Meer
Publicatiedatum: 15-09-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

1. Weerstandsvermogen en risicoparagraaf

Inleiding

Om de financiële positie van de gemeente te kunnen beoordelen, moeten we ook de risico’s in kaart brengen. Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente Hendrik-Ido- Ambacht en de weerstandscapaciteit om die risico’s op te vangen. Het weerstandsvermogen is het vermogen om financiële risico’s op te kunnen vangen. De weerstandsratio is de weerstandscapaciteit gedeeld door de omvang van de risico’s.

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit algemene reserves en onbenutte belastingcapaciteit. Bestemmingsreserves en voorzieningen zijn in feite niet vrij beschikbaar en tellen niet mee voor de weerstandscapaciteit. In de Nota Reserves en Voorzieningen 2011 is het beleid voor het gewenste weerstandsvermogen vastgesteld.

Onbenutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit richt zich op de gemeentelijke heffingen: de OZB, de afvalstoffenheffing, het rioolrecht en de overige rechten. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer het gemeentelijke OZB-tarief lager is dan het normtarief dat geldt voor artikel 12-gemeenten en/of wanneer de ander genoemde tarieven niet kostendekkend zijn. Voor een toelichting op de kostendekking verwijzen we naar de paragraaf Lokale Heffingen.

Weerstandscapaciteit (x 1.000)

1-1-2020

1-1-2021

Per inwoner

 

 

 

 

Algemene reserves

20.559

28.075

898

Incidenteel beschikbaar

20.559

28.075

898

 

 

 

 

Beschikbaar voor "Onvoorzien"

25

25

1

 

 

 

 

Onbenutte belastingcapaciteit

 

 

 

Afvalstoffenheffing

750

1.293

41

Riolering

23

0

0

OZB

 

 

 

Opbrengst volgens art. 12 norm

6.563

7.385

236

Opbrengst volgens tarief HIA

5.352

5.561

178

Vrije ruimte

1.984

3.117

100

 

 

 

 

Marktgelden

20

20

1

Begraafplaatsen

1

0

0

Wabo

1.024

924

30

Burgerzaken

582

753

24

overige leges

201

179

6

Totaal vrije ruimte belastingen

3.812

4.994

160

 

 

 

 

Totaal weerstandsvermogen

24.396

33.094

1.058

(Incidenteel + Structureel)

 

 

 

N.B. In het eerste kwartaal van 2020 hebben wij onze aandelen Eneco verkocht voor ruim 18 miljoen. Dit heeft een positieve invloed gehad op onze reserve positie.

Risicobeleid

De doelstellingen voor risicomanagement zijn:

  • tijdig inzicht krijgen in de risico’s en het beheersen van deze risico’s
  • het beperken van de gevolgen van risico’s;
  • het risicobewust maken, ter voorkoming van risico’s of het beperken van de gevolgschade;
  • de beoordeling van het weerstandsvermogen in het kader van de BBV.

Definitie: In dit kader gaat het om financiële risico’s, dat wil zeggen: gebeurtenissen die onze vermogenspositie positief of negatief beïnvloeden. Het risico wordt daarbij nader geconcretiseerd met de formule “kans x impact”.

Risico´s met een structureel karakter hebben structurele maatregelen nodig, zoals het afsluiten van verzekeringen, het treffen van voorzieningen, het bijsturen van de administratieve organisatie, het aanpassen van beleid en de begroting etc. Tegenvallers met een structureel karakter kunnen we incidenteel opvangen met het weerstandsvermogen, maar moeten vervolgens van structurele maatregelen worden voorzien. Exploitatierisico´s die samenhangen met een recessie worden daarom (incidenteel) gerekend tot de risico´s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen: het risico op lagere rijksbijdragen, bijstandsverlening, bouwleges etc., maar moeten structureel worden aangepakt. Het bepalen van de risico’s is altijd een momentopname en moet daarom regelmatig worden herijkt (liefst binnen de P&C cyclus).

Bij de inventarisatie van de risico’s in deze paragraaf betreft het de actuele risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen. Dit zijn risico’s:

  • die niet op een andere manier zijn te ondervangen;
  • die een financieel nadelig gevolg kunnen hebben;
  • die relevant zijn (lees: risico van materieel belang);
  • die met redelijke zekerheid zich gaan voordoen en
  • niet direct beïnvloedbaar zijn.

Voor de inventarisatie van de risico’s gelden de volgende criteria:

  • In het kader van het weerstandsvermogen zijn in principe alleen de financiële risico’s van toepassing waarvoor vooralsnog geen of onvoldoende beheersmaatregelen aanwezig zijn.
  • Voor invulling van het begrip ‘risico van materiële betekenis’ is gekozen voor een norm van 0,5% van de totale uitgaven van de gemeente, t.w. € 0,3 mln. Dus richten we ons op risico’s die een financiële impact kunnen hebben van € 0,3 miljoen of meer. Door clustering van een aantal kleinere risico’s binnen een programma, kan eventueel een al te strikt gebruik van deze minimum norm worden ondervangen.
  • Voor de beschouwing van de risico’s wordt een tijdshorizon gehanteerd van 4 jaar.

De risicoberekening

Per risico wordt op hoofdlijnen toegelicht wat het risico inhoudt. Vervolgens maken we op basis van de beschikbare informatie een inschatting over de omvang van het risico en de mate van zekerheid dat het risico zich voordoet. De mate van zekerheid duiden we als volgt: zeer laag (10%), laag (30%), gemiddeld (50%) en hoog (80%). Daarnaast wordt bekeken of het risico structurele of incidentele gevolgen heeft.

Risico verbonden partijen

Wij zijn eigenaar van een aantal verbonden partijen. Daardoor lopen wij ook indirecte risico's. Voor onze grote verbonden partijen maken we een inschatting welk risico wij als eigenaar in onze eigen risicoparagraaf moeten opnemen. Dit zijn:

  • De GRD: onze bijdrage is circa 17,0 miljoen (5,4%), waarvan 4,9 miljoen doeluitkering inkomensvoorziening (BUIG).
  • De OZHZ: onze bijdrage is circa 5 ton (2,1%).
  • De VRZHZ: onze bijdrage is circa 1,9 mln (5,1%).
  • De Dienst Gezondheid & Jeugd: onze bijdrage is zo’n 1,7 mln (6,7%) en SOJ 7,0 mln (6,0%) (vlgs scenario 2a).
  • Drechtwerk: onze (verlies) bijdrage is circa 2 ton (4,0% van de inwonerbijdragen).

In de begrotingen van deze partijen zijn de risico's niet altijd in cijfers uitgedrukt en zeker niet opgeteld tot een gewogen gemiddelde. Inhoudelijk hebben veel risico’s een relatie met rijksmaatregelen en/of decentralisaties, m.n. op het gebied van sociale zekerheid. Extra aandacht gaat daarbij uit naar de (prognose van de) tekorten op de inkomensvoorziening bij de GRD/SDD en de verwachte tekorten bij de Serviceorganisatie van de DG&J. Ons risico schatten wij in als maximaal 10% van onze bijdragen.

Specifieke risico's
We moeten extra rekening houden met de (grote) tekorten die verwacht worden bij de SDD en de Serviceorganisatie van de DG&J. Met beide organisaties is afgesproken dat ze flink moeten bijsturen om de groeiende kosten in de hand te houden. Het gaat daarbij om grote bedragen. Op
regionaal nivo zijn daarvoor speciale, bestuurlijke projectgroepen voor ingesteld. Daarnaast is er de (ook landelijke) lobby van gemeenten voor méér middelen van het Rijk. Voor dit onderdeel nemen we een extra risicopost van 10% op van de bijdragen SDD excl. BUIG 8,5 mln en SOJ ad 7,0 mln, bovenop de al eerder meegetelde 10 procent van onze totale bijdrage.
De uitbraak van COVID-19 (Corona) eind februari 2020 heeft een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Voor de aanpak van COVID-19 kijken wij wat we, aanvullend op de landelijk maatregelen van het Rijk, kunnen doen. Dit raakt veel beleidsterreinen van onze organisatie, maar met name ook het sociale domein. We streven naar een zo adequaat mogelijke uitvoering van de landelijke en lokale maatregelen en naar zoveel mogelijk continuïteit van de reguliere werkzaamheden en van noodzakelijke (digitale) besluitvorming en hebben daarvoor de nodige interne maatregelen genomen.” De omvang van dit risico valt op het moment van schrijven met geen mogelijkheid in te schatten. Daarbij gaan we er vooralsnog vanuit dat het Rijk haar belofte nakomt om de extra kosten te vergoeden aan gemeenten.
Bij de verkoop van de aandelen in Eneco Groep N.V. (hierna Eneco) in 2020 is de koper gevrijwaard van de claim van de oud-aandeelhouders van REMU N.V. (hierna REMU). Samenvattend stelt REMU dat Eneco door het juridisch verzet tegen de Splitsingswet verhinderd heeft dat Eneco vóór 31 december 2010 geprivatiseerd is en dat REMU daardoor een contractueel afgesproken privatiseringsvergoeding niet ontvangen heeft. Eneco betoogt op hoofdlijnen dat Eneco, inclusief REMU, niet vóór 31 december 2010 verkocht is en dat de aandeelhouders daartoe ook geen plan hadden. De hoogte van claim bedraagt nominaal EUR 133 miljoen. De totale claim bedraagt het nominale bedrag vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 1 juli 2009.’ Ons aandeel in Eneco bedraagt slechts 0,45%. De kans wordt als minimaal ingeschat.

Conclusie verbonden partijen
Alles tezamen resulteert een cumulatief bedrag van ongeveer € 2,3 miljoen algemeen en € 1,6 miljoen specifiek (i/s) met een hoge kans van optreden (80%) vanwege Corona. Beheersmaatregel: het actief bewaken in de ambtelijk en bestuurlijke overlegvormen.

Risico Grondexploitaties

Voor de grondbedrijfcomplexen geldt dat het niet alleen om negatieve, maar ook om positieve risico’s gaat. De begrote eindwaarde kan door marktrisico's immers zowel nadeliger als voordeliger uitvallen dan de prognose. Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden tot bijsturing, bijvoorbeeld in tempo, programmering etc. Ook eventuele subsidies kunnen een positief risico met zich meebrengen. Jaarlijks leggen we de risico’s van de lopende grondexploitaties ter kennisname voor aan de raad in de geactualiseerde GREX’en. Als we een verlies voorzien, wordt een 'voorziening' gevormd. Voor de algemene en specifieke risico’s is een algemene reserve Grondbedrijf gevormd (en een 'voorziening' voor ons aandeel in het voorziene verlies De Volgerlanden).

Grondexploitaties kennen algemene risico’s zoals rente- en prijsmutaties, tijdsplanningen en afzetrisico’s en specifieke projectrisico’s. Bovendien geldt dat de risico's in zo’n grex op basis van onderzoek zo goed mogelijk, maar enigszins voorzichtig worden geraamd. Hierdoor kunnen zowel voor- als nadelen optreden. Voor een uitgebreide toelichting op de Grex'en en risico’s verwijzen we naar de paragraaf Grondbeleid en de Grex'en zelf.

Volgerlanden
Deze concept Grex 2020 kent een negatief verwacht saldo op eindwaarde van 0,5 miljoen dat door een voorziening is afgedekt. Op basis van de laatste actualisatie en door de risicobeheersings¬methodiek die we hanteren, is voor de korte termijn (3 jaar) met 90% zekerheid een risicobuffer van 3,2 miljoen voldoende. Daarnaast is in de gemaakte afspraken met de gemeente Zwijndrecht opgenomen dat van het eventuele exploitatietekort tot € 20 miljoen beide partijen ieder de helft voor hun rekening nemen. Van het bedrag dat boven de € 20 miljoen uitkomt, komt 2/3 deel voor rekening van Hendrik-Ido-Ambacht en 1/3 deel voor rekening van de gemeente Zwijndrecht. Ons aandeel in het nadeel is dus 0,25 miljoen en ons risico dus 1,6 miljoen.

Ambachtsezoom
De Grex 2020 fase 1 (incl. 1a) kent een maximale risicobuffer van 2,4 miljoen (met 90% zekerheid), en een verwacht positief saldo van 2,8 miljoen.

Conclusie grondexploitaties
Om het gecombineerde risico te bepalen, moet ook rekening worden gehouden met het positieve resultaat Ambachtsezoom. Dat is nog niet in de boeken opgenomen. Ons aandeel in het risico Volgerlanden plus het risico Ambachtsezoom, minus het positieve resultaat
Ambachtsezoom resulteert in een gecombineerd risico van 1,2 miljoen met een gemiddelde kans van optreden (50%).

Risico Algemene uitkering / decentralisaties

De effecten van rijksmaatregelen zijn voor de middellange termijn allerminst zeker. De macro- economische ontwikkelingen zijn moeilijk te voorspellen, laat staan de bestuurlijke vertaling door het Rijk naar de uitkeringen voor gemeenten en/of verdeelmodellen. Dat geldt in het bijzonder voor het sociale domein. Voor de drie decentralisaties Jeugdhulp, WMO en Participatiewet met hun kortingen zijn de effecten zorgwekkend, zowel voor het totaal als voor een individuele gemeente (het verdeelmodel). Deze middelen zijn onderdeel geworden van de algemene uitkering. We zullen dit de komende periode actief monitoren. Voor deze onderdelen geldt dat ze t/m 2019 op basis van solidariteit worden opgepakt, zodat voor- en nadelen in eerste instantie op regionaal niveau worden vereffend.

Tegelijkertijd speelt de herijking van de algemene uitkering (dus inclusief sociaal domein). Weliswaar is de ingangsdatum na uitgesteld tot 2022, maar er wordt gesproken over herverdeeleffecten van €25 per inwoner per jaar, oplopend voor de uitschieters naar €100 over 4 jaar. De eerste berichten wijzen erop dat de kleinere gemeenten in deze herverdeling nadeelgemeenten zullen zijn.

Specifiek risico
In de meicirculaire 2019 heeft het Rijk extra middelen voor Jeugdzorg ter beschikking gesteld tot het jaar 2021. Voor onze gemeente gaat het om € 0,5 miljoen. De middelen voor het jaar 2022 en daarna zijn nog onderwerp van nader onderzoek, maar de gemeenten mogen deze vooralsnog wel in hun meerjarenramingen meenemen. Een flinke onzekerheid dus.

Conclusie algemene uitkering en doeluitkeringen
In onze P&C instrumenten anticiperen we zo goed mogelijk op plannen van het Rijk (taakstellingen). Dat geldt ook voor eventuele herverdelingseffecten. Voor deze risicoparagraaf houden we rekening met een nadelig restrisico ter grootte van 5% van ons taakveld Algemene Uitkering = € 2 miljoen en
€50 per inwoner herverdeling ad 1,6 miljoen met een gemiddelde (50%) kans van optreden. Beheersmaatregelen: Actief volgen en indien noodzakelijk maatregelen nemen tot bijsturing, met name bij Kadernota of begroting.

Incidentele, algemene risico’s
Naast de specifieke risico's kennen we ook incidentele, algemene risico's, zoals een beroep op onze achtergestelde garantieverstrekkingen. Deze bedragen in totaal circa € 110 miljoen. Ook een hogere loon- of prijsstijging dan geraamd valt hieronder: een omzet van circa € 75 miljoen, inclusief GREX’en en verbonden partijen. De kans hierop wordt ingeschat op extreem laag, oftewel 1 procent.

Recapitulatie

Omdat de risico's van verbonden partijen en rijksuitkeringen semi structureel zijn worden deze tweemaal meegeteld in de hierna opgenomen totaal telling.

SAMENVATTING (x €1.000)

BG 2020

BG 2021

 

 

Programma 1 - Sociaal, Welzijn en Educatie Verbonden partijen

 

 

3.400

 

 

6.300

Programma 2 - Ruimtelijke Ordening, Economie en Wonen Grondexploitaties

 

750

 

600

Programma 4 - Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen Algemene uitkering en overige rijksbijdragen

Algemeen

 

 

2.300

 

1.850

 

 

2.800

 

1.850

Totaal risico's

8.300

11.550

Weerstandscapaciteit

24.396

33.094

Weerstandsratio

2,9

2.9

Financiële kengetallen in relatie tot de financiële positie

Hierna volgt een overzicht gegeven van de verplichte, financiële kengetallen afgezet tegen de normen van de VNG. Zoals bekend is onze schuldquote hoog door onze relatief grote grondexploitatie Volgerlanden. Maar in dit soort getallen komt de deelname in het risico door gemeente Zwijndrecht niet tot uitdrukking. Tegelijkertijd zien we dat door ons voorzichtige, solide, financiële beleid de trend van alle financiële kengetallen positief is. Dat geldt ook voor
onze weerstandsratio die we hiervoor berekend hebben.

Wanneer we de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie bekijken, kunnen we concluderen dat de gemeente financieel gezond is.

Recapitulatie

voldoende

onvoldoende

2021

2022

2023

2024

Netto schuldquote

<100%

>130%

144%

125%

105%

96%

Netto schuldquote gecorr. voor verstrekte leningen

 

<100%

 

>130%

 

139%

 

120%

 

101%

 

91%

Solvabiliteitsratio

>50%

<30%

25%

27%

29%

33%

Grondexploitatie

>0,6%

<0%

95%

78%

56%

38%

 

Structurele exploitatieruimte

 

<50%

 

>100%

- 0,9%

- 0,8%

 

0,4%

- 0,1%

Belastingcapaciteit

<100%

>120%

111%

111%

111%

111%

Voor de gedetailleerde berekening van bovenstaande kengetallen wordt verwezen naar de bijlage.

Beleidsindicatoren bedrijfsvoering

 

 

 

 

Formatie (fte per 1.000 inwoners)

2.69

2.63

2.60

2.57

Bezetting (fte per 1.000 inwoners)

2.47

2.41

2.39

2.36

Apparaatskosten per inwoner

343

337

333

332

Externe inhuur excl. VP (% totale loonkst

+ inhuur)

 

10,5%

 

8,7%

 

7,8%

 

7,0%

Overhead (% van totale lasten excl. toev. reserves)

 

6,9%

 

7,0%

 

6,8%

 

7,7%

2. Financiering

Inleiding

In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente, zoals de stand van de leningen portefeuille, de rente ontwikkeling, de kasgeldlimiet en de garantstellingen.

Het kader voor het geldstromenbeleid is het in december 2015 door de gemeenteraad vastgestelde Financieringsstatuut en de algemene wet financiering decentrale overheden (Wet fido).
Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat dit zo goedkoop mogelijk gebeurd door de kasgeldlimiet optimaal te benutten en zoveel mogelijk (goedkoop) kort vermogen wordt aangetrokken. Bij het aantrekken van lang geld proberen we zoveel mogelijk te anticiperen op de meerjarige kapitaalbehoefte en het spreiden van rente risico's.

Rente ontwikkelingen

De rente op de geld- en kapitaalmarkten beweegt zich nog steeds op een laag niveau In mei 2020 heeft de Europese Centrale Bank (ECB) besloten het opkoopprogramma van obligaties verder uit te breiden om de economie van de eurozone extra steun te bieden. Dit betekent vooralsnog een voortzetting van de lage (negatieve) rentetarieven.
De tarieven op de geldmarkt (kort lopende leningen), blijven naar verwachting negatief.
De kapitaalmarktrente beweegt zich wel wat meer, maar blijft laag. De rente voor 10-jarige staatsleningen bedraagt medio juli -0,15%. Banken berekenen bij het verstrekken van langjarige financiering liquiditeitsopslagen bovenop de IRS-niveaus. Voor bijvoorbeeld een 10-jaars lening bedraagt deze opslag medio juli 2020 circa 0,30% (30 basispunten).
Vanuit Treasury SCD vindt monitoring van de renteontwikkelingen plaats en waar nodig in samenspraak met de gemeente gehandeld. Door de onvoorziene economische omstandigheden wordt er door de grootbanken vanaf het voorjaar 2020 geen rentevisie voor een jaar verstrekt. Het afgelopen jaar heeft de renteontwikkeling het volgende beeld laten zien:

Langlopende leningen

De totale gemeentelijke langlopende leningenportefeuille valt in twee delen uiteen, te weten een deel voor de Algemene Dienst en een deel voor De Volgerlanden. Mede op grond van de liquiditeitenplanning wordt voor 2021 het volgende verloop van de leningenportefeuilles voorzien:

(x € 1.000)

Stand 1 -1-2020

nieuwe lening

aflossing

stand 31-12-2021

Algemene Dienst

51.750

15.000

17.375

49.375

De Volgerlanden

50.000

 

8.000

42.000

Totaal

101.750

15.000

25.375

91.375

In nauwe samenwerking met het SCD wordt een liquiditeitenplanning opgesteld, die periodiek wordt geactualiseerd. Op grond van de meest actuele planning wordt voor 2021 € 15 miljoen aan nieuwe leningen aangetrokken.
De aflossing van de leningen voor De Volgerlanden kunnen volgens de meest recente grondexploitatie opgebracht worden door de grondverkopen in 2021.

Conclusie: In verhouding tot de grootte van de gemeente kennen wij met het project De Volgerlanden een bijzonder grote grondexploitatie, waardoor onze gemeente één van de hoogste schuldquote van Nederland kent (zie voor de kengetallen in de paragraaf 1. Weerstandsvermogen). Nu dit project vergevorderd is, neemt onze schuldpositie en schuldquote flink af. Bovendien heeft de verkoop van aandelen Eneco 18 miljoen opgeleverd.

Voor een gedetailleerd meerjaren overzicht van al onze geldleningen wordt verwezen naar de bijlagen, daarin is te zien dat we eind 2024 circa 50 miljoen aan langlopende geldleningen verwachten.

Risico beheer

Renterisico op de korte schuld: de kasgeldlimiet
De externe financieringsbehoefte wordt ingevuld met kortlopende en langlopende leningen. Bij het aantrekken van kortlopende geldleningen met een looptijd tot 1 jaar, dient rekening gehouden te worden met de kasgeldlimiet, gemaximeerd in de Wet FIDO. De kasgeldlimiet is gelijk aan 8,5% van het begrotingstotaal.

 

Berekening kasgeldlimiet:

1e kwart.

2e kwart.

3e kwart.

4e kwart.

Gem. netto vlottende schuld(+) of overschot(-)

10.000

5.000

5.000

8.000

8,5% begrotingstotaal ad 87.430

7.431

7.431

7.431

7.431

overschrijding limiet

2.569

 

 

569

ruimte onder de limiet

 

2.431

2.431

 

De Wet fido bepaalt dat maximaal drie achtereenvolgende kwartaaloverschrijdingen zijn toegestaan. Oogmerk van het door het SCD uit te voeren gemeentelijke saldobeheer is om de limietruimte optimaal te benutten.

Renterisico op de langlopende schuld: de renterisiconorm
De Wet fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met de renterisiconorm biedt de Wet fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. De norm heeft als doel om het toekomstig renterisico op de lange financiering te beperken door spreiding in de aflossingen en renteherzieningen af te dwingen. Deze norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal.

Renterisico's

2021

2022

2023

2024

Renteherzieningen:

0

0

0

0

Aflossingen

25.375

14.458

11.958

14.458

Renterisico's

25.375

14.458

11.958

14.458

 

 

 

 

 

Berekening norm:

 

 

 

 

Begrotingstotaal

87.430

87.197

89.038

79.066

Percentage regeling

20%

20%

20%

20%

Renterisico norm

17.486

17.439

17.808

15.813

 

 

 

 

 

Overschrijding

7.889

 

 

 

Conclusie: uit deze tabel blijkt dat de gemeente in 2021 de renterisiconorm zal overschrijden. Deze overschrijding wordt veroorzaakt door een aflossing van de in 2019 afgesloten fixe-lening van € 12 miljoen. Deze lening is eind juni 2019 aangetrokken als verplichte consolidatie van de gedurende enkele kwartalen toegestane) overschreden kasgeldlimiet. Daarbij is bewust een keuze gemaakt voor twee kortlopende leningen van één en twee jaar van respectievelijk € 15 en € 12 miljoen. Dit omdat in deze periode de opbrengst van de verkochte Eneco-aandelen werd verwacht. Wanneer dan binnen de normen van de renterisiconorm zou zijn geopereerd, dan ontstond er een forse overliquiditeit hetgeen niet gewenst was.

Kredietrisico’s
De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht loopt kredietrisico op verstrekte geldleningen en leningen waarop een borgstelling is afgegeven.

Het totaalbedrag aan verstrekte geldleningen per eind 2021 is:

  • Leningen aan woningcorporatie Rhiant: € 0,05 miljoen
  • Woningfinancieringen gemeentepersoneel: € 2,7 miljoen
  • Veiligheidsregio ZHZ (kazerne): € 1,3 miljoen
  • Startersleningen: € 0,2 miljoen
  • Totaal: € 4,25 miljoen

Daarnaast stond de gemeente per 31 december 2021 voor € 91,6 miljoen garant.

  • aan directe borgstellingen € 10,7 miljoen. De belangrijkste directe borgstellingen worden gevormd door:
    • HVC Alkmaar (1,38 procent-belang; ‘getrapt’ via GR Gevudo): € 8,7 miljoen
    • Woningstichting Rhiant € 2,0 miljoen (1 lening).
  • aan indirecte borgstelling € 80,9 miljoen, dat heeft betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Gezien de zekerheidsstructuur rond de WSW is aan deze garantstellingen een relatief laag risico verbonden.

Voor de specificatie van de door de gemeente gewaarborgde leningen wordt verwezen naar de Staat van gewaarborgde geldleningen.

Liquiditeitsrisico
Liquiditeitsrisico is het risico dat de gemeente vanwege een tekort aan geldmiddelen niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is dit risico beperkt, onder meer vanwege een met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) per 1 januari 2019 herziene kredietlimiet van € 8 miljoen.

Schatkistbankieren

Bij het verplicht schatkistbankieren mag de gemeente een bedrag van 0,75 procent van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. Wanneer de gemeente het drempelbedrag overschrijdt dient het meerdere afgestort te worden in ’s Rijks Schatkist. Over dit saldo wordt op dit moment geen rente vergoed.

Berekening drempel

 

totaal begroting

87.430

relevant percentage

0,75%

Drempelbedrag (afgerond)

655.500

Ondanks een oproep van de VNG-IPO-UVW tot vereenvoudiging van het verplichte schatkistbankieren, houdt het kabinet nog steeds vast aan het verplichte schatkistbankieren voor decentrale overheden. Wellicht dat in de nabije toekomst een verhoging dan wel andere berekening van het drempelbedrag mogelijk wordt, maar dit is ten tijde van het opstellen van deze paragraaf nog niet bekend.

Rente toerekening

Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteren we in de begroting een omslagrente van 0,8 %.

3. Lokale heffingen

Inleiding

Lokale heffingen kunnen we onderverdelen in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding is gekoppeld aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend.
Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en precariobelasting. Deze heffingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen.

Deze paragraaf heeft betrekking op beide type heffingen. In het vervolg gaan wij achtereenvolgens in op:

  • Ontwikkelingen en rijksbeleid
  • Overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen
  • Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)
  • Overige lokale heffingen
  • Kwijtscheldingen

Ontwikkelingen en rijksbeleid

Herziening gemeentelijk belastinggebied
Al lange tijd vragen gemeenten om verruiming van het gemeentelijk
belastinggebied. Staatssecretaris van Financiën Vijlbrief heeft op 18 mei j.l. het pakket ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ aan de Tweede Kamer aangeboden. In het bijbehorende syntheserapport zit een voorbeeldpakket met meerdere varianten over een verruiming van het gemeentelijk belastinggebied. Het pakket ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ bestaat uit 10 rapporten met 169 voorstellen over de volle breedte van het Nederlands belastingstelsel. Dit biedt ruimte voor verschillende politieke keuzes. Dit is aan het volgende kabinet.

Vervangen macronorm OZB door benchmark lokale lasten
In 2019 is besloten om vanaf 2020 de macronorm OZB te vervangen door een benchmark lokale lasten. Volgens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ollongren, past de invoering van een benchmark goed binnen de autonome beleidsbevoegdheid van gemeenten ten aanzien van de lokale heffingen. De benchmark bevordert het lokale debat over de ontwikkeling van de autonome keuzes over de heffingen. Op lokaal niveau vraagt dit van gemeenten nog beter uitvoering te geven aan de al bestaande verplichting om de lastenontwikkelingen in de gemeentelijke begroting deugdelijk te onderbouwen. Aan de hand van de gegevens uit de benchmark kan jaarlijks, tijdens het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen, het gesprek gevoerd worden over de ontwikkeling van de lokale lasten.

Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten

Onderstaande tabel geeft een overzicht met de opbrengsten. De verschillen worden op de eerste plaats veroorzaakt door indexatie en groei van de gemeente. Bij de afvalstoffenheffing vindt een gedeeltelijke doorbelasting plaats van de (rijks)afvalstoffenbelasting. In het begrotingsjaar is circa 16% van de inkomsten van de gemeente afkomstig uit lokale heffingen. De lokale heffingen vormen daarom een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente.

Heffingssoort (x € 1.000) JR 2019 BG 2020 na wijz. BG 2021 perc
Algemene dekkingsmiddelen
(ongebonden heffingen)
Onroerende-zaakbelastingen 5.458 5.433 5.558 39%
Hondenbelasting 189 175 175 1%
Precariobelasting 526 523 523 4%
Subtotaal 6.173 6.131 6.256 44%
Gebonden heffingen
Afvalstoffenheffing 3.649 3.764 3.923 27%
Rioolheffing 2.254 2.297 2.343 16%
Lijkbezorgingsrechten 603 520 609 4%
Bouwleges 1.027 594 671 5%
Overige leges 417 499 512 4%
Marktgeld 44 46 47 0%
Subtotaal 7.994 7.720 8.105 56%
TOTAAL 14.167 13.851 14.361 100%

Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)

Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen het grootste deel van de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk. De gemiddelde woonlast O.Z.B. is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage.

 

2019

2020

2021

Gemiddelde WOZ-waarde

255.000

278.000

300.000*

OZB-eigenaar

306,51

308,02

321,00

Afvalstoffenheffing

326,16

334,56

350,64

Rioolheffing eigenaar

122,64

125,76

128,52

Rioolheffing gebruiker (meerpersoons)

56,88

58,32

59,52

Ontwikkeling lastendruk

812

827

860

% stijging t.o.v. vorig jaar

1,4%

1,8%

4,0%

* voorlopige schatting

Onroerendezaakbelastingen (OZB)
De OZB is na de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. De OZB bestaat uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen (bedrijven, enz.). De gemeenteraad bepaalt de tarieven en daarmee de door belastingplichtigen te betalen belasting. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak. Deze wordt vastgesteld op basis van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Voor 2021 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2020. De verschuldigde OZB is een percentage van de waarde van de onroerende zaak. De volgende tabel geeft weer hoe de OZB-tarieven zich in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld.

Afvalstoffenheffing
Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval te dekken. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval.

Rioolheffing
Met ingang van 2010 hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om de kosten voor het hemel- en grondwater en het afvalwater te verhalen via de rioolheffing. Welke kosten via de rioolheffing worden verhaald wordt in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld.

Tarieven
In het algemeen zijn de woonlasten voor 2021 zijn met 2,2% geïndexeerd.
Het tarief van de OZB daalt de laatste jaren om de stijging van de WOZ-waarde te compenseren. Het tarief van de afvalstoffenheffing is met ingang van 2021 iets extra verhoogd om de kosten van de rijks afvalstoffenbelasting in 3 jaar / in 3 stappen te compenseren.
Voor de rioolheffing betalen eigenaren van panden een vast bedrag per jaar. Hierbij is de situatie van 1 januari bepalend. Daarnaast betalen ook gebruikers van panden rioolheffing.

O.Z.B.

2019

2020

2021

Eigenaar woning

0,1202

0,1108

 

Eigenaar niet-woning

0,2507

0,2579

 

Gebruiker niet-woning

0,1985

0,2039

 

 

 

 

 

Afval

 

 

 

Meerpersoons

326,16

334,56

350,64

Eenpersoons

229,56

235,44

246,72

Stijging

1,5%

2,6%

4,8%

 

 

 

 

Riool

 

 

 

Eigendom

122,64

125,76

128,52

Gebruik meerpersoons

56,88

58,32

59,52

Gebruik eenpersoons

28,44

29,16

29,76

Stijging

1,0%

2,5%

2,1%

De OZB percentages voor 2021 kunnen pas definitief worden berekend wanneer de stijging of daling van de WOZ-waarden bekend zijn. Deze zijn op dit moment onvoldoende bekend. De verwachte stijging van de waarde van de woningen, leidt tot aanpassing van het tarief. Hierdoor geeft een stijging van de waarde, geen stijging van de belastingen.

Met de jaarlijkse voorstellen tot wijziging van de belastingverordeningen, worden de nieuwe tarieven voorgelegd. Op dat moment zijn de stijgingen van de WOZ-waarden bekend en kan het nieuwe tarief berekend worden.

Kostendekking

 

riool

afval

Berekening kostendekkendheid

 

 

Kosten taakveld incl kwijtschelding

1.728.258

4.551.245

storting voorziening

229.353

 

Inkomsten excl. heffingen-187.231

0

-187.231

Netto kosten taakveld

1.957.611

4.364.014

 

 

 

Overige toe te rekenen kosten:

 

 

Overhead

226.820

80.956

b.t.w.

158.548

778.337

Totale kosten (a)

2.342.979

5.223.308

Opbrengst heffingen (b)

2.343.000

3.930.258

Dekking (b/a)*100)

100%

75%

Vergelijking andere gemeenten

Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen.

Vergelijking is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2020 (op www.coelo.nl) en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden weer.

Gemeente

Gemiddelde WOZ-waarde

Tarief OZB

OZB eigenaar

Rioolheffing eig/gebr

Afvalstoffen heffing

Totaal

Rangnr. meerp.

huish.

Sliedrecht

216.000

0,0879

190

236

246

672

31

Papendrecht

237.000

0,1128

268

141

296

705

58

Dordrecht

206.000

0,1089

225

194

286

705

59

Alblasserdam

235.000

0,1134

266

159

358

783

169

Hendrik-Ido-Ambacht

278.000

0,1108

308

184

335

827

241

Hardinxveld

255.000

0,1199

306

231

292

829

246

Zwijndrecht*

216.000

0,1127

244

302

380

904

323

Landelijk gemiddelde

286.000

0,1102

294

199

283

776

 

De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten
*Voor Zwijndrecht is het totaalbedrag verlaagd met €22 wegens een tegemoetkoming in de woonlasten.

Overige lokale heffingen

Hondenbelasting

De Gemeentewet regelt dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. De hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelasting, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. In onze gemeente is een relatie tussen de opbrengst en de voorzieningen die voor honden worden gerealiseerd. Het tarief 2021 is € 125,28 voor de eerste hond en € 205,56 voor een tweede hond.

Precariobelasting

Precariobelasting wordt geheven over de kabels, buizen en leidingen van nutsbedrijven die in gemeentegrond liggen.

Op 1 juli 2017 is wetgeving in werking is getreden die bepaalt dat gemeenten geen precariobelasting meer kunnen heffen over netwerken van nutsbedrijven. Er is wel een overgangsregeling. Gemeenten die op 10 februari 2016 een tarief hadden voor nutsnetwerken kunnen tot 2022 precariobelasting blijven heffen. Hierbij geldt wel dat die gemeenten over de resterende jaren maximaal het tarief in rekening kunnen brengen dat gold op 10 februari 2016.

 

Kostendekkendheid

 

Begraven

 

Markten

 

bouwleges

 

burgerzaken

overige

leges

Kosten taakveld

608.280

70.371

805.696

1.047.865

153.163

Onttrekking aan reserve

-193.828

 

 

 

 

Inkomsten excl. heffingen

-156.756

-3.503

 

 

 

Netto kosten taakveld

257.696

66.868

805.696

1.047.865

153.163

 

 

 

 

 

 

Overige toe te rekenen kosten:

 

 

 

 

 

Overhead

226.050

 

631.388

133.427

157.847

b.t.w.

 

14.042

25.000

4.313

 

Totale kosten (a)

483.746

80.910

1.462.084

1.185.604

311.010

Opbrengst heffingen (b)

483.746

46.835

670.673

428.068

84.315

Dekking (b/a*100)

100%

58%

46%

36%

27%

Kwijtschelding

Als een belastingplichtige als door financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen deze inkomensgrens verruimen naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats.

Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst om op deze manier de administratieve lasten voor de burger te verminderen en de afhandeltermijn te verkorten.
Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. De bedragen aan kwijtschelding zijn:

 

JR 2019

Begroot 2020

Begroot 2021

Afvalstoffenheffing

125.000

134.000

137.000

Rioolheffing gebruik woning

 

20.000

 

23.000

 

23.000

Totaal

145.000

157.000

160.000

4. Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Kapitaalgoederen zoals wegen, water, groen, riolering en dergelijke zijn belangrijke schakels in de gemeentelijke infrastructuur en leveren een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de gemeente. Ze zijn van waarde voor de bereikbaarheid, de economie, de omgevingskwaliteit en de veiligheid. Om die waarde duurzaam en efficiënt in stand te houden, is een systematisch en planmatig beheer noodzakelijk. Het beheer is dan ook gericht op het duurzaam in stand houden van de gemeentelijke voorzieningen. Dit houdt in dat we kapitaalgoederen op een zodanige manier onderhouden dat tegen zo min mogelijke kosten de voorzieningen voortdurend goed functioneren en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. Met het beheren van de kapitaalgoederen is immers ook een substantieel deel van de begroting gemoeid. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is dat de veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte op voldoende wijze gewaarborgd blijven.
Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), artikel 12, lid 2, moet in deze paragraaf het volgende worden beschreven:

  1. het actueel beleidskader (met betrekking tot beheerplannen: wanneer vastgesteld of geactualiseerd);
  2. het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau;
  3. de vertaling van de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau in de begroting.

Voor het beheer zijn beheersystemen beschikbaar om de beheertaak te ondersteunen en om goede financiële ramingen te maken. De beheersystemen hebben als doel het beheer binnen vastgestelde kwalitatieve normen zo effectief en efficiënt mogelijk in te richten. Dat betekent: op het aan te houden kwaliteitsniveau gerichte maatregelen op de juiste plaats en op de juiste momenten tegen de laagst mogelijke kosten. Bij het bepalen van prioriteiten worden risico's afgewogen. In de beleidsplannen worden alle afwegingen en de consequenties daarvan inzichtelijk gemaakt. Op deze wijze komen wij tot effectief en efficiënt beheer. Leidend voor het daadwerkelijke onderhoudsprogramma zijn de resultaten van de jaarlijkse inspecties van kapitaalgoederen.
Voor de financiële aspecten van het beheer wordt verwezen naar de programma's (met name "3. Buitenruimte") en de staat 'reserves en voorzieningen' (reserve Wegen en voorziening Riolering).

Kapitaalgoederen

De kapitaalgoederen worden beheerd en onderhouden op basis van beleidsplannen. In beleidsnota’s komt de methodiek van beheer aan de orde en wordt de vraag beantwoord op welke wijze het areaal in een verantwoorde staat blijft tegen zo laag mogelijke kosten. Verder wordt hierin het beleidskader voor het kwaliteitsniveau van het onderhoud van kapitaalgoederen bepaald.
De beleidsplannen worden voor een periode van 6 tot 10 jaar opgesteld en vastgesteld door de raad. Beheerplannen hebben over het algemeen een cyclus van 4 jaar en worden vastgesteld door het college. De beheerplannen vinden hun vertaling in jaarlijkse uitvoeringsplannen.

 

Beleid- en beheerplan

Vastgesteld

Wegen

Beleidsplan wegenbeheer 2013-2023

13-5-2013

 

Beleidsplan infrastructurele kunstwerken 2015-2023

12-1-2017

 

Beheerplan infrastructurele kunstwerken 2015-2019

12-1-2017

 

Beleidsplan verkeersvoorzieningen 2015-2023

25-8-2015

 

Beheerplan verkeersvoorzieningen 2015-2019

25-8-2015

 

Beleidsplan straatmeubilair 2015-2023

25-8-2015

 

Beheerplan straatmeubilair 2013-2019

25-8-2015

Verkeer

Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan 2009-2020 inclusief parkeernota

7-12-2009

Riolering

Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2019-2023

3-12-2018

 

Rioleringsbeheerplan 2019-2023

10-9-2019

 

 

 

Water

 

 

 

Baggerplan 2019-2024

8-7-2019

Openbaar groen

Beeldkwaliteitsplan Groen 2015-2019

2016

 

Bomenbeleidsplan 2018-2033

3-12-2018

 

Groenstructuurplan 2013- 2023

21-5-2013

 

Begraafplaatsenbeleidsplan 2020-2030

2-3-2020

 

Beheerplan begraafplaatsen 2009-2014

17-3-2008

 

Speelruimteplan 2020-2030

15-6-2020

 

Beheerplan speelvoorzieningen 2015-2019

24-11-2015

Gebouwen

Gebouwenbeheerplan 2012-2021

27-5-2014

Afval

Grondstoffenbeleidsplan 2019 -2024

2-9-2019

 

Zwerfafval uitvoeringsplan 2019-2023

9-7-2019

Verlichting

Beleidsplan openbare verlichting 2020 - 2024

7-10-2019

 

Beheerplan openbare verlichting 2020-2024

2020

 

Kerncijfers

Kerncijfers

.

 

1 jan. 2020

Wegen

Totaal areaal

 

1.336.933 m2

 

Asfalt

 

368.413 m2

 

Elementen

 

953.028 m2

 

Half verhard (wandelpaden)

 

15.491 m2

Kunstwerken

Bruggen, viaducten en onderdoorgangen

 

81

 

Overige kunstwerken

 

94

Riolering

Vrijverval riolering

totaal

186 km

 

 

  • gemengd riool

62 km

 

 

  • vuilwaterriool.

47 km

 

 

  • regenwaterriool

67 km

 

 

  • drainage

10 km

 

Rioolgemalen

  • rioolgemalen

26

 

 

  • in beheer waterschap

2

 

Drukrioleringen

  • pompunits

145

 

 

  • drukriolering

25 km

 

Peilbuizen

 

56

Water

Lengte watergangen

 

30 km

Groen

Aantal bomen

 

12.583

 

Gazon incl. bermen

 

739.861 m2

 

Plantsoen

 

133.698 m2

Gebouwen

Aantal in onderhoud

 

14

Afval

Aantal molsystemen

 

707

 

Aantal afvalbakken

 

409

Verlichting

Aantal lichtmasten

 

7.330

Toelichting

1. Wegen

1.A Wegenbeheer

Wat gaan we in 2021 doen?
Asfaltwerkzaamheden
Het onderhoud van de Veersedijk vanaf de Jacobuslaan tot aan de gemeentegrens met Zwijndrecht staat gepland. Het project Weteringsingel-Reeweg schuift door van 2020 naar 2021. De situatie met betrekking tot de rotonde Hoge Kade wordt onderzocht en de herstelwerkzaamheden worden uitgevoerd.

Elementenverharding
In de wijk Krommenweg gaan we de volgende herstraatprojecten uitvoeren: Boskamp, De Ring, Strobenen Bogerd, Breedeweer en Silverkamp, Ook in de wijk Centrum hebben straten gepland staan om na afronding van de werkzaamheden door de nuts-partijen te herstraten. dit zijn de volgende straten: Warmoeziershof en Landmanshof. Tevens wordt in 2021 de 3e fase van de reconstructie Kruiswiel uitgevoerd waarbij de elementenverhardingen opnieuw wordt bestraat gelijktijdig met de vervanging van de riolering. De volgende projecten zijn in 2020 opgestart en lopen door naar 2021 : het Havenhoofd en het evenemententerrein.

Beleidskader
De algemene doelstelling voor het wegbeheer is het voeren van een duurzaam wegbeheer waarbij de veiligheid voor de verkeersdeelnemers in stand wordt gehouden. Comfort en aanzien van de weg spelen hierbij een beperkte rol. Uitgangspunt van het wegbeheer is het in 2013 vastgestelde ‘Beleidsplan Wegen 2013-2023’.

1.B Verkeer en vervoer

Wat gaan we in 2021 doen?
Het huidige Gemeentelijke Verkeer en Vervoersplan (GVVP) heeft een looptijd tot 2020 daarom wordt het GVVP binnen deze collegeperiode geactualiseerd. Wij zijn daarom medio 2020 gestart met het opstellen van een nieuw Mobiliteitsplan ter vervanging van het huidige GVVP. In het Mobiliteitsplan komt te staan hoe wij in Hendrik-Ido-Ambacht in de periode 2021-2030 om willen gaan met autoverkeer, langzaam verkeer (o.a. voetgangers en fietsen), openbaar vervoer, parkeren, verkeersveiligheid en duurzaamheid (o.a. elektrische auto en fiets). Als alle aandachts- en verbeterpunten van inwoners, ondernemers, belangenpartijen en adviezen van deskundigen zijn verzameld zal het totaalbeeld van de mobiliteit in Hendrik-Ido-Ambacht ter besluitvorming worden voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. Vervolgens zal deze langetermijnvisie worden uitgewerkt in een uitvoeringsplan.

Beleidskader
In 2009 zijn in het kader van GVVP voorkeurstructuren vastgesteld voor gemotoriseerd verkeer, openbaar vervoer en langzaam verkeer. Voor gemotoriseerd verkeer heeft dit geleid tot een nieuw wegencategoriseringsplan (voorkeurstructuur voor de hoofdwegen). Hierin zijn de kaders voor een goede bereikbaarheid, verkeersdoorstroming en veiligheid op de gemeentelijke wegen in het kader van Duurzaam Veilig vastgesteld.
1.C Openbare verlichting

Wat gaan we in 2021 doen?
In 2020 is gewerkt aan een uitvoeringsplan waarmee in 2020 en 2021 de eerste grote vervangingen van armaturen en masten zal plaats gaan vinden. Het beleidsplan zet in op het verduurzamen van ons areaal en het toekomstbestendig te maken voor slimme aansluitingen.

Beleidskader
In 2019 is het Openbare Verlichting 2020-2024 door de raad vastgesteld.

Ontwikkelingen/activiteiten
Het nieuwe beleidsplan gaat in op het toepassen van nieuwe ontwikkelingen en technieken, zoals dimmen en LED verlichting en connectiviteit.

1.D Infrastructurele kunstwerken

Wat gaan we in 2021 doen?
In 2020 zijn alle kunstwerken geïnspecteerd op staat van onderhoud en veiligheid. De gegevens uit de inspectie hebben we gebruikt om een onderhoudsplanning voor de komende jaren op te stellen. We gaan de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitvoeren om te voldoen aan de kwaliteitseisen die aan de kunstwerken worden gesteld.

Beleidskader
Binnen de openbare ruimte bevinden zich infrastructurele kunstwerken, die de kruising van (water)wegen of andere natuurlijke barrières mogelijk maken. Dit zijn onder andere bruggen, duikers, keermuren, trappen, tunnels en viaducten. Het huidige beleid is erop gericht de kunstwerken op het kwaliteitsniveau ‘basis’ te onderhouden. Uitgangspunt is een zodanig kwaliteitsniveau dat de kunstwerken en bruggen naar behoren functioneren en er dus geen sprake is van achterstallig onderhoud of gevaarlijke situaties. Bij het beheer heeft het voorkomen van gevaarlijke situaties eerste prioriteit. Tweede prioriteit is zorg dragen voor het goed functioneren van de voorzieningen, gevolgd door het wegwerken van eventueel achterstallig onderhoud.

1.E Verkeersvoorzieningen

Wat gaan we in 2021 doen?
Het beheerplan verkeersvoorzieningen wordt in 2020 geactualiseerd. Op basis van de uitkomsten van het nieuwe beheerplan worden als eerste de maatregelen uitgevoerd om mogelijke knelpunten en achterstanden op te pakken. Vervolgens zullen we het reguliere onderhoud uitvoeren.

Beleidskader
De gemeenteraad heeft in 2015 het beleidsplan Verkeersvoorzieningen met een looptijd voor de periode 2015-2023 vastgesteld en hiertoe de omvang van de benodigde jaarlijkse budgetten vastgesteld.
Verkeersvoorzieningen zoals verkeersborden, straatnaamborden, ANWB-bebording, schrikhekken en verkeerspalen zijn onderdeel van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden volgens het beheerplan.
De verkeersvoorzieningen worden op het basisniveau onderhouden, waarbij niet meer wordt uitgegaan van een kwaliteitsdifferentiatie per gebied. Reden hiervoor is dat verkeersvoorzieningen qua plaatsing, beheer en onderhoud moeten voldoen aan wettelijke bepalingen en landelijke richtlijnen. In het beheerplan zijn uitgangspunten voor de verkeersvoorzieningen geformuleerd..

1.F Straatmeubilair

Wat gaan we in 2021 doen?
Het beheerplan straatmeubilair wordt in 2020 geactualiseerd. Op basis van de uitkomsten van het nieuwe beheerplan worden als eerste de maatregelen uitgevoerd om mogelijke knelpunten en achterstanden op te pakken. Vervolgens zullen we het reguliere onderhoud uitvoeren.

Beleidskader
De gemeenteraad heeft in 2015 het beleidsplan Straatmeubilair met een looptijd voor de periode 2015-2023 vastgesteld en hiertoe de omvang van de benodigde jaarlijkse budgetten vastgesteld. Aansluitend is een apart beheerplan voor het straatmeubilair opgesteld
Straatmeubilair zoals banken, afvalbakken, fietsenstallingen en abri’s, is een wezenlijk onderdeel van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van veiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden. Periodiek worden de beleids- en beheerplannen ‘straatmeubilair’ geactualiseerd. In de plannen zijn nieuwe beleidsuitgangspunten vertaald naar een geactualiseerd plan van aanpak voor het onderhoud aan de verschillende items en zijn de verschillende consequenties nader aangegeven.
Essentieel bij het beheer/onderhoud is het te hanteren kwaliteitsniveau voor het onderhoud. Op basis van de landelijke wetgeving en richtlijnen worden de betreffende voorzieningen in de openbare ruimte onderhouden op het kwaliteitsniveau ‘basis’.

2. Riolering

Wat gaan we in 2021 doen?
Naast het reguliere onderhoud aan riolering conform het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) zullen wij in wijk Kruiswiel verder gaan met onze rioolvervangingsopgave in 2021.

Beleidskader
Door middel van het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (GRP) geven wij vorm aan de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater.

Ontwikkelingen
Duidelijk is dat het klimaat verandert. De zomers worden heter, en de kans op extreme neerslag wordt steeds groter. Daarom geven wij de aanpak van klimaatadaptatie verder vorm in 2021. Om de kansen te benutten willen we klimaatadaptatie verder gaan uitwerken bij stedelijke ontwikkeling, herstructurering van bestaande gebieden en het slim koppelen van beheerplannen. Het gaat daarbij om 4 thema's: droogte, hittestress, wateroverlast en waterveiligheid. Wij gaan het gesprek aan met belanghebbenden zoals het waterschap en woningbouwcorporaties. Bij dit alles wordt bekeken in hoeverre wij onderwerpen in Drechtstedenverband oppakken. Klimaatadaptatie stemmen wij af met het Actieplan Duurzaamheid.

3. Water

3. Stedelijk waterbeheer

Wat gaan wij in 2021 doen?
Vanwege de wetgeving van het waterschap moeten watergangen periodiek uitgebaggerd worden om ze op de juiste breedte en diepte te houden. Voor 2021 staan de watergangen aan de oostzijde van onze gemeente op de planning.
Daarnaast bestaat de verplichting om deze wateren vrij te maken van los vuil en waterplanten. Dit doen wij in de wateren die wij als gemeente in onderhoud hebben twee keer per jaar.
In 2021 voeren wij conform het Beheer- en onderhoudsplan oeverbeschermingen onderhoud aan de oeverbescherming uit op diverse locaties in onze gemeente.

Beleidskader
Op het gebied van waterbeheer hebben wij diverse plannen. Dit zijn het Baggerplan voor de periode 2019 tot en met 2024 en het Beheer- en onderhoudsplan oeverbeschermingen 2018-2026. In het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (GRP) is de koppeling met waterbeheer opgenomen. Maximaal 33 procent van de baggeropgave bekostigen wij vanuit de rioolheffing.
Het baggeren en het daaraan ten grondslag liggende baggerplan is een belangrijke schakel in de gemeentelijke waterketen. Het baggerplan geeft inzicht in de beheeractiviteiten op het gebied van baggeren die benodigd zijn om de watergangen op diepte te houden. Het feitelijke baggerwerk wordt zowel door onze gemeente als door het waterschap Hollandse Delta uitgevoerd, afhankelijk van de onderhoudsverplichting van de watergangen.

4. Groen

4.A Groenstructuurplan

Wat gaan we in 2021 doen? 
Renovatie groen
In 2020 is de eerste pilot renovatie groen uitgevoerd. De renovaties zijn noodzakelijk omdat 40% van het groenareaal niet voldoet aan de gestelde kwaliteit. In 2021 worden de renovaties aan het groen verder gecontinueerd. We zetten in op meer (bio)diversiteit in plantensoorten. Ook realiseren we een aantal bloemenlinten om de bijenpopulaties te vergroten.

Planten extra bomen
In 2020 hebben we, vanuit de opgave om 500 bomen extra bomen te planten, 221 nieuwe bomen geplant. In 2021 gaan we verder om deze opgave te realiseren. Uitgangspunt is 'de juiste boom op de juiste plek'. Door te zorgen voor voldoende groeiruimte en de juiste boomsoort kan een boom zijn optimale bijdrage leveren aan het ecosysteem (bijdrage aan gezondheid, welzijn, klimaat, etc.).

Groenbestek
In 2021 treedt het nieuwe groenbestek in werking. Van de (nieuwe) aannemer wordt een bijzondere inspanning gevraagd op het gebied van duurzaamheid, biodiversiteit, communicatie en participatie. Beleidskader
De Groenstructuurvisie voor de gemeente is vastgesteld in het Groenstructuurplan (2013). In het Groenstructuurplan is onze gemeente in drie onderhoudszones verdeeld. Het Groenstructuurplan vormt het beleidsmatige kader om te komen tot een gestructureerd groenbeleid. Het groenbeleid richt zich op het creëren van een balans tussen de kwaliteit en de beschikbare middelen. Daarnaast biedt het Groenstructuurplan ook een kader voor ontwerp, (her)inrichting en het onderhoud van het openbaar groen. De visie op de gewenste visuele kwaliteit van de groenvoorzieningen in de openbare ruimte is vastgesteld in het Beeldkwaliteitsplan Groen. Het Beeldkwaliteitsplan geeft weer wat het onderhoudsniveau is van het groen; met andere woorden welke kwaliteit er wordt nagestreefd.

4.B Begraafplaatsen

Wat gaan we in 2021 doen?
We hebben in 2020 het begraafplaatsenbeleid geactualiseerd en vastgesteld. Op basis van dit beleidsplan zullen we de begraafplaatsen de komende jaren exploiteren.

Beleidskader

Het Begraafplaatsenbeleidsplan 2020-2030 heeft als doelstelling het realiseren van een toekomstbestendige begraafplaats. Het uitgangspunt is dat we begraven toegankelijk en betaalbaar houden. Omdat de keuze tussen begraven en cremeren niet financieel gedreven moet zijn gaan we terughoudend om met het verhogen van de tarieven. Om een toekomstbestendige begraafplaats te realiseren wordt in dit beleidsplan beschreven hoe de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht:

  • zorgt voor voldoende grafcapaciteit voor de komende jaren
  • omgaat met trends en ontwikkelingen in de lijkbezorging
  • toewerkt naar een meer kostendekkende begraafplaats

Ontwikkelingen/activiteiten
In het kader van participatie zullen we de ervaringen van nabestaanden en uitvaartondernemers blijven we monitoren om daar in de toekomst op te anticiperen.

4.C Speelvoorzieningen

Wat gaan we in 2021 doen?
In 2021 beginnen we met het renoveren van de speelplekken met de grootste achterstanden. In 2021 en 2022 zullen we in totaal 14 speelplekken renoveren.

Beleidskader
In 2020 heeft de raad het Speelruimteplan 2020-2030 vastgesteld. Dit beleid is tot stand gekomen door middel van participatie van bewoners, ouders/verzorgers, leerkrachten, jongeren en voornamelijk kinderen. In 2023 komen wij terug in de raad met de actuele stand van zaken qua financiën en de staat van het achterstallig onderhoud. Doelstelling is om Jaarlijks 7 speelplekken te renoveren.

We zetten in op een breder en diverser speelaanbod. Bewoners van alle leeftijden moeten kunnen sporten en spelen op onze speelplekken. Hierbij hebben we extra aandacht voor oudere kinderen (10+) op grotere speelplekken en sportvoorzieningen. Daarbij zetten we in op meer groen, natuurlijk spelen en inclusieve speelruimtes waar iedereen mee kan doen.

5. Gebouwenbeheer

Wat gaan we in 2021 doen?
We hebben de volgende werkzaamheden gepland staan om uit te voeren:

Cultureel centrum Cascade
- Vervangen/renoveren automatische schuifdeuren.
- Vervangen dilatatievoegen.

Baxhuis
- Vervangen Warmte Terug Win unit

Sporthal De Ridderhal
- Renovatie was- en kleedruimten oude hal, (uitgesteld onderhoud i.v.m. Covid-19) Vervangen c.v. ketels en radiatoren door Lucht-Warmtepomp en HR radiatoren, duurzaamheidsmaatregelen.
- Vervangen groepenkasten elektriciteit en aanpassen elektrische installatie.
- Buitenschilderwerk, kleine beurt.

Gemeentehuis
- Schilderwerk binnen en buiten.
- Vervangen noodstroomaggregaat.
- Vervangen liften.

Gymzaal en Kinderopvang Bekestein
(afhankelijk van ontwikkelingen IHP scholen)

Gebouwen die op termijn worden afgestoten of gesloopt
- Waarborgen veiligheid.

Beleidskaders
In het Meerjarig Onderhoudsplan (MOP) 2017-2026 wordt voor de middellange termijn richting gegeven aan een effectief en efficiënt beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen. In dit meerjarige plan is aangegeven welke onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn voor de gemeentelijke gebouwen in de komende periode. Het MOP is in 2017 geactualiseerd en vastgesteld. Met het instellen van een egalisatiefonds voor beheer en onderhoud van gemeentelijke gebouwen zijn middelen beschikbaar voor beheer en onderhoud van de gebouwen. Zo kan tussen gebouwen en over de jaren geschoven worden met middelen.

Ontwikkelingen/activiteiten
In het kader van duurzaamheid stellen we een nieuw Meerjarig Onderhoudsplan voor alle gemeentelijke gebouwen met daarin opgenomen de te nemen stappen om in 2030-2050 duurzaam en energie neutraal te zijn.

6. Afval

6.A Afvalinzameling

Beleidskader
De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor de inzameling van (gescheiden) huishoudelijk afval binnen haar grondgebied. Deze zorgplicht staat omschreven in de afvalstoffenverordening en vloeit voort uit de Wet Milieubeheer.
In de raad van 9 september 2019 heeft de raad het Grondstoffenbeleidsplan 2019 -2023 vastgesteld. De komende jaren zetten we in op het stimuleren van afvalscheiding door naast communicatie ook enkele maatregelen door te voeren die bij kunnen dragen aan het verbeteren van de scheidingsresultaten.

Ontwikkelingen/activiteiten
Het Kabinet richt haar pijlers op een circulaire economie. Hierin staan recycling van grondstoffen centraal. Het Rijk werkt hieraan in het programma Van Afval naar Grondstof (VANG). De kern van dit programma is het optimaal gebruik van grondstoffen door het voorkomen van afval en beter scheiden en recyclen van afval dat toch ontstaat. De landelijke doelstelling was om in 2020 maximaal nog 100 kilo restafval per inwoner per jaar te hebben en in te zetten op een verdere afname naar 30 kilo restafval per inwoner per jaar. In onze gemeente hebben de inwoners in 2019 ruim 270 kg restafval aangeboden. Hiermee zijn we nog ver verwijderd van de landelijke doelstelling. In 2020 hebben we de maatregelen uit het Grondstoffenbeleidsplan 2019-2023 uitgevoerd. De effecten hiervan zullen we evalueren. In 2021 leggen we een aantal scenario's aan de raad voor om betere afvalscheiding te stimuleren.

6.B Zwerfafval

Beleidskader
In 2019 heeft het college het uitvoeringsplan Zwerfafval vastgesteld. We zetten in dit plan in op gedragsverandering, het verzorgen van lessen over zwerfafval, het verminderen van zwerfafval bij evenementen en we geven extra aandacht aan het verminderen van zwerfafval op hotspots.

5. Grondbeleid

Inleiding

Het grondbeleid van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is vastgelegd in de Nota “Grond voor Beleid” (2009). Met het grondbeleid wordt uitvoering gegeven aan de ruimtelijke visie die met name in de Structuurvisie "Waar de Waal Stroomt" (2009) is vastgelegd. In dit beleidsdocument worden de ruimtelijke ambities van de gemeente uiteengezet.

In de Nota grondbeleid is vastgelegd dat de gemeente zoveel mogelijk een actief grondbeleid voert wanneer er sprake is van grootschalige ontwikkelingen of ontwikkelingen welke invloed kunnen hebben op de ruimtelijke of stedenbouwkundige structuur van de gemeente. Met dit actieve grondbeleid wil de gemeente gewenste ruimtelijke ontwikkelingen initiëren en sturen. Faciliterend grondbeleid wordt echter niet uitgesloten.

Ook de keuze om hoofdzakelijk het instrument Wet voorkeursrecht gemeenten te gebruiken is in de Nota grondbeleid vastgelegd. Als er aanleiding is om geen gebruik te maken van het gemeentelijk voorkeursrecht, wordt dit gemotiveerd aan de gemeenteraad aangegeven. Waar een minnelijke verwerving van gronden niet mogelijk blijkt, zal de gemeente gebruik maken van het onteigeningsinstrument.

Uitvoering grondbeleid

Voor de uitvoering van actief grondbeleid worden grondexploitaties opgesteld. Met een grondexploitatie wordt het financieel kader vastgelegd waarbinnen het beleid uitgevoerd moet worden. Voor enkele wenselijke grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen zijn in het verleden grondexploitaties vastgesteld die jaarlijks geactualiseerd worden. Op dit moment heeft de gemeente twee actieve grondexploitaties: De Volgerlanden en bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1.

Bij enkele kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen wordt wel faciliterend grondbeleid gevoerd, waarbij kostenverhaalovereenkomsten met de ontwikkelaars worden gesloten.

Prognose verwachte resultaten grondexploitaties

In onderstaande tabel worden de grondexploitaties samengevat. Hierin is per project, naast wat algemene informatie, het verwachte financiële resultaat en het gewogen risicobedrag opgenomen. Om de grondexploitaties te kunnen vergelijken en de geprognosticeerde resultaten te kunnen optellen zijn de resultaten contant gemaakt naar 1 januari 2020. Voor de risicoanalyse worden jaarlijks, aan de hand van de RISMAN-methode, de verschillende van toepassing zijnde risico’s benoemd, gekwalificeerd en gekwantificeerd. Vervolgens wordt een gewogen risicobedrag berekend met een zekerheidspercentage van 90%. Dit houdt in dat het voor 90% zeker is dat het genoemde bedrag voldoende is om de risico's af te dekken. In het weerstandsvermogen van de gemeente wordt met dit risicobedrag rekening gehouden.

Na de tabel zal per grondexploitatie kort het toegepaste grondbeleid beschreven worden, net als een toelichting op het verwachte financiële resultaat.

Projectoverzicht (peildatum 1-1-2020)

 

 

 

Bedragen x €1.000.000,-

 

 

 

 

De Volgerlanden

 

Ambachtsezoom Fase 1

Verwachte afronding project

2027

2028

Totale plangebied (ha)

210 ha

23,1 ha

Areaal nog aan te kopen grond

0

0

Areaal uitgeefbaar

 

15,5 ha

Areaal nog te verkopen grond

22,8 ha

15,5 ha

 

 

 

Gerealiseerde kosten

€       319,0

€            24,8

Gerealiseerde baten

€       242,3

€              1,7

Boekwaarde

€         76,7

€            23,1

Nog te realiseren baten -/- kosten

€         76,2

€            26,4

Resultaat op eindwaarde

€          -0,6

€              3,3

Resultaat op netto contante waarde

€          -0,5

€              2,8

Risico's

€           3,2

€              2,4

De Volgerlanden

Beleidskader
De gemeente heeft sinds het begin van het project actief grondbeleid gevoerd in het realiseren van woningbouwlocatie De Volgerlanden. De gemeente wilde alle gronden in eigendom verkrijgen om de regie te houden. Veelal werden gronden van particulieren aangekocht en overige benodigde gronden, die in bezit waren van projectontwikkelaars, werden middels bouwclaimovereenkomsten bij het gemeentelijke eigendom betrokken. De verwervingen in het De Volgerlanden zijn afgerond. Financieel kader

De grondexploitatie vormt het financieel kader van het project De Volgerlanden. Dit kader wordt jaarlijks geactualiseerd en opnieuw vastgesteld. Naar verwachting zal de gemeenteraad de geactualiseerde grondexploitatie De Volgerlanden 2020 op 9 november 2020 vaststellen.
Met de gemeente Zwijndrecht is afgesproken dat het exploitatieresultaat tot € 20 miljoen (voor- of nadelig) gelijk tussen beiden gemeenten verdeeld wordt. Het bedrag boven de € 20 miljoen, komt voor 2/3 deel voor rekening van Hendrik-Ido-Ambacht en 1/3 deel voor rekening van Zwijndrecht.

Bedrijventerrein Ambachtsezoom

Beleidskader
Bij bedrijventerrein Ambachtsezoom wordt actief grondbeleid toegepast. Sinds 1 januari 2013 richt de planvorming van Ambachtsezoom zich alleen op het westelijke gedeelte van het bedrijventerrein (fase 1). Alle gronden in het gebied zijn in eigendom bij de gemeente.

Financieel kader
De geactualiseerde grondexploitatie Ambachtsezoom Fase 1, welke het financiële kader van de betreffende fase van het project vormt, is vastgesteld in de raadsvergadering van 6 juli 2020.

Tussentijdse winstneming

Tussentijdse winstneming geldt vooral bij projecten die diverse jaren duren. Hieronder zijn regels opgenomen over hoe wordt omgegaan met (tussentijdse) winstneming:

  1. Tussentijdse winstneming kan alleen plaatsvinden indien:
    1. voldoende zekerheid bestaat over het (verwachte) resultaat van de grondexploitatie, ofwel het resultaat op de grondexploitatie betrouwbaar kan worden ingeschat; én
    2. De grond (of het deelperceel) is verkocht; én
    3. De kosten zijn gerealiseerd
  2. Wanneer er wordt voldaan aan de voorwaarden voor tussentijdse winstneming wordt de zogenaamde percentagemethode (POC) toegepast.
  3. Bij de bepaling van de tussentijdse winst worden de risico's die specifiek samenhangen met de nog te realiseren kosten en opbrengsten van de grondexploitatie in mindering gebracht.

Bij winstneming gelden in algemene zin de volgende uitgangspunten: de winst wordt naar rato van gerealiseerde kosten en opbrengsten (tot en met het lopende jaar) genomen. Dus indien 50% van de kosten is gerealiseerd en 50% van de grond is verkocht (over de gehele looptijd), dan is de winstrealisatie 50% x 50% = 25%. Zowel de realisatie van de kosten als de realisatie van de opbrengsten zijn bepalend voor de omvang van de winstrealisatie.

Voor de grex Volgerlanden geldt een bijzondere situatie omdat deze grex samen met Zwijndrecht wordt uitgevoerd in gezamenlijk winst en risico. Daarom wordt bij de Volgerlanden in zo'n situatie een extra risico afweging gemaakt in relatie tot de omvang van het project.

M.b.t. de grex Ambachtsezoom worden de eerste gronduitgiften pas in 2021 voorzien.

Reserve en Risico

De aard van de activiteiten binnen het totaal van de exploitaties maakt het noodzakelijk ter afdekking van de algemene risico's een algemene reserve grondbedrijf aan te houden. Deze reserve wordt opgebouwd uit de eindresultaten van alle afgesloten grondexploitaties plus alle tussentijdse winst- en verliesnemingen. Het nemen van winst zal geschieden overeenkomstig de eerder beschreven methodiek van (tussentijdse) winstneming. Indien er bij het opstellen dan wel het actualiseren van een kostprijscalculatie blijkt dat er een verlies op een complex ontstaat, wordt hiervoor een voorziening getroffen ten laste van de Algemene reserve grondbedrijf.

De Algemene reserve grondbedrijf dient op voldoende niveau te zijn om de benoemde risico's te kunnen opvangen en dient een minimum niveau te hebben afhankelijk van het risicoprofiel. Zodra het saldo van de reserve zich onder het minimum niveau bevindt, moet dit worden aangevuld vanuit de Algemene (concern)reserve. De Algemene reserve grondbedrijf kent geen maximum niveau.

Uit onderstaande tabel valt op te maken dat, rekening houdend met het geprognosticeerde resultaat van de grondexploitaties en de ingeschatte risico's, de algemene reserve grondbedrijf.

Tabel 5.2 Overzicht resultaat en risico's

 

Resultaat grondbedrijf (Netto Contante Waarde)*

2,6 mln. positief

Totale risico's*

4,0 mln.

 

 

Algemene reserve grondbedrijf

6,3 mln.

Voorzien verlies De Volgerlanden (Eindwaarde)

0,3 mln.

*In deze cijfers is voor De Volgerlanden alleen rekening gehouden met het deel van Hendrik-Ido-Ambacht.

6. Verbonden partijen

Inleiding

Verbonden partijen zijn organisaties waarmee we als gemeente een bestuurlijke relatie hebben én waarin we een financieel belang hebben. Deze organisaties leveren een bijdrage aan de realisatie van de doelen die we als gemeente hebben gesteld. Verbonden partijen die een significant (financieel) risico met zich meebrengen, verwerken we ook in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen’.

BBV

In de nieuwe BBV is opgenomen dat voortaan een onderverdeling wordt gemaakt naar:

  • gemeenschappelijke regelingen;
  • vennootschappen en coöperaties;
  • stichtingen en verenigingen, en;
  • overige verbonden partijen.

In dit hoofdstuk gaan we in op de doelstellingen, taken en financiële aspecten van de gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht participeert. Bij een vennootschap en coöperatie participeert de gemeente in het risicodragend vermogen van een privaatrechtelijke rechtspersoon als aandeelhouder van de betreffende NV of BV.

Hieronder wordt een opsomming gegeven van dergelijke samenwerkingsverbanden.

Gemeenschappelijke regelingen

Vennootschappen en coöperaties

  • GR Drechtsteden

 

  • GR Dienst Gezondheid & Jeugd

 

  • GR Veiligheidsregio

 

  • GR Omgevingsdienst

 

  • GR Drechtwerk

 

  • GR Natuur en recreatieschap IJsselmonde

 

  • GR Openbare Verlichting GR Gevudo

 

 

 

 

  • ROM-D

 

  • Oasen (NV)

 

  • Eneco Holding (NV)

 

  • BNG (NV)

Wij kennen geen stichtingen en verenigingen als verbonden partij.

 

 

 

Verbonden partijen (x € 1.000)

 

 

Relatief aandeel HIA 2021

 

Bijdrage HIA 2020

(primitief begroot)

 

 

Bijdrage HIA 2021 (primitief begroot)

 

 

Eigen vermogen 01-01-2019

 

 

Eigen vermogen 31-12-2019

 

Vreemd vermogen 01-01-2019

 

Vreemd vermogen 31-12-2019

GR Drechtsteden

 

 

 

 

 

 

 

Bureau Drechtsteden en staf

10,22%

889

807

 

 

 

 

griffie

10,60%

46

37

 

 

 

 

Sociale Dienst Drechtsteden (incl. resultaat Wmo)

5,09%

12.745

13.359

 

 

 

 

minus rijks-doeluitkering SDD

5,13%

-4.878

-4.859

 

 

 

 

Service Centrum Drechtsteden

6,37%

1.997

1.997

 

 

 

 

Gemeentebelastingen Drechtsteden

10,06%

573

674

 

 

 

 

Onderzoekcentrum Drechtsteden

10,51%

95

96

 

 

 

 

Totaal GRD

5,39%

16.345

16.952

676

-917

60.746

42.024

 

 

 

 

 

 

 

 

 

GR Dienst Gezondheid & Jeugd        (zonder RAV)

 

 

 

 

4.194

 

4.772

 

58.403

 

36.388

DG&J

6,67%

1.671

1.747

 

 

 

 

Serviceorganisatie Jeugd (volgens 'scenario 2a')

5,99%

6.145

7.031

 

 

 

 

GR Veiligheidsregio (incl. boxen)

5,12%

1.869

1.916

8.364

8.273

60.630

59.786

GR Omgevingsdienst

2,11%

455

473

1.736

3.485

6.693

2.154

Drechtwerk

4,04%

240

232

1.140

936

30.266

28.282

GR Natuur en recreatieschap IJsselmonde

16%

215

226

3.988

4.263

1.991

1.724

GR Openbare Verlichting

15,06%

61

71

151

141

195

171

GR Gevudo (aandeel gar.kap. 8,7 mln)

7,63%

8.700

8.700

30

30

538

536

 

 

 

 

 

 

 

 

Vennootschappen

 

 

 

 

 

 

 

ROM-D Holding NV

2,40%

 

 

4.127

4.118

2.152

2.162

ROM-D Capital BV

 

 

 

18.427

18.391

0,14

1

ROM-D Beheer NV

 

 

 

44

44

151

617

ROM-D Capital beheer BV

 

 

 

43

36

0

0

ROM-D KILL III CV

1,50%

 

 

10.389

9.457

9.014

8.988

ROM-D Projecten CV

 

 

 

2.103

2.008

7.389

13.139

Oasen (NV)

2,81%

 

 

108.494

 

159.959

 

Eneco Groep (NV)

0,50%

 

 

2.936.000

2.937.000

2.807.000

3.036.000

Stedin Groep (NV)

 

 

 

2.198.000

2.448.000

4.793.000

4.841.000

BNG (NV)

0,05%

 

 

4.257.000

4.154.000

133.251.000

145.535.000

A. Gemeenschappelijke regelingen

Een groot deel van de gemeentelijke middelen wordt via verbonden partijen ingezet voor realisatie van doelen, uitvoering van processen en ondersteuning van de bedrijfsvoering. Vanwege de vaak aanmerkelijke bestuurlijke, beleidsmatige en financiële belangen is inzicht in en effectieve sturing op deze verbonden partijen noodzakelijk.

GR Drechtsteden

De gemeenten in de Drechtsteden werken samen onder het motto 'Samen stad aan het water'. Er wordt regionaal beleid gemaakt en regionaal uitgevoerd, waar dat handig is. De gemeenten maken daarnaast eigen lokale keuzes en geven ook uitvoering aan de ambities, met name op ruimtelijk- economisch gebied. De basis hiervoor is de Groeiagenda 2030.

Al een aantal jaren werken de Drechtsteden samen in gezamenlijke uitvoeringsorganisaties: Sociale Dienst Drechtsteden, Servicecentrum Drechtsteden, Gemeentebelastingen Drechtsteden, Onderzoekcentrum Drechtsteden, en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden (ROM-D) als onderdelen van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden.

Met die samenwerking zetten de gemeenten in op optimale dienstverlening aan de inwoners, organisatorische en financiële verbeteringen en presentatie van ‘De Drechtsteden’ naar buiten als economisch krachtige, goed bereikbare en leefbare regio. Zij doen dit elk met behoud van de eigen karakteristieke kenmerken. Daarnaast wordt samen gewerkt met partijen in de regio, zoals het regionale bedrijfsleven, woningbouwcorporaties, het onderwijs, de gezondheidszorg, welzijnsorganisaties en culturele instellingen. Participeren in de samenwerking biedt de gemeenten kansen en vernieuwingen voor de regio en daarmee ook voor de inwoners. De samenwerking in de Drechtsteden is vanzelfsprekend merkbaar in de programma’s in onze gemeentelijke begroting.

Naam verbonden partij

GR Drechtsteden

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Draagvlak te creëren voor een evenwichtige ontwikkeling van het gebied. Om deze doelstelling te realiseren en met inachtneming van de autonomie van de deelnemende gemeenten, behartigt Drechtsteden de gemeenschappelijke regionale belangen op de volgende terreinen:

 

  • Sociaal (sociale zekerheid en –ontwikkeling, onderwijs en kennisinfrastructuur, sport en cultuur)
  • Bestuurlijke ontwikkeling en grotestedenbeleid
  • Staf- en ondersteunende diensten en de bedrijfsvoering
  • Sociaal- geografisch onderzoek

 

Daarnaast heeft Drechtsteden als doelstelling zorg te dragen voor:

 

    1. de efficiënte en effectieve heffing en invordering van belastingen, voor de heffing en invordering waarvan de gemeenteraden van de gemeenten belastingverordeningen en de kwijtscheldingsregels hebben vastgelegd, elk voor zover het hun gebied betreft;

 

    1. de uitvoering van de WOZ waaronder ook de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden, elk voor zover het hun gebied betreft.

NB: Aanpassing van de GRD-tekst naar aanleiding van besluitvorming over het Deetman rapport en de uitkomsten uit de discussie over de samenwerking op het sociaal domein moet nog gebeuren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Risico’s

  • de Coronacrisis en de beheersmaatregelen hebben een groot effect op de samenleving en de economie. Bij de GRD is dat met name zichtbaar bij de sociale dienst en gemeentebelastingen, maar ook bij het SCD en GBD. Ontwikkelingen voorutizichten zijn erg onzeker, zodat een stabiele, betrouwbare prognose op dit moment niet mogelijk is. Er zijn risico's mogelijk voor elke GRD-dochter;

 

  • huisvesting: de panden dienstengebouw en Hellingen zijn gehuurd tot en met 2022. Investeringen zijn nodig om de functionaliteit van de panden op orde te houden en kosten moeten worden gemaakt ter voorbereiding op de voorbereiding op de huisvesting na 2022;

 

  • intensivering participatiewet: dit gaat spelen als de doelgroep meer tijd nodig heeft om werkfit te worden;

 

  • bestandsontwikkeling inkomensondersteuning: de verwachting is dat de bijstand zal groeien naar een groter aantal klanten; dit leidt tot verhoging van de uitgaven;

 

  • WMO huishoudelijke ondersteuning: de verwachting is dat uitgaven voor gemeenten zullen toenemen, onder andere vanwege de invoering van het abonnementstarief, vergrijzing, en langer zelfstandig thuis wonen;

 

  • wijkhopper: mogelijk wordt het voordeel uit de business case niet;

 

  • WMO Begeleiding: het is nog onduidelijk of de maatregelen om de groei van uitgaven voor WMO begeleiding kortdurend verblijf te beperken;

 

  • bewindvoering: de reele groei is mogelijk groter;

 

  • apparaatskosten: bij diverse onderdelen groeit dienstverlening met meer dan 5-10%;

 

  • bedrijfsvoering: de bedrijfsvoering moet aan steeds meer regels voldoen;

 

  • bandbreedte: voor de SDD is gerekend met een bandbreedte van -2% waarmee er een groter risico is op overschrijding van de begroting en een groter risico op een hogere gemeentelijke bijdrage;

 

  • zaak- en archiefsysteem: het nieuwe KZA-pakket leidt mogelijk tot veranderende beheerlasten bij de invoering;

 

  • no cure no pay: stijgende proceskosten vanwege explosieve groei aantal bezwaarschriften:

 

  • loonkosten: gemiddelde loonkosten GBD en OCD liggen boven de norm waarmee het budget is bepaald; risico dat de realisatie hoger uitvalt dan dat budget.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het Drechtstedenbestuur (collegelid), Drechtraad (raadsleden fracties) en diverse bestuurlijke werkgroepen (portefeuillehouders).

 

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Het rapport Deetman heeft geleid tot nieuwe ontwikkelingen en nieuwe vormen van samenwerking in de regio. Er is een nieuwe vorm van samenwerking ontstaan op het gebied van ruimtelijk-economische ambities. De realisatie van de Groeiagenda ligt nu heel nadrukkelijk onder verantwoordelijkheid van de zeven gemeenten.

In 2019 is daarnaast, mede naar aanleiding van een motie in de gemeente Dordrecht, een discussie ontstaan over de samenwerking op het sociaal domein. Er wordt verkend hoe op dit domein gebouwd kan worden aan een flexibele en effectieve regionale samenwerking die past bij de opgaven van de gemeenten en de behoefte aan integraliteit en maatwerk. De afronding van deze discussie zal leiden tot een andere vorm van samenwerking op het sociaal domein in de Drechtsteden.

De nieuwe vorm(en) van samenwerking zullen leiden tot aanpassing van de tekst van de gemeenschappelijke regeling.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

Sturingsarrangement 5 (risicoprofiel hoog)

Websites en documenten

www.drechtsteden.nl begroting 2020 en lokale zienswijze

GR Veiligheidsregio ZHZ

Onze gemeente maakt deel uit van de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. De gemeenschappelijke regeling VRZHZ is aangegaan met de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld- Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Hoeksche Waard, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, en Zwijndrecht.

In de veiligheidsregio zijn de brandweertaak en de taken op het terrein van de GHOR (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen) en Crisisbeheersing en Rampenbestrijding ondergebracht.

Naam verbonden partij

GR Veiligheidsregio ZHZ

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

De regeling is opgericht voor de uitvoering van de Wet veiligheidsregio’s en stelt zich ten doel te allen tijde een gezamenlijke effectieve en efficiënt georganiseerde slagkracht voor crisisbeheersing, rampenbestrijding, brandweerzorg en geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen te kunnen leveren en een deskundig en betrouwbare veiligheidsadviseur te zijn.

 

 

 

 

Risico’s

De GR VRZHZ geeft de volgende risico’s op:

 

  • De effecten in uitvoering van taken en financieel ten gevolge van de Corona-crisis.

 

  • Wijzigingen door gemeentelijke herindelingen en overgaan van gemeentes naar de provincie Utrecht;

 

  • Opgelegde taakstellingen (ook ten gevolge van de overgang naar de provincie Utrecht);

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

De burgemeester zit in het Algemeen Bestuur en portefeuillehouder Bevolkingszorg en Risico-en Crisisbeheersing namens Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio.

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De Corona-crisis genereert een enorme belasting op de Veiligheidsregio. Dientengevolge zijn een aantal werkzaamheden vertraagd. Echter gelet op de wettelijke verplichtingen (bijvoorbeeld beleidsplan) is de inzet er vooral op gericht om de achterstand te corrigeren.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

Arrangement: 4 (risico: gemiddeld/hoog)

Websites en documenten

www.vrzhz.nl

 

GR Omgevingsdienst

We participeren op Zuid-Holland Zuid-niveau in de GR Omgevingsdienst die voor ons de wettelijke milieu- en omgevingstaken uitvoert. De 10 gemeenten uit de regio Zuid-Holland Zuid zijn eigenaar, samen met de provincie Zuid-Holland.

Naam verbonden partij

GR Omgevingsdienst

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Uitvoeren van de wettelijke milieu- en omgevingstaken voor de 10 gemeenten van Zuid-Holland Zuid en een deel van de provincie Zuid-Holland.

 

 

Risico’s

  • Mate waarin de fluctuatie in omzet opgevangen kan worden door een flexibele schil van personeelsbestand;

 

  • Aansprakelijkheid voor adviezen;

 

  • Optimaliseren van de nieuwe organisatie.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid) en lid van de auditcommissie.

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De OZHZ ondervond net als alle andere organisaties in 2020 de gevolgen van de COVID-19 crisis. Het reguliere werk volgens de jaarprogramma's is echter wel zoveel mogelijk doorgegaan. Datzelfde geldt voor de voorbereidingen op de invoering van de Omgevingswet. In 2021 zal wederom aandacht uitgaan naar de Omgevingswet. Het gaat dan vooral om het vastleggen van processen en afspraken. Verder richt de OZHZ zich onder meer op ontwikkelingen rondom de impact van de Wet kwaliteitsboring voor het bouwen en de overdracht van de bodemsaneringstaken van de provincie naar gemeenten.

 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

 

Arrangement: 4 (risico: gemiddeld/hoog)

Websites en documenten

www.ozhz.nl

 

GR Dienst Gezondheid & Jeugd

De GR bestaat uit twee organisatieonderdelen: Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) en Serviceorganisatie Jeugd (SOJ). DG&J is verantwoordelijk voor het uitvoeren van taken op het gebied van publieke gezondheid, maatschappelijke zorg, leerplicht en voortijdig schoolverlaten. De dienst is ook verantwoordelijk voor de aansturing van de uitvoering van de integrale jeugdgezondheidszorg. Ook de Regionale Ambulancevoorziening (RAV) behoort formeel bij de DG&J, Tweede onderdeel van de GR is de SOJ. Dit onderdeel is verantwoordelijk voor de sturing op jeugdhulp in Zuid-Holland Zuid. Dit doet de SOJ door contractmanagement, risicomanagement en budgetbeheersing, accountmanagement en informatievoorziening voor gemeenten.

Naam verbonden partij

GR Dienst Gezondheid & Jeugd

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

 

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

 

De DG&J bewaakt, beschermt en bevordert in opdracht van de 10 gemeenten in Zuid-Holland Zuid de activiteiten die gericht zijn op het verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen en het vergroten van de ontwikkelingskansen van onze inwoners. De SOJ zorgt namens de gemeenten in Zuid-Holland Zuid voor sturing op jeugdhulp.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Risico’s

Voor de DG&J zijn de belangrijkste risico's:

 

  • Effecten Corona-virus: Het Corona virus leidt in 2020 tot de inzet van de crisisorganisatie. Er wordt een groot beroep gedaan op de organisatie, zowel op het primaire proces als de ondersteuning. Hierdoor is er extra uren-inzet van eigen personeel en de inzet van externen. Risico is dat deze extra kosten niet volledig vergoed worden door het rijk, ondanks de de toezegging van de minister .

 

  • Batenraming: Een deel van de inkomsten van DG&J heeft een fluctuerend karakter en is daarmee onzeker. Voorbeelden zijn subsidies in het kader van Veilig Thuis, OGGZ/Maatschappelijke zorg, de opbrengst van de polikliniek.

 

Voor de SOJ zijn de belangrijkste risico's:

 

  • Ontwikkeling zorgvraag en zorgkosten: In de loop van 2020 moet blijken of de genomen maatregelen voldoende effect sorteren om de in 2021 beoogde reductiedoelstelling te realiseren. Gemeenten wordt geadviseerd rekening te houden met een risicomarge van 10 procent van de gemeentelijke bijdrage zoals die is opgenomen in deze begroting. Deze risicomarge is groter dan voorgaande jaren vanwege de opgenomen reductiedoelstelling in de begroting en de onzekerheid in de verdeling van de kosten als gevolg van de afbouw van de solidariteit.

 

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

 

Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De DG&J legt de komende jaren prioriteit bij vier opgaven: 1) Gezond en veilig opgroeien, 2) Iedereen doet mee, 3) Vitaal ouder worden en 4) Gezonde leefomgeving, gezonde mensen. Deze opgaven zijn vastgelegd in het Meerjarenbeleidsplan 2020-2023 (MJP). Wanneer DG&J aanleiding ziet om bij een opgave te intensiveren, stelt de dienst dit bij de begroting voor zodat gemeenten hierover een zienswijze kunnen geven. In 2021 zal de dienst extra inzetten op Infectiepreventie.

 

Met ingang van begrotingsjaar 2021 is DG&J is niet langer de vergunninghouder voor de ambulancezorg in de regio Zuid-Holland Zuid. Deze is overgedragen aan de Coöperatie AmbulanceZorg ZHZ (CAZ-ZHZ), waarin DG&J één van de leden is. Alle RAV-medewerkers die voor 1 april 2018 in dienst waren bij DG&J, zijn gedetacheerd aan de coöperatie. De hiermee gemoeide loonkosten worden door DG&J volledig doorbelast.

 

Met de Omdenknotitie Jeugd zetten de gemeenten in Zuid-Holland Zuid in op een transformatie van de jeugdhulp en op een reductie van kosten. Voor de jaren 2020-2022 wordt ingezet op een kostenbesparing van € 14,7 miljoen. Het behalen van deze doelen vraagt samenhangende actie van SOJ, jeugdteams, gemeenten, aanbieders en partners. Inmiddels wordt op veel manieren in de regio gewerkt aan de maatregelen uit de Omdenknotitie, waarbij het Corona-virus soms doorbraken versnelt. Strategische sturing op prioritering en resultaatgerichtheid blijft van belang om de doelen van de Omdenknotitie te realiseren.

 

De financiële solidariteit op de Jeugdhulp wordt in drie jaar afgebouwd. Dit besluit heeft geen invloed op de begroting van de SOJ. Na de afbouwperiode van drie jaar betaalt elke gemeente de werkelijke kosten die in voor de eigen inwoners wordt gemaakt.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

 

Sturingsarrangement 5 (risicoprofiel hoog)

Websites en documenten

www.dienstgezondheidjeugd.nl

www.jeugdzhz.nl

Begroting 2021

 

Drechtwerk

Drechtwerk laat mensen met een arbeidsbeperking zinvol en passend bij hun mogelijkheden, deelnemen aan het arbeidsproces. Met de invoering van de Participatiewet stromen er geen mensen meer in met een SW-indicatie. .

Naam verbonden partij

Drechtwerk

Vestigingsplaats

Dordrecht

 

 

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling (GR).

 

De GR is voor 100% eigenaar van pay-rolbedrijf WerXaam BV en van Drechtwerk BV (omvat DWGroen en DWActief), Daarnaast participeert de GR voor 47% in FrisFacilitair BV en voor 50% in Baanbrekend Detacheren BV.

 

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

 

Drechtwerk richt zich zich op het bevorderen van de door- en uitstroom van zowel mensen uit de Participatiewet als uit de oorspronkelijke Wet Sociale Werkvoorziening (WSW).

 

 

 

 

 

Risico’s

  • Nadelige effecten voorkomend uit de COVID-19 crisis

 

  • De uitstaande geldlening aan Confed BV (op 31 december 2019 groot € 1,1 miljoen). Bij faillissement van deze BV is het risico tot het niet volledig innen van de uitstaande lening reëel,

 

  • Hoogte van de Rijkssubsidie SW: Het ministerie bepaalt de hoogte van de subsidie per medewerker. De subsidie is de belangrijkste inkomstenbron van Drechtwerk.

 

  • Oplopend ziekteverzuim. Over 2019 bedroeg het verzuim 12,3%. Een stijging van het verzuim heeft een nadelig effect op de detacheringsactiviteiten en daarmee op de omzet.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Opdrachtgeversrol: via bestuurlijke vertegenwoordiging in de GR Drechtsteden. Eigenaarsrol: wethouder financiën in het Algemeen Bestuur

 

 

 

 

 

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

 

 

 

In 2021 krijgt de integratie van GR Drechtwerk en de SDD verder vorm. Enkele jaren terug is tot deze stap besloten omdat Drechtwerk sinds 2015, bij de invoering van de Particpatiewet, geen nieuwe instroom van SW'ers meer heeft. Drechtwerk richt zich daarom nu ook op het bevorderen van de door- en uitstroom van mensen uit de Participatiewet, De activiteiten van Drechtwerk en SDD lopen hierdoor inhoudelijke steeds meer in elkaar over en vullen elkaar aan. Zo is er een gezamenlijk leer- en ontwikkelbedrijf pre-Perspct en een detacheringsvennootschap. Eindbeeld van het samenwerkingsproces is het samengaan van beide organisaties.. De snelheid waarmee en de wijze waarop dit vorm krijgt, wordt begin 2021 duidelijk. Dan is naar verwachting de regionale discussie over de samenwerking in het sociaal domein in de Drechtsteden afgrond.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

 

Arrangement 3: gemiddeld

Websites en documenten

www.drechtwerk.nl

Primaire begroting 2019 en zienswijze

Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde

Naam verbonden partij

Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde

Vestigingsplaats

Rotterdam

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Het Natuur- en Recreatieschap heeft tot doel de natuur- en recreatiegebieden in de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Ridderkerk en Zwijndrecht efficiënt en effectief te beheren.

 

 

Risico’s

  • Het uittreden van de gemeenten uit het schap.

 

  • door uittreden van de gemeente Rotterdam en de provincie is continuïteit van hun financiële bijdragen na 2025 onzeker.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

De wethouder RO is lid van het dagelijks en algemeen bestuur van het NRIJ. Een raadslid is lid van het Algemeen Bestuur van het NRIJ.

 

 

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De provincie en de gemeente Rotterdam zijn per 1/1/2018 uit het schap getreden. De overblijvende gemeenten (Barendrecht, Albrandswaard, Ridderkerk, Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht) hebben met elkaar een intentieovereenkomst gesloten waarin zij hebben aangegeven gezamenlijk verder te willen gaan in het NRIJ. Er zijn bouwstenen en een strategisch kader opgesteld voor een transitie. In 2020 zijn daarover besluiten genomen. De bouwstenen zullen in de periode 2020- 2025 nader uitgewerkt en uitgevoerd worden, zodat het schap per 2026 organisatorisch en financieel klaar is voor een toekomstbestendig en duurzaam groenbeheer op IJsselmonde.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

Sturingsarrangement 2 (risicoprofiel laag/gemiddeld)

Website en documenten

www.recreatiegebied-ijsselmonde.nl

GR Gemeenschappelijke Vuilverwerking Dordrecht en omstreken (Gevudo)

De GR Gevudo bezit 18,15 % van de aandelen van NV Huisvuilcentrale Noord-Holland, HVC te Alkmaar en behartigt en coördineert de belangen van de deelnemende gemeenten richting HVC. De huidige deelnemers aan de GR Gevudo zijn de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, Vijfheerenlanden en Zwijndrecht. In het verleden was de GR daadwerkelijk actief in het verzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Tegenwoordig zijn de doelen het verwerven, beheren en vervreemden van aandelen in het kapitaal van de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland (HVC) en het partij zijn bij overeenkomsten tussen aandeelhouders van HVC. De GR staat naar rato van haar deelname in HVC garant voor het nakomen van de financiële verplichtingen die HVC is aangegaan; op basis van een met aandeelhouders overeengekomen ballotageovereenkomst. Hiervoor wordt een garantstellingsprovisie ontvangen.

Naam verbonden partij

GR GEVUDO

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Het behartigen van aandeelhoudersbelangen van de deelnemers in NV HVC en daarbij uitoefenen van stemrecht in de aandeelhoudersvergaderingen van NV HVC. De laatste jaren neemt de omvang van het onderdeel 'warmte' van HVC toe. Ook voor onze gemeente zal HVC een warmtenet gaan aanleggen (in de Volgerlanden).

Onzekerheden

Een eventuele aanspraak door een bank op de gegarandeerde leningen betekent dat de deelnemers hun eigen aandeel dragen.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Vertegenwoordiging in het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur (collegelid).

 

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

HVC is financieel robuust, ook op de middellange termijn. De bedrijfsvoering van HVC is adequaat, uitgaande van de financiering met gegarandeerde leningen. HVC heeft in de afgelopen jaren gewerkt aan verdere solvabiliteitsopbouw. Onze gemeente staat garant voor € 8,7 miljoen. Zolang de verbrandingsinstallaties voldoende aanbod van onder andere de gemeentelijke klanten en waterschappen behouden, is het risico klein. Wel breidt HVC, in overleg met haar aandeelhouders, de activiteiten rondom warmtelevering verder uit. Hierdoor wordt de solvabiliteitsopbouw getemporiseerd, maar de gegarandeerde leningen blijven op hetzelfde niveau. Sinds 2014 is een nieuwe dienstverleningsovereenkomst met HVC van kracht, alsmede voor de gemeente Dordrecht, gemeente Alblasserdam, gemeente Papendrecht en gemeente Zwijndrecht.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

De GR Gevudo heeft een risicoprofiel 1 (laag risico op financieel en bestuurlijk gebied) en daarmee sturingsarrangement 1.

Bureau Openbare Verlichting

 

Naam verbonden partij

 

Vestigingsplaats

Hardinxveld-Giessendam

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

 

 

 

 

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

 

 

 

Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Leerdam, Molenwaard, Papendrecht, Krimpenerwaard, Vianen en Zederik hebben zich verenigd in de Gemeenschappelijke Regeling Bureau Openbare Verlichting (Bureau OVL). Kerntaak van deze organisatie is het uitvoeren van het beheer van de openbare verlichting en de centrale aansturing en bewaking op de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden hieraan. Bureau OVL fungeert op dit terrein ook als het kenniscentrum voor de deelnemers en voert in opdracht projecten voor de gemeenten uit.

Onzekerheden

  • Er worden geen risico’s genoemd.

 

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

 

 

Vertegenwoordiging in het bestuur (collegelid).

 

 

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

 

 

Bureau OVL neemt deel aan landelijke overleggen van het InterGemeentelijk-overleg Openbare Verlichting (IGOV) welke met ingang van 1 januari 2016 is ondergebracht in de stichting OVLNL.nl. Bureau OVL is van daaruit vertegenwoordiger namens de kleine en middelgrote gemeenten in het landelijk overleg van NetbeheerNederland.

 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

 

 

Arrangement 1: Laag

ROM-D

De Regionale Ontwikkelingsmaatschappij is de grondontwikkelingsmaatschappij van de Drechtsteden. ROM-D is een publiek-privaat samenwerkingsverband van de gemeenten in de Drechtsteden , de Provincie Zuid-Holland en het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam.

De belangrijkste opgave is het versterken van de regionale economie met als belangrijkste activiteiten:

  • de uitgifte van kavels (voor bedrijven)
  • de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen
  • de revitalisering van bestaande bedrijventerreinen
  • de promotie van de regio Drechtsteden

Naam deelneming

Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden (ROM-D)

Vestigingsplaats

Dordrecht

 

 

 

 

 

Rechtsvorm

De structuren na invoering van de doorontwikkeling:

 

  1. ROM-D Holding N.V.

 

  1. ROM-D Beheer N.V.

 

  1. ROM-D Capital B.V.

 

  1. ROM-D C.V.

 

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

 

Het versterken van de economische ontwikkeling van de Drechtsteden.

 

 

 

Financieel belang van de gemeente

 

Kapitaaldeelname

 

ROM-D Dordtse Kil III CV: Commanditair kapitaal: 140.989 (1,5%) ROM-D Holding NV: Kapitaal: 109.216 (2,4%)

 

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

 

Bestuurlijk: de wethouder Economie heeft zitting in de Holding N.V..

 

 

 

 

 

 

 

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

In 2019 zijn de economische instrumenten van de Drechtsteden geevalueerd. Het gaat dan om ROM-D, DEAL (promotie- en acquisitiebureau) en EDB (Economic Development Board). Deze organisaties hebben in de afgelopen jaren een sterke bijdrage geleverd aan aan de economie van de Drechtsteden en die van Hendrik-Ido-Ambacht, bijvoorbeeld bij het aantrekken van nieuwe bedrijven op de Antoniapolder en de promotie van bedrijvenpark Ambachtsezoom. Onderzocht is hoe deze drie instrumenten kunnen worden ingezet op de regionale Groeiagenda Drechtsteden 2030. Besloten is om alle drie de instrumenten voort te zetten en de onderlinge samenwerking te verbeteren.

 

Specifiek voor ROM-D zullen gemeenten en ROM-D samen kansenkaarten ontwikkelen met (potentiele) nieuwe projecten. Op basis van de kansenkaarten wordt vervolgens een meerjarenperspectief ontwikkeld. ROM-D doet daarbij een voorstel voor aanvullende financiering om slagvaardig bij te dragen aan de ambities van de Groeiagenda.

 

Met de evaluatie is ook besloten om de governance structuur van ROM-D te vereenvoudigen.

 

In het oog springende nieuwe projecten waarbij ROM-D momenteel bij betrokken is, zijn Nedstaal en Dolderman. ROM-D is betrokken bij het Genie- en Citadelterrein en het Waterbusplein.

 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel

 

Sturingsarrangement 3 (risicoprofiel gemiddeld)

 

 

Eneco en Stedin

Naam deelneming

Eneco Holding N.V. en Stedin Holding N.V.

Vestigingsplaats

Rotterdam

 

Rechtsvorm

 

NV

 

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

 

 

Waarborg energievoorziening

 

Financieel belang van de gemeente

De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht heeft in 2021 geen financieel belang in Eneco Holding N.V. meer. De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht bezit 22.495 aandelen in Stedin Holding N.V. (0,45%).

 

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

 

 

Als aandeelhouder

 

 

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Per 25 februari 2020 hebben alle 44 aandeelhoudende gemeenten besloten hun aandelen in Eneco Holding N.V. te verkopen. De overdracht van aandelen heeft eind maart 2020 plaatsgevonden, evenals de betaling hiervoor. Over de aanwending van deze middelen heeft de raad op 11 mei 2020 een besluit genomen. Met het verlies van dividendinkomsten is rekening gehouden.

 

De financiering van de investeringen bij Stedin Holding N.V. staan in de komende jaren onder druk door de energietransitie en een forse tariefstijging die TenneT aan netbeheerders doorberekent. Er is inmiddels een werkgroep opgestart die zich over deze problematiek buigt. In de begroting 2021 houden we rekening met een terugloop van de dividenduitkomsten uit Stedin.

Oasen

Het doel van deze deelneming is het borgen van publieke belangen met betrekking tot drinkwater.

Naam deelneming

Oasen Zuid-Holland

Vestigingsplaats

Gouda

 

Rechtsvorm

 

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Het verzorgen van drinkwater voor onze inwoners.

 

Financieel belang van de gemeente

21 van de 748 uitgegeven aandelen (3%), met een boekwaarde van € 10.000. De laatste jaren hebben wij geen dividend ontvangen.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Als aandeelhouder

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Geen bijzonderheden.

 

 

BNG

De gemeente heeft een financieel belang in de Bank Nederlandse Gemeenten.

Naam deelneming

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

Vestigingsplaats

Den Haag

 

Rechtsvorm

 

N.V.

 

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

 

De Bank Nederlandse Gemeenten, opgericht in 1914, is een bank van en voor de overheid. De bank biedt financiële diensten aan, zoals kredietverlening, betalingsverkeer en advisering. De BNG heeft de hoogste rating voor kredietwaardigheid (triple A).

 

Financieel belang van de gemeente

De gemeente heeft 25.818 aandelen (0.05%) in haar bezit, met een boekwaarde van € 59.000. In deze begroting houden wij rekening met € 63.274 aan dividendinkomsten.

 

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

 

Als aandeelhouder neemt de gemeente deel aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

 

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

 

Geen bijzonderheden

7. Bedrijfsvoering

Inleiding

Om onze bestuurlijke doelstellingen en ambities te realiseren streven wij naar een krachtige, zelfstandige organisatie. Dit blijft een belangrijk uitgangspunt uit ons coalitieprogramma. We zien dat de huidige samenleving in beweging is en zich langs nieuwe lijnen organiseert. En dat gaat ook steeds sneller. Onze inwoners worden steeds digitaler. Of deze ontwikkelingen als kans of bedreiging worden gezien, kan een interessante discussie zijn, maar de digitale transitie heeft nu al een enorme invloed op de rol van de overheid. En het is in de ogen van het college de taak van de organisatie om de (veranderende) rol van de overheid uit te dragen en te ondersteunen. Dat vraagt (soms) om andere competenties bij onze medewerkers. Daar sturen we als college ook op. En natuurlijk zorgen we ervoor dat bij die toenemende digitalisering privacy en informatiebeveiliging randvoorwaardelijk zijn. En we hebben ook de volle 100% aandacht voor onze minder digivaardige inwoners.

Personeel en Organisatie

In de jaarrekening 2019 schreven we dat een krachtige organisatie in een complexe, dynamische omgeving vooral een wendbare organisatie moest zijn. En we zijn er als college van overtuigd dat je die wendbaarheid het beste in mensen kunt organiseren in plaats van in de structuur van de organisatie. Daarom investeren we in onze mensen en de organisatie.

Vakmanschap is daarin een belangrijke waarde. Onze mensen hebben kennis van hun vakgebied, maar ook kennis van de Ambachtse gemeenschap. Onze medewerkers ontwikkelen zich blijvend gedurende hun loopbaan bij ons. Vanuit de uitgangspunten van onze strategische notitie bedrijfsvoering "Op maat verbinden" zorgen we dat we de juiste mensen binnen halen. Daarvoor is het belangrijk dat je als organisatie een aantrekkelijk werkgever bent en blijft. Ons eerste eigen lokale traineeprogramma wat in praktisch geheel 2021 nog doorloopt geeft hier mede invulling aan. Naast een kwalitatief goede instroom zorgen we ook voor een goede doorstroom. Als het mogelijk is dan laten we onze mensen binnen onze organisatie een volgende stap zetten. Op dit moment ligt ons percentage interne mobiliteit boven de 30%. Landelijk ligt dat rond de 15%. Door focus te leggen op een goede instroom en doorstroom zorgen we voor een duurzame en kwalitatief goede organisatie.

In 2021 zullen we verder werken aan de speerpunten uit de strategische nota bedrijfsvoering. Zo werken we blijvend aan een goede interne en externe samenwerking. We willen interessant blijven als werkgever. Daar zullen we in onze arbeidsmarktcommunicatie aandacht aan geven. We zorgen voor samenhang en integraliteit in onze manier van werken waardoor de verschillende beleidsterreinen elkaar zullen versterken. En we geven onze medewerkers de ruimte om oplossingen boven regels te stellen.

Informatisering

De regionale sourcingstrategie is ook dit jaar weer het belangrijkste speerpunt waar veel tijd en aandacht naar toe gaat. Nieuwe applicaties werken altijd vanuit de cloud. De kantoorautomatisering gaat dit jaar volledig over. En de reorganisatie van ICT-SCD wordt afgerond. Hiermee wordt de basis gelegd voor een nieuwe manier van werken, waarbij goed opdrachtgeverschap van belang is. De veranderingen in de kantoorautomatisering brengen nieuwe mogelijkheden met zich mee en voorzien in de toenemende behoefte van digitale afstemming, niet alleen intern maar vooral ook met inwoners en bedrijven.

Facilitair

In 2020 vinden de gebruikelijke vervangingen en onderhoud plaats. Hierbij wordt rekening gehouden met het (tijdelijk) gewijzigde gebruik van het gebouw door coronamaatregelen.

Communicatie

Deze begrotingsperiode ligt het accent in de communicatie op ontwikkelingen, die de komende jaren een grote invloed zullen hebben op de directe leefomgeving en het welzijn van de Ambachters. Voorbeelden zijn het preventieplan sociaal domein, de regionale energiestrategie, de omgevingsvisie en het mobiliteitsplan. Het thema duurzaamheid raakt vrijwel alle beleidsterreinen – afval/grondstoffen, biodiversiteit, klimaatadaptatie, fair trade gemeente, inclusieve samenleving - dus dat blijft een belangrijk aandachtspunt in de communicatie. Andere in het oog springende projecten zijn het centrumgebied, circulair bedrijvenpark Ambachtsezoom en Antoniapolder/Noordoevers.

Overhead

Op grond van art 12b van de verordening art 212 van onze gemeente, hebben we met betrekking tot de overhead ervoor gekozen deze bij de grex'en wél in rekening te brengen en bij de investeringen niet (tenzij levering aan derden, zoals CAI). De overhead wordt berekend over de directe kosten van personeel en ingeleend personeel. Vanwege de reeds bestaande samenwerkingsovereenkomst met Zwijndrecht geldt voor De Volgerlanden een aparte regeling voor de managementkosten. Voor de kostprijs van rechten en heffingen geldt dat we de overhead niet boeken, maar de overhead in de verplichte dekkingsopstelling voor de tarieven wél meetellen. Zie de paragraaf lokale heffingen.