Meer
Publicatiedatum: 16-10-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

1. Weerstandsvermogen en risicoparagraaf

Inleiding

Voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente zijn niet alleen de cijfermatige gegevens van belang die in deze begroting worden gepresenteerd. Het college wil ook inzicht geven in de risico’s die niet in de begroting kunnen worden verwerkt. Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en de weerstandscapaciteit om die risico’s op te vangen.

Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als het vermogen om financiële risico’s op te kunnen vangen. De weerstandsratio wordt gedefinieerd als weerstandscapaciteit gedeeld door de omvang van de risico’s.

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit algemene reserves en onbenutte belastingcapaciteit. Bestemmingsreserves en voorzieningen zijn in feite niet vrij beschikbaar. Vanwege deze beperkingen wordt slechts de Algemene reserves ingezet als component voor de weerstandscapaciteit.

Onbenutte belastingcapaciteit

De onbenutte belastingcapaciteit richt zich op de gemeentelijke heffingen: de OZB, de afvalstoffenheffing, het reinigingsrecht en het rioolrecht. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer het gemeentelijke OZB-tarief lager is dan het normtarief voor artikel 12-gemeenten en/of wanneer de ander genoemde tarieven niet kostendekkend zijn. Voor een toelichting op de kostendekkendheid wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen.

 

Weerstandscapaciteit (x 1.000) 1-1-2018 1-1-2019 Per inwoner
       
Algemene reserves 15.942 19.653 1
Incidenteel beschikbaar 15.942 19.653 1
       
Beschikbaar voor "Onvoorzien" 25 25 1
       
Onbenutte belastingcapaciteit      
       
Afvalstoffenheffing 492 785 26
Riolering 0 0 0
OZB      
Opbrengst volgens art. 12 norm 6.747 6.747 220
Opbrengst volgens tarief HIA 5.271 5.271 171
Vrije ruimte 1.968 2.261 74
       
Marktgelden 55 20 1
Begraafplaatsen 117 0 0
Wabo 859 1.255 41
Burgerzaken 415 578 19
overige leges 111 181 6
Totaal vrije ruimte belastingen 3.526 4.295 140
       
Totaal weerstandsvermogen 19.493 23.973 141
(Incidenteel + Structureel)      

Risicobeleid

In de nota reserves en voorzieningen 2011 is het beleid voor het gewenste weerstandsvermogen vastgesteld. Voor de bepaling van het gewenste niveau van het weerstandsvermogen is inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit als gevolg van risico’s noodzakelijk.

De doelstellingen voor risicomanagement zijn:

  • tijdig inzicht krijgen in de risico’s en het beheersen van deze risico’s
  • beperken van de gevolgen van risico’s;
  • het risicobewust maken, ter voorkoming van risico’s of het beperken van de gevolgschade;
  • beoordeling van het weerstandsvermogen in het kader van de BBV.


Definitie: In dit kader gaat het om financiële risico’s: de mogelijkheid dat zich een gebeurtenis voordoet die de middelen voor het realiseren van onze doelen positief of negatief beïnvloedt. Het risico wordt daarbij nader geconcretiseerd door middel van “kans x impact”.

Risico´s met een regulier/structureel karakter moeten van structurele maatregelen worden voorzien, zoals het afsluiten van verzekeringen, het treffen van voorzieningen, het inrichten van de administratieve organisatie, het aanpassen van beleid en de begroting etc. Tegenvallers met een structureel karakter kunnen incidenteel opgevangen worden met het weerstandsvermogen, maar moeten van structurele maatregelen worden voorzien. Exploitatierisico´s die samenhangen met de recessie worden daarom (incidenteel) gerekend tot de risico´s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen: het risico op lagere rijksbijdragen, bijstandsverlening, bouwleges etc., maar moeten structureel worden aangepakt. De bepaling van risico’s is altijd een momentopname en moet daarom regelmatig worden herijkt (liefst binnen de P&C cyclus).

Bij de inventarisatie van de risico’s in deze paragraaf betreft het de actuele risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen, dit zijn risico’s:

  • die niet op een andere manier zijn te ondervangen;
  • die een financieel nadelig gevolg kunnen hebben;
  • die relevant zijn (lees: risico van materieel belang);
  • die met redelijke zekerheid zich gaan voordoen en
  • niet direct beïnvloedbaar zijn.


Voor de inventarisatie van de risico’s gelden de volgende criteria:

  • In het kader van het weerstandsvermogen zijn in principe alleen de financiële risico’s van toepassing waarvoor vooralsnog geen of onvoldoende beheersmaatregelen aanwezig zijn.
  • Voor invulling van het begrip ‘risico van materiële betekenis’ is gekozen voor een norm van 0,5% van de totale uitgaven van de gemeente, t.w. € 0,3 mln. Dus richten we ons op risico’s die redelijkerwijs een financiële impact kunnen hebben van € 0,3 miljoen of meer. Door clustering van een aantal kleinere risico’s binnen een programma, kan eventueel al te rigide hantering van het materialiteitsbegrip worden ondervangen.
  • Voor de beschouwing van de risico’s wordt een tijdshorizon gehanteerd van 4 jaar.

 

De risicoberekening

Per risico wordt op hoofdlijnen toegelicht wat het risico inhoudt. Vervolgens vindt op basis van de beschikbare informatie een inschatting plaats over de omvang van het risico en de mate van zekerheid dat het risico zich gaat voordoen. De mate van zekerheid wordt geduid met laag (30%), gemiddeld (50%) en hoog (80%). Daarnaast wordt bezien of het risico structurele of incidentele gevolgen heeft. Daar waar er structurele gevolgen zijn, moeten structurele beheersmaatregelen genomen worden als dit risico zich voordoet,. Eventuele incidentele gevolgen kunnen afgezet worden tegen incidentele beheersmaatregelen (onder andere de reserves).

Risico verbonden partijen

Wij zijn eigenaar van een aantal verbonden partijen, daardoor lopen wij indirect ook risico's. Voor onze grote verbonden partijen maken we een inschatting welk risico wij als eigenaar in onze eigen risicoparagraaf moeten opnemen.

  • De GRD kent een totaal van inwonerbijdragen van 277 miljoen en eigen vermogen van 4 miljoen. Onze bijdrage is circa 14 miljoen (5,2%) en 10 miljoen na aftrek doeluitkering inkomensvoorziening.
  • OZHZ kent een omzet van 27 miljoen met een eigen vermogen van 2,9 miljoen, onze bijdrage is circa 4 ton (1,5%).
  • De VRZHZ heeft een omzet van 40 miljoen, eigen vermogen 7 miljoen en onze bijdrage is circa 1,7 mln (4,4%).
  • Dienst Gezondheid & Jeugd heeft een omzet van 124 miljoen (excl RAV) en een eigen vermogen van 3 mln. Onze inwonerbijdrage is zo’n 6,4 mln (5,2%).
  • Drechtwerk kent een totale omzet van zo’n 48 miljoen en een eigen vermogen van 1,2 miljoen, onze bijdrage is circa 2 ton (3,9% van de inwonerbijdragen).

De risico’s zijn in de begrotingen van voornoemde partijen niet altijd gekwantificeerd en zeker niet opgeteld tot een gewogen gemiddelde o.i.d. Inhoudelijk zijn vele risico’s gerelateerd aan rijksmaatregelen en/of decentralisaties, m.n. op het gebied van sociale zekerheid / werkvoorziening. Hierbij moet in ogenschouw worden genomen dat wij voor de drie decentralisaties een risicovoorziening van €1,5 miljoen hebben gevormd. Extra aandacht gaat daarbij uit naar de (prognose van de) tekorten op de inkomensvoorziening bij de GRD/SDD en de verwachte tekorten bij de Serviceorganisatie van de DG&J. Voor de bepaling van ons risico wordt daarom met name onze bijdrage als vertrekpunt gehanteerd. Hierbij gaat bijna de helft onze bijdrage aan verbonden partijen naar de SDD, die voor een flink deel uit doeluitkeringen wordt bekostigd.

Conclusie verbonden partijen

Wanneer we uit gaan van een maximaal risico van 10% van onze (netto)bijdrage resulteert een cumulatief bedrag van ongeveer € 1,9 miljoen (i/s) met een hoge kans van optreden (80%). Beheersmaatregel: Actief bewaken in de ambtelijk en bestuurlijke overlegvormen.

Risico Grondexploitaties

Voor de Grondbedrijf complexen geldt dat het niet alleen om negatieve, maar ook om positieve risico’s gaat. De begrote  eindwaarde door marktrisico kan immers zowel nadeliger als voordeliger uitvallen dan de prognose. Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden tot bijsturing, bijvoorbeeld in tempo, programmering etc. Ook eventuele subsidies kunnen een positief risico met zich meebrengen. Jaarlijks worden de risico’s van de lopende grondexploitaties ter kennisname aan de raad voorgelegd in de geactualiseerde GREX’en. In geval van een voorzien verlies wordt een 'voorziening' gevormd. Voor de algemene en specifieke risico’s is een algemene reserve Grondbedrijf gevormd (en een 'voorziening' voor ons aandeel in het voorziene verlies De Volgerlanden). Grondexploitaties kennen algemene risico’s zoals rente- en prijsmutaties, tijdsplanningen en afzetrisico’s aan de ene kant  en specifieke projectrisico’s aan de andere kant. Bovendien geldt dat in zo’n grex op basis van onderzoek zo goed mogelijk en enigszins voorzichtig wordt geraamd zodat zowel voor- als nadelen kunnen optreden. Voor een uitgebreide toelichting op de grex'en en risico’s wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid en de grex'en zelf.

Volgerlanden:

Deze grex kent een negatief verwacht saldo op eindwaarde dat door  een voorziening is afgedekt. Op basis van de laatste actualisatie en  door de risicobeheersings¬methodiek die we hanteren, is voor de korte termijn (3 jaar) met 90% zekerheid een risicobuffer van 4,4 miljoen afdoende. Daarnaast is in de gemaakte afspraken met de gemeente Zwijndrecht opgenomen dat van het eventuele exploitatietekort tot € 20 miljoen beide partijen ieder de helft voor hun rekening nemen. Het bedrag dat boven de € 20 miljoen uitkomt, komt voor 2/3 deel voor rekening van Hendrik-Ido-Ambacht en 1/3 deel voor rekening van Zwijndrecht.

Ambachtsezoom

De grex 2018 fase 1 kent een maximale risicobuffer van 1,7 miljoen (met 90% zekerheid). Voor fase 1a geldt een minimaal risico van 0,05 miljoen.


Conclusie grondexploitaties

Voor de bepaling van het gecombineerde risico moet ook rekening worden gehouden met het nog niet in de boeken opgenomen positieve resultaat Ambachtsezoom. Ons aandeel in het risico Volgerlanden plus het risico Ambachtsezoom, minus het positieve resultaat Ambachtsezoom resulteert in een gecombineerd risico van 1,8 miljoen met een gemiddelde kans van optreden (50%).

Risico Algemene uitkering en doeluitkering / decentralisaties

De effecten van rijksmaatregelen zijn voor de middellange termijn allerminst zeker. De macro-economische ontwikkelingen zijn moeilijk te voorspellen, laat staan de bestuurlijke vertaling door het Rijk naar de uitkeringen voor gemeenten en/of verdeelmodellen. Dat geldt in het bijzonder voor de drie grote decentralisaties. Vanaf 1 januari 2015 zijn de drie decentralisaties Jeugdhulp (inclusief Passend Onderwijs), WMO en Participatiewet doorgevoerd. Voor de decentralisaties met hun kortingen zijn de effecten zorgwekkend. Ook de herverdelingen kunnen voor een individuele gemeente zowel positief als negatief uitpakken (het objectieve verdeelmodel). We zullen dit de komende periode actief monitoren.

Voor deze onderdelen geldt dat ze op basis van solidariteit worden opgepakt, zodat voor- en nadelen in eerste instantie op regionaal niveau worden vereffend. Bovendien worden de risico's van Verbonden Partijen ook al hiervoor meegenomen. En de gemeente heeft een algemene risicoreservering ingesteld voor deze taken met een huidig saldo van € 1,5 miljoen. In deze risicoparagraaf wordt voor deze onderdelen rekening gehouden met een rest risico van 10% van onze bijdragen.


Conclusie algemene- en doeluitkeringen

In onze Kadernota wordt zo goed mogelijk geanticipeerd op rijksplannen (taakstellingen). Dat geldt ook voor eventuele herverdelingseffecten. Voor deze risicoparagraaf houden we rekening met een nadelig restrisico ter grootte van 3% van ons taakveld Algemene Uitkering. Dit  is € 1,04 miljoen met een gemiddelde (50%) kans van optreden. Beheersmaatregelen: Actief volgen en indien noodzakelijk maatregelen nemen tot bijsturing, met name bij Kadernota of begroting.

Recapitulatie

Omdat de risico's van verbonden partijen en rijksuitkeringen semi structureel zijn worden deze tweemaal meegeteld in de hierna opgenomen totaal telling.

SAMENVATTING (x €1.000) 2018 2019

Programma 1 - Sociaal, Welzijn en Educatie

Verbonden partijen

2.880 3.040

Programma 2 - Ruimtelijke Ordening, Economie en Wonen

Grondexploitaties

0 900
Algemene uitkering en overige rijksbijdragen 1.100 1.040
Totaal risico's 3.980 4.980
Weerstandscapaciteit 19.493 23.973
Weerstandsratio 4,9 4,8

Financiële kengetallen in relatie tot de financiële positie

Hierna wordt een overzicht gegeven van financiële kengetallen. Voor de onderlinge vergelijkbaarheid zijn deze sinds 2015 voor alle gemeenten verplicht voor. Zoals bekend is onze schuldquote door onze relatief grote grondexploitatie Volgerlanden hoog. Maar in dit soort getallen komt de deelname in het risico door gemeente Zwijndrecht niet tot uitdrukking. Tegelijkertijd is zichtbaar dat door ons voorzichtige, solide financieel beleid de trend van alle financiële kengetallen positief is, dat geldt ook voor onze hiervoor berekende weerstandsratio.

Wanneer we de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie bekijken, kunnen we concluderen dat de gemeente financieel gezond is.

 

KENGETALLEN (x € 1.000) 2019 2020 2021 2022
Recapitulatie        
Netto schuldquote 202% 190% 162% 142%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen 193% 183% 156% 135%
Solvabiliteitsratio 16% 16% 17% 19%
Grondexploitatie 122% 114% 92% 72%
Structurele exploitatieruimte -1% 1% 1% 1%
Belastingcapaciteit 112% 112% 112% 112%
         
1A. Netto schuldquote        
Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 117.500 115.500 105.300 92.900
Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 36.420 33.176 30.654 24.683
Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 5.000 5.000 5.000 5.000
Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e, f en g) 0 0 0 0
Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 7.500 7.500 7.500 7.500
Liquide middelen (cf art. 40 BBV) 500 500 500 500
Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) 3.000 3.000 3.000 3.000
Totale baten (excl. mutaties reserves) 73.061 75.070 80.052 78.753
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 202% 190% 162% 142%
NB 69 mln geldleningen Volgerlanden        
         
1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen        
Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 117.500 115.500 105.300 92.900
Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 36.420 33.176 30.654 24.683
Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 5.000 5.000 5.000 5.000
Financiële activa (cf. art. 36 lid b, c, d, e, f en g) 7.196 5.452 5.378 5.301
Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 7.500 7.500 7.500 7.500
Liquide middelen (cf art. 40 BBV) 500 500 500 500
Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) 3.000 3.000 3.000 3.000
Totale baten (excl. mutaties reserves) 73.061 75.070 80.052 78.753
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte 193% 183% 156% 135%
leningen (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%        
         
2. Solvabliteitsratio        
Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV) 31.802 30.641 30.393 30.095
Balanstotaal 194.876 188.690 175.869 157.313
Solvabiliteitratio (A/B) x 100% 16% 16% 17% 19%
         
3. Kengetal grondexploitatie        
Niet in exploitatie genomen bouwgronden (art. 38a) 0 0 0 0
Bouwgronden in exploitatie (cf. art.38 lid b BBV) 88.959 85.912 73.813 56.562
Totale baten (excl. mutaties reserves) 73.061 75.070 80.052 78.753
Grondexploitatie (A+B)/C x 100% 122% 114% 92% 72%
         
4. Structurele exploitatieruimte        
Totale structurele lasten excl reserves en incidenteel 72.924 74.373 79.737 77.908
Totale structurele baten excl reserves en incidenteel 72.092 75.070 80.052 78.753
Totale structurele toevoegingen aan reserves (tabel 7) 6 6 6 6
Totale structurele onttrekkingen van reserves (tabel 7) 287 286 288 289
Totale baten excl mutaties reserves 73.061 75.070 80.052 78.753
Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E -0,8% 1,3% 0,7% 1,4%
         
5. Belastingcapaciteit        
OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 304 304 304 304
Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 180 180 180 180
Afvalstoffenheffing voor een gezin 326 326 326 326
Eventuele heffingskorting 0 0 0 0
Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 810 810 810 810
Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 721 721 721 721
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor 112% 112% 112% 112%

 

2. Financiering

Inleiding

De financieringsfunctie van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht dient uitsluitend de publieke taak. Het beleid valt binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Centraal in deze wet staan transparantie en risicobeheersing. Om inzicht te geven in de wijze waarop de gemeente dit doet en beeld te geven van de stand van zaken wordt in deze paragraaf ingegaan op het risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financierings- en schuldpositie, het kasbeheer en de informatievoorziening.

Algemeen

Het Financieringsstatuut van 8 december 2015 vormt het kader voor beleid en uitvoering van de treasuryfunctie. Afhankelijk van de hoogte en verwachte duur van het liquiditeitstekort of –overschot wordt vermogen aangetrokken of uitgezet bij de Schatkist. Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat de kasgeldlimiet optimaal benut wordt en dat zoveel mogelijk met kort vermogen wordt gewerkt. Benadrukt wordt dat de financieringsfunctie van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht uitsluitend de publieke taak dient en dat een voorzichtig beleid gevoerd wordt binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido).

Binnen de financiële functie van de gemeente is het van belang om onderscheid te maken tussen treasury- en de controlfunctie. Treasury zorgt voor de beschikbaarheid van geldmiddelen; de controlfunctie is belast met het toezicht en de bewaking van de aanwending ervan. Vanuit deze rollen is de focus bij treasury gericht op feitelijke in- en uitgaande kasstromen, terwijl de controlfunctie veelal redeneert in termen van baten en lasten. In deze paragraaf staan de kas- en financieringsstromen centraal.

Rente ontwikkelingen

De rente heeft nog steeds een laag niveau.

De rente voor 1-maandskasgeldleningen is al vele jaren negatief. Ook voor 2019 wordt nog geen stijging tot boven de 0% verwacht. In juni 2018 heeft de Europese Centrale Bank (ECB) besloten dat het opkoopprogramma wat in maart 2016 is gestart, bij ongewijzigde omstandigheden, tot eind 2018 wordt voortgezet. Daarnaast blijven de huidige lage rentetarieven waartegen de banken hun geld bij de ECB kunnen stallen, tot medio 2019 van kracht.

De rente voor 10-jarige staatsleningen schommelt vanaf januari tot juli 2018 tussen de 0,85% en 1,05%. De marktverwachting is dat de kapitaalmarktrente het komend jaar zal stijgen tot ongeveer 1,30% medio 2019.

Vanuit Treasury SCD vindt monitoring van de renteontwikkelingen plaats en waar nodig wordt in samenspraak met de gemeente gehandeld.

Het afgelopen jaar heeft de renteontwikkeling het volgende beeld laten zien:

 

 


In onderstaande tabel wordt de renteverwachting van een aantal grootbanken voor het komend jaar weergegeven.

Tabel 1 Rentevisie

Renteverwachtingen komend jaar (rentevisie)      
Omschrijving tijde van opstelling begroting 2019 verwachting grootbanken van stand over 1 jaar Toe-/afname
Korte rente (3-maands Euribor), ca. -0,33% -0,28% 0,05%
Lange rente (10-jaars IRS), ca. 0,88% 1,30% 0,42%
Spread 1,21% 1,58% 0,37%


Banken berekenen bij het verstrekken van langjarige financiering opslagen op de in voorgaande tabellen genoemde IRS-niveaus. Voor bijvoorbeeld een 10-jaars lening bedraagt deze opslag nu circa 0,10%.

Renterisico's

Renterisico’s worden vanuit de Wet fido beoordeeld op de korte en op de langere termijn.

Renterisico op de korte schuld: de kasgeldlimiet

Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de gemeente met kortlopende middelen (korter dan 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Voor 2019 kan de kasgeldlimiet voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht als volgt worden bepaald:

Berekening kasgeldlimiet 2019: Bedragen x € 1.000
Begrotingstotaal 2019  € 73,569 miljoen
Relevant percentage 8,5%
Kasgeldlimiet € 6,253 miljoen


De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht verwacht in 2019 binnen de kasgeldlimietruimte te opereren. Oogmerk van het saldobeheer is om de limietruimte optimaal te benutten.

De te betalen rente voor de korte financiering is in de begroting 2019-2022 voor alle jaren geraamd op 1%.

Renterisico op de langlopende schuld: de renterisiconorm

De Wet fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar.

Met de renterisiconorm biedt de Wet fido een richtlijn om renteaanpassingen van leningen goed in de tijd te spreiden. Het doel van deze norm is het voorkomen van veel renteherzieningen in een jaar waarbij een hoog renteniveau tot problemen zou kunnen leiden. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm per jaar niet meer zijn dan 20% van het begrotingstotaal.

Volgens voorschrift van de geactualiseerde Wet fido wordt het renterisico in onderstaande tabel voor de komende vier jaren bepaald, terwijl de renterisiconorm alleen betrekking heeft op het totaal van de begroting van het komende jaar.

Berekening renterisiconorm     Bedragen x €1.000  
Renterisico's 2019 2020 2021 2022
Renteherzieningen € - € - € - € -
Aflossingen € 14.000 € 14.200 € 16.400 € 18.933
Renterisico € 14.000 € 14.200 € 16.400 € 18.933
         
Berekeningen renterisiconorm        
Begrotingstotaal 2019 € 73.569      
Percentage regeling 20%      
Renterisiconorm 2019 € 14.714      
         
Toetsing renterisico aan norm:        
Renterisico € 14.000      
Renterisiconorm € 14.714      
Ruimte -€ 714      


Uit deze tabel blijkt dat de gemeente in 2019 binnen de renterisiconorm blijft.

Financieringspositie

De totale gemeentelijke langlopende leningenportefeuille valt in twee delen uiteen, te weten een deel voor de Algemene Dienst en een deel voor De Volgerlanden. Op grond van de liquiditeitenplanning wordt voor 2019 het volgende verloop van de leningenportefeuilles verwacht:

Verwacht verloop leningenportefeuilles 2019        
    BIJ: AF:  
Portefeuille Stand per 1-1-2-19 Nieuwe lening 2019 Aflossing 2019 Stand per 31-12-2019
Algemene Dienst € 49.500 € 4.000 € 4.000 € 49.500
De Volgerlanden € 68.000 € 8.000 € 10.000 € 66.000
Totaal € 117.500 € 12.000 € 14.000 € 115.500


Voor de Algemene Dienst moeten we € 4 miljoen aan nieuwe leningen aantrekken en voor De Volgerlanden € 8 miljoen. De leningen voor de Algemene Dienst zullen een lineair karakter hebben. Deze leningen zijn grotendeels nodig voor het financieren van het investeringsplan.

De leningen voor De Volgerlanden blijven fixe (aflossingsvrij) omdat deze een sterke relatie hebben met de grondverkopen.

Kredietrisico's

Kredietrisicobeheersing richt zich op de kredietwaardigheid (en dus risicoprofiel) van de tegenpartijen bij financiële transacties. Kredietrisico’s kunnen worden gelopen vanuit uitzettingen of uit verleende garanties.

Uitzettingen

Onder uitzettingen worden verstaan verstrekte leningen en beleggingen. We verwachten dat de stand per eind 2019 zal zijn:

Leningen aan woningcorporaties € 0,1 mln
Woningfinancieringen gemeentepersoneel + startersleningen € 3,6 mln
Lening aan ROM-D € 0,5 mln
Lening aan VR ZHZ € 1,3 mln
Totaal € 5,5 mln


In 2003 besloot de gemeenteraad dat het verstrekken van geldleningen aan plaatselijke instellingen geen gemeentelijke taak is. Voor zover passend binnen de vastgestelde kaders kunnen dergelijke instellingen gebruik maken van het gemeentelijke garantiebeleid.

Garantstellingen

De gemeente loopt naast kredietrisico op uitzettingen,  ook risico op de geldleningen waarover een garantstelling is verstrekt. Naar verwachting bedraagt de totale restantschuld van de gegarandeerde geldleningen per eind 2019 € 112,0 miljoen. Dit kan als volgt worden gespecificeerd:

Woningbouw (direct) € 2,1 mln
Woningbouw (vanuit WSW-achtervang) € 101,7 mln
Overig  € 8,2 mln
Totaal € 112,0 mln


De borgstellingspositie die voortvloeit uit de achtervang in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) bedraagt circa 90% van het totaal geborgde volume. Aan deze achtervangpositie, ook wel aangeduid als indirect kredietrisico, is een relatief laag risicoprofiel verbonden.

De achtervangafspraken tussen WSW en de gemeenten bepalen dat WSW de gemeenten zodanig informeert dat zij vanuit hun achtervangpositie redelijkerwijs hun financiële belangen kunnen bewaken. Daartoe verstrekt het WSW jaarlijks de nodige informatie.

De overige borgstellingen zijn te kenmerken als directe gemeentelijke kredietrisico’s. De grootste hiervan betreft een aansprakelijkheid voor de financieringsportefeuille van HVC waaraan een bedrag van € 8,2 miljoen verbonden is.

Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico is het risico dat de gemeente vanwege een tekort aan geldmiddelen niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is dit risico beperkt, onder meer door een kredietlimiet van € 22 miljoen die met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is overeengekomen. Uit kostenoverwegingen bekijken we in het najaar van 2018 in hoeverre deze limiet kan worden verlaagd.

Debiteurenrisico

Het debiteurenbeleid is gericht op het beperken van de uitstaande debiteurenomvang. Door reguliere aanmaningsrondes, invorderingsacties en inning door middel van automatische incasso worden de risico’s beperkt gehouden.

Kas- en saldobeheer

De inrichting van het betalingsverkeer en de saldoregulatie wordt verzorgd vanuit het Servicecentrum Drechtsteden. De gemeente was, is en blijft daarbij overigens eigenaar van de betreffende bankrekeningen. De gemeente onderhoudt contacten met de BNG en Rabobank.

Een hulpmiddel bij de saldoregulatie èn voor het eventueel opnemen van langjarige financiering is de meerjarige liquiditeitenplanning. Deze is door het SCD in nauw overleg met de gemeente  opgezet. Deze planning wordt periodiek geactualiseerd op grond van nieuwe informatie of inzichten rond bijvoorbeeld investeringen en grondexploitaties. Op basis van de meest actuele planning wordt voor 2019 voorzien dat in totaal voor € 12 miljoen aan nieuwe leningen moeten worden afgesloten.

Schatkistbankieren

Bij het gemeentelijk saldobeheer moeten we de voorschriften rond Schatkistbankieren in acht nemen. Onder deze regeling stallen gemeenten tijdelijk overtollige geldmiddelen bij het Ministerie van Financiën, rekening houdend met een drempelbedrag. Het drempelbedrag wordt als volgt berekend:

Berekening drempelbedrag SKB 2019:  
Begrotingstotaal € 73,569 miljoen
Relevant percentage 0,75%
Drempelbedrag (afgerond) € 549.518

Wanneer de gemeente het drempelbedrag overschrijdt moet  het meerdere afgestort  worden in de Schatkist van het Rijk. Over dit saldo wordt op dit moment geen rente vergoed.

Informatievoorziening

Met het Servicecentrum Drechtsteden vindt regelmatig overleg plaats over de voortgang en uitvoering van de treasuryzaken, met name over de liquiditeitenplanning en eventuele financieringsmogelijkheden. Vanwege de grote rol van De Volgerlanden in de gemeentelijke kasstromen wordt ook de planeconoom daarbij betrokken.

3. Lokale heffingen

Inleiding

Lokale heffingen kunnen we onderscheiden in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk binnen het werkterrein van de gemeente worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en precariobelasting. Deze heffingen zijn niet verbonden aan een inhoudelijk programma en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen.

Deze paragraaf heeft betrekking op beide heffingen. In het vervolg gaan wij achtereenvolgens in op:

  • Ontwikkelingen en rijksbeleid
  • Overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen
  • Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)
  • Overige lokale heffingen
  • Kwijtscheldingen

Ontwikkelingen en rijksbeleid

Verruiming gemeentelijk belastinggebied

Al enige tijd wordt in deze paragraaf lokale heffingen in zowel de begroting als jaarrekening aandacht besteed aan de verruiming van het gemeentelijk belastinggebied. Ook nu wordt weer een laatste stand van zaken gegeven.

Al vele jaren bepleit de VNG, maar ook de Raad voor de financiële verhoudingen en de Raad van State, een uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied. Deze uitbreiding houdt in dat gemeenten meer inkomsten uit de eigen belastingheffing krijgen en tegelijkertijd minder uitkeringen van het Rijk ontvangen. Het gevolg hiervan zal zijn dat er meer verschillen tussen gemeenten ontstaan doordat de verschillende gemeenteraden lokaal andere afwegingen maken tussen inkomsten en uitgaven.

Per saldo hoeft een uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied niet tot stijging van de belastingdruk te leiden. Door de vermindering van de uitkeringen van het Rijk aan gemeenten heeft het Rijk minder uitgaven en kunnen de rijksbelastingen omlaag. De uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied zal wel leiden tot verschuiving van belastingdruk tussen individuele burgers en bedrijven. Gemeenten heffen de belastingen immers naar andere maatstaven dan het Rijk doet en de tarieven zullen per gemeente verschillen.

In het meest recente regeerakkoord (oktober 2017) is niets opgenomen over een uitbreiding van het lokaal belastinggebied. Op 14 februari 2018 ondertekenden het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen echter een Interbestuurlijk Programma (IBP) met bijbehorende gezamenlijke agenda. Over de fiscale thema’s zijn daarbij de volgende procesafspraken gemaakt:

  • Decentrale belastingstelsels hebben regulier onderhoud nodig om in goede staat te blijven en toekomstbestendig te zijn. Rijk en medeoverheden gaan aan dit onderhoud werken en verkennen daarnaast de mogelijkheden die decentrale belastingstelsels bieden om de realisatie van gezamenlijke ambities te faciliteren.
  • We spreken af om eventuele knelpunten in de fiscale regelgeving, op het niveau van zowel de rijksoverheid als de medeoverheden, te inventariseren die belangrijke doelstellingen van Rijk en medeoverheden in de weg staan (bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en de circulaire economie). En of er oplossingen kunnen worden geboden, met inachtneming van bestaande wet- en regelgeving.

Hiermee staat de deur naar een uitbreiding van het lokale belastinggebied toch weer op een kier.

Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten

Onderstaande tabel geeft een overzicht met de geraamde opbrengst voor 2019 en 2018, evenals de verantwoorde opbrengsten over 2017. Wij merken op dat de verschillen tussen 2019 ten opzichte van 2018 geen indicatie geven van de stijging of daling van de tarieven, maar van de totale opbrengst. Factoren zoals areaaluitbreiding spelen hierbij een belangrijke rol.

Bedragen x €1.000 Rekening 2017 Begroting na wijziging 2018 Begroting 2019 Mutatie 2019 t.o.v. 2018
Algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen)        
Onroerendezaakbelasting 5.237 5.175 5.271

96

Hondenbelasting 149 151 155 4
Precariobelasting 524 524 522 -2
Subtotaal 5.910 5.850 5.948 98
         
Gebonden heffingen        
Afvalstoffenheffing 3.414 3.471 3.604 133
Rioolheffing 2.126 2.167 2.209 42
Lijkbezorgingsrechten 570 478 509 31
Bouwleges 704 434 426 -8
Overige leges 761 571 471

-100

Marktgeld 45 44 45 1
Subtotaal 7.620 7.165 7.264 99
TOTAAL 13.530 13.015 13.212 197

 

 

 

 


In het begrotingsjaar is circa 20% van de inkomsten afkomstig uit lokale heffingen. De lokale heffingen vormen daarom een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente.

Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)

Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen het grootste deel van de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk.

In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van gemiddelde WOZ-waarde (de basis voor het berekenen van de OZB-aanslag) en de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens weergegeven over de laatste vier jaren. Hier zijn voor de afvalstoffen- en de rioolheffing de tarieven opgenomen die voor dat jaar gelden. De gemiddelde woonlast OZB is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage. In de kolom 2019 zijn de gevolgen van de belastingvoorstellen verwerkt.

  2015 2016 2017 2018 2019
Gemiddelde WOZ-waarde 208.00 215.000 221.000 232.000 --
OZB-eigenaar 305,97 309,17 306,75 299,74 304,23
Afvalstoffenheffing 315,12 315,12 315,12 321,36 326,16
Rioolheffing eigenaar 117,36 120,84 120,84 120,84 122,64
Rioolheffing gebruiker 54,48 56,16 56,16 56,16 56,88
Ontwikkeling lastendruk 793 801 799 798 810
% stijging t.o.v. vorig jaar   1,1% -0,3% -0,1% 1,5%


Bij de berekening van de woonlasten voor 2019 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.

Onroerendezaakbelasting +1,5%
Afvalstoffenheffing +1,5%
Rioolheffing +1,5%


Deze belastingen zijn verhoogd met de inflatie.

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de gemiddelde woonlasten in 2019 met 1,5% stijgen ten opzichte van het jaar ervoor.

Hieronder treft u per heffing een toelichting aan.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)
De OZB genereert veruit het grootste deel van de gemeentelijke belastingopbrengst. De OZB bestaat uit drie verschillende belastingen: een eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De raad bepaalt met het vaststellen van de begroting de totale opbrengst van deze heffing.

Om onevenredige stijging van de collectieve lastendruk te voorkomen, heeft het Rijk een beperking ingesteld op de stijging van de OZB-tarieven: de macronorm. Deze norm houdt in dat de opbrengst van de OZB van alle gemeenten samen niet meer mag stijgen dan de reële trendmatige groei van het bruto binnenlands product plus de prijsontwikkeling. Voor 2019 is dit 4%. De macronorm is al langer onderwerp van discussie. In het Bestuurlijk overleg financiële verhouding van 23 mei 2018 is afgesproken om een vervolgonderzoek in te stellen naar de invulling van het alternatief voor de macronorm ozb.

De percentages voor 2018 kunnen pas worden berekend wanneer de stijging of daling van de WOZ-waarden bekend zijn. Deze zijn op dit moment onvoldoende bekend. De verwachte stijging van de waarde van de woningen, leidt tot aanpassing van het tarief. Hierdoor geeft een stijging van de waarde, geen stijging van de belastingen.

Met de jaarlijkse voorstellen tot wijziging van de belastingverordeningen, worden de nieuwe tarieven voorgelegd. Op dat moment zijn de stijgingen van de WOZ-waarden bekend en kan het nieuwe tarief berekend worden. Om de ontwikkeling van de tarieven te laten zien, zijn hieronder de tarieven van afgelopen jaren opgenomen.

 

  2015 2016 2017 2018 2019
Eigenaar woning 0,1471 0,1438 0,1388 0,1292  
Eigenaar niet-woning 0,2860 0,2773 0,2661 0,2579  
Gebruiker niet-woning 0,2273 0,2227 0,2136 0,2073  


Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval te dekken. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval.

De afvalstoffenheffing is niet kostendekkend. Dit blijkt uit onderstaande berekening.

7.3 Afval  
Berekening kostendekkendheid  
Kosten taakveld incl kwijtschelding 3.795.482
Inkomsten excl. heffingen -87.152
Netto kosten taakveld 3.708.330
   
Overige toe te rekenen kosten:  
Overhead 82.208
b.t.w. 598.426
Totale kosten (a) 4.388.964
Opbrengst heffingen (b) 3.604.000
   
Dekking (b/a*100) 82%


De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (x € 1):

  2015 2016 2017 2018 2019
Meerpersoons 315,12 315,12 315,12 321,36 326,16
Eenpersoons 221,76 221,76 221,76 226,20 229,56
Stijging   0,0% 0,0% 2,0% 1,5%


Rioolheffing

Met ingang van 2010 hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om de kosten voor het hemel- en grondwater en het afvalwater te verhalen via de rioolheffing. Welke kosten via de rioolheffing worden verhaald wordt in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld.

Dit gebeurt kostendekkend, zoals blijkt uit onderstaande berekening.

7.2 riool  
Berekening kostendekkendheid  
Kosten taakveld incl kwijtschelding

1.890.557

Inkomsten excl. heffingen 0
Netto kosten taakveld 1.890.557
   
Overige toe te rekenen kosten:  
Overhead 214.443
b.t.w. 104.263
Totale kosten (a) 2.209.263
Opbrengst heffingen (b) 2.209.000
Dekking (b/a)*100) 100%



  2015 2016 2017 2018 2019
Eigendom 117,36 120,84 120,84 120,84 122,64
Gebruik meerpersoons 54,48 56,16 56,16 56,16 56,88
Gebruik eenpersoons 27,24 28,08 28,08 28,08 28,44
Stijging   3,0% 0,0% 0,0% 1,0%


Hendrik-Ido-Ambacht heft van eigenaren van panden een vast bedrag per jaar. Hierbij is 1 januari bepalend. Ook van gebruikers van panden wordt rioolheffing geheven. Eenpersoonshuishoudens betalen de helft van een meerpersoonshuishouden.

Vergelijking andere gemeenten

Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen.

Vergelijking van woonlasten kan worden gemaakt met de Drechtstedengemeenten. Deze is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2018 (op www.coelo.nl) en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden weer. De woonlasten in 2018 in Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld Giessendam, Hendrik Ido Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht laten zich samenvatten in onderstaand schema (x € 1).

Gemeente Gemiddelde WOZ-waarde Tarief OZB OZB eigenaar Rioolheffing eig/gebr Afvalstoffen heffing Totaal Rangnr. meerp. huish.
Sliedrecht 187.000 0,0979 183 228 195 606 24
Papendrecht 203.000 0,1261 256 136 249 641 41
Dordrecht 170.000 0,1222 208 180 276 664 70
Alblasserdam 204.000 0,1258 257 173 339 769 247
Hardinxveld-G'dam 232.000 0,1316 305 227 254 782 266
Hendrik-Ido-Ambacht 232.000 0,1292 300 177 321 798 290
Zwijndrecht* 181.000 0,1279 232 283 346 839 329
Landelijk gemiddelde 244.000 0,1180 274 194 253 721  


De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten

*Voor Zwijndrecht is het totaalbedrag verlaagd met €22 wegens een tegemoetkoming in de woonlasten.

 

 

Overige lokale heffingen

Hondenbelasting

De Gemeentewet regelt dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. De hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelasting, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. In onze gemeente is een relatie met het hondenbeleid gelegd.

Voor 2019 zijn de tarieven verhoogd met 1,5%, zoals vastgesteld in de Kadernota 2019.

Precariobelasting

Precariobelasting wordt geheven over de kabels, buizen en leidingen van nutsbedrijven die in gemeentegrond liggen.

Op 1 juli 2017 is wetgeving in werking is getreden die bepaalt dat gemeenten geen precariobelasting meer kunnen heffen over netwerken van nutsbedrijven. Er is wel een overgangsregeling. Gemeenten die op 10 februari 2016 een tarief hadden voor nutsnetwerken kunnen tot 2022 precariobelasting blijven heffen. Hierbij geldt wel dat die gemeenten over de resterende jaren maximaal het tarief in rekening kunnen brengen dat gold op 10 februari 2016.

Lijkbezorgingsrechten

De tarieven zijn verhoogd met 1,5% in 2019 en zijn kostendekkend.

7.5 begraven  
Berekening kostendekkendheid  
Kosten taakveld 504.962
Onttrekking aan reserve -167.498
Inkomsten excl. heffingen -82.861
Netto kosten taakveld 254.603
   
Overige  toe te rekenen kosten  
Overhead 158.108
b.t.w. 13.830
Totale kosten (a) 426.541
Opbrengst heffingen (b) 426.541
Dekking (b/a*100) 100%


Leges


De leges zijn verhoogd met 1,5% zoals vastgesteld in de Kadernota 2019. De kosten waarvoor de leges verschuldigd zijn, worden door de leges niet gedekt,  zoals blijkt uit onderstaande berekeningen.

 

8.3 bouwleges  
Berekening kostendekkendheid  
Kosten taakveld 835.108
Inkomsten excl. heffingen 0
Netto kosten taakveld 835.108
   
Overige  toe te rekenen kosten  
Overhead 845.443
b.t.w.  
Totale kosten (a) 1.680.551
Opbrengst heffingen (b)  425.986
Dekking (b/a*100) 25%



0.2 Burgerzaken  
Berekening kostendekkendheid  
Kosten taakveld 1.009.966
Inkomsten excl. heffingen  
Netto kosten taakveld 1.009.966
   
Overige  toe te rekenen kosten  
Overhead 0
b.t.w.  
Totale kosten (a) 1.009.966
Opbrengst heffingen (b)  432.239
Dekking (b/a*100) 43%



Overige leges  
Berekening kostendekkendheid  
Kosten taakveld 105.939
Inkomsten excl. heffingen  
Netto kosten taakveld 105.939
   
Overige  toe te rekenen kosten  
Overhead 114.030
b.t.w.  
Totale kosten (a) 219.969
Opbrengst heffingen (b)  38.616
Dekking (b/a*100) 18%


Martkgeld

De marktgelden zijn voor 2019 met 1,5% verhoogd.

De inkomsten uit marktgelden zijn niet kostendekkend, zoals uit onderstaande berekening blijkt.

3.3 Markt  
Berekening kostendekkendheid  
Kosten taakveld 68.039
Inkomsten excl. heffingen -3.387
Netto kosten taakveld 64.652
   
Overige  toe te rekenen kosten  
Overhead 0
b.t.w.  
Totale kosten (a) 64.652
Opbrengst heffingen (b)  45.105
Dekking (b/a*100) 70%

 

Kwijtschelding

Als een belastingplichtige als door financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen  deze inkomensgrens verruimden naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats.

Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst om op deze manier de administratieve lasten voor de burger te verminderen en de afhandeltermijn te verkorten.

Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend.

Naar verwachting wordt in 2019 voor de volgende bedragen kwijtschelding verleend:

x € 1.000 Werkelijk 2017 Begroting 2018 Begroting 2019
Afvalstoffenheffing 124 112 131
Rioolheffing 20 21 22
Totaal 144 133 153

4. Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Wegen, water, groen, riolering en kunstwerken vormen niet alleen belangrijke schakels in de gemeentelijke infrastructuur, maar leveren ook een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de gemeente. Ze hebben daarmee waarde voor de bereikbaarheid, de economie, de omgevingskwaliteit en de veiligheid. Om die waarde duurzaam en efficiënt in stand te houden, is een systematisch en planmatig beheer noodzakelijk. Het beheer is dan ook gericht op het duurzaam in stand houden van de gemeentelijke voorzieningen. Dit houdt in  dat we kapitaalgoederen op een zodanige manier onderhouden dat tegen zo beperkt mogelijke kosten de voorzieningen voortdurend goed functioneren en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. Met het beheren van de kapitaalgoederen (wegen, riolering, water, openbaar groen, sportfaciliteiten, gebouwen enz.) is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Mede om die reden worden beleid- en beheerplannen voor de openbare ruimte in de komende jaren telkens kritisch beschouwd op kosten in relatie met het gewenste kwaliteitsniveau van de gemeentelijke voorzieningen. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is dat de veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte op voldoende wijze gewaarborgd blijven en daar waar mogelijk een vorm van burgerparticipatie wordt ingebouwd.

Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), artikel 12, lid 2, moet in de begroting over het onderhoud van kapitaalgoederen worden aangegeven:

  1. het actueel beleidskader (met betrekking tot beheerplannen: wanneer vastgesteld of geactualiseerd);
  2. het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau;
  3. de vertaling van de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau in de begroting.

    Er wordt al gedurende een reeks van jaren aan beheer van kapitaalgoederen gedaan en er zijn de nodige instrumenten, zoals beheersystemen, beschikbaar om de beheertaak te ondersteunen en om goede financiële ramingen te maken. De beheersystemen hebben als doel het beheer binnen vastgestelde kwalitatieve normen zo effectief en efficiënt mogelijk in te richten. Dat betekent: op het aan te houden kwaliteitsniveau gerichte maatregelen op de juiste plaats en op de juiste momenten  tegen de laagst mogelijke kosten. Maar effectief en efficiënt beheren lukt alleen als voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Het is belangrijk de juiste afwegingen te maken en in dit kader consequenties nader te beschouwen. Bij het bepalen van prioriteiten worden risico's afgewogen. In de beleidsplannen worden alle afwegingen en de consequenties daarvan inzichtelijk gemaakt. Op deze wijze komen wij tot effectief en efficiënt beheer.

Vernieuwing BBV

Waar we voorheen investeringen van maatschappelijk nut niet verplicht hoefden af te schrijven, zijn we sinds 2017 verplicht om op alle investeringen af te schrijven. Om deze reden zijn bestaande beleid- en beheerplannen voor de kapitaalgoederen onder de loep genomen en op een aantal punten zullen een paar plannen moeten wijzigen om weer te voldoen aan geldende regelgeving.

Wat wijzigt niet:

  • Riolen en afval: afgelopen jaren hebben we al afgeschreven op riolering en afval.
  • Stedelijk waterplan: op dit moment is geen sprake van investeringen op het watergebied, de huidige budgetten voor het waterbeheer hebben geen investeringsdeel in zich.
  • Baggeren en gebouwbeheer: in het baggerplan staan geen budgetten genoemd die een investeringsdeel in zich hebben. Het gebouwenbeheerplan vertoont ook geen wijzigingen.
  • Begraafplaatsen, boombeleidsplan, beeldkwaliteitsplan, speelruimteplan, zwerfafval: in het beleidsplan begraafplaatsen, boombeleidsplan en het beeldkwaliteitsplan groen wordt gesproken over de aanschaf van bomen en planten. Hierop hoeft niet te worden afgeschreven omdat dit steeds relatief kleine bedragen zijn. Als we een nieuw park/perk aanleggen voor een bedrag van meer dan € 10.000,-, wordt hierop afgeschreven en maken we een apart investeringskrediet, de rest is gekwalificeerd als onderhoud. Dit geldt ook voor het speelruimteplan en het beleidsplan zwerfafval.
  • Infrastructurele kunstwerken: in het beleidsplan infrastructurele kunstwerken zijn voor de komende vijf jaar geen budgetten genoemd die een investeringsdeel verlangen. Alle geplande werkzaamheden vallen onder het reguliere onderhoud.
  • Verkeersvoorzieningen en straatmeubilair: voor zowel het onderhoud op basis van het beleidsplan verkeersvoorzieningen als het beleidsplan straatmeubilair zijn geen investeringen noodzakelijk.

Wat wijzigt wel:

  • Wegen: op wegen hebben we in het verleden meestal niet afgeschreven. Op groot onderhoud van wegen blijft dat onveranderd. Op nieuwe wegen c.q. renovatie (d.w.z. incl. fundering) van wegen gaan we in de toekomst wel afschrijven. Daarvoor is het noodzakelijk dat het huidige onderhoudsbudget wegen plus de verrekening met de reserve wegen wordt opgesplitst in een (groot) onderhoudsdeel en een renovatiedeel. Ook de relatie met de reserve moet opnieuw worden bekeken. Dit vraagt nader onderzoek en wordt verwerkt in de Kadernota 2020.
  • Beleidsplan openbare verlichting: voor het Beleidsplan openbare verlichting moeten we gaan afschrijven op de vervangingen. In 2019 wordt een nieuw beleidsplan openbare verlichting voorgelegd waarin het inhoudelijk beleid zal worden geactualiseerd. Ook wordt hierin een nieuw financieel meerjarenplan plus de gevolgen voor de betreffende reserve uitgewerkt.

    Oeverbeschermingen: vanaf 2018 hebben we een nieuw oeverbeschermingenplan. In dit nieuwe plan is sprake van investeringen en deze zijn dan ook meteen in het plan opgenomen conform de nieuwe BBV regels. Hiervoor wordt een separaat raadsvoorstel plus begrotingswijziging opgesteld.

Groot onderhoud

Om ervoor te zorgen dat de veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte gewaarborgd blijft, is het noodzakelijk om voor de diverse disciplines grootschalig onderhoud uit te voeren. De uitvoering van deze projecten moet jaarlijks binnen de beschikbare onderhouds- en investeringsbudgetten plaatsvinden. Voor de geplande werkzaamheden wordt uitgegaan van het vastgestelde Beleidsplan Wegen en GRP. Leidend voor het onderhoudsprogramma zijn de resultaten van de jaarlijkse inspecties van kapitaalgoederen.

Kapitaalgoederen

De kapitaalgoederen worden zoveel mogelijk planmatig beheerd en onderhouden en omvatten dan ook een aantal specifieke beleidsplannen. In beleidsnota’s komt de methodiek van beheer aan de orde en wordt de vraag beantwoord op welke wijze het areaal in een verantwoorde staat blijft tegen zo laag mogelijke kosten. Verder wordt hierin het beleidskader voor het kwaliteitsniveau van het onderhoud van kapitaalgoederen gegeven. Om de kosten voor het onderhoud te bepalen zijn normkosten berekend op basis van een gekozen kwaliteitsniveau. Dit gewenste onderhoudsniveau wordt bepaald aan de hand van de optimale kwaliteit.



Onderdeel openbare ruimte Beleid- en beheerplan Vastgesteld Planning/actualisering
1. Wegen Beleidsplan wegenbeheer 2013-2023 13-05-2013 2023
  Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan 2009-2020 inclusief parkeernota 07-12-2009 2020
  Beleidsplan openbare verlichting 2014-2019 01-12-2014 2019
  Beheerplan openbare verlichting 2015-2017 07-09-2015 2019
   Beleidsplan infrastructurele kunstwerken 2015-2023  12-01-2017 2023
   Beheerplan infrastructurele kunstwerken 2015-2019 12-01-2017  2019
   Beleidsplan verkeersvoorzieningen 2015-2023  25-08-2015 2023 
   Beheerplan verkeersvoorzieningen 2015-2019 25-08-2015  2019 
   Beleidsplan straatmeubilair 2015-2023 25-08-2015  2023
  Beheerplan straatmeubilair 2013-2019 25-08-2015 2019
2. Riolering Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2014-2018 09-09-2013 2019
  Rioolbeheerplan 2014-2018 02-12-2014 2019
  Grondwaterplan 2015-2018 07-12-2015 2019
3. Water Stedelijk waterplan 2004-2012 01-12-2003 In overleg met Waterschap
  Baggerplan 2015-2021 2018 2022
4. Openbaar groen Beeldkwaliteitsplan Groen 2015-2019 2016 2019
  Beleidsplan bomen 2009-2019 2009 2018
  Groenstructuurplan 2013- 2023 21-05-2013 2023
  Beleidsplan begraafplaatsen 2008-2018 06-10-2008 2019
  Beheerplan begraafplaatsen 2009-2014 17-03-2008 2019
  Speelruimteplan 2013-2023 10-03-2014 2019
  Beheerplan speelvoorzieningen 2015-2019 24-11-2015 2019
5. Gebouwen Gebouwenbeheerplan 2012-2021 27-05-2014 2021
6. Afvalinzameling Beleidsplan afvalinzameling 2013-2023 02-12-2013 2019
  Beleid en beheerplan zwerfafval 2008-2018 06-10-2008 2018

Voor de kapitaalgoederen worden specifieke meerjarige beleidsplannen en onderhoudsplannen opgesteld. De beleidsplannen worden voor een periode van 6 tot 10 jaar opgesteld en vastgesteld door de raad. Beheerplannen hebben over het algemeen een cyclus van 4 jaar en worden vastgesteld door het college. Beheerplannen kunnen actualisatie van het beleidsplan tot gevolg hebben. De beheerplannen vinden hun vertaling in jaarlijkse uitvoeringsplannen. Op basis van een gekozen kwaliteitsniveau worden de onderhoud- en vervangingskosten berekend met behulp van genormeerde kosten.

Kerncijfers

 

Onderwerp  Kerncijfers
Wegen

Totaal areaal

1.336.933 m2

 

Asfalt

368.413 m2

 

Elementen

953.028 m2

 

Half verharding (wandelpaden)

15.491 m2

Kunstwerken

Bruggen en onderdoorgangen (tunnels)

93

 

Overige kunstwerken

196

Riolering

Vrijverval riolering

  • gemengd riool: 63 km
  • vuilwaterriool: 46 km
  • regenwaterriool: 66 km
  • drainage: 8 km
  • totaal: 183 km
 

Rioolgemalen

  • rioolgemalen: 22
  • in beheer van het waterschap: 2
 

Drukrioleringen

  • pompunits: 145
  • drukriolering: 25 km
 

Peilbuizen

56

 

Lengte watergangen

30 km

 

Aantal bomen

12.662

 

Gazon

680.966 m2 (incl. bermen)

 

Plantsoen

141.672 m2

Gebouwen

Aantal gebouwen in onderhoud

17

 

Aantal molsystemen (ondergrondse afval inzamelsysteem)

680

 

Aantal afvalbakken

409

Budgetten

(x1.000) 2019 2020 2021 2022

Riolering: onderhoud

664 664 664 664

Infrastructurele werken: onderhoud

108 109 109 110
Openbare Verlichting: onderhoud 395 397 400 401
Wegen, straten en pleinen: onderhoud 2.195 2.207 2.219 2.227
Waterwegen: onderhoud 232 233 331 393
Openbaar groen: onderhoud 1.274 1.282 1.290 1.294
         
Reserves & voorzieningen (per 1 jan.)        
Egalisatiereserve wegbeheer 968 826 685 555
Egalisatiereserve openbare verlichting 429 429 429 429
Voorziening riolering 4.105 3.944 3.793 3.653

1. Wegen

1.A Wegenbeheer


Beleidskader

De algemene doelstelling voor het wegbeheer is het voeren van een duurzaam wegbeheer waarbij de veiligheid voor de verkeersdeelnemers in stand wordt gehouden. Comfort en aanzien van de weg spelen hierbij een beperkte rol. Uitgangspunt van het wegbeheer is het in 2013 vastgestelde ‘Beleidsplan Wegen 2013-2023’.

Om kapitaalvernietiging van asfaltverhardingen te voorkomen, moet onderhoud op B(asis)niveau worden uitgevoerd. Dit niveau komt overeen met de richtlijnen die worden beschreven in publicaties van de CROW, het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Onder het begrip basisniveau wordt verstaan: “Instandhouding op langere termijn, uitgaand van een gemiddelde levensduur. Er wordt geen achterstand opgebouwd. Incidenteel zijn kleine achterstanden in onderhoud mogelijk. Eventueel onveilige situaties worden onmiddellijk aangepakt.” Elementenverhardingen worden veilig en begaanbaar gehouden. Welke beeldkwaliteit daar uit volgt, is van ondergeschikt belang. Hierbij is als prioriteit in begaanbaarheid en uit te voeren onderhoud aangehouden: het trottoir of het voetpad, het fietspad en vervolgens de straat en parkeervakken. Met dit uitgangspunt worden onderhoudswerkzaamheden aan elementenverhardingen van straten en parkeervakken met ruimere tussenpozen uitgevoerd dan van trottoirs en fietspaden.


Financieel kader

De financiële uitkomsten van het wegbeheersplan zijn in de meerjarenramingen vertaald en opgenomen onder het taakveld ‘verkeer en vervoer' van het Programma Buitenruimte. De recente wijzigingen in het BBV hebben voor het wegbeheersplan gevolgen. Op wegen hebben we in het verleden meestal niet afgeschreven, voor groot onderhoud blijft dat onveranderd. Op nieuwe wegen ofwel renovatie (incl. fundering) van wegen zullen we in de toekomst wel gaan afschrijven. Het huidige onderhoudsbudget wegen plus de verrekening met de reserve wordt opgesplitst in een (groot) onderhoudsdeel en een renovatiedeel.


Egalisatiereserve wegbeheer

Op 1  januari 2019 heeft de reserve wegbeheer een saldo van circa € 0,97 mln. Conform het vastgestelde ‘Beleidsplan Wegen 2013-2023’, zal jaarlijks een bedrag uit de egalisatiereserve worden onttrokken en worden besteed als gedeeltelijke dekking voor het tekort op wegonderhoud.

Ontwikkelingen

Vanuit de VINEX-locatie De Volgerlanden zal in de komende jaren een aantal wegvakken voor overdracht naar de Algemene Dienst in aanmerking gaan komen, dit in samenhang met de voortgaande ontwikkeling van deze uitbreidingslocatie. Binnen de reservering voor areaaluitbreiding is hiermee rekening gehouden.

1.B Verkeer en vervoer

Beleidskader

In 2009 zijn in het kader van Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan (GVVP) voorkeurstructuren vastgesteld voor gemotoriseerd verkeer, openbaar vervoer en langzaam verkeer. Voor gemotoriseerd verkeer heeft dit geleid tot een nieuw wegencategoriseringsplan (voorkeurstructuur voor de hoofdwegen). Hierin zijn de kaders voor een goede bereikbaarheid, verkeersdoorstroming en veiligheid op de gemeentelijke wegen in het kader van Duurzaam Veilig vastgesteld.
Doordat het GVVP een looptijd heeft tot 2020 wordt het GVVP binnen de nieuwe collegeperiode  geactualiseerd. Bij deze actualisatie betrekken we ook het huidige parkeerbeleid.

 

1.C Openbare verlichting

Beleidskader

In de eerste helft 2019 wordt het huidige beleidsplan Openbare Verlichting geactualiseerd en aangeboden aan de raad.  

Financieel kader

Met de actualisatie van het beleidsplan leggen we de nieuwe financiële kaders voor aan de raad. 

Egalisatiereserve openbare verlichting

Op 1 januari 2019 heeft de reserve openbare verlichting een saldo van circa € 0,4 mln. Deze egalisatiereserve heeft als doel het gelijkmatig verdelen van kosten in de tijd.

Ontwikkelingen

Het nieuwe beleidsplan gaat in  op het toepassen van nieuwe ontwikkelingen en technieken, zoals dimmen en LED verlichting en connectiviteit. 

 

1.D Infrastructurele kunstwerken

Beleidskader

Binnen de openbare ruimte bevinden zich infrastructurele kunstwerken, die de kruising van (water)wegen of andere natuurlijke barrières mogelijk maken. Dit zijn onder andere bruggen, duikers, keermuren, trappen, tunnels en viaducten. Vanuit het oogpunt van veiligheid en aanzien moeten we deze onderdelen beheren en onderhouden. In het beleidsplan zijn de hoofdpunten van het beleid beschreven. Het huidige beleid is erop gericht de kunstwerken op het kwaliteitsniveau ‘basis’ te onderhouden. De uitgangspunten van het vastgestelde beleids- en beheerplan zijn vervolgens vertaald naar een plan van aanpak voor het onderhoud. Op basis van de uit de inspectie verkregen informatie is inzichtelijk gemaakt in welke jaren onderhouds- c.q. vervangingskosten voorzien worden. Hierbij is ook onderzocht of de voorziene werkzaamheden efficiënter kunnen worden uitgevoerd, zodat bezuiniging op o.a. arbeidskosten, maatregelen en materiaalkosten gerealiseerd kan worden. Uitgangspunt is een zodanig kwaliteitsniveau dat de kunstwerken en bruggen naar behoren functioneren en er dus geen sprake is van achterstallig onderhoud of gevaarlijke situaties. Bij het beheer heeft het voorkomen van gevaarlijke situaties eerste prioriteit. Tweede prioriteit is zorg dragen voor het goed functioneren van de voorzieningen, gevolgd door het wegwerken van eventueel achterstallig onderhoud.

Financieel kader

Voor het onderhouden van kunstwerken (bruggen, duikers, viaducten, verwijderen graffiti) is binnen het taakveld “Verkeer en wegen” van het Programma Buitenruimte jaarlijks een budget beschikbaar.

 

1.E Verkeersvoorzieningen

Beleidskader

Verkeersvoorzieningen zoals verkeersborden, straatnaamborden, ANWB-bebording, schrikhekken en verkeerspalen zijn onderdeel van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden.

Periodiek worden de beleids- en beheerplannen 'verkeersvoorzieningen' geactualiseerd. In de plannen zijn nieuwe beleidsuitgangspunten vertaald naar een geactualiseerd plan van aanpak voor het onderhoud aan de verschillende items en zijn de verschillende consequenties nader aangegeven.

De verkeersvoorzieningen worden op het basisniveau onderhouden, waarbij niet meer wordt uitgegaan van een kwaliteitsdifferentiatie per gebied. Reden hiervoor is dat verkeersvoorzieningen qua plaatsing, beheer en onderhoud moeten voldoen aan wettelijke bepalingen en landelijke richtlijnen. In het beheerplan zijn uitgangspunten voor de verkeersvoorzieningen geformuleerd.

Financieel kader

Voor het onderhoud van verkeersvoorzieningen is structureel een budget beschikbaar binnen het taakveld “Verkeer en wegen” van het Programma Buitenruimte.

 

1.F Straatmeubilair

Beleidskader

Straatmeubilair zoals banken, afvalbakken, fietsenstallingen en abri’s, is een wezenlijk onderdeel van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van veiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden. Periodiek worden de beleids- en beheerplannen ‘straatmeubilair’ geactualiseerd. In de plannen zijn nieuwe beleidsuitgangspunten vertaald naar een geactualiseerd plan van aanpak voor het onderhoud aan de verschillende items en zijn de verschillende consequenties nader aangegeven.

Essentieel bij het beheer/onderhoud is het te hanteren kwaliteitsniveau voor het onderhoud. Op basis van de landelijke wetgeving en richtlijnen worden de betreffende voorzieningen in de openbare ruimte onderhouden op het kwaliteitsniveau ‘basis’.

Financieel kader

Voor het onderhoud van straatmeubilair is een budget beschikbaar binnen het taakveld “Verkeer en wegen” van het Programma Buitenruimte.

2. Riolering

Beleidskader
In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) worden de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater met de daarvoor benodigde middelen uitgewerkt,.

Vanuit de Wet Milieubeheer zijn gemeenten verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van afvalwater binnen hun grondgebied. Ook is elke gemeente wettelijk verplicht om volgens deze wet (artikel 4.22) een GRP op te stellen.

Het functioneren van de riolering wordt onder andere gewaarborgd door het plegen van onderhoud. Door het beheer en onderhoud planmatig uit te voeren en af te stemmen met andere werken in de openbare ruimte, wordt dit zo efficiënt mogelijk uitgevoerd.

De planmatige aanpak en afstemming zijn uitgewerkt in het rioolbeheerplan. In het rioolbeheerplan zijn daarnaast de benodigde vervangingsinvesteringen op lange termijn in beeld gebracht.

In het basisrioleringsplan is onder meer aandacht besteed aan wijzigingen in het stelsel door onder andere afkoppeling van verhard oppervlak en geplande uitbreiding, als ook de wijziging in de neerslaghoeveelheden als gevolg van klimaatveranderingen.

Voor het grondwater is onze belangrijkste taak een goed inzicht verkrijgen in het grondwaterpeil met als doel het voorkomen en beperken van grondwateroverlast in kwantitatieve zin. Dit is verankerd in ons grondwaterplan. 

Financieel kader
In het GRP zijn de kosten en beheermaatregelen die verband houden met de bovengenoemde zorgplichten uitgewerkt. De verbrede rioolheffing dekt alle kosten die te maken hebben met onze zorgplicht voor het afvalwater, hemelwater en grondwater met een kostendekkend tarief.

Voor het uitvoeren van (verbeter)maatregelen, om aan de doelstellingen te kunnen voldoen, worden jaarlijks conform het gemeentelijk rioleringsplan in de investeringsplanning bedragen opgenomen.

Voor het beheer en onderhoud van rioleringen met toebehoren zijn budgetten beschikbaar onder het taakveld “riolering” van het Programma Buitenruimte.

Ontwikkelingen
Onze gemeente werkt in het kader van het Bestuursakkoord Water binnen de Drechtsteden samen met de gemeenten Dordrecht en Zwijndrecht en het waterschap Hollandse Delta. In 2014 is Alblasserdam hierbij aangehaakt. De onderlinge samenwerking van de gemeenten met het waterschap door een intensivering van de bundeling van kennis en capaciteit, heeft tot doel het vergroten van de kwaliteit, het behalen van kostenbesparingen en het verminderen van kwetsbaarheid.

De samenwerking in de waterketen richt zich op de (afval)waterketen voor afvalwater, hemelwater en grondwater en voor zover noodzakelijk op het oppervlaktewater en zal verder kunnen worden geïntensiveerd en gestructureerd op basis van haalbaarheidsonderzoek. Bij actualisatie van beleid zal de samenwerking in de waterketen worden verankerd en waar mogelijk en gewenst gezamenlijk beleid worden nagestreefd.

 

Klimaatadaptatie

Duidelijk is dat het klimaat verandert. De zomers worden heter, en de kans op extreme neerslag wordt steeds groter. Daarom zal de aanpak van klimaatadaptatie verder vorm moeten krijgen. Om de kansen te benutten willen we klimaatadaptatie verder gaan uitwerken bij stedelijke ontwikkeling, herstructurering van bestaande gebieden en het slim koppelen van beheersplannen. Het gaat daarbij om 4 thema's: droogte, hittestress, wateroverlast en waterveiligheid. We starten met een analyse van de klimaatatlas om de knelpunten en kansen op alle vlakken te identificeren. Vervolgens gaan we het gesprek aan over concrete toepassingen van klimaat adaptieve mogelijkheden met bewoners, projectontwikkelaars, woningbouwcoöperaties, etc. Bij dit alles wordt bekeken in hoeverre onderwerpen in Drechtstedenverband kunnen worden opgepakt en vindt afstemming plaats met het Actieplan Duurzaamheid.

 

Voorziening riolering
Vanaf 1 januari 2015 is de reserve riolering omgezet naar een voorziening met een saldo van circa    € 3,3 miljoen. Deze voorziening heeft als doel het gelijkmatig verdelen van kosten in de tijd om tariefschommelingen te voorkomen. De voorziening wordt gevoed met het verschil tussen de jaarlijkse exploitatiekosten van de riolering en de inkomsten uit rioolheffing. De omvang van de voorziening per 1 januari 2019 is € 4,1 miljoen.

Conform het beleidsplan Wegen 2013-2023 komt het wegherstel van de bovenliggende verharding bij vervanging van het rioolstelsel ten laste van de jaarlijkse exploitatiekosten van de riolering. Dit bedrag (jaarlijks € 270.000) wordt gebruikt als gedeeltelijke dekking voor de onderhoudskosten van verhardingen.

3. Water

3.A Stedelijk waterbeheer

Op het gebied van waterbeheer hebben wij diverse plannen zoals het baggerplan en het beschoeiingenplan. In het nieuwe gemeentelijk rioleringsplan (GRP) is de koppeling met waterbeheer opgenomen.

 

3.B Baggerplan

Beleidskader

Het baggeren en het daaraan ten grondslag liggende baggerplan is een belangrijke schakel in de gemeentelijke waterketen. Het baggerplan geeft inzicht in de beheeractiviteiten op het gebied van baggeren die benodigd zijn om de watergangen op diepte te houden.

Kwaliteitsniveau

Vanwege de Keur moeten wateren periodiek uitgebaggerd worden om ze op de juiste breedte en diepte te houden. Het feitelijke baggerwerk wordt zowel door onze gemeente als door het waterschap Hollandse Delta uitgevoerd, afhankelijk van de onderhoudsverplichting van de watergangen. Daarnaast bestaat de verplichting om deze wateren voor een schouw vrij te maken van los vuil en waterplanten.

Financieel kader

De kosten voor het baggeren van watergangen zijn opgenomen onder het taakveld 'openbaar groen en waterhuishouding' van het Programma Buitenruimte.

 

3.C Beheer en onderhoudsplan oeverbeschermingen

Sinds 2018 hebben wij een Beheer- en onderhoudsplan oeverbescherming 2018-2026. Hierdoor kan onze gemeente het beheer en onderhoud aan de oeverbescherming op een structurele wijze uitvoeren.

4. Groen

4.A Groenstructuurplan

Beleidskader

De Groenstructuurvisie voor de gemeente is vastgesteld in het Groenstructuurplan (2013).  In het Groenstructuurplan is onze gemeente in drie onderhoudszones verdeeld. Het Groenstructuurplan vormt het beleidsmatige kader om te komen tot een gestructureerd groenbeleid. Het groenbeleid richt zich op het creëren van een balans tussen de kwaliteit en de beschikbare middelen. Daarnaast biedt het Groenstructuurplan ook een kader voor ontwerp, (her)inrichting en het onderhoud van het openbaar groen.

De visie op de gewenste visuele kwaliteit van de groenvoorzieningen in de openbare ruimte is vastgesteld in het Beeldkwaliteitsplan Groen. Het Beeldkwaliteitsplan geeft weer wat het onderhoudsniveau is van het groen; met andere woorden welke kwaliteit er wordt nagestreefd.

Bomenbestand

Het actuele bomenbestand bestaat op 1 augustus 2018 uit 12.662 exemplaren.

Financieel kader

De budgetten voor het onderhoud van openbare groenvoorzieningen zijn opgenomen onder het taakveld  “Openbaar groen en waterhuishouding” van het Programma Buitenruimte. Bij uitbreiding en andere mutaties van het areaal wordt het onderhoudsbudget aangepast.

Ontwikkelingen

Onkruidbestrijding op verharding is noodzakelijk, het houdt de weg toegankelijk, het gebruik van de weg veilig, de woonomgeving leefbaar en het verlengt de levensduur van de verharding. Het gebruik van chemische middelen is echter niet langer toegestaan.

Om deze reden wordt sinds 1 mei 2016 het onkruid op de verhardingen bestreden door toepassing van heet water- en hete luchttechniek. Deze toepassingen zijn arbeidsintensiever dan de voorheen toegepaste DOB-methode waarbij chemische middelen werden ingezet. Er moeten nu meer behandelingen plaatsvinden om hetzelfde beeld te houden. In perioden van "groei" is het moeilijk het beeld op orde te houden met de beschikbare middelen.

 

4.B Begraafplaatsen

Beleidskader

In het Beeldkwaliteitsplan Groen is aangegeven dat door de bijzondere functie van de begraafplaatsen deze binnen de representatieve zone vallen en daarom worden de begraafplaatsen op kwaliteitsniveau A onderhouden. Het beleidsplan begraafplaatsen geeft naast deze uitgangspunten ook inzicht in de benodigde capaciteit voor begraven en bijzetten van urnen voor de komende jaren. Op deze manier kan worden aangegeven op welk moment graven geruimd moeten worden om voldoende capaciteit te behouden.

Financieel kader

In de exploitatie begraafplaatsen zijn de kosten opgenomen voor het beheer en onderhoud van de begraafplaatsen en het uitvaartcentrum. De leges van de verschillende begraafplaatsactiviteiten zijn mede op deze kosten afgestemd en leiden tot een kostendekkende exploitatie.

Egalisatiereserve begraafplaatsen Deze egalisatiereserve heeft als doel de kosten en inkomsten voor het onderhoud van graven op begraafplaatsen, waarvoor het meerjarig onderhoud eenmalig door nabestaanden is afgekocht, gelijkmatig over de tijd te spreiden.

Op 1 januari 2019 heeft de reserve begraafplaatsen een saldo van circa € 0,5 mln.

Ontwikkelingen

De begraafplaatsen en het uitvaartcentrum worden op verantwoorde wijze geëxploiteerd met een beheerder binnen onze eigen organisatie en inzet van aannemers voor het groenonderhoud van de begraafplaatsen en voor het delven van graven. Dit met extra aandacht voor representatie en onderhoud tegen aanvaardbare en kostendekkende tarieven voor alle begraaf- en uitvaartactiviteiten. Na een periode van ruimen van graven wordt een nieuw passend beeld op de begraafplaats Achterambachtseweg opgesteld.

 4.C Speelvoorzieningen

Beleidskader

De kaders in het Speelruimteplan uit 2013 zijn grotendeels met participatie van ouders en kinderen tot stand gekomen. Samen met bewoners en kinderen zijn de wensen, ideeën, uitvoeringskaders en randvoorwaarden bepaald voor de herinrichting van speelplekken voor de komende tien jaar. Eveneens is voor de komende 5 jaar opgenomen welke plekken op welk moment worden aangepakt en de beschikbare bedragen die hierbij horen.

In het Beheerplan speelvoorzieningen zijn de technische uitgangspunten voor het onderhoud uitgewerkt zoals eisen aan materiaalgebruik en valondergronden. Het Beheerplan speelvoorzieningen wordt in 2019 geactualiseerd.

Speelplekken en speelvoorzieningen moeten volgens het speelruimteplan voldoen aan de eisen die de doelgroep (leeftijdscategorie) stelt. Verder moeten ze voldoen aan de wettelijke veiligheidseisen. Door inspecties, vastgelegd in inspectierapporten, worden periodiek alle speelplekken en speelwerktuigen gekeurd op veiligheid en onderhoudstoestand. Waar nodig vindt reparatie en/of vervanging plaats.

Financieel kader

De jaarlijkse beheer- en onderhoudskosten van de speelplaatsen zijn vertaald in het taakveld ‘Openbaar groen en (openlucht) recreatie’ binnen het Programma Sociaal, Welzijn en Educatie.

5. Gebouwenbeheer

Beleidskaders

In het Meerjarig Onderhoudsplan (MOP) 2017-2026 wordt voor de middellange termijn richting gegeven aan een effectief en efficiënt beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen. In dit meerjarige plan is aangegeven welke onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn voor de gemeentelijke gebouwen in de komende periode. Het MOP is in 2017 geactualiseerd en vastgesteld.

Met het instellen van een egalisatiefonds voor beheer en onderhoud van gemeentelijke gebouwen zijn middelen beschikbaar voor beheer en onderhoud van de gebouwen. Zo kan tussen gebouwen en over de jaren geschoven worden met middelen.

Financieel kader
Bij de jaarlijks vast te stellen Kadernota zal op basis van het vastgestelde MOP 2017-2026 steeds de afweging tussen de gewenste en de beschikbare middelen plaatsvinden. Per gebouw vindt de afweging plaats of het beheer en onderhoud uitstel kan vergen als beschikbare financiële middelen in dat jaar te kort schieten.

Ontwikkelingen
Besloten is om een aantal gemeentelijke gebouwen af te stoten. Voor de sloop en verkoop grond voormalige gemeentewerf aan de Grotenoord 2 loopt de verkoop procedure.  Het voormalige ABN-AMRO gebouw aan de Graaf Willemlaan is gesloopt in afwachting van de ontwikkelingen aan de Graaf Willemlaan/Van Godewijckstraat.  In 2016 zijn vier oude schoolgebouwen gesloopt.  De terreinen aan de Steenbakkersstraat en de Geard Alewijnstraat zijn klaar voor herontwikkeling. De voormalige gymzaal aan de Weteringsingel wordt nu gebruikt voor opslag, op termijn komt hier invulling met maatschappelijke bebouwing. De school aan de P.C. Hooftsingel 7 wordt gebruikt voor tijdelijke huisvesting scholen, op termijn ontwikkelen we een visie voor dit gebied. Den Brommert aan de Smidshoef 24-30 wordt op korte termijn verkocht aan het Historisch Genootschap. De huur van de woning aan de Onderdijk 142 is per 01/07/2018 opgezegd. Op korte termijn wordt de woning verkocht.

Vanuit het Actieplan Duurzaamheid treffen wij duurzame maatregelen bij gemeentelijke gebouwen. Zo wordt de conventionele verlichting van o.a. het Baxhuis en centrum Bekestein dit jaar vervangen door LED verlichting. Bij het vervangen van gasgestookte C.V. installaties onderzoeken we of het mogelijk is om over te gaan op elektrisch aangedreven warmtepompen. Bij aanpassingen van gebouwen maken we zoveel mogelijk gebruik van circulaire en herbruikbare materialen, Daarnaast kopen we stroom voor openbare verlichting en voor onze gebouwen 100% groen in via Greenchoice,

Bij de bouw van het nieuwe binnenbad van zwembad De Louwert worden naast gasloos waar mogelijk energiebesparende maatregelen getroffen. Denk aan warmtepompen, hybride verwarming, PV panelen, zonnecollectoren, LED verlichting met daglichtreductie en aanwezigheidsdetectie, slim waterverbruik.

Bij scholen en de gebouwen in beheer van Cascade hebben we slechts een stimulerende rol. In 2018 wordt de zaalverlichting van de Sophiahal voorzien van LED. Voor scholen is een energiebesparingstraject opgezet in de Drechtsteden, waaraan ook scholen uit Hendrik-Ido-Ambacht kunnen meedoen.

6. Afval

6.A Afvalinzameling

Beleidskader
De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor de inzameling van (gescheiden) huishoudelijk afval binnen haar grondgebied. Deze zorgplicht staat omschreven in de afvalstoffenverordening en vloeit voort uit de Wet Milieubeheer.

Al sinds 2008 werken we met het Landelijk Afvalbeheer Plan (LAP2) waarin Europese richtlijnen zijn vertaald naar een uitvoeringsplan. De afgelopen 10 jaar zijn we van het ‘ketengericht afvalbeleid’ (van de winning van een grondstof tot en met de verwerking van een afvalstof) naar het circulair denken gegaan. In het laatste Landelijke Afvalbeheerplan staat centraal dat we efficiënt omgaan met grondstoffen en we afval voorkomen. Er is meer aandacht voor onderwerpen als recycling en grondstoffen. 

De afvalscheidingsresultaten van onze gemeente blijven achter op de resultaten van Drechtstedengemeenten en vergelijkbare gemeenten. Vanuit het Rijk worden de milieudoelstellingen steeds verder aangescherpt. Door maatregelen als extra afvalstoffenbelasting op het restafval stimuleert de overheid om afval zoveel mogelijk te scheiden. De milieudoelstellingen worden op dit moment gedeeltelijk  in langzaam tempo behaald en de kosten van afvalinzameling en verwerking stijgen. In de commissie van juni 2016 heeft de raad gevraagd om het afvalbeleidsplan 2013-2023 te herzien. Het nieuwe grondstoffenbeleidsplan (waarin de nieuwe LAP3 doelstellingen worden meegenomen) staat geagendeerd voor het eerste kwartaal van 2019.

Financieel kader
De kosten van het gescheiden inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval moet worden gedekt met een kostendekkende afvalstoffenheffing.

Door de aangescherpte doelstellingen vanuit het Rijk nemen de kosten op het gebied van afvalverwerking toe. Ons uitgangspunt is dat deze taak kostendekkend moet zijn. Door de invoering van de afvalstoffenbelasting voor Nederlands afval dat in de Afval Verwerkings Installaties (AVI's) wordt verbrand, zijn de kosten voor afvalverwerking flink gestegen. Deze belasting is ingevoerd om bedrijven en gemeenten te stimuleren meer te recyclen en zodoende de hoeveelheid te verbranden afval te reduceren. De extra genomen maatregelen als de minicontainer voor oud papier en karton en de wijziging in inzameling van plastic, metaal en drankenkartons blijken onvoldoende te zijn om de toegenomen kosten te dekken. De druk op bijsturing van het afvalbeleid is daarom nog meer toegenomen.

Ontwikkelingen
Het Kabinet richt haar pijlers op een circulaire economie. Hierin staan recycling van grondstoffen centraal. Het Rijk werkt hieraan in het programma Van Afval naar Grondstof (VANG). De kern van dit programma is het optimaal gebruik van grondstoffen door het voorkomen van afval en beter scheiden en recyclen van afval dat toch ontstaat. Het Rijk heeft daarom het percentage afvalscheiding eerder al verhoogd van 60% naar 65% en legt hier nog een schep bovenop door een doelstelling op te leggen van 75% scheiding van huishoudelijk afval in 2020. Ook is een doelstelling op de restafvalfractie gelegd; van 250 kilo restafval per inwoner per jaar naar 100 kilo in 2020.

Communicatie
Bij het vaststellen van het afvalbeleid 2013-2023 is de aandacht vooral gevestigd op gedragsverandering door communicatie. Sinds 2013 hebben wij daarom een communicatiestrategie specifiek gericht op afval. De combinatie met faciliteren (het afvalscheiden makkelijk maken) en handhaven is belangrijk. Communicatie kan vooral bijdragen aan bewustwording, en dat is de eerste stap voor gedragsverandering.

Bij afvalcommunicatie wordt de link gelegd met het thema duurzaamheid. We maken voornamelijk gebruik van eigen communicatiemiddelen zoals het gemeentenieuws, de website en social media. Waar mogelijk zoeken we samenwerking met maatschappelijke partners (inclusief bewoners).

Uit analyse blijkt dat, ondanks de inzet op gebied van communicatie, in ons restafval nog een hoog percentage herbruikbare fracties zit; GFT, plastic, metaal en drankenkartons (PMD). Op deze componenten richten wij ons. Verder haken we aan bij campagnes van afvalverwerker HVC (grondstoffendenkend) en landelijke campagnes zoals de Opschoondag. Op het gebied van educatie werken we samen met ‘Koos de Vuilnisman’, die afvallessen verzorgt voor de basisscholen.

De inzet van communicatie op lange termijn nemen wij mee in het nieuwe grondstoffenbeleidsplan.

 

6.B Zwerfafval

Beleidskader
In 2008 heeft de raad met de vaststelling van het beleidsplan zwerfafval ingestemd met een ketenaanpak. Dit betekent preventie door voorlichting en bewustwording, het verbeteren van de gemeentelijke faciliteiten en uiteindelijk het inzetten van handhaving. De gemeente streeft naar een minimale schoonheidsgraad van B (redelijk schoon) voor het aangetroffen zwerfafval in alle soorten gebieden (verhardingen, groen en water). De afgelopen jaren is de beeldkwaliteit op het gebied van zwerfafval in onze gemeente beoordeeld met een A kwaliteit. Maar  we hebben een aantal plekken in de gemeente waar vaker zwerfvuil voor komt, de zogenaamde hotspots zwerfafval. Deze plekken trekken de aandacht vaker dan het schone gebied en daarom zetten we hier sterker op in. In 2018 staat de actualisatie van het zwerfafvalbeleidsplan geagendeerd. Dit plan is in voorbereiding op het moment dat de begroting voorligt. We zetten in het plan meer in op gedragsverandering en zwerfafval lessen, de veroorzakers van zwerfaval zoals evenementen en geven extra aandacht aan hotspots.

Financieel kader
De kosten van het opruimen van zwerfafval zijn vertaald in het taakveld ‘Verkeer en vervoer’ binnen het Programma Buitenruimte.

5. Grondbeleid

Inleiding

Het grondbeleid van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is vastgelegd in de Nota “Grond voor Beleid” (2009). Met het grondbeleid wordt uitvoering gegeven aan de ruimtelijke visie die met name in de Structuurvisie "Waar de Waal Stroomt" (2009) is vastgelegd. In dit beleidsdocument worden de ruimtelijke ambities van de gemeente voor de komende tien tot vijftien jaar uiteengezet.


In de Nota grondbeleid is vastgelegd dat de gemeente zoveel mogelijk een actief grondbeleid zal voeren wanneer er sprake is van grootschalige ontwikkelingen of ontwikkelingen welke invloed kunnen hebben op de ruimtelijke of stedenbouwkundige structuur van de gemeente. Met dit actieve grondbeleid wil de gemeente gewenste ruimtelijke ontwikkelingen initiëren en sturen. Faciliterend grondbeleid wordt echter niet uitgesloten.


Ook de keuze om hoofdzakelijk het instrument Wet voorkeursrecht gemeenten te gebruiken is in de Nota grondbeleid vastgelegd. Als er aanleiding is om geen gebruik te maken van het gemeentelijk voorkeursrecht, wordt dit gemotiveerd aan de gemeenteraad aangegeven. Waar een minnelijke verwerving van gronden niet mogelijk blijkt, zal de gemeente gebruik maken van het onteigeningsinstrument.

Uitvoering grondbeleid

Voor de uitvoering van actief grondbeleid worden grondexploitaties opgesteld. Met een grondexploitatie wordt het financieel kader vastgelegd waarbinnen het beleid uitgevoerd moet worden. Voor enkele gewenste grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen zijn in het verleden grondexploitaties vastgesteld die jaarlijks geactualiseerd worden. Op dit moment zijn er drie grondexploitaties binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht: De Volgerlanden, bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1 en bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1a.


Bij enkele kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen wordt wel faciliterend grondbeleid gevoerd, waarbij kostenverhaalovereenkomsten met de ontwikkelaars worden gesloten. 

Prognose verwachte resultaten grondexploitaties

In onderstaande tabel worden de drie actieve grondexploitaties samengevat. Hierin is per project, naast wat algemene informatie, het financiële resultaat en het gewogen risicobedrag opgenomen. Om de grondexploitaties te kunnen vergelijken en de geprognosticeerde resultaten te kunnen optellen zijn de resultaten contant gemaakt naar 1 januari 2018. Voor de risicoanalyse worden jaarlijks, aan de hand van de RISMAN-methode, de verschillende risico’s die van toepassing zijn,  benoemd, gekwalificeerd en gekwantificeerd. Vervolgens wordt een gewogen risicobedrag berekend met een zekerheidspercentage van 90%. Dit houdt in dat het voor 90% zeker is dat het genoemde bedrag voldoende is om de risico's af te dekken. In het weerstandsvermogen van de gemeente wordt met dit risicobedrag rekening gehouden.


Vervolgens wordt per grondexploitatie kort het toegepaste grondbeleid beschreven, met een toelichting op het geprognosticeerde financiële resultaat.

Tabel 5.1 Projectoverzicht (peildatum 1-1-2018)

 

 

Bedragen x €1.000.000,-

 

 

 

 

De Volger-
landen

Ambachtse-
zoom Fase 1

Ambachtse-
zoom Fase 1a

Verwachte afronding project

2027

2027

2028

Totale plangebied (ha)

210 ha

22,2 ha

0,7 ha

Areaal nog aan te kopen grond

1,2 ha

2 ha

0

Areaal uitgeefbaar

 

15,6 ha

0,7 ha

Areaal nog te verkopen grond

27 ha

15,6 ha

0,7 ha

 

 

 

 

Gerealiseerde kosten

 €       301,4

 €            15,1

 €           0,4

Gerealiseerde baten

 €       229,3

 €              0,6

 €               -  

Boekwaarde

 €         72,1

 €            14,5

 €           0,4

Nog te realiseren baten -/- kosten

 €         70,7

 €            17,1

 €           1,0

Resultaat op eindwaarde

 €          -1,4

 €              2,5

 €           0,6

Resultaat op netto contante waarde

 €          -1,2

 €              2,1

 €           0,5

Risico's

 €           4,4

 €              1,7

 €         0,05

 

De Volgerlanden

 

Beleidskader

De gemeente heeft sinds het begin van het project actief grondbeleid gevoerd in het realiseren van woningbouwlocatie De Volgerlanden. De gemeente wilde alle gronden in eigendom verkrijgen om de regie te houden. Veelal werden gronden van particulieren aangekocht en overige benodigde gronden, die in bezit waren van projectontwikkelaars, werden door bouwclaimovereenkomsten bij het gemeentelijke eigendom betrokken.

De verwervingen in het gebied De Volgerlanden-West zijn afgerond. In het gebied De Volgerlanden-Oost is nog niet alle grond in volledig eigendom van de gemeente. Circa 1,2 hectare is in bezit van private partijen en ook zijn nog enkele gemeentelijke gronden vervat in pachtovereenkomsten. Gezien de planning van de woningbouw in De Volgerlanden en de tijd die het kost om de gronden bouwrijp te maken wordt geprobeerd deze laatste verwervingen en pachtontbindingen op korte termijn te realiseren.

Op 3-7-2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het verzoek aan De Kroon tot onteigening van de gronden.

Financieel kader

De grondexploitatie vormt het financieel kader van het project De Volgerlanden. Dit kader wordt jaarlijks geactualiseerd en opnieuw vastgesteld. Op 9 juli 2018 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde grondexploitatie De Volgerlanden 2018 vastgesteld.

In de met de gemeente Zwijndrecht gemaakte afspraken is opgenomen dat van het eventuele exploitatietekort tot € 20 miljoen beide partijen ieder de helft voor haar rekening nemen. Het bedrag dat boven de € 20 miljoen uitkomt, komt voor 2/3 deel voor rekening van Hendrik-Ido-Ambacht en 1/3 deel voor rekening van Zwijndrecht.

Bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1

Beleidskader

Bij bedrijventerrein Ambachtsezoom wordt actief grondbeleid toegepast. Sinds 1 januari 2013 richt de planvorming van Ambachtsezoom zich alleen op het westelijke gedeelte van het bedrijventerrein (fase 1 en fase 1a).

Op de gronden binnen het plangebied Ambachtsezoom Fase 1 die niet in eigendom van de gemeente zijn is de Wvg gevestigd. Hiermee wordt de gemeente als eerste in gelegenheid gesteld de grond te verwerven als de grondeigenaar niet tot zelfrealisatie overgaat (of niet in staat blijkt te zijn). Indien deze grondeigenaren niet tot zelfrealisatie overgaan en de gemeente er minnelijk niet in slaagt de gronden te verwerven, kan het onteigeningsinstrument ingezet worden.

Financieel kader

De geactualiseerde grondexploitatie Ambachtsezoom Fase 1, het financiële kader van de betreffende fase van het project, is vastgesteld in de raadsvergadering van 9 juli 2018.

Bedrijventerrein Ambachtsezoom  Fase 1a

Beleidskader

Ook voor Ambachtsezoom Fase 1a geldt dat er actief grondbeleid toegepast wordt.

Financieel kader

De geactualiseerde grondexploitatie Ambachtsezoom Fase 1a geldt als het financiële kader van de betreffende fase van het project en is vastgesteld in de raadsvergadering van 9 juli 2018. Deze grondexploitatie beperkt zich tot de gronden waar in het bestemmingsplan een directe bestemming 'Bedrijventerrein', met nadere aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen' is opgenomen.

Tussentijdse winstneming

Tussentijdse winstneming geldt vooral bij grote projecten die diverse jaren duren. Voorwaarde is dat het project is onderverdeeld in duidelijk herkenbare delen en dat jaarlijks per deel een geformaliseerde herziene kostprijscalculatie wordt gemaakt in relatie tot de werkelijke ontwikkelingen en cijfers. Tussentijdse winstneming is dan mogelijk als een deelproject is afgesloten, de winst op dat deelproject is gerealiseerd en geen verlies wordt verwacht op andere deelprojecten tenzij daarvoor voldoende verliesvoorzieningen zijn getroffen. Hieronder zijn regels opgenomen over hoe wordt omgegaan met (tussentijdse) winstneming:

  1. Tussentijdse winstneming kan alleen plaatsvinden indien:
    a. er geen belangrijke onzekerheid over de totale omvang van het project is;
    b. er geen belangrijke onzekerheden bestaan over de ontvangst van de overeengekomen bedragen;
    c. de nog te maken kosten en de mate van de projectvoortgang op verantwoorde wijze kunnen worden bepaald;
    d. de vergelijking van werkelijke kosten met de voorcalculatie per fase van het project mogelijk is;
    e. er minimaal één keer per jaar van het grondcomplex een herziene kostprijsopzet wordt vastgesteld.
  2. Wanneer er wordt voldaan aan de voorwaarden voor tussentijdse winstneming wordt de zogenaamde percentagemethode toegepast.
  3. In alle andere gevallen kan de winst pas worden verantwoord in het boekjaar waarin het grondcomplex financieel wordt afgewikkeld.

Bij winstneming gelden in algemene zin de volgende uitgangspunten: de winst wordt naar rato van gerealiseerde kosten (en opbrengsten) genomen. Dus indien 50% van de kosten is gerealiseerd en 50% van de grond is verkocht, dan is de winstrealisatie 50% x 50% = 25%. Zowel de realisatie van de kosten als de realisatie van de opbrengsten zijn bepalend in de bepaling van de omvang van de winstrealisatie.

Voor de grex De Volgerlanden geldt een bijzondere situatie omdat deze grex samen met Zwijndrecht wordt uitgevoerd in gezamenlijk winst en risico. Daarom wordt bij De Volgerlanden in zo'n situatie een extra risico afweging gemaakt in relatie tot de omvang van het project.

M.b.t. de grex Ambachtsezoom worden de allereerste gronduitgiften pas in 2019 voorzien.

Reserve en Risico

De aard van de activiteiten binnen het totaal van de exploitaties maakt het noodzakelijk ter afdekking van de algemene risico's een algemene reserve grondbedrijf aan te houden. Deze reserve wordt opgebouwd uit de eindresultaten van alle afgesloten grondexploitaties plus alle tussentijdse winst- en verliesnemingen. Het nemen van winst  geschiedt volgens de eerder beschreven methodiek van (tussentijdse) winstneming. Indien er bij het opstellen dan wel het actualiseren van een kostprijscalculatie blijkt dat er een verlies op een complex ontstaat, wordt hiervoor een voorziening getroffen ten laste van de Algemene reserve grondbedrijf.

De Algemene reserve grondbedrijf  moet op voldoende niveau zijn om de benoemde risico's te kunnen opvangen en moet een minimum niveau hebben afhankelijk van het risicoprofiel. Zodra het saldo van de reserve zich onder het minimum niveau bevindt, moet dit worden aangevuld vanuit de Algemene (concern)reserve. De Algemene reserve grondbedrijf kent geen maximum niveau.

Uit onderstaande tabel valt op te maken dat, rekening houdend met het geprognosticeerde resultaat van de grondexploitaties en de ingeschatte risico's, de algemene reserve grondbedrijf voldoende gevuld is.

 

Tabel 5.2 Overzicht resultaat en risico's

 

 

 

Resultaat grondbedrijf (Netto Contante Waarde)*

 €             2,0

mln.

Positief

Totale risico's*

 €             4,0

mln.

 

 

 

 

 

Algemene reserve grondbedrijf

 €             4,8

mln.

 

Voorzien verlies De Volgerlanden (Eindwaarde)

 €             0,7

mln.

 

*In deze cijfers is voor De Volgerlanden alleen rekening gehouden met deel van Hendrik-Ido-Ambacht

6. Verbonden partijen

Inleiding

Verbonden partijen zijn die partijen waarmee de gemeente een bestuurlijke relatie heeft én waarin zij een financieel belang heeft. Een verbonden partij levert daarmee een bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen van de gemeente. Partijen waaraan een significant (financieel) risico kleeft, worden ook verwerkt in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen’.

BBV

In de nieuwe BBV is opgenomen dat voortaan een onderverdeling wordt gemaakt naar:

  • gemeenschappelijke regelingen;
  • vennootschappen en coöperaties;
  • stichtingen en verenigingen, en;
  • overige verbonden partijen.

In dit hoofdstuk gaan we in op de doelstellingen, taken en financiële aspecten van de gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht participeert. Bij een vennootschap en coöperatie participeert de gemeente in het risicodragend vermogen van een privaatrechtelijke rechtspersoon als aandeelhouder van de betreffende NV of BV.

Hieronder wordt een opsomming gegeven van dergelijke samenwerkingsverbanden.

Gemeenschappelijke regelingen Vennootschappen en coöperaties
  • GR Drechtsteden
  • GR Dienst Gezondheid & Jeugd
  • GR Veiligheidsregio
  • GR Omgevingsdienst
  • GR Drechtwerk
  • GR Natuur en recreatieschap IJsselmonde
  • GR Koepelschap Buitenstedelijk groen
  • GR Openbare Verlichting GR Gevudo
  • ROM-D
  • Oasen (NV)
  • Eneco Holding (NV)
  • BNG (NV)


De stichtingen en verenigingen en overige verbonden partijen zijn bij ons niet aan de orde.

Verbonden partijen (x € 1.000)

Relatief aandeel
HIA

Bijdrage
HIA
begroting
2019

Omzet
begroting
2019

Eigen vermogen

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

Vreemd vermogen

 

 

 

 

1-1-2017

31-12-2017

1-1-2017

31-12-2017

GR Drechtsteden

5,21%

   

 

 

 

 

Bureau Drechtsteden en staf

10,22%

855

8.363

 

 

 

 

griffie

10,37%

42

405

 

 

 

 

Sociale Dienst Drechtsteden

4,80%

11.037

229.902

 

 

 

 

minus rijks-doeluitkering SDD

    4,95%

-4.657

-93.995

 

 

 

 

Service Centrum Drechtsteden

5,80%

1.873

32.317

 

 

 

 

Gemeentebelastingen Drechtsteden

9,99%

549

5.494

 

 

 

 

Onderzoekcentrum Drechtsteden

10,51%

84

799

 

 

 

 

Totaal GRD

    5,21%

14.440

277.280

7.045

4.207

58.307

44.570

 

 

 

 

 

 

 

 

GR Dienst Gezondheid & Jeugd (zonder SAV)

5,15%

6.405

124.463

4.963

3.298

83.240

83.840

DG&J

5,87%

1.464

24.955

 

 

 

 

Serviceorganisatie Jeugd

    4,97%

4.941

99.508

 

 

 

 

GR Veiligheidsregio (incl. boxen)

4,35%

1.724

39.604

7.288

7.285

66.887

63.875

GR Omgevingsdienst

1,50%

407

27.179

3.125

2.873

4.907

9.908

Drechtwerk

3,87%

209

5.404

1.224

1.249

32.212

30.648

GR Natuur en recreatieschap IJsselmonde

15,19%

207

1.363

3.970

3.881

2.314

1.977

GR Koepelschap Buitenstedelijk groen (opgeheven per 2018)

 n.v.t.

          

         

GR Openbare Verlichting

   11,98%

 54

451 

166

142

86

210

GR Gevudo (aandeel gar.kap. 7,8 mln)

7,62%

73

958

30

30

529

509

 

 

 

 

 

 

 

 

Vennootschappen

 

 

 

 

 

 

 

ROM-D Holding NV

2,40%

 

 

4.154

4.103

2.154

2.151

ROM-D Capital BV

 

 

 

18.788

18.522

3

12

ROM-D Beheer NV

 

 

 

38

40

408

155

ROM-D Capital beheer BV

 

 

 

49

46

3

0

ROM-D KILL III CV

1,30%

 

 

8.960

9.569

12.874

9.107

ROM-D Projecten CV

 

 

 

3.007

2.481

2.875

2.393

 

 

 

 

 

 

 

 

Oasen (NV)

2,81%

 

 

97.085

103.668

152.765

162.538

 

 

 

 

 

 

 

 

Eneco Holding (NV)

0,50%

 

 

3.121.000

2.869.000

1.952.000

2.787.000

 

 

 

 

 

 

 

 

BNG (NV)

0,05%

 

 

4.486.000

4.953.000

149.514.000

135.072.000

 

A. Gemeenschappelijke regelingen

Een groot deel van de gemeentelijke middelen wordt via verbonden partijen ingezet voor realisatie van doelen, uitvoering van processen en ondersteuning van de bedrijfsvoering. Vanwege de vaak aanmerkelijke bestuurlijke, beleidsmatige en financiële belangen is inzicht in en effectieve sturing op deze verbonden partijen noodzakelijk.

GR Drechtsteden

De gemeenten in de Drechtsteden zijn gezamenlijk een netwerkstad en netwerkorganisatie op een aantal beleidsterreinen. Inhoudelijke samenwerking, afstemming en voorbereiding van beleid binnen de Drechtsteden vindt plaats op de beleidsterreinen Fysiek, Sociaal en Bestuur. Al een aantal jaren werken de Drechtsteden samen in gezamenlijke uitvoeringsorganisaties: Sociale Dienst Drechtsteden, Servicecentrum Drechtsteden, Gemeentebelastingen Drechtsteden, Onderzoekcentrum Drechtsteden, en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden (ROM-D) als onderdelen van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden.

Met die samenwerking zetten de gemeenten in op optimale dienstverlening aan de inwoners, organisatorische en financiële verbeteringen en presentatie van ‘De Drechtsteden’ naar buiten als economisch krachtige, goed bereikbare en leefbare regio. Zij doen dit elk met behoud van de eigen karakteristieke kenmerken. Daarnaast werken besturen en organisaties van de Drechtstedengemeenten ook samen met partijen in de regio, zoals het regionale bedrijfsleven, woningbouwcorporaties, het onderwijs, de gezondheidszorg, welzijnsorganisaties en culturele instellingen. Participeren in de samenwerking biedt de gemeenten kansen en vernieuwingen voor de regio en daarmee ook voor de inwoners. De diversiteit aan beleidsterreinen en uitvoeringstaken waarop in Drechtstedenverband wordt samengewerkt, is vanzelfsprekend merkbaar in de programma’s in onze gemeentelijke begroting.

Naam verbonden partij GR Drechtsteden
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Draagvlak te creëren voor een evenwichtige ontwikkeling van het gebied. Om deze doelstelling te realiseren en met inachtneming van de autonomie van de deelnemende gemeenten, behartigt Drechtsteden de gemeenschappelijke regionale belangen op de volgende terreinen:

  • Economie en bereikbaarheid (economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme)
  • Fysiek (volkshuisvesting, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijk beheer, milieu, water, groen, publieke infrastructuur, economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme)
  • Sociaal (sociale zekerheid en –ontwikkeling, onderwijs en kennisinfrastructuur, sport en cultuur)
  • Bestuurlijke ontwikkeling en grotestedenbeleid
  • Staf- en ondersteunende diensten en de bedrijfsvoering
  • Sociaal- geografisch onderzoek

    Daarnaast heeft Drechtsteden als doelstelling zorg te dragen voor:

  1. de efficiënte en effectieve heffing en invordering van belastingen, voor de heffing en invordering waarvan de gemeenteraden van de gemeenten belastingverordeningen en de kwijtscheldingsregels hebben vastgelegd, elk voor zover het hun gebied betreft;
  2. de uitvoering van de WOZ waaronder ook de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden, elk voor zover het hun gebied betreft.
Risico’s
  • Een lager BUIG-budget bijstand vanwege wijzigende Rijksbudgetten. Deze ontwikkelingen zijn zeer moeilijk in te schatten
  • WMO Begeleiding: stijgende uitgaven voor individuele begeleiding en dagbesteding
  • Zaak- en archief Systeem leidt mogelijk tot hogere beheerlasten.
  • project ICT op orde; openstaande vordering rechtszaak.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het Drechtstedenbestuur (collegelid), Drechtraad (raadsleden fracties) en diverse portefeuillehoudersoverleggen (portefeuillehouders).
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Het Drechtstedenbestuur heeft in juni 2017 de Groeiagenda gepresenteerd. Het is een visie met een doorkijk naar 2030. Deze ambitie is de basis voor een uitvoeringsprogramma. Het is een gezamenlijk programma, waarin regio, gemeenten, bedrijven en instellingen ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid betrokken is. De provincie heeft bereidheid uitgesproken investeringsgeld vrij te maken voor onze regio. De Drechtraad heeft extra middelen beschikbaar gesteld en daarmee bekrachtigd achter de beweging te staan, de kansen voor het gebied te zien en de noodzaak tot investeren onderschreven. In 2019 zal de uitwerking verder gestalte krijgen en zullen wij daar een bijdrage aan leveren met Ambachtse projecten die de Groeiagenda dragen.

De gemeente Dordrecht heeft een onafhankelijke partij (Berenschot) opdracht gegeven voor het uitvoeren van een onderzoek naar de effectiviteit en efficiency van de huidige regionale samenwerking op schaal van de Drechtsteden en Zuid-Holland Zuid. De resultaten van het onderzoek zijn in februari 2018 gepresenteerd. Een commissie onder leiding van de heer Deetman is daarna aan de gang gegaan om te komen tot een voorstel over de doorontwikkeling van de Drechtsteden. Zoals het er tijdens het schrijven van deze begroting op lijkt , zal dit voorstel net voor of net na het behandelen van deze begroting in de raad, verschijnen.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 5 (risicoprofiel hoog)
Websites en documenten www.drechtsteden.nl begroting 2017 en lokale zienswijze

 

 

 

GR Veiligheidsregio ZHZ

Onze gemeente maakt deel uit van de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. De gemeenschappelijke regeling VRZHZ is aangegaan met de gemeenten Alblasserdam, Binnenmaas, Cromstrijen, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Korendijk, Leerdam, Molenwaard, Oud-Beijerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik en Zwijndrecht.

In de veiligheidsregio zijn de brandweertaak en de taken op het terrein van de GHOR (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen) en Crisisbeheersing en Rampenbestrijding ondergebracht.

Naam verbonden partij GR Veiligheidsregio ZHZ
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

De regeling is opgericht voor de uitvoering van de Wet veiligheidsregio’s en stelt zich ten doel te allen tijde een gezamenlijke effectieve en efficiënt georganiseerde slagkracht voor crisisbeheersing, rampenbestrijding, brandweerzorg en geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen te kunnen leveren en een deskundig en betrouwbare veiligheidsadviseur te zijn.

Risico’s

De GR VRZHZ geeft de volgende risico’s op:

  • Wijzigingen door gemeentelijke herindelingen en overgaan van gemeentes naar de provincie Utrecht;
  • Opgelegde taakstellingen;
  • Voltooiing van de reorganisatie.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente De burgemeester zit in het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio.
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De Veiligheidsregio heeft veel aandacht voor het afronding van de reorganisatie. Daarnaast ligt de focus op het op een zo verantwoorde en efficiënte wijze vorm geven aan de bezuinigingsopgave die voor ligt. Dit vertaalt zich in een nieuw dynamisch risicoprofiel en een operationele kaart. Daarnaast is er veel aandacht voor de samenvoeging van de gemeenten in de Hoekse Waard tot één gemeente, het samengaan van de gemeenten Molenwaard en Giessenlanden en het overgaan van de gemeenten Leerdam en Zederik naar de provincie Utrecht.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Arrangement: 4 (risico: gemiddeld/hoog)
Websites en documenten www.vrzhz.nl

 

 

GR Omgevingsdienst

We participeren op Zuid-Holland Zuid-niveau in de GR Omgevingsdienst die voor ons de wettelijke milieu- en omgevingstaken uitvoert. De 17 gemeenten uit de regio Zuid-Holland Zuid zijn eigenaar, samen met de provincie Zuid-Holland.

Naam verbonden partij GR Omgevingsdienst
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Uitvoeren van  de wettelijke milieu- en omgevingstaken voor de 17 gemeenten van Zuid-Holland Zuid en een deel van de provincie Zuid-Holland.

Risico’s
  • Mate waarin de fluctuatie in omzet opgevangen kan worden door een flexibele schil van personeelsbestand;
  • Aansprakelijkheid voor adviezen;
  • Optimaliseren van de nieuwe organisatie.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid) en lid van de auditcommissie
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De reorganisatie van OZHZ is afgerond. Veel aandacht zal in 2019 uitgaan naar het verder realiseren van een optimale organisatie. Daarnaast zal er met andere omgevingsdiensten nadrukkelijk afstemming zijn over het verschuiven en verdelen van taken, soms in opdracht van de provincie.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Arrangement: 4 (risico: gemiddeld/hoog)
Websites en documenten www.ozhz.nl

 

 

GR Dienst Gezondheid & Jeugd

De GR bestaat uit twee organisatieonderdelen: Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) en Serviceorganisatie Jeugd (SOJ). DG&J is verantwoordelijk voor het uitvoeren van taken op het gebied van publieke gezondheid, maatschappelijke zorg, leerplicht en voortijdig schoolverlaten. De dienst is ook verantwoordelijk voor de aansturing van de uitvoering van de integrale jeugdgezondheidszorg. De Regionale Ambulancevoorziening (RAV) is formeel een onderdeel van DG&J. Tweede onderdeel van de GR is de Serviceorganisatie Jeugd. Dit onderdeel is verantwoordelijk voor de sturing op jeugdhulp in Zuid-Holland Zuid. Dit doet de SOJ door contractmanagement, risicomanagement en budgetbeheersing, accountmanagement en informatievoorziening voor gemeenten.

Naam verbonden partij GR Dienst Gezondheid & Jeugd
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

De dienst Gezondheid & Jeugd bewaakt, beschermt en bevordert in opdracht van de 17 gemeenten in Zuid-Holland Zuid de activiteiten die gericht zijn op het verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen en het vergroten van de ontwikkelingskansen van onze inwoners. De Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) is per 1 januari 2015 een zelfstandig onderdeel van de GR Dienst Gezondheid en Jeugd. De Serviceorganisatie Jeugd zorgt namens de gemeenten in ZHZ voor sturing op jeugdhulp.

Risico’s

Voor de Dienst Gezondheid & Jeugd (incl. RAV) worden de volgende risico's gemeld:

  • De ontwikkeling naar een landelijke meldkamer;
  • Strakkere eisen van de inspectie aan de meldkamercentralisten uit de 'witte kolom'.

    De Serviceorganisatie Jeugd noemt als risico's:

De ontwikkeling van de zorgvraag. In het Meerjarenperspectief Jeugdhulp ZHZ 2018-2022  is een realistische begroting opgenomen. Die begroting is gebaseerd op de toen bekende zorgvraag, aangevuld met een gemeentelijke taakstelling op de reductie van het aantal jeugdigen in de regionale specialistische zorgmarkt. Belangrijk risico zit in het behalen van de reductiedoelstelling van (de instroom) van het aantal jeugdigen in deze zorgmarkt.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid) en de Auditcommissie (collegelid).
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

DG&J bereidt zich voor op de nieuwe wet Ambulancezorg. In dit kader wordt de Regionale Ambulance Voorziening ZHZ  (RAV) ondergebracht in een coöperatie waaraan ook het Erasmus MC en het Albert Schweitzer Ziekenhuis deelnemen. De overgang naar de coöperatie wordt in 2018 voorbereid en uitgevoerd. Onderdeel hiervan is ook het opzetten van een zelfstandige administratie en verantwoording. Na invoering en implementatie van de cooperatie maakt  de RAV  geen onderdeel meer uit van de begroting en verantwoording van de DG&J.

Het Rijk heeft besloten de gemeenten Vianen, Leerdam en Zederik met ingang van 1 januari 2019 samen te laten gaan in de nieuwe gemeente Vijfheerenlanden. Deze gemeente wordt onderdeel van de provincie Utrecht. Voor de GR-DG&J betekent dit dat GGD-taken voor de nieuwe gemeente verplicht overgaan naar de GGD-Utrecht. Dat zelfde geldt ook voor de taken van de RAV ZHZ die, voor het grondgebied van Vijfheerenlanden, overgaan naar de RAV Utrecht.

De Serviceorganisatie Jeugd blijft geconfronteerd worden met een grote druk op de zorgmarkt. Aan de ene kant door vermindering van het budget, aan de andere kant door een groeiende zorgvraag. . Met het Meerjarenperspectief hebben de gemeenten plannen gemaakt om de jeugdhulp effectiever en sneller in te zetten. Er wordt hard gewerkt aan preventie, transformatie, het nog beter vormgeven van de toegang en de 3D samenwerking. Het effect van deze maatregelen is zo kort na de vaststelling van het meerjarenperspectief nog niet zichtbaar. Daarbij komt dat er sprake is van een toegenomen vraag naar jeugdhulp. Dat blijkt niet alleen in onze regio het geval te zijn, maar is een landelijk beeld. 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 5 (risicoprofiel hoog)
Websites en documenten

www.dienstgezondheidjeugd.nl

www.jeugdzhz.nl

Begroting 2019

 

 

Drechtwerk

Drechtwerk laat mensen met een arbeidsbeperking zinvol en passend bij hun mogelijkheden, deelnemen aan het arbeidsproces. De invoering van de Participatiewet heeft invloed op Drechtwerk, omdat hiermee de Wet sociale werkvoorziening niet meer bestaat waardoor er geen automatische instroom van SW’ers meer is bij Drechtwerk.

Naam verbonden partij Drechtwerk
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Drechtwerk is ooit opgericht om voor de deelnemende gemeenten uitvoering te geven aan de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Per 1 januari 2015 is instroom in de Wsw niet meer mogelijk. De mensen die al werkzaam zijn bij Drechtwerk kunnen tot zij met pensioen gaan, bij Drechtwerk blijven werken.

Risico’s
  • Hoogte van de Rijkssubsidie SW. De subsidie is de belangrijkste inkomstenbron van Drechtwerk. Het ministerie bepaalt de hoogte van de subsidie per medewerker. Wijziging in de bekostigingssystematiek heeft gevolgen voor de omvang van de subsidie SW.
  • Onvoldoende uitstroom van de SW-doelgroep. Voor de verdeling van de subsidiegelden houdt het Rijk rekening met de verwachte daling van de SW-doelgroep geprognosticeerd. Voor Drechtwerk komt dit neer op ongeveer 8 à 9 procent daling per jaar. Het niet realiseren van deze uitstroom leidt tot tekorten op de salarisbetalingen.
  • Loonkostenstijging ten gevolge van cao-ontwikkelingen.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Opdrachtgeversrol: via bestuurlijke vertegenwoordiging in de GR Drechtsteden.  Eigenaarsrol: wethouder financiën in het Algemeen Bestuur

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Omdat instroom van WSW'ers niet meer mogelijk is, heeft Drechtwerk in 2015 gekozen voor een strategie van gedeeltelijke afbouw, samenwerking met marktpartijen en gedeeltelijke verkoop van onderdelen. Deze ontwikkeling was eind 2016 grotendeels afgerond. Vanuit financieel perspectief is medio 2017 besloten deze afbouwstrategie te herijken. De toen lopende verzelfstandiging van DrechtstedenActief en DrechtwerkGroen  is gestopt en de deelneming in FrisFacilitair blijft in eigendom.

Vanuit de herijkte strategie richt Drechtwerk zich op het bevorderen van de door- en uitstroom van zowel mensen uit de participatiewet als uit de oorspronkelijke SW doelgroep. In dit kader wordt de samenwerking tussen Drechtwerk en de SDD versterkt. Beide organisaties verwachten het sociale domein zo beter te kunnen bedienen. SDD en Drechtwerk zetten onder andere gezamenlijk een organisatie op,van waaruit zowel mensen uit de bijstand als SW'ers worden gedetacheerd. Daarnaast ontwikkelt Drechtwerk leer-werktrajecten die ook voor niet-SW doelgroepen interessant zijn. Op deze wijze kunnen cliënten van de SDD werkervaring op doen en zo doorstromen naar regulier werk. Voor Drechtwerk ishet voordeel dat de aanwezige infrastructuur van het bedrijf beter wordt benut. Die benutting staat onder druk door de afname van het aantal SW geïndiceerden.  

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Arrangement 3: gemiddeld
Websites en documenten

www.drechtwerk.nl

Primaire begroting 2019 en zienswijze

 

 

Koepelschap Buitenstedelijk Groen en Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde

Doel van het Koepelschap is een evenwichtige ontwikkeling en instandhouding van het buitenstedelijk groen als geheel en in verhouding tot zijn omgeving. Het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde behartigt de bovenlokale belangen van openluchtrecreatie op het eiland IJsselmonde.

Naam verbonden partij Koepelschap Buitenstedelijk Groen
Vestigingsplaats Schiedam
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Het Koepelschap heeft tot doel op basis van Rijks-, provinciaal en regionaal beleid in onderlinge samenhang een evenwichtige ontwikkeling en instandhouding van het buitenstedelijk groen als geheel in het gebied behorend tot de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hendrik-Ido-Ambacht, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Maassluis, Nederlek, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, Westvoorne en Zwijndrecht in de directe omgeving daarvan te bevorderen.

Risico’s
  • -
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Een wethouder is lid van het Algemeen Bestuur.
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Het Koepelschap is opgeheven per 31/12/2017. Dit proces loop parallel met een gewijzigde organisatievorm van de recreatieschappen in de provincie Zuid-Holland. De vereffening van het vermogen gebeurt op basis van de jaarrekening 2017. De  gemeente Hendrik-Ido-Ambacht heeft daaruit € 1.000 ontvangen

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 2 (risicoprofiel laag/gemiddeld)

 

 

Naam verbonden partij Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde
Vestigingsplaats Rotterdam
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Het Natuur- en Recreatieschap heeft tot doel de natuur- en recreatieschapsgebieden in of in de directe nabijheid van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hendrik-Ido-Ambacht, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Maassluis, Nederlek, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, Westvoorne en Zwijndrecht efficiënt en effectief te beheren.

Risico’s
  • Het uittreden van de gemeenten uit het schap.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Wethouder RO is lid van het dagelijks en algemeen bestuur van het NRIJ. Een raadslid is lid van het Algemeen Bestuur van het NRIJ.
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De provincie heeft besloten haar deelname in het NRIJ per 1/1/2017 te beëindigen. Ook de gemeente Rotterdam heeft besloten per 1/1/18 uit te treden. Op verzoek van het recreatieschap heeft de provincie haar uittreden opgeschort tot 1/1/2018, zodat het NRIJ zich gedegen kan voorbereiden op haar toekomst. Er zijn overeenkomsten gesloten tussen het schap en de provincie en het schap en de gemeente Rotterdam over de uittreedvoorwaarden.

De uittredingen van de provincie en Rotterdam vragen om een herijking van de samenwerking van de overige gemeenten in het schap. De komende periode staat dan ook in het teken van de toekomst en de transitie van het schap.

In april 2018 hebben de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Ridderkerk, Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht uitgesproken de samenwerking tot zeker 2022 te willen continueren en die periode te gebruiken om te komen tot een solide en toekomstbestendig schap.

 

 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 2 (risicoprofiel laag/gemiddeld)
Website en documenten www.recreatiegebied-ijsselmonde.nl

 

 

 

GR Gemeenschappelijke Vuilverwerking Dordrecht en omstreken (Gevudo)

Gevudo bezit 20 % van de aandelen van NV Huisvuilcentrale Noord-Holland, HVC te Alkmaar en behartigt en coördineert de belangen van de deelnemende gemeenten richting HVC. De GR Gevudo is aangegaan door de gemeenten Alblasserdam, Binnenmaas, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Leerdam, Liesveld, Nieuw-Lekkerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik en Zwijndrecht. Waar de regeling in het verleden daadwerkelijk actief was in het verzamelen en verwerken van huishoudelijk afval, wordt het doel nu feitelijk uitsluitend verwezenlijkt door het verwerven, beheren en vervreemden van aandelen in het kapitaal van de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland (HVC) en het partij zijn bij overeenkomsten tussen aandeelhouders van HVC. De GR Gevudo staat naar rato van haar deelname in HVC garant voor het nakomen van de verplichtingen die HVC aangaat met betrekking tot de financiering van verbrandingsinstallaties. Hiervoor wordt een garantstellingprovisie ontvangen. De verdeelsleutel is het gemiddelde tonnage aangeleverd afval over de laatste vijf jaar. Per 1 juni 2015 is de GR Gevudo gewijzigd zodat de GR Gevudo aansluit bij haar huidige taak, namelijk aandeelhouder zijn van HVC en als doorgeefluik van de garantstellingsprovisie fungeren naar deelnemende gemeenten. De GR Gevudo is ook aangepast om te voldoen aan de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).

Naam verbonden partij GEVUDO
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Behartigen van de belangen van de deelnemers op het gebied van het op milieu hygiënisch verantwoorde wijze verwerken van huishoudelijke afvalstoffen afkomstig van de Drechtsteden, Alblasserwaard en Vijfheerenlanden en de Hoeksche Waard.

Onzekerheden
  • De eventuele tekorten van HVC Alkmaar worden via de gemeenschappelijke regeling Gevudo omgeslagen naar de aandeelhouders.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het algemeen bestuur (collegelid).
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

HVC is financieel robuust, ook op de middellange termijn, en de bedrijfsvoering van HVC is adequaat, uitgaande van de kapitalisering/financiering met gegarandeerde leningen. Als Hendrik-Ido-Ambacht staan wij garant voor € 7,9 miljoen. Maar zolang de verbrandingsinstallaties voldoende aanbod van onder andere de gemeentelijke klanten en waterschappen behouden, is het risico minimaal. HVC is zich hier bewust van en importeert bijvoorbeeld momenteel afval uit Groot Brittannië om de verbrandingsinstallaties zo efficiënt mogelijk te laten draaien en zo de risico's voor de gemeenten zo klein mogelijk te houden. Sinds 2014 is een nieuwe dienstverleningsovereenkomst met HVC van kracht, alsmede voor de gemeente Dordrecht, gemeente Alblasserdam, gemeente Papendrecht en gemeente Zwijndrecht.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel De GR Gevudo heeft een risicoprofiel 1 (laag risico op financieel en bestuurlijk gebied) en daarmee sturingsarrangement 1.

 

 

Bureau Openbare Verlichting

Naam verbonden partij  
Vestigingsplaats Hardinxveld-Giessendam
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Leerdam, Molenwaard, Papendrecht, Krimpenerwaard, Vianen en Zederik hebben zich verenigd in de Gemeenschappelijke Regeling Bureau Openbare Verlichting (Bureau OVL). Kerntaak van deze organisatie is het uitvoeren van het beheer van de openbare verlichting en de centrale aansturing en bewaking op de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden hieraan. Bureau OVL fungeert op dit terrein ook als het kenniscentrum voor de deelnemers en voert in opdracht projecten voor de gemeenten uit.

Onzekerheden
  • Er worden geen risico’s genoemd.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het bestuur (collegelid).
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Bureau OVL neemt deel aan landelijke overleggen van het InterGemeentelijk-overleg Openbare Verlichting (IGOV) welke met ingang van 1 januari 2016 is ondergebracht in de stichting OVLNL.nl. Bureau OVL is van daaruit vertegenwoordiger namens de kleine en middelgrote gemeenten in het landelijk overleg van NetbeheerNederland.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Arrangement 1: Laag

 

 

ROM-D

De Regionale Ontwikkelingsmaatschappij is  de grondontwikkelingsmaatschappij van de Drechtsteden. ROM-D is ene publiek-privaat samenwerkingsverband van de gemeenten in de Drechtsteden , de Provincie Zuid-Holland, de BNG en het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam.

 

De belangrijkste opgave is het versterken van de regionale economie met als belangrijkste activiteiten:

- de uitgifte van kavels

- de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen

- de revitalisering van bestaande bedrijventerreinen

- de promotie van de regio Drechtsteden

 

 

Naam deelneming Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden (ROM-D)
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm

De structuren na invoering van de doorontwikkeling:

  1. ROM-D Holding N.V.
  2. ROM-D Beheer N.V.
  3. ROM-D Capital B.V.
  4. ROM-D C.V.
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) Het versterken van de economische ontwikkeling van de Drechtsteden.
Financieel belang van de gemeente

Kapitaaldeelname

ROM-D Dordtse Kil III CV: Commanditair kapitaal: 140.989 (1,3%)

ROM-D Holding NV: Kapitaal: 109.216 (2,4%)

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Bestuurlijk: de wethouder Economie heeft zitting in de Holding N.V..
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

In de Algemene Vereniging van Aandeelhouders is in het najaar van 2017 een statutenwijziging en nieuwe werkwijze ROM-D vastgesteld. De kern is een proactieve en goed functionerende ROM-D die veel meer vraag-gestuurd werkt. De besluitvorming wordt daarbij gedelegeerd en sturing vindt plaats op basis van een acquisitie-jaarplan.

De komende jaren ontwikkelt de regio circa 110 ha nieuwe bedrijventerreinen, zoals Langeweg-Zuidwende in Hendrik-Ido-Ambacht en Dordtse Kil IV.

Sturingsarraggement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 3 (risicoprofiel gemiddeld)
   

Eneco

Naam deelneming Eneco Holding N.V. en Stedin Holding N.V.
Vestigingsplaats Rotterdam
Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) Waarborg energievoorziening
Financieel belang van de gemeente

Aantal aandelen: 22.495 (0,5%). In deze begroting is rekening gehouden met circa € 466.000 aan dividend voor beide onderdelen gezamenlijk. Bij de eventuele verkoop van Eneco vallen de dividend inkomsten voor dat onderdeel weg.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Als aandeelhouder
Toekomstperspectief en ontwikkelingen Per 31 jan. 2017 is de Eneco Holding formeel gesplitst. Dit maakt ons als gemeenten (53) per die datum aandeelhouder in het netwerkbedrijf Stedin Holding NV en het energiebedrijf Eneco Groep NV. Na de splitsing lag het voor de hand om de publiek belang afweging in het energiebedrijf opnieuw te maken. In oktober 2017 heeft onze gemeente in principe besloten tot het afbouwen van het aandelenbelang in Eneco onder nader, in gezamenlijkheid met andere aandeelhouders, te bepalen condities en procesafspraken. Op dat moment koos circa 75% van de aandeelhouders tot afbouw. Na de verkiezingen 2018 heeft ook de gemeente Den Haag tot afbouw gekozen, zodat nu circa 90% in principe kiest voor afbouw.  De definitieve besluitvorming moet nog  plaatsvinden.

Oasen

Het doel van deze deelneming is het borgen van publieke belangen met betrekking tot drinkwater.

Naam deelneming Oasen Zuid-Holland
Vestigingsplaats Gouda
Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) Drinkwater verzorging inwoners Hendrik-Ido-Ambacht
Financieel belang van de gemeente

21 van de 748 uitgegeven aandelen (3%). De laatste jaren is geen dividend ontvangen.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Als aandeelhouder
Toekomstperspectief en ontwikkelingen -
   

 

BNG

De gemeente heeft een financieel belang in de Bank Nederlandse Gemeenten.

Naam deelneming Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Vestigingsplaats Den Haag
Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) De Bank Nederlandse Gemeenten, opgericht in 1914, is een bank van en voor de overheid. De bank biedt financiële diensten aan, zoals kredietverlening, betalingsverkeer en advisering. De BNG heeft de hoogste rating voor kredietwaardigheid (triple A).
Financieel belang van de gemeente

De gemeente heeft 25.818 aandelen (0.05%) in haar bezit. In deze begroting wordt rekening gehouden met circa € 28.000 aan dividend.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Als aandeelhouder neemt de gemeente deel aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Toekomstperspectief en ontwikkelingen In de miljoenennota 2017 wordt door Kremers gerept over een mogelijke omvorming van BNG Bank, de NWB Bank en FMO (een bank voor ontwikkelingshulp) tot één financieringsinstelling. Bij nader inzien ziet het kabinet ‘vooralsnog minder toegevoegde waarde’ in het samenvoegen van Invest-NL met beide banken.

7. Bedrijfsvoering

Inleiding

Om onze bestuurlijke doelstellingen en ambities te realiseren streven wij naar een krachtige, zelfstandige organisatie. De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de ontwikkelingen en beleidsvoornemens voor mensen en middelen die deze organisatie vormen.

In 2019 is de nieuwe strategische nota bedrijfsvoering gereed. Met deze nota, een vervolg op de nota #Bewegen, zetten we een stip op de horizon voor de doorontwikkeling van de organisatie. De uitvoering doen we aan de hand van een aantal thema's per jaar, die worden uitgewerkt door een brede groep van medewerkers.

Personeel en Organisatie

Een krachtige organisatie in een complexe, dynamische omgeving betekent vooral een wendbare organisatie. Dit betekent dat we continue nadenken over de manier(en) waarop we het werk organiseren. Teams werken over afdelingen heen en in steeds wisselende samenstellingen. Specialisme vliegen we in op juiste moment. Opleiden en ontwikkelen is een belangrijk instrument om medewerkers wendbaar te maken. We investeren onder andere in persoonlijk vakmanschap, moderne vaardigheden, teamontwikkeling en leiderschap. Vanuit de regio wordt ingezet op onderlinge uitwisseling en mobiliteit van personeel.

De arbeidsmarkt wordt krap(per). We ondervinden dit bijvoorbeeld bij technische functies voor de buitenruimte. In regionaal verband gaan we aan de slag met moderne manieren van arbeidsmarktcommunicatie. Daarnaast blijven we lokaal inzetten op trainee- en stageprogramma's en het zelf opleiden van medewerkers voor taken.

Op 1 januari 2020 wordt de Wet normalisering rechtspositie voor ambtenaren van kracht. Het private arbeidsrecht wordt van toepassing. In 2019 moeten we onze geldende rechtspositieregelingen en beleidsregels afstemmen op de nieuwe landelijke cao. Daarbij is belangrijk om regionale afspraken te maken over de vorm van lokale medezeggenschap. Tot slot zetten we aanstellingen en afspraken over arbeidsvoorwaarden van medewerkers om in moderne arbeidsovereenkomsten.

De Quotumwet bepaalt dat de taakstelling voor banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt binnen onze organisatie eind 2019 naar verwachting 2,7 garantiebaan is. Door een nieuw kantineconcept zijn in 2017 twee volledige garantiebanen gerealiseerd. Ook wordt 1,2 garantiebaan ingevuld bij het beheer van de openbare ruimte. We verkennen we de mogelijkheden om de groei van de taakstelling de komende jaren verder in te vullen.

Informatisering

In 2019 wordt in het kader van de regionale sourcingsstrategie de positie van de - lokale - Informatiemanager erg belangrijk. Wij hebben in onze formatie ruimte gecreëerd voor deze rol. Binnen deze rol brengen we ook het datagestuurd werken onder. In 2019 gaan we kijken hoe we de data die we nu al tot onze beschikking hebben beter kunnen benutten.

We hebben in 2018 het Klant-, Zaak- en Archiefsysteem geïmplementeerd. Daarbij was standaardisering de leidraad. In 2019 zal daar een optimalisatieslag op volgen. Daarbij gaan we kijken op welke backoffice applicaties gekoppeld kan gaan worden. 

In het eerste kwartaal van 2019 zal onze nieuwe website live gaan. Dit is een spin-off-traject van het KZA-project.

 

 

Facilitair

Naast de reguliere zaken op facilitair gebied wordt er een nieuw facilitair plan gemaakt voor het gemeentehuis. In dit facilitair plan wordt aandacht besteed aan onderhoud, modernisering en vervangingen.

Communicatie

 

De gemeente daagt onze inwoners uit om hun kennis, ervaring en creativiteit in te zetten voor de ontwikkeling van Hendrik-Ido-Ambacht. Inwoners, organisaties en ondernemers voelen zich steeds meer betrokken bij gemeentelijke projecten en dat vraagt om een andere communicatieaanpak met andere communicatievormen en -middelen. Een beweging die we nu al signlaeren en waarvan we verwachten dat die de komende jaren alleen maar doorzet. Dat vraagt om andere manieren van communicatie en participatie. Daarom werken we in 2019 aan een nieuwe visie op communicatie en participatie. Wij willen als gemeente communicatief zijn en inwoners en relevante partijen betrekken. We bedenken passende communicatiestructuren, instrumenten en werkvormen om dit voor elkaar te krijgen.