Paragrafen

1. Weerstandsvermogen en risicoparagraaf

Inleiding

Om de financiële positie van de gemeente te kunnen beoordelen, moeten we ook de risico’s in kaart brengen. Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en de weerstandscapaciteit om die risico’s op te vangen.  De weerstandsratio is de weerstandscapaciteit gedeeld door de omvang van de risico’s.

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit algemene reserves en onbenutte belastingcapaciteit. Bestemmingsreserves en voorzieningen zijn in feite niet vrij beschikbaar en tellen niet mee voor de weerstandscapaciteit. In de Nota Reserves en Voorzieningen 2011 is het beleid voor het gewenste weerstandsvermogen vastgesteld.

De reserve projecten is in 2021 ingezet voor het waterbusplein en het I.H.P., de algemene reserve is ingezet voor het traject "i.c.t. verandert" en de algemene reserve Grondbedrijf is (tijdelijk) ingezet voor het I.H.P. De algemene reserves zijn daardoor afgenomen en een bestemmingsreserve I.H.P. gevormd.

Onbenutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit richt zich op de gemeentelijke heffingen: de OZB, de afvalstoffenheffing, het rioolrecht en de overige rechten. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer het gemeentelijke OZB-tarief lager is dan het normtarief dat geldt voor artikel 12-gemeenten en/of wanneer de ander genoemde tarieven niet kostendekkend zijn. Voor een toelichting op de kostendekking verwijzen we naar de paragraaf Lokale Heffingen.

Weerstandscapaciteit (x 1.000) 1-1-2021 1-1-2022 per inw.
Algemene reserves 28.075 21.941 687
Incidenteel beschikbaar 28.075 21.941 687
Beschikbaar voor "Onvoorzien" 25 25 1
Onbenutte belastingcapaciteit
Afvalstoffenheffing 1.293 888 28
Riolering - -0 -0
OZB
Opbrengst volgens art. 12 norm 7.385 7.385 231
Opbrengst volgens tarief HIA 5.561 5.786 181
Vrije ruimte 3.117 2.487 78
Marktgelden 34 31 1
Begraafplaatsen 0 -0 -0
Wabo 791 804 25
Burgerzaken 758 755 24
overige leges 227 177 6
Totaal vrije ruimte belastingen 4.927 4.254 133
- - -
Totaal weerstandsvermogen 33.027 26.220 821
(Incidenteel + Structureel)

Risicobeleid

De doelstellingen voor risicomanagement zijn:

  • tijdig inzicht krijgen in de risico’s en het beheersen van deze risico’s
  • het beperken van de gevolgen van risico’s;
  • het risicobewust maken, ter voorkoming van risico’s of het beperken van de gevolgschade;
  • de beoordeling van het weerstandsvermogen in het kader van de BBV.

Definitie: In dit kader gaat het om financiële risico’s, dat wil zeggen: gebeurtenissen die onze vermogenspositie positief of negatief beïnvloeden. Het risico wordt daarbij nader geconcretiseerd met de formule “kans x impact”.

Risico´s met een structureel karakter hebben structurele maatregelen nodig, zoals het afsluiten van verzekeringen, het treffen van voorzieningen, het bijsturen van de administratieve organisatie, het aanpassen van beleid en de begroting etc. Tegenvallers met een structureel karakter kunnen we incidenteel opvangen met het weerstandsvermogen, maar moeten vervolgens van structurele maatregelen worden voorzien. Exploitatierisico´s die samenhangen met een recessie worden daarom (incidenteel) gerekend tot de risico´s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen: het risico op lagere rijksbijdragen, bijstandsverlening, bouwleges etc., maar moeten structureel worden aangepakt. Het bepalen van de risico’s is altijd een momentopname en moet daarom regelmatig worden herijkt (liefst binnen de P&C cyclus).

Bij de inventarisatie van de risico’s in deze paragraaf betreft het de actuele risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen. Dit zijn risico’s:

  • die niet op een andere manier zijn te ondervangen;
  • die een financieel nadelig gevolg kunnen hebben;
  • die relevant zijn (lees: risico van materieel belang);
  • die met redelijke zekerheid zich gaan voordoen en
  • niet direct beïnvloedbaar zijn.

Voor de inventarisatie van de risico’s gelden de volgende criteria:

  • In het kader van het weerstandsvermogen zijn in principe alleen de financiële risico’s van toepassing waarvoor vooralsnog geen of onvoldoende beheersmaatregelen aanwezig zijn.
  • Voor invulling van het begrip ‘risico van materiële betekenis’ is gekozen voor een norm van 0,5% van de totale uitgaven van de gemeente, t.w. € 0,3 mln. Dus richten we ons op risico’s die een financiële impact kunnen hebben van € 0,3 miljoen of meer. Door clustering van een aantal kleinere risico’s binnen een programma, kan eventueel een al te strikt gebruik van deze minimum norm worden ondervangen.
  • Voor de beschouwing van de risico’s wordt een tijdshorizon gehanteerd van 4 jaar.

De risicoberekening

Per risico wordt op hoofdlijnen toegelicht wat het risico inhoudt. Vervolgens maken we op basis van de beschikbare informatie een inschatting over de omvang van het risico en de mate van zekerheid dat het risico zich voordoet. De mate van zekerheid duiden we als volgt: zeer laag (10%), laag (30%), gemiddeld (50%) en hoog (80%). Daarnaast wordt bekeken of het risico structurele of incidentele gevolgen heeft.

Risico verbonden partijen

Wij zijn eigenaar van een aantal verbonden partijen. Daardoor lopen wij ook indirecte risico's. Voor onze grote verbonden partijen maken we een inschatting welk risico wij als eigenaar in onze eigen risicoparagraaf moeten opnemen. Dit zijn:

  • De GRD: onze bijdrage is circa 18,2 miljoen (5,4%), waarvan 5,2 miljoen doeluitkering inkomensvoorziening (BUIG).
  • De OZHZ: onze bijdrage is circa 5 ton (2,1%).
  • De VRZHZ: onze bijdrage is circa 1,9 mln (5,4%).
  • De Dienst Gezondheid & Jeugd: onze bijdrage is zo’n 1,8 mln (6,8%) en SOJ 8 mln (6%).
  • Drechtwerk: onze (verlies) bijdrage is circa 2 ton (4,0% van de inwonerbijdragen).

In de begrotingen van deze partijen zijn de risico's niet altijd in cijfers uitgedrukt en zeker niet opgeteld tot een gewogen gemiddelde. Inhoudelijk hebben veel risico’s een relatie met rijksmaatregelen en/of decentralisaties, m.n. op het gebied van sociale zekerheid. Extra aandacht gaat daarbij uit naar de (prognose van de) tekorten op de inkomensvoorziening bij de GRD/SDD en de verwachte tekorten bij de Serviceorganisatie van de DG&J. Ons risico schatten wij in als maximaal 10% van onze bijdragen.

Specifieke risico's
We moeten extra rekening houden met de (grote) tekorten die verwacht worden bij de SDD en de Serviceorganisatie van de DG&J. Met beide organisaties is afgesproken dat ze flink moeten bijsturen om de groeiende kosten in de hand te houden. Het gaat daarbij om grote bedragen. Daarnaast is er de (ook landelijke) lobby van gemeenten voor méér middelen van het Rijk. Voor dit onderdeel nemen we een extra risicopost van 10% op van de bijdrage SDD excl. BUIG en de bijdrage SOJ bovenop de al eerder meegetelde 10 procent van onze totale bijdrage.

De uitbraak van COVID-19 (Corona) eind februari 2020 heeft nog steeds een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. De omvang van dit risico valt op het moment van schrijven met geen mogelijkheid in te schatten. Daarbij gaan we er vooralsnog vanuit dat het Rijk haar belofte blijft nakomen om de extra kosten te vergoeden aan gemeenten.

Bij de verkoop van de aandelen in Eneco Groep N.V. (hierna Eneco) in 2020 is de koper gevrijwaard van de claim van de oud-aandeelhouders van REMU N.V. (hierna REMU). Samenvattend stelt REMU dat Eneco door het juridisch verzet tegen de Splitsingswet verhinderd heeft dat Eneco vóór 31 december 2010 geprivatiseerd is en dat REMU daardoor een contractueel afgesproken privatiseringsvergoeding niet ontvangen heeft. Eneco betoogt op hoofdlijnen dat Eneco, inclusief REMU, niet vóór 31 december 2010 verkocht is en dat de aandeelhouders daartoe ook geen plan hadden. De hoogte van claim bedraagt nominaal EUR 133 miljoen. De totale claim bedraagt het nominale bedrag vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 1 juli 2009.’ Ons aandeel in Eneco bedraagt slechts 0,45%. De kans wordt als zeer minimaal ingeschat.

Conclusie verbonden partijen
Alles tezamen resulteert een cumulatief bedrag van ongeveer € 2,5 miljoen algemeen en € 1,8 miljoen specifiek (i/s) met een hoge kans van optreden (80%) vanwege Corona. Beheersmaatregel: het actief bewaken in de ambtelijk en bestuurlijke overlegvormen.

Risico Grondexploitaties

Voor de grondbedrijfcomplexen geldt dat het niet alleen om negatieve, maar ook om positieve risico’s gaat. De begrote eindwaarde kan door marktrisico's immers zowel nadeliger als voordeliger uitvallen dan de prognose. Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden tot bijsturing, bijvoorbeeld in tempo, programmering etc. Ook eventuele subsidies kunnen een positief risico met zich meebrengen. Jaarlijks leggen we de risico’s van de lopende grondexploitaties ter kennisname voor aan de raad in de geactualiseerde GREX’en. Als we een verlies voorzien, wordt een 'voorziening' gevormd. Voor de algemene en specifieke risico’s is een algemene reserve Grondbedrijf gevormd (en een 'voorziening' voor ons aandeel in het voorziene verlies De Volgerlanden).

Grondexploitaties kennen algemene risico’s zoals rente- en prijsmutaties, tijdsplanningen en afzetrisico’s en specifieke projectrisico’s. Bovendien geldt dat de risico's in zo’n grex op basis van onderzoek zo goed mogelijk, maar enigszins voorzichtig worden geraamd. Hierdoor kunnen zowel voor- als nadelen optreden. Voor een uitgebreide toelichting op de Grex'en en risico’s verwijzen we naar de paragraaf Grondbeleid en de Grex'en zelf.

Volgerlanden
Deze concept Grex 2021 kent een negatief verwacht saldo op eindwaarde van 0,4 miljoen dat door een voorziening is afgedekt. Op basis van de laatste actualisatie en door de risicobeheersings¬methodiek die we hanteren, is voor de korte termijn (3 jaar) met 90% zekerheid een risicobuffer van 2,8 miljoen voldoende. In het verleden werd dit risico samen met de gemeente Zwijndrecht gedeeld. Vanwege de lopende gesprekken om die samenwerking te beëindigen, is nu met het totale risico rekening gehouden. 

Ambachtsezoom
De Grex 2021 fase 1 kent een maximale risicobuffer van 2,0 miljoen (met 90% zekerheid), en een verwacht positief saldo van 2,8 miljoen.

Genieterrein-Waterbusplein
In de Grex 2021 is het maximale risico berekent op 0,2 miljoen.

Conclusie grondexploitaties
Om het gecombineerde risico te bepalen, moet ook rekening worden gehouden met het positieve resultaat Ambachtsezoom. Dat is nog niet in de boeken opgenomen. Ons aandeel in het risico Volgerlanden, Genieterrein-Waterbusplein plus het risico Ambachtsezoom, minus het positieve resultaat Ambachtsezoom resulteert in een gecombineerd risico van 2,2 miljoen met een gemiddelde kans van optreden (50%).

Risico Algemene uitkering / decentralisaties

De effecten van rijksmaatregelen zijn voor de middellange termijn allerminst zeker. De macro- economische ontwikkelingen (en Corona gevolgen) zijn moeilijk te voorspellen, laat staan de bestuurlijke vertaling door het Rijk naar de uitkeringen voor gemeenten en/of verdeelmodellen. Dat geldt in het bijzonder voor het sociale domein. Voor de drie decentralisaties Jeugdhulp, WMO en Participatiewet met hun kortingen zijn de effecten zorgwekkend, zowel voor het totaal als voor een individuele gemeente (het verdeelmodel). Deze middelen zijn immers onderdeel geworden van de algemene uitkering. We zullen dit de komende periode actief blijven monitoren. 

Herijking gemeentefonds
Tegelijkertijd speelt de herijking van de algemene uitkering (dus inclusief sociaal domein). Weliswaar is de ingangsdatum uitgesteld tot 2023, maar in de eerste berekeningen zijn er flinke herverdeeleffecten. En was onze gemeente in de eerste berekening een flinke voordeel gemeente, in de derde berekening zijn we nu een flinke nadeelgemeente van €31 per inwoner (dus circa 1 miljoen), waarschijnlijk in stappen van maximaal €15 per jaar. De kans van optreden is hoog (80%).

Specifiek risico
In een bestuurlijk overleg van 2 juni 2021 van kabinet en VNG heeft het Rijk extra middelen voor Jeugdzorg ter beschikking gesteld tot het jaar 2022 van 1,3 miljard. Voor onze gemeente gaat het om € 2,3 miljoen. De middelen voor het jaar 2023 en daarna worden onderwerp van een 'hervormingsagenda' met als doel de extra rijksmiddelen in 10 jaar overbodig te maken. Conform specifieke  provinciale afspraken terzake mogen gemeenten deze extra middelen vooralsnog voor 75% in hun meerjarenramingen meenemen vanaf 2024. Een flinke onzekerheid dus. Omdat hierdoor impliciet al een marge van 25% in de cijfers zit, is hiervoor geen extra risicopost opgenomen.

Conclusie algemene uitkering en doeluitkeringen
In onze P&C instrumenten anticiperen we zo goed mogelijk op plannen van het Rijk (taakstellingen). Dat geldt ook voor eventuele herverdelingseffecten. Voor deze risicoparagraaf houden we rekening met een nadelig restrisico ter grootte van 5% van ons taakveld Algemene Uitkering = € 2,2 miljoen en met een gemiddelde (50%) kans van optreden. Beheersmaatregelen: Actief volgen en indien noodzakelijk maatregelen nemen tot bijsturing, met name bij Kadernota of begroting.

Incidentele, algemene risico’s
Naast de specifieke risico's kennen we ook incidentele, algemene risico's, zoals een beroep op onze achtergestelde garantieverstrekkingen. Deze bedragen in totaal circa € 49 miljoen. Ook een hogere loon- of prijsstijging dan geraamd valt hieronder: een omzet van circa € 97 miljoen, inclusief GREX’en en verbonden partijen. De kans hierop wordt ingeschat op extreem laag, oftewel 1 procent.

Recapitulatie

SAMENVATTING (x € 1.000) BG 2021 BG 2022
Programma 1 - Sociaal, Welzijn en Educatie
Verbonden partijen algemeen 3.200 4.060
Verbonden partijen SDD en SOJ specifiek 3.100 2.820
Programma 2 - Ruimtelijke Ordening, Economie en Wonen
Grondexploitaties 600 1.075
Programma 4. Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen
Algemene uitkering en overige rijksbijdragen 2.000 2.200
Herijking gemeentefonds 800 1.600
Algemeen 1.850 1.460
Totaal risico's 11.550 13.215
Weerstandscapaciteit 33.094 26.220
Weerstandsratio 2,9 2,0
Omdat de risico's van verbonden partijen en rijksuitkeringen semi structureel zijn, worden deze tweemaal meegeteld in de totaal telling.

Financiële kengetallen in relatie tot de financiële positie

Hierna volgt een overzicht gegeven van de verplichte, financiële kengetallen afgezet tegen de normen van de VNG. Zoals bekend is onze schuldquote hoog door onze relatief grote grondexploitatie Volgerlanden. Tegelijkertijd zien we dat door ons voorzichtige, solide, financiële beleid de trend van alle financiële kengetallen positief is. Dat geldt ook voor onze weerstandsratio die we hiervoor berekend hebben.

Wanneer we de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie bekijken, kunnen we concluderen dat de gemeente financieel gezond is.

Recapitulatie

voldoende

onvoldoende

2022

2023

2024

2025

Netto schuldquote

<100%

>130%

104%

99%

92%

88%

Netto schuldquote gecorr. voor verstrekte leningen

<100%

>130%

100%

94%

87%

83%

Solvabiliteitsratio

>50%

<30%

28%

30%

33%

34%

Grondexploitatie

>0,6%

<0%

60%

45%

30%

20%

Structurele exploitatieruimte

<50%

>100%

- 0,7%

0,4%

0,4%

0,5%

Belastingcapaciteit

<100%

>120%

109%

109%

109%

109%

Voor de gedetailleerde berekening van bovenstaande kengetallen wordt verwezen naar de bijlage.

Beleidsindicatoren bedrijfsvoering

2022

2023

2024

2025

Formatie (fte per 1.000 inwoners)

2,72 2,68 2,65 2,55

Bezetting (fte per 1.000 inwoners)

2,69 2,65 2,62 2,54

Apparaatskosten per inwoner

366 351 345 334

Externe inhuur excl. VP (% totale loonkst + inhuur)

11,9% 10,7% 10,0% 9,2%

Overhead (% van totale lasten excl. toev. reserves)

7,2% 7,6% 8,2% 8,3%

2. Financiering

Inleiding

In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente, zoals de stand van de leningen portefeuille, de rente ontwikkeling, de kasgeldlimiet en de garantstellingen.
Het kader voor het geldstromenbeleid is het op 8 december 2015 door de gemeenteraad vastgestelde Financieringsstatuut en de algemene wet financiering decentrale overheden (Wet fido).
Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat dit zo goedkoop mogelijk gebeurd door de kasgeldlimiet optimaal te benutten en zoveel mogelijk (goedkoop) kort vermogen wordt aangetrokken. Bij het aantrekken van lang geld proberen we zoveel mogelijk te anticiperen op de meerjarige kapitaalbehoefte en het spreiden van rente risico's.

Rente ontwikkelingen

De tarieven op de geldmarkt (kort lopende leningen), blijven naar verwachting negatief. De maatregelen van de ECB in de afgelopen periode zullen volgens de markt ook in 2022 nog een negatieve rente voor kortlopende leningen te zien geven. De kapitaalmarktrentes vertoonden in het voorjaar van 2021 een relatief sterk opgaande. Dit werd vooral veroorzaakt door de verwachting dat de heropening van de economie zal leiden tot een aanzienlijk herstel van de economische groei. De rente voor 10-jarige staatsleningen is daardoor medio juli 2021 gestegen naar een niveau van 0,12%. Banken berekenen bij het verstrekken van langjarige financiering liquiditeitsopslagen bovenop de IRS-niveaus. Voor bijvoorbeeld een 10-jaars lening bedraagt deze opslag medio juli 2021 circa 0,20% (20 basispunten).

Het afgelopen jaar heeft de renteontwikkeling het volgende beeld laten zien:

 

Langlopende leningen

De totale gemeentelijke langlopende leningenportefeuille valt in twee delen uiteen, te weten een deel voor de Algemene Dienst en een deel voor De Volgerlanden. Mede op grond van de liquiditeitenplanning wordt voor 2022 het hierna volgende verloop van de leningenportefeuilles voorzien.
Voor 2022 worden geen nieuwe langlopende leningen verwacht. De aflossingen van de leningen voor De Volgerlanden kunnen volgens de meest recente grondexploitatie opgebracht worden door de grondverkopen in 2022.

Conclusie: In verhouding tot de grootte van de gemeente kennen wij met het project De Volgerlanden een bijzonder grote grondexploitatie, waardoor onze gemeente een hoge schuldquote kent (zie voor de kengetallen in de paragraaf 1. Weerstandsvermogen). Nu dit project vergevorderd is, neemt onze schuldpositie en schuldquote flink af. Voor een gedetailleerd meerjarenoverzicht van al onze geldleningen wordt  verwezen naar de bijlagen, daarin is te zien dat we eind 2025 circa 25 miljoen aan langlopende geldleningen verwachten.

Verwachte leningenportefeuille Stand per Nieuwe lening Aflossingen Stand per
1-1-2022 2022 2022 31-12-2022
Algemene Dienst € 49.875 € - € 4.625 € 45.250
De Volgerlanden € 42.000 € - € 12.333 € 29.667
Totaal € 91.875 € - € 16.958 € 74.917

Renterisico korte termijn: de kasgeldlimiet

De externe financieringsbehoefte wordt ingevuld met kortlopende en langlopende leningen. Bij het aantrekken van kortlopende geldleningen met een looptijd tot 1 jaar, dient rekening gehouden te worden met de kasgeldlimiet, gemaximeerd in de Wet FIDO. De kasgeldlimiet is gelijk aan 8,5% van het begrotingstotaal. De Wet fido bepaalt ook dat maximaal drie achtereenvolgende kwartaaloverschrijdingen zijn toegestaan. Oogmerk van het door het SCD uit te voeren gemeentelijke saldobeheer is om de limietruimte optimaal te benutten.

Berekening kasgeldlimiet Bedragen x € 1.000
1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Begrotingstotaal 2022 € 97.000
Limiet 8,5% van 84 mln totaal begroting € 8.245 € 8.245 € 8.245 € 8.245 € 8.245
Gemiddeld. netto vlottende schuld (+) of gemiddeld netto vlottend overschot (-) € 2.000 € 4.000 € 5.000 € 2.000
Ruimte (+) c.q. overschrijding (-) € 6.245 € 4.245 € 3.245 € 6.245

Renterisico lange termijn: de rente risico norm

De Wet fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met de renterisiconorm biedt de Wet fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. De norm heeft als doel om het toekomstig renterisico op de lange financiering te beperken door spreiding in de aflossingen en renteherzieningen af te dwingen. Deze norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal. Uit deze tabel blijkt dat de gemeente in 2022 de renterisiconorm niet zal overschrijden.

Rente Risico Norm Bedragen x € 1.000
Renterisico's 2022 2023 2024 2025
Renteherzieningen € - € - € - € -
Aflossingen € 16.958 € 17.458 € 15.458 € 16.625
Renterisico € 16.958 € 17.458 € 15.458 € 16.625
Berekening renterisiconorm
Begrotingstotaal 2022-2025 € 97.000 € 88.000 € 80.000 € 79.000
Percentage regeling 20% 20% 20% 20%
Renterisiconorm € 19.400 € 17.600 € 16.000 € 15.800
Toetsing aan norm: € 2.442- € 142- € 542- € 825

Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico is het risico dat de gemeente vanwege een tekort aan geldmiddelen niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is dit risico beperkt, onder meer vanwege een met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) per 1 januari 2019 herziene kredietlimiet van € 8 miljoen.

Kredietrisico's

De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht loopt kredietrisico op verstrekte geldleningen en leningen waarop een borgstelling is afgegeven.
Het totaalbedrag aan verstrekte geldleningen per eind 2022 is:
• Leningen aan woningcorporatie Rhiant: € 0,05 miljoen
• Woningfinancieringen gemeentepersoneel: € 2,3 miljoen
• Veiligheidsregio ZHZ (kazerne): € 1,2 miljoen
• Startersleningen: € 0,1 miljoen
• Lening VVOG: € 0,2 miljoen

• Totaal: € 3,8 miljoen

Daarnaast stond de gemeente per 31 december 2022 voor € 48,6 miljoen garant.
• aan directe borgstellingen € 10,4 miljoen. De belangrijkste directe borgstellingen worden gevormd door:
o HVC Alkmaar (1,38 procent-belang; "getrapt" via GR Gevudo): € 8,7 miljoen
o Woningstichting Rhiant € 1,9 miljoen (1 lening)
• aan indirecte borgstelling € 38,2 miljoen, dat heeft betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Gezien de zekerheidsstructuur rond de WSW is aan deze garantstellingen een relatief laag risico verbonden.
Voor de specificatie van de door de gemeente gewaarborgde leningen wordt verwezen naar de Staat van gewaarborgde geldleningen.

Schatkistbankieren

Bij het verplicht schatkistbankieren mag de gemeente een bedrag van 2,0 procent van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. Wanneer de gemeente het drempelbedrag overschrijdt dient het meerdere afgestort te worden in s Rijks Schatkist. Over dit saldo wordt op dit moment geen rente vergoed.

In de beleidsdoorlichting schatkistbankieren door het Rijk van juli 2019 is onder meer geconstateerd dat decentrale overheden kampen met administratieve lasten bij schatkistbankieren. Na een overlegtraject met alle betrokken partijen is besloten om het drempelbedrag per 1 juli 2021 te verhogen.
Het drempelbedrag is aangepast op onderstaande punten:
• een verhoging van de ondergrens van € 250.000 naar € 1 miljoen euro;
• een verhoging van het percentage begrotingstotaal t/m € 500 miljoen euro van 0,75% naar 2%.

Berekening drempel
Begrotingstotaal € 97.000
Relevant percentage 2,00%
Drempelbedrag (afgerond) € 1.940.000

3. Lokale heffingen

Inleiding

Lokale heffingen kunnen we onderverdelen in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding is gekoppeld aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelastingen (OZB) en hondenbelasting. Deze heffingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen.

Deze paragraaf bevat conform artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV):
a. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
b. de geraamde inkomsten;
c. een duiding van de lokale lastendruk en tarieven;
d. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen plus kostendekkendheid; 
e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Ontwikkelingen en rijksbeleid

Herziening gemeentelijk belastinggebied
Al enige tijd wordt in deze paragraaf lokale heffingen in zowel de begroting als jaarrekening aandacht besteed aan de herziening cq. verruiming van het gemeentelijk belastinggebied. Hierover zijn ten opzichte van de begroting 2021 op dit moment geen nieuwe ontwikkelingen te melden.

Vervangen macronorm OZB door benchmark lokale lasten
Vanaf 2021 is de macronorm OZB vervangen door de jaarlijkse benchmark, waarin naast de ozb ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. De benchmark beoogt door middel van meer vergelijking, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. Hierna is deze benchmark voor 2021 opgenomen uit de Coelo atlas 2021. De landelijke evaluatie van de benchmark staat gepland voor 2025. Ook zal gekeken worden naar de relatie tussen de afschaffing van de macronorm en de ontwikkeling van de lokale woonlasten.

 

Overzicht belastingopbrengsten en belastingdruk

Onderstaande tabel geeft een overzicht met de opbrengsten. De verschillen worden op de eerste plaats veroorzaakt door indexatie en groei van de gemeente. Bij de afvalstoffenheffing vindt een gedeeltelijke doorbelasting plaats van de (rijks)afvalstoffenbelasting. In het begrotingsjaar is circa 16% van de inkomsten van de gemeente afkomstig uit lokale heffingen. De lokale heffingen vormen daarom een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente.

Belastingopbrengsten (x € 1.000) JR 2020 BG 2021 BG 2022 perc van totaal
Algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen)
Onroerende-zaakbelastingen 5.425 5.558 5.786 40%
Hondenbelasting 193 175 195 1%
Precariobelasting 528 523 0 0%
Subtotaal 6.146 6.256 5.981 42%
Gebonden heffingen
Afvalstoffenheffing 3.750 3.923 4.245 30%
Rioolheffing 2.305 2.343 2.408 17%
Lijkbezorgingsrechten 580 609 491 3%
Bouwleges 1.227 671 736 5%
Burgerzaken + overige leges 422 512 394 3%
Marktgeld 32 47 47 0%
Subtotaal 8.316 8.105 8.321 58%
TOTAAL 14.462 14.361 14.302 100%
Belastingdruk 2018 2019 2020 2021 2022
Gemiddelde WOZ-waarde 234.000 255.000 280.000 302.000 329.000
OZB-eigenaar 302,33 306,51 310,24 318,00 322,45
Afvalstoffenheffing (meerpers.) 321,36 326,16 334,56 350,64 373,68
Rioolheffing eigenaar 120,84 122,64 125,76 128,52 130,31
Rioolheffing gebruiker (meerpers.) 56,16 56,88 58,32 59,52 60,24
Ontwikkeling lastendruk 801 812 829 857 887
% stijging tov vorig jaar 1,4% 2,1% 3,4% 3,5%

Toelichting

Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen het grootste deel van de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk. De gemiddelde woonlast O.Z.B. is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde (kolom 2022 is een voorlopige schatting) te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)
De OZB is na de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. De OZB bestaat uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen (bedrijven, enz.). De gemeenteraad bepaalt de tarieven en daarmee de door belastingplichtigen te betalen belasting. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak. Deze wordt vastgesteld op basis van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Voor 2022 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2021. De verschuldigde OZB is een percentage van de waarde van de onroerende zaak. 

Afvalstoffenheffing
Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval te dekken. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval.

Rioolheffing
Met ingang van 2010 hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om de kosten voor het hemel- en grondwater en het afvalwater te verhalen via de rioolheffing. Welke kosten via de rioolheffing worden verhaald wordt in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld.

Hondenbelasting
De Gemeentewet regelt dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. De hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelasting, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. In onze gemeente is een relatie tussen de opbrengst en de voorzieningen die voor honden worden gerealiseerd. Het tarief 2021 is € 125,28 voor de eerste hond en € 205,56 voor een tweede hond.

Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven over de kabels, buizen en leidingen van nutsbedrijven die in gemeentegrond liggen.
Op 1 juli 2017 is wetgeving in werking is getreden die bepaalt dat gemeenten geen precariobelasting meer kunnen heffen over netwerken van nutsbedrijven. Er is wel een overgangsregeling. Gemeenten die op 10 februari 2016 een tarief hadden voor nutsnetwerken kunnen tot 2022 precariobelasting blijven heffen. Hierbij geldt wel dat die gemeenten over de resterende jaren maximaal het tarief in rekening kunnen brengen dat gold op 10 februari 2016.

 

Tarieven
In het algemeen zijn de woonlasten voor 2022 zijn met 1,4% geïndexeerd.
Het tarief van de OZB daalt de laatste jaren om de stijging van de WOZ-waarde te compenseren. Het tarief van de afvalstoffenheffing is met ingang van 2021 iets extra verhoogd om de kosten van de rijks afvalstoffenbelasting in 3 jaar / in 3 stappen te compenseren.
Voor de rioolheffing betalen eigenaren van panden een vast bedrag per jaar. Hierbij is de situatie van 1 januari bepalend. Daarnaast betalen ook gebruikers van panden rioolheffing.

De OZB percentages voor 2022 kunnen pas definitief worden berekend wanneer de stijging of daling van de WOZ-waarden bekend zijn, deze zijn op dit moment onvoldoende bekend. In de tabel is een voorlopig tarief opgenomen. De verwachte stijging van de waarde van de woningen, leidt tot aanpassing van het tarief. Hierdoor geeft een stijging van de waarde, geen stijging van de belastingen.

Met de jaarlijkse voorstellen tot wijziging van de belastingverordeningen, worden de nieuwe tarieven voorgelegd. Op dat moment zijn de stijgingen van de WOZ-waarden bekend en kan het nieuwe tarief berekend worden.

O.Z.B. 2019 2020 2021 2022
Eigenaar woning 0,1202 0,1108 0,1088 n.n.b.
Eigenaar niet-woning 0,2507 0,2579 0,2593 n.n.b.
Gebruiker niet-woning 0,1985 0,2039 0,2093 n.n.b.
Afval 2019 2020 2021 2022
Meerpersoons 326,16 334,56 350,64 373,68
Eenpersoons 229,56 235,44 246,72 265,20
Stijging 1,5% 2,6% 4,8% 7,0%
Riool 2019 2020 2021 2022
Eigendom 122,64 125,76 128,52 130,31
Gebruik meerpersoons 56,88 58,32 59,52 60,24
Gebruik eenpersoons 28,44 29,16 29,76 30,12
Stijging 1,0% 2,5% 2,1% 1,3%
Honden 2019 2020 2021 2022
Tarief 1ste hond 119,64 122,64 125,28 126,96
Tarief 2e e.v. hond 196,20 201,24 205,56 208,44
Tarief kennel 712,32 730,80 746,88 757,32

Vergelijking andere gemeenten

Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen.

Vergelijking is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2020 (op www.coelo.nl) en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden weer.

Gemeente Gemiddelde tarief OZB Rioolheffing Afvalstoffen Totaal Rangnr.
lasten 2021 WOZ-waarde OZB eigenaar eig/gebr heffing meerp.huish.
Dordrecht 226.000 0,1020 231 202 301 734 53
Sliedrecht 239.000 0,0823 196 254 293 743 64
Papendrecht 258.000 0,1065 274 158 327 759 92
Alblasserdam 251.000 0,1084 272 159 358 789 127
Hardinxveld-G'dam 268.000 0,1172 314 237 309 860 229
Hendrik-Ido-Ambacht 307.000 0,1053 323 188 351 862 232
Zwijndrecht* 236.000 0,1052 248 302 386 914 298
Landelijk gemiddelde 309.000 0,1043 305 201 305 811
De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten
* Voor Zwijndrecht is het totaalbedrag verlaagd met € 22 wegens een tegemoetkoming in de woonlasten

Kwijtschelding

Als een belastingplichtige als door financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen deze inkomensgrens verruimen naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats.

Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst om op deze manier de administratieve lasten voor de burger te verminderen en de afhandeltermijn te verkorten.

Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. De bedragen aan kwijtschelding zijn:

 

JR 2020

Begroot 2021

Begroot 2022

Afvalstoffenheffing

123.000

137.000

139.000

Rioolheffing gebruik woning

19.000

23.000

23.000

Totaal

142.000

160.000

162.000

 

Kostendekking

kostendekkendheid riool afval begraven markt bouwleges burgerzk overig
Kosten taakveld incl kwijtschelding 1.722.795 4.434.889 571.139 71.426 740.771 915.345 129.401
mutatie reserve 282.867 - -122.310 - - - -
Inkomsten excl. heffingen - -187.741 -159.067 -6.704 - - -
Netto kosten taakveld 2.005.662 4.247.148 289.762 64.722 740.771 915.345 129.401
Overige toe te rekenen kosten:
Overhead 249.280 88.973 200.757 - 773.709 135.416 142.435
b.t.w. 152.666 797.780 - 13.592 25.133 3.116 -
Totale kosten (a) 2.407.608 5.133.901 490.519 78.314 1.539.613 1.053.877 271.836
Opbrengst heffingen (b) 2.408.000 4.245.414 490.519 47.490 735.832 299.199 94.506
Onbenut -392 888.487 -0 30.824 803.781 754.678 177.330
Dekking (b/a*100) 100% 83% 100% 61% 48% 28% 35%

4. Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Wegen, riolering, water, openbaar groen, gebouwen en afvalinzamelvoorzieningen vormen niet alleen belangrijke schakels in de gemeentelijke infrastructuur, maar leveren ook een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de gemeente. Ze hebben daarmee waarde voor de bereikbaarheid, de economie, de omgevingskwaliteit en de veiligheid. Om die waarde duurzaam en efficiënt in stand te houden, is een systematisch en planmatig beheer noodzakelijk. Het beheer is dan ook gericht op het duurzaam in stand houden van de gemeentelijke voorzieningen. Dit houdt in dat we kapitaalgoederen op een zodanige manier onderhouden dat tegen zo beperkt mogelijke kosten de voorzieningen voortdurend goed functioneren en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is dat de veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte op voldoende wijze gewaarborgd blijven en daar waar mogelijk een vorm van burgerparticipatie wordt ingebouwd. Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), artikel 12, lid 2, moet in de begroting over het onderhoud van kapitaalgoederen worden aangegeven:

  1. het actueel beleidskader (met betrekking tot beheerplannen: wanneer vastgesteld of geactualiseerd);
  2. het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau;
  3. de vertaling van de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau in de begroting.

Voor het beheer zijn beheersystemen beschikbaar om de beheertaak te ondersteunen en om goede financiële ramingen te maken. De beheersystemen hebben als doel het beheer binnen vastgestelde kwalitatieve normen zo effectief en efficiënt mogelijk in te richten. Dat betekent: op het aan te houden kwaliteitsniveau gerichte maatregelen op de juiste plaats en op de juiste momenten tegen de laagst mogelijke kosten. Bij het bepalen van prioriteiten worden risico's afgewogen. In de beleidsplannen worden alle afwegingen en de consequenties daarvan inzichtelijk gemaakt. Op deze wijze komen wij tot effectief en efficiënt beheer. Leidend voor het daadwerkelijke onderhoudsprogramma zijn de resultaten van de jaarlijkse inspecties van kapitaalgoederen.
Voor de financiële aspecten van het beheer wordt verwezen naar de programma's (met name "3. Buitenruimte") en de staat 'reserves en voorzieningen' (reserve Wegen en voorziening Riolering).

Kapitaalgoederen

Onderstaand overzicht geeft de actuele beleid- en beheerplannen weer. In de beleidsplannen zijn de kaders en ambities opgenomen. De beheerplannen geven aan hoe het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd.

In dit overzicht is te zien dat een aantal beheerplannen niet geactualiseerd zijn aan het einde van de planperiode. Deze achterstand is veroorzaakt door het feit dat wij al enkele jaren bezig zijn met het implementeren van een nieuw beheersysteem. Voor de implementatie moeten de gegevens vanuit het oude beheersysteem geconverteerd worden naar het nieuwe beheersysteem. De gegevens vanuit het nieuwe beheersysteem vormen de basis voor de beheerplannen. De verwachting is dat de implementatie van het nieuwe beheersysteem in 2021 volledig wordt afgerond. De actualisatie van de betreffende beheerplannen staat daarom gepland in 2021.
De vertraging van de actualisatie heeft geen directe impact op het beheer. De methodiek van beheer, inclusief inspecties, is uitgevoerd volgens de laatste beheerplannen.

Onderdeel openbare ruimte Beleid- en beheerplan Vastgesteld Planning/ actualisering
1. Wegen Beleidsplan wegenbeheer 2013-2023 13-5-2013 2023
Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan 2009-2020 inclusief parkeernota 7-12-2009 2021
Beleidsplan openbare verlichting 2020-2024 7-10-2019 2024
Beheerplan openbare verlichting 2015-2019 7-9-2015 2021
 Beleidsplan infrastructurele kunstwerken 2015-2023  12-01-2017 2023
Beheerplan infrastructurele kunstwerken 2015-2019  12-01-2017 2023
 Beleidsplan verkeersvoorzieningen 2015-2023  25-08-2015 2023
 Beheerplan verkeersvoorzieningen 2015-2019 25-08-2015 2021
 Beleidsplan straatmeubilair 2015-2023 25-08-2015 2023
Beheerplan straatmeubilair 2013-2019 25-8-2015 2021
2. Riolering Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2019-2023 3-12-2018 2023
3. Water Baggerplan 2019 8-7-2019 2024
Beheer- en onderhoudsplan oeverbeschermingen 2018-2026 5-3-2018 2026
4. Openbaar groen Beeldkwaliteitsplan Groen 2015-2019 1-12-2016 2021
Beleidsplan bomen 2019-2033 3-12-2018 2033
Groenstructuurplan 2013- 2023 21-5-2013 2023
Beleidsplan begraafplaatsen 2020-2030 2-3-2020 2030
Beheerplan begraafplaatsen 2009-2014 17-3-2008 2021
Speelruimteplan 2020-2030 15-6-2020 2030
Beheerplan speelvoorzieningen 2015-2019 24-11-2015 2021
5. Gebouwen Gebouwenbeheerplan 2012-2021 27-5-2014 2021
6. Afvalinzameling Grondstoffenbeleidsplan 2019-2023 4-9-2019 2023
Zwerfafval- uitvoeringsplan 2019-2023 2-7-2019 2023

Kerncijfers

Onderwerp Kerncijfers 2020
Wegen Totaal areaal
1.500.722 m2
Asfalt
411.835 m2
Elementen
1.080.331 m2
Half verharding (wandelpaden)
8.556 m2
Kunstwerken Bruggen en onderdoorgangen (tunnels)
93
Overige kunstwerken
196
Riolering Vrijverval riolering
gemengd riool: 57 km
vuilwaterriool: 51 km
regenwaterriool: 66 km
drainage: 13 km
totaal: 188 km
Rioolgemalen
rioolgemalen: 27
in beheer van het waterschap: 2
Drukrioleringen
pompunits: 123
drukriolering: 26 km
Peilbuizen
33
Lengte watergangen
31 km
Groen Aantal bomen
12.717
Gazon
761.561 m2 (incl. bermen)
Plantsoen
259.035 m2
Aantal speelplekken
144
Gebouwen Aantal gebouwen in onderhoud
14
Afval Aantal molsystemen (ondergrondse afval inzamelsysteem)
717
Aantal afvalbakken
510
Verlichting Aantal lichtmasten 7.536

1. Wegen

1.A Wegenbeheer

Wat gaan we in 2022 doen?
Volgend jaar willen we  het asfaltonderhoud aan de Onderdijkse Rijweg uitvoeren en het kruispunt Reeweg-Weteringsingel herinrichten. Met betrekking tot het onderhoud aan de elementenverhardingen zullen we Kruiswiel fase 4 (gelijktijdig met de rioolwerkzaamheden) uitvoeren en  de Amandelgaarde en de Bramengaarde onderhouden.
Daarnaast zullen nog onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd worden naar aanleiding van de inspectieresultaten van de laatste weginspectie maar hier is op dit moment nog geen zicht op.     

Beleidskader
De algemene doelstelling voor het wegbeheer is het voeren van een duurzaam wegbeheer waarbij de veiligheid voor de verkeersdeelnemers in stand wordt gehouden. Comfort en aanzien van de weg spelen hierbij een beperkte rol. Uitgangspunt van het wegbeheer is het in 2013 vastgestelde Beleidsplan Wegen 2013-2023.

1.B Verkeer en vervoer

Wat gaan we in 2022 doen?
In 2021 hebben we het Mobiliteitsplan 2021-2030 opgesteld. In het Mobiliteitsplan staat hoe wij in Hendrik-Ido-Ambacht in de periode 2021-2030 om willen gaan met autoverkeer, langzaam verkeer (o.a. voetgangers en fietsen), openbaar vervoer, parkeren, verkeersveiligheid en duurzaamheid (o.a. elektrische auto en fiets). Bij het Mobiliteitsplan is een uitvoeringsplan opgesteld waarin de onderzoeken en maatregelen zijn opgenomen die we de komende jaren gaan uitvoeren.

Beleidskader
De planning is dat de raad in december 2021 het Mobiliteitsplan 2021-2030 vaststelt. Hierin zijn de kaders opgenomen voor het beleid voor de komende jaren. Naast het mobiliteitsplan zijn er ook andere beleidsplannen voor het verkeer in Hendrik-Ido-Ambacht. Hierbij valt te denken aan het "actieplan geluid" en de "beleidsregels oplaad infrastructuur elektrische voertuigen gemeente Hendrik-Ido-Ambacht".

1. C Openbare verlichting

Wat gaan we in 2022 doen?
In 2019 is het nieuwe beleidsplan vastgesteld met daarbij een budget per jaar voor het vervangen en het verduurzamen van ons areaal. In 2022 gaan we verder met het vervangen van de armaturen en masten zoals vastgesteld in het beleidsplan. Ook gaan we in 2022 de slimme 'pucks' voor SmartLighting installeren op de armaturen waarmee we de armaturen op afstand kunnen beheren en aansturen.

Beleidskader
In 2019 is het Openbare Verlichting 2020-2024 door de raad vastgesteld.

1.D Infrastructurele kunstwerken

Wat gaan we in 2022 doen?
In 2020 zijn alle kunstwerken geïnspecteerd op staat van onderhoud en veiligheid. De gegevens uit de inspectie hebben we gebruikt om een onderhoudsplanning voor de komende jaren op te stellen. We gaan de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitvoeren om te voldoen aan de kwaliteitseisen die aan de kunstwerken worden gesteld. In 2022 vervangen we de bruggen tussen Groenewaal en het Jaagpad en het bruggetje dat aansluit op de Burgemeester Jonkerkade (ter hoogte van de Pompe van Meerdervoortsingel).

Beleidskader
Binnen de openbare ruimte bevinden zich infrastructurele kunstwerken, die de kruising van (water)wegen of andere natuurlijke barrières mogelijk maken. Dit zijn onder andere bruggen, duikers, keermuren, trappen, tunnels en viaducten. Het huidige beleid is erop gericht de kunstwerken op het kwaliteitsniveau "basis" te onderhouden. Uitgangspunt is een zodanig kwaliteitsniveau dat de kunstwerken en bruggen naar behoren functioneren en er dus geen sprake is van achterstallig onderhoud of gevaarlijke situaties. Bij het beheer heeft het voorkomen van gevaarlijke situaties eerste prioriteit. Tweede prioriteit is zorg dragen voor het goed functioneren van de voorzieningen, gevolgd door het wegwerken van eventueel achterstallig onderhoud.

1.E Verkeersvoorzieningen

Wat gaan we in 2022 doen?
Het beheerplan verkeersvoorzieningen wordt in 2021 geactualiseerd. Op basis van de uitkomsten van het nieuwe beheerplan voeren we als eerste de maatregelen uit om mogelijke knelpunten en achterstanden op te pakken. Vervolgens voeren we het reguliere onderhoud uit.

Beleidskader
De gemeenteraad heeft in 2015 het beleidsplan Verkeersvoorzieningen 2015-2023 en de hiervoor benodigde jaarlijkse budgetten vastgesteld. Verkeersvoorzieningen zoals verkeersborden, straatnaamborden, ANWB-bebording, schrikhekken en verkeerspalen zijn onderdeel van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden volgens het beheerplan. De verkeersvoorzieningen worden op het basisniveau onderhouden, waarbij niet meer wordt uitgegaan van een kwaliteitsdifferentiatie per gebied. Reden hiervoor is dat verkeersvoorzieningen qua plaatsing, beheer en onderhoud moeten voldoen aan wettelijke bepalingen en landelijke richtlijnen. In het beheerplan zijn uitgangspunten voor de verkeersvoorzieningen geformuleerd.

1.F Straatmeubilair

Wat gaan we in 2022 doen?
Het beheerplan straatmeubilair wordt in 2021 geactualiseerd. Op basis van de uitkomsten van het nieuwe beheerplan vieren we als eerste de maatregelen uit om mogelijke knelpunten en achterstanden op te pakken. Vervolgens voeren we het reguliere onderhoud uit.

Beleidskader
De gemeenteraad heeft in 2015 het beleidsplan Straatmeubilair 2015-2023 en de hiervoor benodigde jaarlijkse budgetten vastgesteld. Aansluitend is een apart beheerplan voor het straatmeubilair opgesteld. Straatmeubilair zoals banken, afvalbakken, fietsenstallingen en abri?s, is een wezenlijk onderdeel van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van veiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden. Periodiek worden de beleids- en beheerplannen "straatmeubilair" geactualiseerd. In de plannen zijn nieuwe beleidsuitgangspunten vertaald naar een geactualiseerd plan van aanpak voor het onderhoud aan de verschillende items en zijn de verschillende consequenties nader aangegeven. Essentieel bij het beheer/onderhoud is het te hanteren kwaliteitsniveau voor het onderhoud. Op basis van de landelijke wetgeving en richtlijnen worden de betreffende voorzieningen in de openbare ruimte onderhouden op het kwaliteitsniveau "basis".

2. Riolering

Wat gaan we in 2022 doen?

Naast het reguliere onderhoud aan riolering conform het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) gaan we in 2022 in wijk Kruiswiel verder met onze rioolvervangingsopgave.

Beleidskader
Met het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (GRP) geven wij vorm aan de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater.

Ontwikkelingen
Duidelijk is dat het klimaat verandert. De zomers worden heter en de kans op extreme neerslag wordt steeds groter. Daarom geven wij de aanpak van klimaatadaptatie verder vorm in 2022. Om de kansen te benutten willen we klimaatadaptatie verder gaan uitwerken bij stedelijke ontwikkeling, herstructurering van bestaande gebieden en het slim koppelen van beheerplannen. Het gaat daarbij om 4 thema's: droogte, hittestress, wateroverlast en waterveiligheid. Wij gaan het gesprek aan met belanghebbenden zoals het waterschap en woningbouwcorporaties. Bij dit alles wordt bekeken in hoeverre wij onderwerpen in Drechtstedenverband oppakken. Klimaatadaptatie stemmen wij af met het Actieplan Duurzaamheid.

Voorziening riolering
De voorziening riolering heeft als doel het gelijkmatig verdelen van kosten in de tijd om tariefschommelingen te voorkomen. De voorziening wordt gevoed met het verschil tussen de jaarlijkse exploitatiekosten van de riolering en de inkomsten uit rioolheffing. De omvang van de voorziening per 31 december 2021 is circa € 5,9 miljoen.

Bestemmingsreserve riolering
In deze bestemmingsreserve zijn de precariogelden van 2018, 2019 , 2020 en 2021 gestort van in totaal €1,0 miljoen.

3. Water

Wat gaan wij in 2022 doen?
Vanwege de wetgeving van het waterschap moeten watergangen periodiek uitgebaggerd worden om ze op de juiste breedte en diepte te houden. Voor 2022 hebben wij een grote baggeropgave. Daarnaast bestaat de verplichting om deze wateren vrij te maken van los vuil en waterplanten. Dit doen wij in de wateren die wij als gemeente in onderhoud hebben twee keer per jaar. Conform het Beheer- en onderhoudsplan oeverbeschermingen voeren wij onderhoud uit aan de oeverbescherming uit op diverse locaties in onze gemeente.

Beleidskader
Op het gebied van waterbeheer hebben wij diverse plannen. Dit zijn het Baggerplan voor de periode 2019 tot en met 2024 en het Beheer- en onderhoudsplan oeverbeschermingen 2018-2026. In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (GRP) is de koppeling met waterbeheer opgenomen. 33 procent van de baggeropgave bekostigen wij vanuit de rioolheffing. Het baggeren en het daaraan ten grondslag liggende baggerplan is een belangrijke schakel in de gemeentelijke waterketen. Het baggerplan geeft inzicht in de beheeractiviteiten op het gebied van baggeren die benodigd zijn om de watergangen op diepte te houden. Het feitelijke baggerwerk wordt zowel door onze gemeente als door het waterschap Hollandse Delta uitgevoerd, afhankelijk van de onderhoudsverplichting van de watergangen.

4. Groen

4.A Groenstructuurplan

Wat gaan we in 2022 doen?
In 2021 zijn we gestart met het onderhouden van de groenarealen volgens het nieuwe integrale groenbestek, wat in december 2020 is aanbesteed. Het onderhoud van bomen en de renovaties van groenvakken die niet voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen zijn onderdeel van de overeenkomst. Er zijn meerdere bloemenlinten gerealiseerd en op een aantal locaties wordt er anders gemaaid om meer biodiversiteit te verkrijgen. Daarnaast worden bestaande oevers omgevormd naar natuurvriendelijke oevers en zijn diverse nestkasten geplaatst voor een elkaar versterkend ecosysteem. In 2021 zijn veel nieuwe bomen aangeplant vanuit de opgave om 500 extra bomen te planten. In het eerste kwartaal van 2022 worden de laatste 80 bomen geplant. Daarnaast zijn er veel bomen ingeboet die in het verleden gekapt zijn maar door onvoldoende financiële middelen de afgelopen jaren niet vervangen zijn.
Thema's als klimaatadaptatie, duurzaamheid en biodiversiteit krijgen steeds meer aandacht. Naast deze belangrijke thema's doet de Omgevingswet in 2022 zijn intrede. Dit betekent een nieuwe visie op ons groene kapitaal. Dit vraagt om flexibiliteit, waardering en verankering van groenwaarden bij ruimtelijke ontwikkelingen om invulling te kunnen geven aan een groene en leefbare gemeente.

Beleidskader
In 2021 is opdracht gegeven voor het opstellen van een groenbeheerplan plus, waarin we het beeldkwaliteitsplan en het groenstructuurplan actualiseren. In het Groenstructuurplan is onze gemeente in drie onderhoudszones verdeeld. Het Groenstructuurplan vormt het beleidsmatige kader om te komen tot een gestructureerd groenbeleid. De visie op de gewenste visuele kwaliteit van de groenvoorzieningen in de openbare ruimte is vastgesteld in het Beeldkwaliteitsplan Groen. Het Beeldkwaliteitsplan geeft weer wat het onderhoudsniveau is van het groen; met andere woorden welke kwaliteit er wordt nagestreefd.  Het  Groenbeheerplan geeft inzicht in de ambities op het gebied van biodiversiteit en klimaatadaptatie en wat de financiële consequenties hiervan zijn (eenmalig en structureel). Ook geeft het inzicht waar versterking dan wel groenstructuren ontwikkeld moeten worden. 

Bomenbestand
Vanuit de "opgave 500 bomen" planten we tot begin 2022 500 extra bomen. Hiervan hebben we een groot aantal reeds in het voorjaar 2021  van gerealiseerd. In 2019  zijn we gestart met het plantmatig onderhoud van bomen waarbij de jaarlijkse boomveiligheidsinspectie leidend is. Hiermee geven we invulling  aan onze zorgplicht en maken we kosten inzichtelijk en beter beheersbaar. 

Ontwikkelingen
Bij de aanplant van nieuwe bomen kijken we steeds meer naar de toekomstwaarde van de locatie en de boomsoort (de juiste boom op de juiste plek). Ook houden we rekening met de bijdrage aan biodiversiteit en ecosysteemdiensten. Thema's die steeds belangrijker worden bij het inrichten en beheren van de openbare ruimte.

4.B Begraafplaatsen

Wat gaan we in 2022 doen?
We hebben in 2020 het begraafplaatsenbeleid geactualiseerd en vastgesteld. Op basis van dit beleidsplan zullen we de begraafplaatsen en het uitvaartcentrum de komende jaren exploiteren. Specifieke aandacht gaat hierbij naar het in stand houden van het dienstverleningsniveau en het toewerken naar een toekomstbestendig uitvaartcentrum.

Beleidskader
Het Begraafplaatsenbeleidsplan 2020-2030 heeft als doelstelling het realiseren van een toekomstbestendige begraafplaats. Het uitgangspunt is dat we begraven toegankelijk en betaalbaar houden. Omdat de keuze tussen begraven en cremeren niet financieel gedreven moet zijn gaan we terughoudend om met het verhogen van de tarieven. Om een toekomstbestendige begraafplaats te realiseren wordt in dit beleidsplan beschreven hoe de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht:
- zorgt voor voldoende grafcapaciteit voor de komende jaren;
- omgaat met trends en ontwikkelingen in de lijkbezorging;
- toewerkt naar een meer kostendekkende begraafplaats.

Egalisatiereserve begraafplaatsen
De egalisatiereserve van de begraafplaatsen wordt ingezet om tekorten op het taakveld begraafplaatsen op te vangen. In 2022 is de reserve leeg en wordt deze opgeheven.

Ontwikkelingen/activiteiten
In het kader van participatie blijven we de ervaringen van nabestaanden en uitvaartondernemers monitoren om daar in de toekomst op te anticiperen.

4.C Speelvoorzieningen

Wat gaan we in 2022 doen?
In 2021 hebben we voor veertien speelplekken vanuit het uitvoeringsplan de renovatie aanbesteed, deze plekken renoveren we in 2022 conform het Speelruimteplan 2020-2030.

Beleidskader
Het Speelruimteplan 2020-2030 heeft als doelstelling om jaarlijks 7 speelplekken te renoveren. We zetten in op een breder en diverser speelaanbod. Inwoners van alle leeftijden moeten
kunnen sporten en spelen op onze speelplekken. Hierbij hebben we extra aandacht voor oudere kinderen (10+) op grotere speelplekken en sportvoorzieningen. Daarbij zetten we in op meer groen, natuurlijk spelen en inclusieve speelruimtes waar iedereen mee kan doen.

5. Gebouwenbeheer

Wat gaan we in 2022 doen?
In 2021 hebben we alle onderhoudsplannen van de gemeentelijke gebouwen geactualiseerd. Ook hebben we de duurzaamheidsmaatregelen in beeld gebracht die nodig zijn om de gebouwen in 2030-2035 energieneutraal te maken. We voeren het onderhoud uit op basis van deze plannen.
Voor de gebouwen die binnen 10 jaar worden afgestoten of gesloopt, voeren we alleen het onderhoud uit dat noodzakelijk is om het gebouw in stand te houden.

Beleidskaders
In het  Meerjarig Onderhoudsplan (MOP) 2021-2030 wordt voor de middellange termijn richting gegeven aan een effectief en efficiënt beheer en onderhoud van de 14 gemeentelijke gebouwen. In dit meerjarige plan is aangegeven welke onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn in de komende periode. Het MOP is in 2021 geactualiseerd en vastgesteld. Met het instellen van een egalisatiefonds voor beheer en onderhoud van gemeentelijke gebouwen zijn middelen beschikbaar voor beheer en onderhoud van de gebouwen. Zo kan tussen gebouwen en over de jaren geschoven worden met middelen.  

Egalisatiereserve meerjarig onderhoudsplan
Op 31 december 2021 is het saldo nagenoeg nihil. Een nieuw MOP wordt in 2021 geactualiseerd en vastgesteld met daarin duurzaamheidsaspecten.

Ontwikkelingen 

We hebben plannen om Cultureel Centrum Cascade een face lift te geven zodat ook zij onze inwoners (nog) beter kunnen bedienen. De voormalige gymzaal aan de Weteringsingel en de Meander aan de Witte de Withstraat worden gesloopt om plaats te maken voor een nieuwe energie neutrale school . Voor alle schoolgebouwen is een Integraal Huisvestingsplan vastgesteld. De komende acht jaar worden veel oude schoolgebouwen vervangen door nieuwe toekomstgerichte onderwijsgebouwen/kindcentra. De school aan de P.C. Hooftsingel 7 gebruiken we voor tijdelijke huisvesting  van scholen, op termijn ontwikkelen we hiervoor een gebiedsvisie.

Duurzaamheid
Bij het vervangen van gasgestookte  cv installaties onderzoeken we of het mogelijk is om over te gaan op elektrisch aangedreven warmtepompen. Bij aanpassingen van gebouwen maken we zoveel mogelijk gebruik van circulaire en herbruikbare materialen. Daarnaast kopen we stroom voor openbare verlichting en voor onze gebouwen 100% groen in via DVEP. Bij het actualiseren van de Meerjaren Onderhouds Plannen nemen we duurzaamheidsmaatregelen mee. Bij scholen en de gebouwen in beheer van stichting Cascade hebben we een stimulerende rol voor wat betreft duurzaamheid.

6. Afval

6.A Afvalinzameling

Wat gaan we in 2022 doen?
Wanneer de raad in 2021 een besluit neemt over het invoeren van het recycletarief zullen we in 2022 de voorbereidingen treffen om invoering van het recycletarief per 1 januari 2023 mogelijk te maken. Het recycletarief gaat uit van het principe 'de vervuiler betaalt'. Dit betekent dat voor het aanbieden van ongescheiden restafval moet worden betaald. Gescheiden afvalstromen kunnen gratis worden aangeboden. Om dit mogelijk te maken moeten we alle ondergrondse afvalcontainers hiervoor geschikt maken.

Beleidskader
In 2019 is het grondstoffenbeleidsplan geactualiseerd. In dit plan zijn de beleidskaders uitgewerkt voor de periode 2019 -2023. In vervolg hierop is in 2021 gewerkt aan het advies aan de raad voor invoering van het recycletarief. Wanneer dit in 2021 door de raad wordt vastgesteld zijn hierin de kaders opgenomen voor de volgende stap in het grondstoffenbeleid. 

Ontwikkelingen

Een groot deel van de ondergrondse afvalcontainers zijn de komende jaren financieel afgeschreven. Samen met een besluit over de vervolgstap in het grondstoffenbeleid om te komen tot een betere afvalscheiding moet ook een besluit genomen worden over vervanging of renovatie van de ondergronds afvalcontainers. In het raadsvoorstel in 2021 over de invoering van het recycletarief is een voorstel opgenomen over het geschikt maken van de ondergrondse afvalcontainers in combinatie met het vervangen van de ondergrondse afvalcontainers.

6.B Zwerfafval

Beleidskader

In 2019 heeft het college het uitvoeringsplan Zwerfafval vastgesteld. We zetten in dit plan in op gedragsverandering, het verzorgen van lessen over zwerfafval, het verminderen van zwerfafval bij evenementen en we geven extra aandacht aan het verminderen van zwerfafval op hotspots.

5. Grondbeleid

Algemeen

Het grondbeleid van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is vastgelegd in de Nota “Grond voor Beleid” (2009). Met het grondbeleid wordt uitvoering gegeven aan de ruimtelijke visie die met name in de Structuurvisie "Waar de Waal Stroomt" (2009) is vastgelegd. In dit beleidsdocument worden de ruimtelijke ambities van de gemeente uiteengezet. In de Nota grondbeleid is vastgelegd dat de gemeente zoveel mogelijk een actief grondbeleid voert wanneer er sprake is van grootschalige ontwikkelingen of ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de ruimtelijke of stedenbouwkundige structuur van de gemeente. Met dit actieve grondbeleid wil de gemeente gewenste ruimtelijke ontwikkelingen initiëren en sturen. Faciliterend grondbeleid wordt echter niet uitgesloten.
Ook de keuze om hoofdzakelijk het instrument Wet voorkeursrecht gemeenten te gebruiken is in de Nota grondbeleid vastgelegd. Als er aanleiding is om geen gebruik te maken van het gemeentelijk voorkeursrecht, wordt dit gemotiveerd aan de gemeenteraad aangegeven. Waar een minnelijke verwerving van gronden niet mogelijk blijkt, zal de gemeente gebruik maken van het onteigeningsinstrument.

Uitvoering grondbeleid

Voor de uitvoering van actief grondbeleid worden grondexploitaties opgesteld. Met een grondexploitatie wordt het financieel kader vastgelegd waarbinnen het beleid uitgevoerd moet worden. Voor enkele wenselijke (grootschalige) ruimtelijke ontwikkelingen zijn in het verleden grondexploitaties vastgesteld die jaarlijks geactualiseerd worden. Op dit moment heeft de gemeente drie actieve grondexploitaties: De Volgerlanden, bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1 en Genieterrein-Waterbusplein.
Bij enkele kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen wordt wel faciliterend grondbeleid gevoerd, waarbij we kostenverhaalovereenkomsten met de ontwikkelaars sluiten.

Prognose verwachte resultaten grondexploitaties

In onderstaande tabel vatten we de grondexploitaties samen. Hierin is per project, naast wat algemene informatie, het verwachte financiële resultaat en het gewogen risicobedrag opgenomen. Om de grondexploitaties te kunnen vergelijken en de geprognosticeerde resultaten te kunnen optellen, zijn de resultaten contant gemaakt naar 1 januari 2021. Voor de risicoanalyse worden jaarlijks, aan de hand van de RISMAN-methode, de verschillende van toepassing zijnde risico’s benoemd, gekwalificeerd en gekwantificeerd. Vervolgens wordt een gewogen risicobedrag berekend met een zekerheidspercentage van 90%. Dit houdt in dat het voor 90% zeker is dat het genoemde bedrag voldoende is om de risico's af te dekken. In het weerstandsvermogen van de gemeente wordt met dit risicobedrag rekening gehouden.
Daarnaast wordt per grondexploitatie kort het toegepaste grondbeleid beschreven, net als een toelichting op het verwachte financiële resultaat.

De Volgerlanden

Beleidskader

De gemeente heeft sinds het begin van het project actief grondbeleid gevoerd in het realiseren van woningbouwlocatie De Volgerlanden. De gemeente wilde alle gronden in eigendom verkrijgen om de regie te houden. Veelal werden gronden van particulieren aangekocht en overige benodigde

gronden, die in bezit waren van projectontwikkelaars, werden door bouwclaimovereenkomsten bij het gemeentelijke eigendom betrokken. De verwervingen in het De Volgerlanden zijn afgerond.
Financieel kader
Vanaf het begin is de ontwikkeling van de wijk voor rekening en risico van zowel de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht als de gemeente Zwijndrecht uitgevoerd. Nu het einde in zicht komt en de risico's afnemen, wordt gesproken om de samenwerking per 1-1-2021 te beëindigen.
De grondexploitatie vormt het financieel kader van het project De Volgerlanden. Dit kader wordt jaarlijks geactualiseerd en opnieuw vastgesteld. Op 7 juni 2021 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde grondexploitatie De Volgerlanden 2021 vastgesteld.
Door de (aanstaande) beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst, is er een verliesvoorziening, ter grootte van het volledige verwachte tekort van de grondexploitatie, op de gemeentelijke balans opgenomen. In voorgaande jaren was dit de helft.

Bedrijventerrein Ambachtsezoom

Beleidskader
Bij bedrijventerrein Ambachtsezoom wordt actief grondbeleid toegepast. Sinds 1 januari 2013 richt de planvorming van Ambachtsezoom zich alleen op het westelijke gedeelte van het bedrijventerrein (fase 1). Alle gronden in het gebied zijn in eigendom bij de gemeente.

Financieel kader
De geactualiseerde grondexploitatie Ambachtsezoom Fase 1, die het financiële kader van de betreffende fase van het project vormt, is vastgesteld in de raadsvergadering van 7 juni 2021.

Genieterrein-Waterbusplein

Beleidskader
Het huidige project Genieterrein-Waterbusplein maakte voorheen onderdeel uit van de grondexploitatie Genieterrein, die sinds 2006 door de Regionale OntwikkelingsMaatschappij Drechtsteden (ROM-D) in exploitatie was genomen. Het project betrof de herontwikkeling van circa 5 hectare bedrijventerrein en de hoofdontsluiting op de A15 (het Noordeinde). Inmiddels is de hoofdontsluiting naar de A15 gerealiseerd en zijn nagenoeg alle kavels uitgegeven. Als onderdeel van de exploitatie wenst de gemeente een hoogwaardig ingericht Waterbusplein. Omdat dit niet overeenkomt met de oorspronkelijke doelstellingen van ROM-D is in 2021 besloten dat de gemeente de afronding van de exploitatie van het terrein overneemt van ROM-D. Naast de ontwikkeling van het Waterbusplein worden ook de laatste kavels door de gemeente uitgegeven. alle gronden in het gebied zijn in eigendom bij de gemeente.

Financieel kader
In de raadsvergadering van 1 maart 2021 is de grondexploitatie Genieterrein-Waterbusplein vastgesteld, die het financiële kader van het project vormt. De grondexploitatie heeft een geprognosticeerd tekort van ca. € 2,5 miljoen. Dit wordt gedekt uit de Reserve Kapitaallasten waterbusplein (€ 1,0 miljoen) en uit de Reserve Projecten (€ 1,5 miljoen).

 

Tabel 5.1 Projectoverzicht (peildatum 1-1-2021)
Bedragen x €1.000.000,-
De Volgerlanden Ambachtsezoom Fase 1 Genieterrein-Waterbusplein
Verwachte afronding project 2028 2027 2023
Totale plangebied (ha) 210 ha 23,1 ha 1,8 ha
Areaal nog aan te kopen grond
Areaal uitgeefbaar 15,5 ha 1,1 ha
Areaal nog te verkopen grond 16,3 ha 15,5 ha 1,1 ha
Gerealiseerde kosten € 325,5 € 27,0 € 0,4
Gerealiseerde baten € 272,1 € 2,0 € 0,0
Boekwaarde € 53,4 € 24,9 € 0,4
Nog te realiseren baten -/- kosten € 52,9 € 28,2 € 2,1
Resultaat op eindwaarde -€ 0,5 € 3,2 -€ 2,5
Resultaat op netto contante waarde -€ 0,4 € 2,8 -€ 2,3
Risico's € 2,8 € 2,0 € 0,2

Tussentijdse winstneming

Tussentijdse winstneming geldt vooral bij projecten die diverse jaren duren. Hieronder zijn regels opgenomen over hoe wordt omgegaan met (tussentijdse) winstneming:

  1. Tussentijdse winstneming kan alleen plaatsvinden indien:
    a. voldoende zekerheid bestaat over het (verwachte) resultaat van de grondexploitatie, ofwel het resultaat op de grondexploitatie betrouwbaar kan worden ingeschat; én
    b. De grond (of het deelperceel) is verkocht; én
    c. De kosten zijn gerealiseerd .
  2.  Wanneer er wordt voldaan aan de voorwaarden voor tussentijdse winstneming wordt de zogenaamde percentagemethode (POC) toegepast.
  3. Bij de bepaling van de tussentijdse winst worden de risico's die specifiek samenhangen met de nog te realiseren kosten en opbrengsten van de grondexploitatie in mindering gebracht.

Bij winstneming gelden in algemene zin de volgende uitgangspunten: de winst wordt naar rato van gerealiseerde kosten en opbrengsten (tot en met het lopende jaar) genomen. Dus indien 50% van de kosten is gerealiseerd en 50% van de grond is verkocht (over de gehele looptijd), dan is de winstrealisatie 50% x 50% = 25%. Zowel de realisatie van de kosten als de realisatie van de opbrengsten zijn bepalend voor de omvang van de winstrealisatie.
Voor De Volgerlanden en Genieterrein-Waterbusplein verwachten we een tekort, waardoor winstneming (vooralsnog) niet aan de orde zal zijn. In 2021 zijn de eerste gronden in bedrijvenpark Ambachtsezoom uitgegeven, waardoor vanaf dit jaar winst genomen zal worden.

Reserve en Risico

De aard van de activiteiten binnen het totaal van de exploitaties maakt het noodzakelijk ter afdekking van de algemene risico's een algemene reserve grondbedrijf aan te houden. Deze reserve wordt opgebouwd uit de eindresultaten van alle afgesloten grondexploitaties plus alle tussentijdse

winst- en verliesnemingen. Het nemen van winst gebeurt zoals volgens de hiervoor beschreven methodiek van (tussentijdse) winstneming. Indien er bij het opstellen dan wel het actualiseren van een kostprijscalculatie blijkt dat er een verlies op een complex ontstaat, wordt hiervoor een voorziening getroffen ten laste van de Algemene reserve grondbedrijf.
De Algemene reserve grondbedrijf moet op voldoende niveau zijn om de benoemde risico's te kunnen opvangen en moet een minimum niveau hebben afhankelijk van het risicoprofiel. Zodra het saldo van de reserve zich onder het minimum niveau bevindt, moet dit worden aangevuld vanuit de Algemene (concern)reserve. De Algemene reserve grondbedrijf kent geen maximum niveau.
Uit onderstaande tabel valt op te maken dat, rekening houdend met het geprognosticeerde resultaat van de grondexploitaties en de ingeschatte risico's, de algemene reserve grondbedrijf voldoende gevuld is.

Tabel 5.2 Overzicht resultaat en risico's

 

Resultaat grondbedrijf (Netto Contante Waarde)*

0,1 mln. positief

Totale risico's*

5,0 mln.

 

 

Algemene reserve grondbedrijf (per 1 jan. 2022)

3,3 mln.

Voorzien verlies De Volgerlanden (Eindwaarde)

0,5 mln.

 

6. Verbonden partijen

Inleiding

Verbonden partijen zijn organisaties waarmee we als gemeente een bestuurlijke relatie hebben én waarin we een financieel belang hebben. Deze organisaties leveren een bijdrage aan de realisatie van de doelen die we als gemeente hebben gesteld. Verbonden partijen die een significant (financieel) risico met zich meebrengen, verwerken we ook in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen’.

BBV

In de nieuwe BBV is opgenomen dat voortaan een onderverdeling wordt gemaakt naar:

  • gemeenschappelijke regelingen;
  • vennootschappen en coöperaties;
  • stichtingen en verenigingen, en;
  • overige verbonden partijen.

In dit hoofdstuk gaan we in op de doelstellingen, taken en financiële aspecten van de gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht participeert. Bij een vennootschap en coöperatie participeert de gemeente in het risicodragend vermogen van een privaatrechtelijke rechtspersoon als aandeelhouder van de betreffende NV of BV.

Hieronder wordt een opsomming gegeven van dergelijke samenwerkingsverbanden.

Gemeenschappelijke regelingen

Vennootschappen en coöperaties

  • GR Drechtsteden

 

  • GR Dienst Gezondheid & Jeugd

 

  • GR Veiligheidsregio

 

  • GR Omgevingsdienst

 

  • GR Drechtwerk

 

  • GR Natuur en recreatieschap IJsselmonde

 

  • GR Openbare Verlichting GR Gevudo

 

 

 

 

  • ROM-D

 

  • Oasen (NV)

 

  • Eneco Holding (NV)

 

  • BNG (NV)

Wij kennen geen stichtingen en verenigingen als verbonden partij.

Verbonden partijen (x € 1.000) Relatief aandeel Bijdrage Bijdrage Eigen vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen Vreemd vermogen
HIA HIA 2021 (primitief begroot) HIA 2022 (primitief begroot) 1-1-2020 31-12-2020 1-1-2020 31-12-2020
GR Drechtsteden
Bureau Drechtsteden en staf 807 283
Griffie 37 38
Sociale Dienst Drechtsteden 13.359 14.854
Rijks-doeluitkering SDD -4.859 -5.190
Service Centrum Drechtsteden 1.997 2.250
Gemeentebelastingen Drechtsteden 674 682
Onderzoekcentrum Drechtsteden 96 98
Totaal GRD (incl. algemene dekkingsmiddelen) 5,39% 16.970 18.205 1.148 2.345 44.878 56.038
GR Dienst Gezondheid & Jeugd (zonder RAV) 4.772 3.114 36.492 44.708
DG&J 1.734 1.813
Serviceorganisatie Jeugd 6% 6.590 8.030
GR Veiligheidsregio (incl. boxen) 5,40% 1.916 1.919 8.273 6.311 59.786 62.292
GR Omgevingsdienst 2,11% 473 495 3.485 3.509 2.154 12.363
Drechtwerk 4% 208 217 1.041 1.041 27.912 26.202
GR Natuur en recreatieschap IJsselmonde 16% 226 231 4.263 4.263 1.724 2.635
GR Openbare Verlichting 15,06% 96 75 65 65 171
GR Gevudo (aandeel garantierisico ca.  8,6 mln) 7,63% 8.700 8.490 30 30 536 0
Vennootschappen
ROM-D Holding NV 2,40% 4.118 4.157 2.162 2.151
ROM-D Capital BV 18.391 18.556 1 3
ROM-D Beheer NV 44 46 617 271
ROM-D Capital beheer BV 36 33 0 0
ROM-D KILL III CV 1,50% 9.457 9.903 8.988 8.952
ROM-D Projecten CV 2.008 1.882 13.139 25.285
Oasen (NV) 2,81% 112.187 116.741 168.537 178.860
Stedin Holding (NV) 2.448.000 2.390.000 4.841.000 5.182.000
BNG (NV) 0,05% 4.154.000 4.364.000 145.535.000 155.995.000
Naast de verbonden partijen hebben we nog een regionale samenwerking voor Dienstverlening Drechtsteden (€ 800,000) en de groeiagenda (€ 550.000)

A. Gemeenschappelijke regelingen

Een groot deel van de gemeentelijke middelen wordt via verbonden partijen ingezet voor realisatie van doelen, uitvoering van processen en ondersteuning van de bedrijfsvoering. Vanwege de vaak aanmerkelijke bestuurlijke, beleidsmatige en financiële belangen is inzicht in en effectieve sturing op deze verbonden partijen noodzakelijk.

GR Drechtsteden

De gemeenten in de Drechtsteden werken al geruime tijd samen onder het motto 'Samen stad aan het water'. in de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden. Er wordt regionaal beleid gemaakt en regionaal uitgevoerd, waar dat handig is. De gemeenten maken daarnaast eigen lokale keuzes.

In 2019 hebben de gemeenten, mede naar aanleiding van het rapport van de commissie Deetman, de behoefte uitgesproken om de regie meer op lokaal niveau te beleggen en daarbij de goede onderlinge samenwerking te behouden. Om dit te realiseren is een nieuw sturingsmodel ingericht. Daarbij worden het Servicecentrum Drechtsteden, Gemeentebelastingen Drechtsteden en het Onderzoekcentrum Drechtsteden ondergebracht bij de gemeente Dordrecht, die zal fungeren als serviceorganisatie voor de overige gemeenten binnen de regio. Deze onderdelen maken vanaf 1 januari 2022 geen onderdeel meer uit van een gemeenschappelijke regeling. Het overgebleven deel van de GR Drechtsteden wordt omgevormd tot een klassieke collegeregeling Sociaal, waar de Sociale Dienst Drechtsteden onderdeel van is. Deze GR Sociaal treedt in werking op 1 januari 2022. 

 

Naam verbonden partij

GR Drechtsteden

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

In de huidige Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden is als belangrijkste doel gesteld het creëren van draagvlak voor een evenwichtige ontwikkeling van het gebied. Om deze doelstelling te realiseren en met inachtneming van de autonomie van de deelnemende gemeenten, behartigt Drechtsteden de gemeenschappelijke regionale belangen op de volgende terreinen:

  • Sociaal (sociale zekerheid en –ontwikkeling, onderwijs en kennisinfrastructuur, sport en cultuur)
  • Bestuurlijke ontwikkeling en grotestedenbeleid
  • Staf- en ondersteunende diensten en de bedrijfsvoering
  • Sociaal- geografisch onderzoek

Daarnaast heeft Drechtsteden als doelstelling zorg te dragen voor:

    1. de efficiënte en effectieve heffing en invordering van belastingen, voor de heffing en invordering waarvan de gemeenteraden van de gemeenten belastingverordeningen en de kwijtscheldingsregels hebben vastgelegd, elk voor zover het hun gebied betreft;
    1. de uitvoering van de WOZ waaronder ook de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden, elk voor zover het hun gebied betreft.

Echter, zoals hierboven beschreven, zal de bestaande GRD worden aangepast naar een nieuwe tekst voor de GR Sociaal. Dit zal ook leiden tot aanpassing van deze tekst. Aanpassing gebeurt zodra de besluitvorming definitief is. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Risico’s

Corona:

  • De Coronacrisis en de beheersmaatregelen hebben een groot effect op de samenleving en de economie. De impact lijkt op dit moment beperkt, mede door de steunmaatregelen die vanuit het Rijk beschikbaar zijn gesteld. Op dit moment is niet zeker te stellen wat de gevolgen zullen zijn wanneer het Rijk de steunmaatregelen afbouwt. De verwachting is wel dat de druk op de sociale voorzieningen bij de SDD en bij gemeenten zal toenemen. 

SDD:

  • bezuinigingen door het rijk;
  • bestandsontwikkeling inkomensondersteuning;
  • BUIG vergoeding loopt niet mee met actuele CPB-raming;
  • intensivering participatiewet: dit gaat spelen als de doelgroep meer tijd nodig heeft om werkfit te worden;
    bestandsontwikkeling inkomensondersteuning: de verwachting is dat de bijstand zal groeien naar een groter aantal klanten; dit leidt tot verhoging van de uitgaven;
    GR Sociaal
  • De mogelijkheid bestaat dat de besluitvorming over de GR Sociaal niet tijdig genoeg is om de GR per 1 januari 2022 in werking te laten treden.
  • WMO huishoudelijke ondersteuning: de verwachting is dat uitgaven voor gemeenten zullen toenemen, onder andere vanwege de invoering van het abonnementstarief, vergrijzing, en langer zelfstandig thuis wonen;
  • bewindvoering: de reele groei is mogelijk groter;
  • apparaatskosten: bij diverse onderdelen groeit dienstverlening met meer dan 5-10%;
  • bedrijfsvoering: de bedrijfsvoering moet aan steeds meer regels voldoen;
  • bandbreedte: gezien de grote onzekerheden wordt gewerkt met een bandbreedte. Er is gerekend met de onderkant van de bandbreedte waardoor er een risico is dat budgetten en gemeentelijke bijdragen groter worden;

SCD:

  • structurele dekking voor het strategisch informatiebeveiligingsbeleid Drechtsteden; 
  • uitbreiding en ontvlechting Regionale Ambulance Voorziening (RAV) per 2022;
  • contractverlenging en van OZHZ en DG&J; deze contracten lopen af per 1 januari 2022. De jaarlijkse contractwaarde is als risico opgenomen;

GBD:

  • No cure, no pay; sinds 2019 is er een explosieve groei van het aantal bezwaarschriften. Dit leidt tot extra proceskosten.
  • kwaliteitseisen Geo-data: Geo-data moet vaak worden bijgewerkt;
  • incidentele middelen voor de basis van het smart data center

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het Drechtstedenbestuur (collegelid), Drechtraad (raadsleden fracties) en diverse bestuurlijke werkgroepen (portefeuillehouders).

Wanneer de GR Sociaal daadwerkelijk in werking treedt, is er vertegenwoordiging in het AB van de GR Sociaal (collegelid) en diverse bestuurlijke werkgroepen (portefeuillehouders). Verschillende gemeenteraden hebben de wens uitgesproken om een raadsadviescommissie in te stellen voor de GR Sociaal. Indien alle deelnemende raden hier voorstander van zijn, kunnen zij gezamenlijk een verzoek hiertoe indienen bij het AB en zal het AB een raadsadviescommissie in het leven roepen. Hierin heeft dan ook een vertegenwoordiging van de Ambachtse gemeenteraad zitting. Op dit moment is nog niet bekend of alle raden in de regio een raadsadviescommissie wenselijk achten.

 

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Zoals hierboven is geschetst, start per 1 januari 2022 Dordrecht als serviceorganisatie voor het Servicecentrum Drechtsteden, Gemeentebelastingen Drechtsteden en het Onderzoekcentrum Drechtsteden. De afspraken die hierover tussen Dordrecht en de overige gemeenten zijn gemaakt, gelden voor een termijn van vier jaar.


Daarnaast gaat de gemeenschappelijke regeling Sociaal van start. In 2022 zullen de verschillende verordeningen aangepast en/of opgesteld moeten worden door de lokale raden in co-creatie met de SDD. Voor de verdeling van de kosten is een kostenverdeelsleutel opgesteld die voor de komende vier jaar zal gelden.

De nieuwe vorm(en) van samenwerking zal leiden tot aanpassing van de tekst van de gemeenschappelijke regeling.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

Sturingsarrangement 5 (risicoprofiel hoog)

Websites en documenten

www.drechtsteden.nl begroting 2021 en lokale zienswijze

GR Veiligheidsregio ZHZ

Onze gemeente maakt deel uit van de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. De gemeenschappelijke regeling VRZHZ is aangegaan met de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld- Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Hoeksche Waard, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, en Zwijndrecht.

In de veiligheidsregio zijn de brandweertaak en de taken op het terrein van de GHOR (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen) en Crisisbeheersing en Rampenbestrijding ondergebracht.

Naam verbonden partij

GR Veiligheidsregio ZHZ

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

De regeling is opgericht voor de uitvoering van de Wet veiligheidsregio’s en stelt zich ten doel te allen tijde een gezamenlijke effectieve en efficiënt georganiseerde slagkracht voor incidentbestrijding, crisisbeheersing, rampenbestrijding, brandweerzorg en geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen te kunnen leveren en een deskundig en betrouwbare veiligheidsadviseur te zijn.

 

 

 

 

Risico’s

De GR VRZHZ geeft de volgende risico’s op:

  • De effecten in uitvoering van taken en financieel ten gevolge van de Corona-crisis;
  • De effecten van de invoering en uitvoering van de deeltijdrichtlijn;
  • De effecten van de evaluatie Wet Veiligheidsregio's;
  • En een taakstelling ten gevolge van stijgende kosten van circa € 1 miljoen vanaf 2023.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

De burgemeester zit in het Algemeen Bestuur en portefeuillehouder Bevolkingszorg en Risico-en Crisisbeheersing namens Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio.

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Een aantal dossiers hebben in de afgelopen periode van ongeveer 1,5 jaar vertraging opgelopen ten gevolge van de corona-crisis. De VRZHZ werkt er hard aan de achterstanden weg te werken en te komen tot een evenwichtige verdeling van de werkzaamheden. Daarnaast ligt de focus op de taakstelling en de uitwerking van de deeltijdrichtlijn. Verder zal er na de formatie van een nieuw kabinet eer duidelijk worden over de effecten uit de evaluatie Wet Veiligheidsregio's.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

Arrangement: 4 (risico: gemiddeld/hoog)

Websites en documenten

www.vrzhz.nl

 

GR Omgevingsdienst

We participeren op Zuid-Holland Zuid-niveau in de GR Omgevingsdienst die voor ons de wettelijke milieu- en omgevingstaken uitvoert. De 10 gemeenten uit de regio Zuid-Holland Zuid zijn eigenaar, samen met de provincie Zuid-Holland.

Naam verbonden partij

GR Omgevingsdienst

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Uitvoeren van de wettelijke milieu- en omgevingstaken voor de 10 gemeenten van Zuid-Holland Zuid en een deel van de provincie Zuid-Holland.

 

 

Risico’s

  • Mate waarin de fluctuatie in omzet opgevangen kan worden door een flexibele schil van personeelsbestand;

 

  • Aansprakelijkheid voor adviezen;

 

  • Optimaliseren van de nieuwe organisatie.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid) en lid van de auditcommissie.

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

In 2022 zal, net als in voorgaande jaren, aandacht uitgaan naar de Omgevingswet. De OZHZ heeft hiervoor een vastgesteld programma, maar werkt ook in een regiobreed project samen met de gemeenten, waterschappen en de Provincie Zuid-Holland. Het gaat dan vooral om het gezamenlijk opstellen van het vergunningverleningsproces en een verkenning van de consequenties van het wijzigen van taken en bevoegdheden onder de Omgevingswet . Verder richt de OZHZ zich onder meer op de overdracht van de bodemsaneringstaken van de provincie naar gemeenten en het vervolg op de onderzoeken naar het VTH-systeem van de Zuid-Hollandse Omgevingsdiensten.

 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

 

Arrangement: 4 (risico: gemiddeld/hoog)

Websites en documenten

www.ozhz.nl

 

GR Dienst Gezondheid & Jeugd

De GR bestaat uit twee organisatieonderdelen: Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) en Serviceorganisatie Jeugd (SOJ). DG&J is verantwoordelijk voor het uitvoeren van taken op het gebied van publieke gezondheid, maatschappelijke zorg, leerplicht en voortijdig schoolverlaten. De dienst is ook verantwoordelijk voor de aansturing van de uitvoering van de integrale jeugdgezondheidszorg. Ook de Regionale Ambulancevoorziening (RAV) behoort formeel bij de DG&J, Tweede onderdeel van de GR is de SOJ. Dit onderdeel is verantwoordelijk voor de sturing op jeugdhulp in Zuid-Holland Zuid. Dit doet de SOJ door contractmanagement, risicomanagement en budgetbeheersing, accountmanagement en informatievoorziening voor gemeenten.

Naam verbonden partij

GR Dienst Gezondheid & Jeugd

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

 

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

 

De DG&J bewaakt, beschermt en bevordert in opdracht van de 10 gemeenten in Zuid-Holland Zuid de activiteiten die gericht zijn op het verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen en het vergroten van de ontwikkelingskansen van onze inwoners. De SOJ zorgt namens de gemeenten in Zuid-Holland Zuid voor sturing op jeugdhulp.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Risico’s

Voor de DG&J zijn de belangrijkste risico's:

 

  • Effecten Corona-virus: Het Corona virus leidt ook in 2021 tot de inzet van de crisisorganisatie. Er wordt een groot beroep gedaan op de organisatie, zowel op het primaire proces als de ondersteuning. Hierdoor is er extra uren-inzet van eigen personeel en de inzet van externen. Risico is dat deze extra kosten niet volledig vergoed worden door het rijk, ondanks de toezeggingen van de minister .

 

  • Batenraming: Een deel van de inkomsten van DG&J heeft een fluctuerend karakter en is daarmee onzeker. Voorbeelden zijn subsidies in het kader van Veilig Thuis, OGGZ/Maatschappelijke zorg, de opbrengst van de polikliniek.

 

Voor de SOJ zijn de belangrijkste risico's:

 

  • Ontwikkeling zorgvraag en zorgkosten:  Op basis van de eerste bestuursrapportage over 2021 is duidelijk dat het in de conceptbegroting opgenomen scenario niet gerealiseerd zal worden, ondanks de ingezette maatregelen om de in 2021 beoogde reductiedoelstelling te realiseren. Voor 2022 kan dit deels gecompenseerd worden door de extra middelen vanuit het Rijk.  Gemeenten wordt geadviseerd rekening te houden met een risicomarge van 15 procent van de gemeentelijke bijdrage zoals die is opgenomen in deze begroting. Deze risicomarge is groter dan voorgaande jaren vanwege de opgenomen reductiedoelstelling in de begroting en de onzekerheid in de verdeling van de kosten als gevolg van de afbouw van de solidariteit. Vanaf 1 januari 2022 wijzigt binnen de Jeugdwet het woonplaatsbeginsel. Hoewel het hier om een administratieve wijziging voor jeugdigen gaat heeft dit wel effect op de uitgaven voor jeugdhulp voor gemeenten. Er zal namelijk een herverdeling van te declareren kosten optreden op grond van de woonplaats van de jeugdige. Op zijn vroegst zal pas eind 2021, maar mogelijk pas begin 2022, duidelijk zijn welke financiële gevolgen deze wijziging heeft voor de gemeente.

 

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

 

Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid) en het Dagelijks Bestuur (collegelid).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De DG&J legt de komende jaren prioriteit bij vier opgaven: 1) Gezond en veilig opgroeien, 2) Iedereen doet mee, 3) Vitaal ouder worden en 4) Gezonde leefomgeving, gezonde mensen. Deze opgaven zijn vastgelegd in het Meerjarenbeleidsplan 2020-2023 (MJP). Wanneer DG&J aanleiding ziet om bij een opgave te intensiveren, stelt de dienst dit bij de begroting voor zodat gemeenten hierover een zienswijze kunnen geven. In 2022 zal de dienst extra inzetten op infectieziektebestrijding en preventie, gezonde leefstijl, gezonde leefomgeving, mentale gezondheid en kwetsbare jeugd.

 

Voor de jaren 2020-2022 wordt ingezet op een transformatie van de jeugdhulp die moet leiden tot  een kostenbesparing van € 14,7 miljoen. Het behalen van deze doelen vraagt samenhangende actie van SOJ, jeugdteams, gemeenten, aanbieders en partners. Daartoe wordt gewerkt zijn de maatregelen die voortvloeiden uit de Omdenknotitie omgevormd tot een aantal ontwikkelopdrachten. Deze hebben betrekking op de inkoopstrategie en contractmanagement, de afbakening van jeugdhulp en de inzet op jeugdhulp naar voren. Ook wordt gekeken naar de gewijzigde verhoudingen tussen SOJ en gemeenten als gevolg van de afbouw van de solidariteit. 

 

De financiële solidariteit op de Jeugdhulp wordt in drie jaar afgebouwd. In 2022 zijn de gemeenten nog maar voor 20% van de kosten solidair. Dit besluit heeft geen invloed op de begroting van de SOJ. Vanaf 2023 betaalt elke gemeente de werkelijke kosten die voor de eigen inwoners wordt gemaakt.

Vanaf 2022 zijn er nieuwe inkoopovereenkomsten afgesloten met jeugdhulpaanbieders. Eén van de uitgangspunten hierbij is dat, waar mogelijk, kostenreductie plaatsvindt en jeugdhulp op een andere wijze wordt aangeboden. Deze veranderingen zullen in de loop van 2022 hopelijk zichtbaar worden.

Vanaf 2022 is de SOJ niet meer de opdrachtgever voor de Stichting Jeugdteams ZHZ. De afzonderlijke gemeenten subsidiëren vanaf dat jaar zelf de inzet van de Stichting Jeugdteams binnen hun gemeente.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

 

Sturingsarrangement 5 (risicoprofiel hoog)

Websites en documenten

www.dienstgezondheidjeugd.nl

www.jeugdzhz.nl

Begroting 2022

 

Drechtwerk

Drechtwerk laat mensen met een arbeidsbeperking zinvol en passend bij hun mogelijkheden, deelnemen aan het arbeidsproces. Met de invoering van de Participatiewet stromen er geen mensen meer in met een SW-indicatie. .

Naam verbonden partij

Drechtwerk

Vestigingsplaats

Dordrecht

 

 

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling (GR).

 

In 2022 heeft Drechtwerk GR de Drechtwerk BV (DWGroen en DWActief), participeert voor 47% in FrisFacilitair BV en participeert voor 50% in Baanbrekend Detacheren BV. 

 

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

 

Drechtwerk richt zich zich op het bevorderen van de door- en uitstroom van zowel mensen uit de Participatiewet als uit de oorspronkelijke Wet Sociale Werkvoorziening (WSW).

 

 

 

 

 

Risico’s

  • Nadelige effecten voorkomend uit de COVID-19 crisis

 

  • De uitstaande geldlening aan Confed BV (op 31 december 2019 groot € 1,1 miljoen). Bij faillissement van deze BV is het risico tot het niet volledig innen van de uitstaande lening reëel,

 

  • Hoogte van de Rijkssubsidie SW: Het ministerie bepaalt de hoogte van de subsidie per medewerker. De subsidie is de belangrijkste inkomstenbron van Drechtwerk.

 

  • Oplopend ziekteverzuim. Over 2020 bedroeg het verzuim 11,6%. Een stijging van het verzuim heeft een nadelig effect op de detacheringsactiviteiten en daarmee op de omzet.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Opdrachtgeversrol: via bestuurlijke vertegenwoordiging in de GR Drechtsteden. Eigenaarsrol: wethouder financiën in het Algemeen Bestuur

 

 

 

 

 

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

 

De integratie van GR Drechtwerk en de SDD wordt in 2022 afgerond.  De Corona crisis en de ontwikkelingen binnen de GR Drechtsteden zijn van invloed geweest op de snelheid van de integratie. Desondanks zijn vorig jaar stappen gezet. Zo is Drechtwerk BV opgericht, zijn de individueel gedetacheerden ondergebracht binnen Drechtwerk BV en is naast het succesvolle Perspct ook pre-Perspct ingericht voor de oorspronkelijke SW-medewerkers van Drechtwerk.  Bovendien is de doelgroep van Drechtwerk verbreed naar mensen uit de Participatiewet. De samenwerking tussen de SDD en Drechtwerk krijgt zo steeds verder vorm. Op deze ontwikkelingen wordt in 2022 verder ingezet met als einddoel het samengaan van beide organisaties.

 

 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

 

Arrangement 3: gemiddeld

Websites en documenten

www.drechtwerk.nl

Primaire begroting 2020 en zienswijze

Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde

Naam verbonden partij

Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde

Vestigingsplaats

Rotterdam

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Het Natuur- en Recreatieschap heeft tot doel de natuur- en recreatiegebieden in de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Ridderkerk en Zwijndrecht efficiënt en effectief te beheren.

 

 

Risico’s

  • Het uittreden van de gemeenten uit het schap.

 

  • door uittreden van de gemeente Rotterdam en de provincie is continuïteit van hun financiële bijdragen na 2025 onzeker.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

De wethouder RO is lid van het dagelijks en algemeen bestuur van het NRIJ. Een raadslid is lid van het Algemeen Bestuur van het NRIJ.

 

 

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De provincie en de gemeente Rotterdam hebben hun deelname aan het NRIJ beeindigd. Er zijn overeenkomsten gesloten tussen het schap en de provincie en het schap en Rotterdam over de uittreedvoorwaarden.

De uittredingen van de provincie en Rotterdam vragen om een herijking van de samenwerking van de overige gemeenten in het
schap. De uittredingen leiden tot tekorten in de exploitatie van het NRIJ vanaf 2022. Er wordt rekening gehouden met een financiele
opgave die oploopt tot 20% in 2025. Er worden voorstellen ontwikkeld om de wegvallende bijdragen op te vangen. In ieder geval
wordt gewerkt aan een uitwerking om 20% te besparen op het fysiek terreinbeheer. Anderzijds zal worden gekeken naar
mogelijkheden om inkomsten te genereren zodat het beheer van de gebieden in IJsselmonde kan worden geborgd. Vanaf 2025 komen
de provinciale bijdrage en de bijdrage van Rotterdam mogelijk nog verder onder druk te staan. Daarom is ook een onderzoek gestart
naar optimalisatierichtingen om een mogelijke daling van deze bijdragen op te kunnen vangen.
De komende periode staat dan ook in het teken van de (financiële) toekomst en de transitie van het schap. De vijf deelnemende
gemeenten hebben daarbij uitgesproken dat de tekorten bij het NRIJ niet mogen leiden tot een verhoging van de deelnemerbijdragen
van de gemeenten.
Eind 2020 is het NRIJ een nieuwe samenwerkingsovereenkomst aangegaan met Staatsbosbeheer voor het beheer van de NRIJ-
gebieden op basis van een langjarig contract van tweemaal vier jaren

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

Sturingsarrangement 2 (risicoprofiel laag/gemiddeld)

Website en documenten

www.recreatiegebied-ijsselmonde.nl

GR Gemeenschappelijke Vuilverwerking Dordrecht en omstreken (Gevudo)

De GR Gevudo bezit 15,75 % van de aandelen van NV Huisvuilcentrale Noord-Holland, HVC te Alkmaar en behartigt en coördineert de belangen van de deelnemende gemeenten richting HVC. De huidige deelnemers aan de GR Gevudo zijn de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, Vijfheerenlanden en Zwijndrecht. In het verleden was de GR daadwerkelijk actief in het verzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Tegenwoordig zijn de doelen het verwerven, beheren en vervreemden van aandelen in het kapitaal van de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland (HVC) en het partij zijn bij overeenkomsten tussen aandeelhouders van HVC. De GR staat naar rato van haar deelname in HVC garant voor het nakomen van de financiële verplichtingen die HVC is aangegaan; op basis van een met aandeelhouders overeengekomen ballotageovereenkomst. Hiervoor ontvangen wij een garantstellingsprovisie.

Naam verbonden partij

GR GEVUDO

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Het behartigen van aandeelhoudersbelangen van de deelnemers in NV HVC en daarbij uitoefenen van stemrecht in de aandeelhoudersvergaderingen van NV HVC. De laatste jaren neemt de omvang van het onderdeel 'warmte' van HVC toe. Ook voor onze gemeente zal HVC een warmtenet gaan aanleggen (in de Volgerlanden).

Onzekerheden

Een eventuele aanspraak door een bank op de gegarandeerde leningen betekent dat de deelnemers hun eigen aandeel dragen.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur (collegelid).

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

HVC is financieel robuust, ook op de middellange termijn. De bedrijfsvoering van HVC is adequaat, uitgaande van de financiering met gegarandeerde leningen. HVC heeft in de afgelopen jaren gewerkt aan verdere solvabiliteitsopbouw. Onze gemeente staat garant voor circa € 8,5 miljoen. Zolang de verbrandingsinstallaties voldoende aanbod van onder andere de gemeentelijke klanten en waterschappen behouden, is het risico klein. Wel breidt HVC, in overleg met haar aandeelhouders, de activiteiten rondom warmtelevering verder uit. Hierdoor wordt de solvabiliteitsopbouw getemporiseerd, maar de gegarandeerde leningen blijven op hetzelfde niveau. Sinds 2014 is een nieuwe dienstverleningsovereenkomst met HVC van kracht, alsmede voor de gemeente Dordrecht, gemeente Alblasserdam, gemeente Papendrecht en gemeente Zwijndrecht.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

De GR Gevudo heeft een risicoprofiel 1 (laag risico op financieel en bestuurlijk gebied) en daarmee sturingsarrangement 1.

 

Bureau Openbare Verlichting

 

Naam verbonden partij

Bureau Openbare Verlichting Lek-Merwede

Vestigingsplaats

Hardinxveld-Giessendam

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

 

 

 

 

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

 

 

 

Kerntaak van deze organisatie is het uitvoeren van het beheer van de openbare verlichting en de centrale aansturing en bewaking op de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden hieraan. Bureau OVL fungeert op dit terrein ook als het kenniscentrum voor de deelnemers en voert in opdracht projecten voor de gemeenten uit.

Onzekerheden

  • Er worden geen risico’s genoemd.

 

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

 

 

Vertegenwoordiging in het bestuur (collegelid).

 

 

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

 

 

Bureau OVL heeft met een nieuw beheersysteem zichzelf voorbereid op het toekomstige beheer via smartlightning en het kunnen koppelen van andere slimme apparaten op het OVL netwerk. Bureau OVL werkt aan het op orde brengen van de basis taken. Dit wordt in 2022 afgerond. 

 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

 

 

Arrangement 1: Laag

ROM-D

De Regionale Ontwikkelingsmaatschappij is de grondontwikkelingsmaatschappij van de Drechtsteden. ROM-D is een publiek-privaat samenwerkingsverband van de gemeenten in de Drechtsteden , de Provincie Zuid-Holland en het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam.

De belangrijkste opgave is het versterken van de regionale economie met als belangrijkste activiteiten:

  • de uitgifte van kavels (voor bedrijven)
  • de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen
  • de revitalisering van bestaande bedrijventerreinen
  • de promotie van de regio Drechtsteden

Naam deelneming

Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden (ROM-D)

Vestigingsplaats

Dordrecht

 

 

 

 

 

Rechtsvorm

De structuren na invoering van de doorontwikkeling:

 

  1. ROM-D Holding N.V.

 

  1. ROM-D Beheer N.V.

 

  1. ROM-D Capital B.V.

 

  1. ROM-D C.V.

 

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

 

Het versterken van de economische ontwikkeling van de Drechtsteden.

 

 

 

Financieel belang van de gemeente

 

Kapitaaldeelname

 

ROM-D Dordtse Kil III CV: Commanditair kapitaal: 140.989 (1,5%) ROM-D Holding NV: Kapitaal: 109.216 (2,4%)

 

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

 

Bestuurlijk: de wethouder Economie heeft zitting in de Holding N.V..

 

 

 

 

 

 

 

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

ROM-D werkt op ene pro-actieve manier samen met ondernemers en grondeigenaren met inzet van kapitaal en een eigen revolverend kapitaalfonds. De ROM-D gaat daarbij zelf acrief naar nieuwe ontwikkelingen.

De komende jaren werkt ROM-D onder andere aan het Dolderman project (Dordrecht), Dordtse Kil, Veerweg (Hendrik-Ido-Ambacht) en het Nedstaalterrein (Alblasserdam). 

 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

 

Sturingsarrangement 3 (risicoprofiel gemiddeld)

 

 

Stedin Holding

Naam deelneming

Stedin Holding N.V.

Vestigingsplaats

Rotterdam

 

Rechtsvorm

 

N.V.

 

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

 

 Waarborg energievoorziening

 

Financieel belang van de gemeente

 

De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht bezit in totaal 24.367 aandelen in Stedin Holding N.V. (0,45%). Het betreft 22.495 gewone aandelen en 1.872 cumulatief preferente aandelen door de recente intekening in het kader van de kapitaalvraag ad € 200 miljoen van Stedin.

 

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

 

 Als aandeelhouder

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

 

De financiering van de investeringen bij Stedin Holding N.V. staat in de komende jaren onder druk door de energietransitie en een forse tariefstijging die TenneT aan netbeheerders doorberekent.  Stedin heeft daarom  haar aandeelhouders op 31 maart 2021 verzocht om een kapitaalinjectie van € 200 miljoen. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft hiertoe op 25 juni akkoord gegeven waardoor het eigen vermogen van Stedin met voorgenoemd bedrag is aangevuld. De totale kapitaalbehoefte van Stedin op lange termijn loopt vermoedelijk op tot € 1 miljard. De aandeelhouders moeten daarom rekening houden met nieuwe kapitaalvragen in de nabije toekomst. 

Oasen

Het doel van deze deelneming is het borgen van publieke belangen met betrekking tot drinkwater.

Naam deelneming

Oasen Zuid-Holland

Vestigingsplaats

Gouda

 

Rechtsvorm

 

N.V.

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Het verzorgen van drinkwater voor onze inwoners.

 

Financieel belang van de gemeente

 

21 van de 748 uitgegeven aandelen (3%), met een boekwaarde van € 10.000. De laatste jaren hebben wij geen dividend ontvangen.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Als aandeelhouder

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Geen bijzonderheden.

 

 

BNG

De gemeente heeft een financieel belang in de Bank Nederlandse Gemeenten.

Naam deelneming

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

Vestigingsplaats

Den Haag

 

Rechtsvorm

 

N.V.

 

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

 

De Bank Nederlandse Gemeenten, opgericht in 1914, is een bank van en voor de overheid. De bank biedt financiële diensten aan, zoals kredietverlening, betalingsverkeer en advisering. De BNG heeft de hoogste rating voor kredietwaardigheid (triple A).

 

Financieel belang van de gemeente

De gemeente heeft 25.818 aandelen (0.05%) in haar bezit, met een boekwaarde van € 59.000. In deze begroting houden wij rekening met € 64.406 aan dividendinkomsten.

 

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

 

Als aandeelhouder neemt de gemeente deel aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

 

Geen bijzonderheden.

7. Bedrijfsvoering

Inleiding

Een goede bedrijfsvoering is een voorwaarde voor het uitoefenen van onze primaire taken en processen. Binnen onze organisatie werken we aan een moderne, duurzame toekomstbestendige bedrijfsvoering passend bij de veranderende samenleving en de ontwikkeling van Hendrik-Ido- Ambacht.

En net als in de samenleving heeft COVID-19 ook zijn effecten in en op onze bedrijfsvoering. We zijn inmiddels gewend geraakt aan het thuiswerken of het hybride werken. Maar deze effecten gaan verder. Het heeft effect op de stijl van leidinggeven en op de manier waarop we met elkaar samenwerken. Het is de kunst om de goede elementen van het “oude” werken van het pre- coronatijdperk vast te houden en de kansen die de coronacrisis ook met zich meebrengt te verzilveren.

Personeel en Organisatie

De arbeidsmarkt was voor de coronacrisis al krap. En die is alleen maar krapper geworden. Was het voor sommige functiegroepen al moeilijk om aan goede mensen te komen, dat is alleen maar lastiger geworden. Dit leidt tot hogere wervingskosten. We moeten immers langer of met behulp van gespecialiseerde bureaus werven. Op dit moment komt het regelmatig voor dat we op vacatures nul reacties krijgen. Het is daarom van belang dat we goed zichtbaar blijven of worden op die arbeidsmarkt.

We zijn blij dat we ons traineeprogramma in 2022 kunnen voortzetten. Op deze manier trekken we jonge talentvolle mensen aan die we na de traineeperiode vaak een vast contract kunnen aanbieden. Zo komt er steeds weer nieuwe en actuele kennis onze organisatie in.

Maar er is niet alleen aandacht voor jong talent. Duurzame inzetbaarheid van iedereen in onze organisatie en vitaliteit waren al belangrijke speerpunten. Maar door de coronacrisis zijn deze thema’s in een stroomversnelling gekomen. Immers, het thuiswerken heeft een prominente plek gekregen naast het werken op kantoor. Dit betekent onder andere dat er een versnelling is gekomen in het digitaal werken waarin iedereen moet worden meegenomen. Maar ook moeten we medewerkers helpen in het omgaan met de vervagende grens tussen werk en privé. Dit blijkt toch een van de lastigste aspecten te zijn van het thuiswerken.

Informatisering

Nu het hybride werken de nieuwe werkelijkheid wordt, onderzoeken we of en zo ja, welke consequenties dit heeft voor onze standaardwerkplek. We bekijken onder andere of een mobiele telefoon de vaste telefoon kan gaan vervangen, of op elk bureau nog wel vaste pc's moeten staan en of er ruimtes geschikt genoeg zijn om hybride vergaderingen te houden.

Het programma ICT Verandert waarbij alle applicaties naar de cloud of een virtueel datacenter worden gebracht, komt in 2022 deels tot uitvoering. Dat betekent dat applicaties goed onder de loep gehouden worden.

Nu de gemeente Dordrecht in 2022 als servicegemeente gaat fungeren, worden allerlei inrichtingen en procedures tegen het licht gehouden. Zo komt er een nieuwe werkwijze voor de ontwikkeling van meervoudig lokale ICT-projecten die tot nu toe via het Regionaal Projectportfolio gefinancierd worden.

We hebben in samenwerking met het Smart Data Center de basis is gelegd voor een dashboard voor het sociaal domein. Op basis van de opgedane ervaringen maken we een vervolgplan voor de doorontwikkeling van datagericht werken binnen Hendrik-Ido-Ambacht.

De toenemende digitale bedreigingen maken dat informatiebeveiliging een steeds belangrijker onderdeel van bedrijfsvoering wordt. SCD-ICT is zich hiervan bewust en neemt waar nodig aanvullende maatregelen. Via de ENSIA, bewustwordingsactiviteiten en het volgen van alle ontwikkelingen op dit vlak, houden we de vinger aan de pols.

Facilitair

Op facilitair gebied volgen wij het facilitair meerjarenplan waarin het onderhoud, modernisering en vervanging van onze facilitaire inventaris uitgewerkt is. Voor 2022 staat het vervangen van de bureaustoelen op de planning. Daarnaast bekijken we hoe we omgaan met de werkplekken op kantoor. Zoals u in het onderdeel “Informatisering” kon lezen, zal hybride werken toenemen.
Hierbij zullen onze medewerkers deels thuis en deels op kantoor werken. Met dit gegeven in het vooruitzicht moeten we kijken hoe we de werkplekken op kantoor inrichten en wat we medewerkers aanbieden voor een thuiswerkplek.

Communicatie

Het tijdig en helder informeren van inwoners, organisaties en andere partijen over gemeentelijke plannen en beleid is essentieel. We werken immers samen aan de toekomst van onze gemeente. Daarom willen we weten wat er in Ambacht speelt en sluiten we aan op de verschillende informatiebehoeften.

We willen als gemeente laten zien waarom we dingen doen. De rol van communicatie is hierbij cruciaal. Betrokken zijn bij de primaire processen zorgt continu voor tijdige en heldere informatie.

We gaan ook door met iedereen zo veel mogelijk betrekken, zoals in de participatienota 'Ambachtse Aanpak' is vastgelegd. Via interne opleidingen werken we in 2022 er verder aan om participatie meer in onze projecten op te nemen. Verder willen we via zorgvuldige communicatie inzichtelijker maken hoe Ambachters kunnen meepraten, -denken en –doen.

Communicatie is en blijft maatwerk. Het is altijd een zoektocht naar de juiste toon en aanpak. Tegelijkertijd is het dé manier om alle partijen te informeren én te betrekken. Een groeiende rol spelen de sociale en digitale media, waardoor we nog sneller en directer met alle belanghebbenden in contact staan.

Overhead

Op grond van art 12b van de verordening art 212 van onze gemeente, hebben we met betrekking tot de overhead ervoor gekozen deze bij de grex'en wél in rekening te brengen en bij de investeringen niet (tenzij levering aan derden, zoals CAI). De overhead wordt berekend over de directe kosten van personeel en ingeleend personeel. Vanwege de samenwerkingsovereenkomst met Zwijndrecht geldt voor De Volgerlanden een aparte regeling voor de managementkosten. Voor de kostprijs van rechten en heffingen geldt dat we de overhead niet boeken, maar de overhead in de verplichte dekkingsopstelling voor de tarieven wél meetellen. Zie de paragraaf lokale heffingen.

In Control Statement

Vanaf 1  januari 2022 - voor het eerst over het verslagjaar 20221 - moet het College van B&W een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening, het zogenaamde In Control Statement. Hiermee wordt verantwoording afgelegd over de naleving van de regels, die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen van de gemeente. Over de naleving van de voorwaarden voor subsidies en Europese bestedingen bijvoorbeeld, maar ook over misbruik en oneigenlijk gebruik, en lasten waarvoor geen voorafgaande dekking opgenomen was in de begroting (begrotingsrechtmatigheid).
Het college van B&W is al staatsrechtelijk en bestuurlijk verantwoordelijk voor de rechtmatigheid. Maar nu is het nog de accountant die hierover verslag uitbrengt en het gesprek voert met de gemeenteraad. In de toekomst moet het college van B&W zelf een verantwoording opstellen, die opgenomen wordt in de jaarrekening.