks circa 65 procent besteed.  Over de afgelopen jaren kan nog € 12,0 mln. gedeclareerd worden.  De algemene wettelijke regel is dat binnen 5 jaar gedeclareerd moet worden. 
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid).
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

In 2019 heeft DG&J een nieuwe Meerjarenbeleidsplan (MJP) opgesteld. Het MJP is het strategische beleidskader van de DG&J en geeft inzicht in de ontwikkeling, opgaven en prioriteiten voor de komende vier jaar.  De DG&J legt de komende periode prioriteit bij vier opgaven: 1) Gezond en veilig opgroeien, 2) Iedereen doet mee, 3) Vitaal ouder worden en 4) Gezonde leefomgeving, gezonde mensen.  Op 12 december 2019 heeft het Algemeen Bestuur van DGJ& ingestemd met het ontwerp MJP voor de periode 2020-2023 en dit ontwerp is voor een zienswijze naar alle raden gestuurd. 

Om voorbereid te zijn op de nieuwe wet ambulancezorg is de Regionale Ambulance Voorziening (RAV) met ingang van 1 januari 2019 verzelfstandigd tot de Coöperatie Ambulancezorg zhz (CAZ). De CAZ is een coöperatie met DG&J, de Stichting Albert Schweitzer Ziekenhuis en de Erasmus MC Zorg Holding BV als leden. De overgang naar de Coöperatie is geruisloos en zonder problemen verlopen. De operationele werkzaamheden zijn ongestoord doorgegaan en de prestaties bleven op niveau.  

In juli heeft het AB de Omdenknotitie Jeugd en het daarbij behorende plan van aanpak vastgesteld. Dit plan van aanpak is voorzien van een nieuw financieel kader, waarbij voor de jaren 2020-2002 wordt ingezet op een kostenbesparingen van € 14,7 mln.  Alle betrokkenen (Gemeenten, Stichting Jeugdteams en Serviceorganisatie) zijn aan de slag met de uitwerking van de maatregelen uit het plan van aanpak. De voortgang wordt gemonitord worden middels een speciaal daarvoor ingesteld aanjaagteam.  Aanvullend heeft het AB in principe besloten de regionale financiële solidariteit met ingang van 2020 over een periode van 3 jaar af te bouwen. Dit principebesluit is eind 2019 voor een zienswijze naar de gemeenteraden gestuurd. Doordat de begroting van de SOJ niet in evenwicht is met de verwachte uitgaven,  staat de GR D&J onder preventief toezicht bij de provincie. 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 5 (risicoprofiel hoog)
Websites en documenten

www.dienstgezondheidjeugd.nl

www.jeugdzhz.nl

Begroting 2019

 

 

Drechtwerk

Drechtwerk laat mensen met een arbeidsbeperking zinvol en passend bij hun mogelijkheden, deelnemen aan het arbeidsproces. De invoering van de Participatiewet heeft invloed op Drechtwerk, omdat hiermee de Wet sociale werkvoorziening niet meer bestaat waardoor er geen automatische instroom van SW’ers meer is bij Drechtwerk.

Naam verbonden partij Drechtwerk
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling. 

Drechtwerk heeft naast de pay-rol-BV WerXaam, de Drechtwerk BV (DWGroen en DWActief), participeert voor 47% in FrisFacilitair BV en participeert voor 50% in Baanbrekend Detacheren BV.

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Drechtwerk richt zich  zich op het bevorderen van de door- en uitstroom van zowel mensen uit de Participatiewet als uit de oorspronkelijke Wet Sociale Werkvoorziening (WSW).

Risico’s
  • Hoogte van de Rijkssubsidie SW:  Het ministerie bepaalt de hoogte van de subsidie per medewerker. Wijziging in de bekostigingssystematiek heeft gevolgen voor de omvang van de subsidie SW.  De subsidie is de belangrijkste inkomstenbron van Drechtwerk.
  • Onvoldoende uitstroom van de SW-doelgroep: Voor de verdeling van de subsidiegelden houdt het Rijk rekening met de verwachte daling van de SW-doelgroep geprognosticeerd. Voor Drechtwerk komt dit neer op ongeveer 8 à 9 procent daling per jaar. Het niet realiseren van deze uitstroom leidt tot tekorten op de salarisbetalingen.
  • Uitstaande geldlening aan een voormalig Drechtwerk bedrijf:  Bij faillissement van dit bedrijf is het risico reëel dat de uitstaande lening niet geheel geïnd kan worden
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Opdrachtgeversrol: via bestuurlijke vertegenwoordiging in de GR Drechtsteden.  Eigenaarsrol: wethouder financiën in het Algemeen Bestuur

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Bestuurlijk uitgangspunt is dat Drechtwerk en de Sociale Dienst Drechtsteden op (middellange) termijn toegroeien naar een organisatie. In 2019 is erop ingezet de organisatorische obstakels weg te halen die in de afgelopen jaren tussen de SDD en Drechtwerk zijn ontstaan.  Aanvullend heeft het AB opdracht gegeven te onderzoeken hoe de twee GR’s zich formeel tot elkaar verhouden en op welke manier deze regelingen in elkaar geschoven kunnen worden.

De activiteiten van Drechtwerk en SDD lopen inhoudelijke steeds meer in elkaar over en vullen elkaar aan. In 2019 is onder andere gestart met de ontwikkeling van het leer- en ontwikkelbedrijf pre-Perspct. Het leer- en ontwikkelbedrijf  richt zich primair op de SW-medewerkers die mogelijk in de toekomst kunnen uitstromen, maar kan ook opengesteld worden voor mensen vanuit de Participatiewet.

Drechtwerk heeft op dit moment 47% van de aandelen van FrisFaciltair. Deze aandelenpositie wordt heroverwogen. Om tot een afgewogen oordeel te komen is opdracht gegeven gehele terugkoop of verkoop van aandelen te onderzoeken.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Arrangement 3: gemiddeld
Websites en documenten

www.drechtwerk.nl

Primaire begroting 2019 en zienswijze

 

 

Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde

 

Naam verbonden partij Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde
Vestigingsplaats Rotterdam
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Het Natuur- en Recreatieschap heeft tot doel de natuur- en recreatieschapsgebieden in of in de directe nabijheid van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hendrik-Ido-Ambacht, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Maassluis, Nederlek, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, Westvoorne en Zwijndrecht efficiënt en effectief te beheren.

Risico’s
  • Het uittreden van de gemeenten uit het schap.
  • door uittreden van de gemeente Rotterdam en de provincie is continuïteit van hun financiële bijdragen na 2025 onzeker.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente De wethouder RO is lid van het dagelijks en algemeen bestuur van het NRIJ. Een raadslid is lid van het Algemeen Bestuur van het NRIJ.
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De provincie en de gemeente Rotterdam zijn per 1/1/2018 uit het schap getreden. De overblijvende gemeenten (Barendrecht, Albrandswaard, Ridderkerk en Hendrik-Ido-Ambacht) hebben met elkaar een intentieovereenkomst gesloten waarin zij hebben aangegeven gezamenlijk verder te willen gaan in het NRIJ, in ieder geval tot 2022. In de intentieovereenkomst staan uitgangspunten en actiepunten voor de transitie naar een toekomstbestendig schap. In 2019 is een kwartiermaker aangesteld om deze punten te vertalen naar concrete en gedragen keuzes voor de toekomstige organisatie. De kwartiermaker heeft een strategisch kader opgesteld en bouwstenen benoemd voor een transitie.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 2 (risicoprofiel laag/gemiddeld)
Website en documenten www.recreatiegebied-ijsselmonde.nl

 

 

 

GR Gemeenschappelijke Vuilverwerking Dordrecht en omstreken (Gevudo)

De GR Gevudo bezit 18,15 % van de aandelen van NV Huisvuilcentrale Noord-Holland, HVC te Alkmaar en behartigt en coördineert de belangen van de deelnemende gemeenten richting HVC. De huidige deelnemers aan de GR Gevudo zijn de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, Vijfheerenlanden en Zwijndrecht. In het verleden was de GR daadwerkelijk actief in het verzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Tegenwoordig zijn de doelen het verwerven, beheren en vervreemden van aandelen in het kapitaal van de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland (HVC) en het partij zijn bij overeenkomsten tussen aandeelhouders van HVC. De GR staat naar rato van haar deelname in HVC garant voor het nakomen van de financiële verplichtingen die HVC is aangegaan; op basis van een met aandeelhouders overeengekomen ballotageovereenkomst. Hiervoor wordt een garantstellingsprovisie ontvangen. 

Naam verbonden partij GR GEVUDO
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Behartigen van de belangen van de deelnemers op het gebied van het verwerken van huishoudelijke afvalstoffen afkomstig van de Drechtsteden, Alblasserwaard, Molenlanden en Vijfheerenlanden. De laatste jaren neemt de omvang van het onderdeel 'warmte' van HVC toe. Ook voor onze gemeente zal HVC een warmtenet gaan aanleggen (in de Volgerlanden).

Onzekerheden

Een eventuele aanspraak door een bank op de gegarandeerde leningen betekent dat de deelnemers hun eigen aandeel dragen. 

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur (collegelid).
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

HVC is financieel robuust, ook op de middellange termijn. De bedrijfsvoering van HVC is adequaat, uitgaande van de financiering met gegarandeerde leningen. HVC heeft in de afgelopen jaren gewerkt aan verdere solvabiliteitsopbouw. Als Hendrik-Ido-Ambacht staan wij garant voor € 8,7 miljoen. Zolang de verbrandingsinstallaties voldoende aanbod van onder andere de gemeentelijke klanten en waterschappen behouden, is het risico klein. Wel breidt HVC, in overleg met haar aandeelhouders, de activiteiten rondom warmtelevering verder uit. Sinds 2014 is een nieuwe dienstverleningsovereenkomst met HVC van kracht, alsmede voor de gemeente Dordrecht, gemeente Alblasserdam, gemeente Papendrecht en gemeente Zwijndrecht.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel De GR Gevudo heeft een risicoprofiel 1 (laag risico op financieel en bestuurlijk gebied) en daarmee sturingsarrangement 1.

 

 

Bureau Openbare Verlichting

Naam verbonden partij  
Vestigingsplaats Hardinxveld-Giessendam
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Leerdam, Molenwaard, Papendrecht, Krimpenerwaard, Vianen en Zederik hebben zich verenigd in de Gemeenschappelijke Regeling Bureau Openbare Verlichting (Bureau OVL). Kerntaak van deze organisatie is het uitvoeren van het beheer van de openbare verlichting en de centrale aansturing en bewaking op de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden hieraan. Bureau OVL fungeert op dit terrein ook als het kenniscentrum voor de deelnemers en voert in opdracht projecten voor de gemeenten uit.

Onzekerheden
  • Er worden geen risico’s genoemd.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het bestuur (collegelid).
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Bureau OVL neemt deel aan landelijke overleggen van het InterGemeentelijk-overleg Openbare Verlichting (IGOV) welke met ingang van 1 januari 2016 is ondergebracht in de stichting OVLNL.nl. Bureau OVL is van daaruit vertegenwoordiger namens de kleine en middelgrote gemeenten in het landelijk overleg van NetbeheerNederland.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Arrangement 1: Laag

 

 

ROM-D

De Regionale Ontwikkelingsmaatschappij is  de grondontwikkelingsmaatschappij van de Drechtsteden. ROM-D is een publiek-privaat samenwerkingsverband van de gemeenten in de Drechtsteden , de Provincie Zuid-Holland en het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam.

 

De belangrijkste opgave is het versterken van de regionale economie met als belangrijkste activiteiten:

- de uitgifte van kavels (voor bedrijven)

- de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen

- de revitalisering van bestaande bedrijventerreinen

- de promotie van de regio Drechtsteden

 

 

Naam deelneming Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden (ROM-D)
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm

De structuren na invoering van de doorontwikkeling:

  1. ROM-D Holding N.V.
  2. ROM-D Beheer N.V.
  3. ROM-D Capital B.V.
  4. ROM-D C.V.
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) Het versterken van de economische ontwikkeling van de Drechtsteden.
Financieel belang van de gemeente

Kapitaaldeelname

ROM-D Dordtse Kil III CV: Commanditair kapitaal: 140.989 (1,5%)

ROM-D Holding NV: Kapitaal: 109.216 (2,4%)

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Bestuurlijk: de wethouder Economie heeft zitting in de Holding N.V..
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

In 2019 zijn de economische instrumenten van de Drechtsteden geevalueerd. Het gaat dan om ROM-D, DEAL (promotie- en acquisitiebureau) en EDB (Economic Development Board). Deze organisaties hebben in de afgelopen jaren een sterke bijdrage geleverd aan aan de economie van de Drechtsteden en die van Hendrik-Ido-Ambacht, bijvoorbeeld bij het aantrekken van nieuwe bedrijven op de Antoniapolder en de promotie van bedrijvenpark Ambachtsezoom. Onderzocht is hoe deze drie instrumenten kunnen worden ingezet op de regionale Groeiagenda Drechtsteden 2030. Besloten is om alle drie de instrumenten voort te zetten en de onderlinge samenwerking te verbeteren.

Specifiek voor ROM-D zullen gemeenten en ROM-D samen kansenkaarten ontwikkelen met (potentiele) nieuwe projecten. Op basis van de kansenkaarten wordt  vervolgens een meerjarenperspectief ontwikkeld. ROM-D doet daarbij een voorstel voor aanvullende financiering om slagvaardig bij te dragen aan de ambities van de Groeiagenda. 

Met de evaluatie is ook besloten om de governance structuur van ROM-D te vereenvoudigen. 

De komende jaren ontwikkelt de regio circa 110 ha nieuwe bedrijventerreinen. 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 3 (risicoprofiel gemiddeld)
   

Eneco

Naam deelneming Eneco Holding N.V. en Stedin Holding N.V.
Vestigingsplaats Rotterdam
Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) Waarborg energievoorziening
Financieel belang van de gemeente

Aantal aandelen: 22.495 (0,45%), boekwaarde 454 duizend. In het boekjaar is circa € 514.000 aan dividend ontvangen voor beide onderdelen gezamenlijk. Bij de verkoop van Eneco vallen de dividend inkomsten voor het onderdeel Eneco weg.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Als aandeelhouder
Toekomstperspectief en ontwikkelingen Per 31 jan. 2017 is de Eneco Holding formeel gesplitst. Dit maakt ons als gemeenten (53) per die datum aandeelhouder in het netwerkbedrijf Stedin Holding NV en het energiebedrijf Eneco Groep NV. Na de splitsing lag het voor de hand om de publiek belang afweging in het energiebedrijf Eneco opnieuw te maken. In 2019 heeft circa 90% in principe gekozen voor afbouw van de aandelen Eneco.  Het definitieve besluit tot afbouw heeft plaatsgevonden in het 1e kwartaal 2020. Onze gemeente ontvangt eind maart 2020 circa 18 miljoen uit de verkoop.

Oasen

Het doel van deze deelneming is het borgen van publieke belangen met betrekking tot drinkwater.

Naam deelneming Oasen Zuid-Holland
Vestigingsplaats Gouda
Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) Het verzorgen van drinkwater voor onze inwoners
Financieel belang van de gemeente

21 van de 748 uitgegeven aandelen (3%), boekwaarde 10 duizend. De laatste jaren is geen dividend ontvangen.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Als aandeelhouder
Toekomstperspectief en ontwikkelingen -
   

 

BNG

De gemeente heeft een financieel belang in de Bank Nederlandse Gemeenten.

Naam deelneming Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Vestigingsplaats Den Haag
Rechtsvorm

N.V.

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) De Bank Nederlandse Gemeenten, opgericht in 1914, is een bank van en voor de overheid. De bank biedt financiële diensten aan, zoals kredietverlening, betalingsverkeer en advisering. De BNG heeft de hoogste rating voor kredietwaardigheid (triple A).
Financieel belang van de gemeente

De gemeente heeft 25.818 aandelen (0.05%) in haar bezit, boekwaarde 59 duizend. In het boekjaar is circa € 73.000 aan dividend ontvangen.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Als aandeelhouder neemt de gemeente deel aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Toekomstperspectief en ontwikkelingen Geen bijzonderheden

7. Bedrijfsvoering

Inleiding

Om onze bestuurlijke doelstellingen en ambities te realiseren streven wij naar een krachtige, zelfstandige organisatie. De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de ontwikkelingen en beleidsvoornemens voor mensen en middelen die deze organisatie vormen. In 2019 is de nieuwe strategische nota bedrijfsvoering opgesteld. Met deze nota, een vervolg op de nota #Bewegen, zetten we een stip op de horizon voor de doorontwikkeling van de organisatie. De uitvoering doen we aan de hand van een aantal thema's per jaar, die worden uitgewerkt door een brede groep van medewerkers.

Personeel en Organisatie

Een krachtige organisatie in een complexe, dynamische omgeving betekent vooral een wendbare organisatie. Dit betekent dat we continue nadenken over de manier(en) waarop we het werk organiseren. Teams werken over afdelingen heen en in steeds wisselende samenstellingen. Specialisme vliegen we in op juiste moment. Opleiden en ontwikkelen is een belangrijk instrument om medewerkers wendbaar te maken. We investeren onder andere in persoonlijk vakmanschap, moderne vaardigheden, teamontwikkeling en leiderschap. Vanuit de regio wordt ingezet op onderlinge uitwisseling en mobiliteit van personeel.

De arbeidsmarkt wordt krap(per). We ondervinden dit bijvoorbeeld bij technische functies voor de buitenruimte. In regionaal verband werken we met moderne manieren van arbeidsmarktcommunicatie. Daarnaast blijven we lokaal inzetten op trainee- en stageprogramma's en het zelf opleiden van medewerkers voor taken.

Per 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie voor ambtenaren van kracht. Het private arbeidsrecht wordt van toepassing. In 2019 hebben we onze geldende rechtspositieregelingen en beleidsregels afgestemd op de nieuwe landelijke cao en zijn regionale afspraken gemaakt over de vorm van lokale medezeggenschap. Tot slot zijn de aanstellingen en afspraken over arbeidsvoorwaarden van medewerkers omgezet in moderne arbeidsovereenkomsten.

De Quotumwet bepaalt dat we binnen onze organisatie banen moeten bieden voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ultimo 2019 moeten we, gebaseerd op onze formatie, 2,6 garantiebaan bieden. We hebben 3,2 garantiebaan, verdeeld over de buitendienst en de kantine. Hiermee voldoen we aan de Quotumwet.

In 2019 is er voor 2,1 miljoen ingehuurd. De verdeling naar het type inhuur vindt u in de onderstaande tabel.

inhuur van specialisme 

34%

vervanging voor vacatures

22%

vervanging langdurige afwezigheid       

8%

inhuur/inzet via de regio

19%

inhuur via IPM

17%

 

Uitstroom: in 2019 hebben 10 van de 89 medewerkers onze organisatie verlaten, waarvan 3 binnen de regio zijn benoemd.

 

Informatisering

In 2019 is in het kader van de regionale sourcingsstrategie de positie van de - lokale - Informatiemanager verstevigd. Wij hebben in onze formatie ruimte gecreëerd voor deze rol.  Binnen deze rol is ook het datagestuurd werken ondergebracht. Er is vooral aandacht gegaan naar het opdoen van kennis over datagestuurd werken. En er is een eerste pilot gestart in de vorm van het ontwikkelen van een dashboard op het sociaal domein.

Er is een aanvang gemaakt met de plannen voor het 'in the cloud' brengen van alle Drechtsteden applicaties, waardoor het rekencentrum bij het SCD uiteindelijk overbodig wordt. Bij het opstellen van deze plannen zijn wij actief betrokken. 

We hebben in 2018 het Klant-, Zaak- en Archiefsysteem geïmplementeerd. Daarbij was standaardisering de leidraad. In 2019 is gewerkt aan functionaliteiten die nog niet optimaal opgeleverd waren. Dit nieuwe systeem biedt veel mogelijkheden. En het vraagt een heel nieuwe manier van werken.  We hebben extra capaciteit ingezet om onze medewerkers te begeleiden in deze nieuwe manier van werken.

In het eerste kwartaal van 2019 is de nieuwe website live gaan. Dit is een spin-off-traject van het KZA-project.

 

 

Facilitair

Naast de gebruikelijke vervangingen is er in 2019 gestart met het opstellen van een meerjarenplan. Het meerjarenplan bevat elementen van zowel groot als klein onderhoud.

Communicatie

In 2019 waren er veel in het oog springende waarover is gecommuniceerd, zoals bijvoorbeeld:  circulair bedrijvenpark Ambachtsezoom, de lokale woonvisie, de archeologietentoonstelling over de oudste inwoners van Ambacht en het actieplan duurzaamheid. Verder zijn we gestart met communicatie over een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling: de energietransitie.  De ondertekening van de Direct Duidelijk Deal was in 2019 een mooie mijlpaal: hiermee laten we zien hoe belangrijk duidelijke overheidstaal is. 

Een klankbordgroep uit de raad  heeft een aantal bijeenkomsten gehad over bouwstenen voor de participatienota.

 

Overhead

Op grond van art 12b van de verordening art 212 van onze gemeente, hebben we met betrekking tot de overhead ervoor gekozen deze bij de grex'en wél in rekening te brengen en bij de investeringen niet (tenzij levering aan derden, zoals CAI) over de directe kosten van personeel en ingeleend personeel. Vanwege de reeds bestaande samenwerkingsovereenkomst met Zwijndrecht geldt voor De Volgerlanden een aparte regeling voor de managementkosten. Voor de kostprijs van rechten en heffingen geldt dat we de overhead niet direct boeken, maar de overhead in de verplichte dekkingsopstelling voor de tarieven wél meetellen. Zie de paragraaf lokale heffingen.