Meer
Publicatiedatum: 18-09-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

1. Weerstandsvermogen en risicoparagraaf

Inleiding

Om de financiële positie van de gemeente te kunnen beoordelen, zijn niet alleen de cijfermatige gegevens van belang die in deze begroting worden gepresenteerd. Ook de risico’s die niet in cijfers kunnen worden uitgedrukt moeten we in kaart brengen. Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en de weerstandscapaciteit om die risico’s op te vangen. Het weerstandsvermogen is het vermogen om financiële risico’s op te vangen. De weerstandsratio is de weerstandscapaciteit gedeeld door de omvang van de risico’s.

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit algemene reserves en onbenutte belastingcapaciteit. Bestemmingsreserves en voorzieningen zijn in feite niet vrij beschikbaar. Vanwege deze beperkingen zetten we de algemene reserves slechts in als component van de weerstandscapaciteit.

Onbenutte belastingcapaciteit

De onbenutte belastingcapaciteit richt zich op de gemeentelijke heffingen: de OZB, de afvalstoffen­heffing, het reinigingsrecht en het rioolrecht. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer het gemeentelijke OZB-tarief lager is dan het normtarief voor artikel 12-gemeenten en/of wanneer de andere genoemde tarieven niet kostendekkend zijn. Voor een toelichting op de kostendekking verwijzen we naar de paragraaf Lokale Heffingen.

 

Weerstandscapaciteit (x 1.000)

1-1-2019

1-1-2020

Per inwoner

 

 

 

 

Algemene reserves

19.653

20.559

1

Incidenteel beschikbaar

19.653

20.559

1

 

 

 

 

Beschikbaar voor "Onvoorzien"

25

25

1

 

 

 

 

Onbenutte belastingcapaciteit

 

 

 

 

 

 

 

Afvalstoffenheffing

785

750

24

Riolering

0

23

1

OZB

 

 

 

Opbrengst volgens art. 12 norm

6.747

6.563

210

Opbrengst volgens tarief HIA

5.271

5.352

172

Vrije ruimte

2.262

1.984

64

 

 

 

 

Marktgelden

20

20

1

Begraafplaatsen

0

1

0

Wabo

1.255

1.024

33

Burgerzaken

578

582

19

overige leges

181

201

6

Totaal vrije ruimte belastingen

4.295

3.812

122

 

 

 

 

Totaal weerstandsvermogen

23.973

24.396

124

(Incidenteel + Structureel)

 

 

 

 

Risicobeleid

In de Nota Reserves en Voorzieningen 2011 is het beleid voor het gewenste weerstandsvermogen vastgesteld. Om het gewenste niveau van het weerstandsvermogen te kunnen bepalen, is inzicht nodig in de weerstandscapaciteit die we als gevolg van de risico’s nodig hebben.

De doelstellingen voor het risicomanagement van de gemeente zijn:

  • Tijdig inzicht krijgen in de risico’s en het beheersen van deze risico’s.
  • Het beperken van de gevolgen van risico’s.
  • Het risicobewust maken, ter voorkoming van risico’s of het beperken van de gevolgschade.
  • De beoordeling van het weerstandsvermogen in het kader van de BBV.


Definitie: in dit kader gaat het om financiële risico’s. Dat wil zeggen: de mogelijkheid dat zich een gebeurtenis voordoet die de middelen voor het realiseren van onze doelen positief of negatief beïnvloedt. Het risico wordt daarbij geconcretiseerd met de formule ‘kans x impact’.

Risico´s met een regulier of structureel karakter hebben structurele maatregelen nodig. Denk bijvoorbeeld aan het afsluiten van verzekeringen, het treffen van voorzieningen, het inrichten van de administratieve organisatie en het aanpassen van beleid en de begroting. Tegenvallers met een structureel karakter kunnen we incidenteel opvangen met het weerstandsvermogen, maar ook daar hebben we structurele maatregelen voor nodig. Exploitatierisico´s die samenhangen met de recessie worden daarom (incidenteel) gerekend tot de risico´s die aanspraak maken op het weerstandsvermogen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het risico op lagere rijksbijdragen, bijstandsverlening of bouwleges. Het bepalen een risico is altijd een momentopname. Daarom moeten risico’s regelmatig worden herijkt – liefst binnen de P&C-cyclus.

Bij de inventarisatie van de risico’s in deze paragraaf betreft het de actuele risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen. Dit zijn risico’s:

  • die niet op een andere manier zijn te ondervangen;
  • die een financieel nadelig gevolg kunnen hebben;
  • die relevant zijn (lees: risico van materieel belang);
  • die met redelijke zekerheid zich gaan voordoen en
  • niet direct beïnvloedbaar zijn.


Voor de inventarisatie van de risico’s gelden de volgende criteria:

  • In het kader van het weerstandsvermogen zijn in principe alleen de financiële risico’s van toepassing waarvoor vooralsnog geen of onvoldoende beheersmaatregelen aanwezig zijn.
  • Voor invulling van het begrip ‘risico van materiële betekenis’ is gekozen voor een norm van 0,5% van de totale uitgaven van de gemeente, t.w. € 0,3 mln. Dus richten we ons op risico’s die redelijkerwijs een financiële impact kunnen hebben van € 0,3 miljoen of meer. Door clustering van een aantal kleinere risico’s binnen een programma, kan eventueel al te rigide hantering van het materialiteitsbegrip worden ondervangen.
  • Voor de beschouwing van de risico’s wordt een tijdshorizon gehanteerd van 4 jaar.

De risicoberekening

Per risico lichten we op hoofdlijnen toe wat het risico inhoudt. Vervolgens maken we op basis van de beschikbare informatie een inschatting over de omvang van het risico en de mate van zekerheid dat het risico zich gaat voordoen. De mate van zekerheid duiden we als volgt: zeer laag (10 procent), laag (30 procent), gemiddeld (50 procent) en hoog (80 procent). Daarnaast kijken we of het risico structurele of incidentele gevolgen heeft. Daar waar er structurele gevolgen zijn, moeten structurele beheersmaatregelen genomen worden als dit risico zich voordoet. Eventuele incidentele gevolgen kunnen we afzetten tegen incidentele beheersmaatregelen, zoals onder andere de reserves.

Risico verbonden partijen

Wij zijn gedeeld eigenaar van een aantal verbonden partijen. Daardoor lopen wij indirect ook risico's. Voor onze grote verbonden partijen maken we een inschatting welk risico wij als eigenaar in onze eigen risicoparagraaf moeten opnemen. Dit zijn:

  • De GRD: onze bijdrage is circa € 16 miljoen (5,5 procent) en 11 miljoen na aftrek doeluitkering inkomensvoorziening.
  • De OZHZ: onze bijdrage is circa € 400.000 (2 procent).
  • De VRZHZ: onze bijdrage is circa € 1,9 miljoen (5,1 procent).
  • De Dienst Gezondheid & Jeugd: onze inwonerbijdrage DGJ is zo’n € 1,7 miljoen (6,6 procent) en SOJ: onze bijdrage is circa € 6,1 miljoen (5,7 procent).
  • Drechtwerk, onze (verlies)bijdrage is circa € 200.000 (4 procent van de inwonerbijdragen).

 

In de begrotingen van deze partijen zijn de risico’s niet altijd in cijfers uitgedrukt en zeker niet opgeteld tot een gewogen gemiddelde. Inhoudelijk zijn veel risico’s gerelateerd aan rijksmaatregelen en/of decentralisaties, vooral die op het gebied van sociale zekerheid en werkvoorziening. Hierbij moet we rekening houden met de drie decentralisaties waarvoor wij een risicovoorziening van € 1,5 miljoen hebben gevormd.

 

Specifiek risico

We moeten extra rekening houden met de (grote) tekorten die verwacht worden bij de SDD en de Serviceorganisatie van de DG&J. Met beide organisaties is afgesproken dat ze flink moeten bijsturen om de groeiende kosten in de hand te houden, uiterlijk in 2023. Het gaat daarbij om grote bedragen. Voor de GRD/SDD circa € 17 miljoen en de SOJ circa € 14 miljoen. Ons aandeel bedraagt circa € 1,7 miljoen. Maar in onze cijfers hebben we voor de GRD alleen de taakstelling 2020 verwerkt. Ook hebben we nog de eerdergenoemde risicovoorziening sociaal domein van € 1,5 miljoen. Voor dit onderdeel hoeven we daarom geen extra risicopost op te nemen, bovenop de al eerder meegetelde 10 procent van onze totale bijdrage.

 


Conclusie verbonden partijen

Wanneer we uitgaan van een maximaal structureel risico van 10 procent van onze (netto)bijdrage van € 21,3 miljoen met een hoge kans van optreden (80 procent), komen we op een risicopost van € 3,4 miljoen. De beheersmaatregel die we hierbij moeten nemen is: het actief bewaken van de ambtelijke en bestuurlijke overlegvormen.

Risico Grondexploitaties

Voor de grondbedrijfcomplexen geldt dat het niet alleen om negatieve, maar ook om positieve risico’s gaat. De begrote eindwaarde kan door marktrisico’s tenslotte zowel nadeliger als voordeliger uitvallen dan de prognose. Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden tot bijsturing, bijvoorbeeld in tempo en programmering. Ook eventuele subsidies kunnen een positief risico met zich meebrengen. Jaarlijks leggen we de risico’s van de lopende grondexploitaties aan de raad voor in de geactualiseerde GREX’en. In geval van een voorzien verlies wordt een 'voorziening' gevormd. Voor de algemene en specifieke risico’s zijn een Algemene Reserve Grondbedrijf gevormd, en een voorziening voor ons aandeel in het voorziene verlies De Volgerlanden. Grondexploitaties kennen algemene risico’s, zoals rente- en prijsmutaties, tijdsplanningen en afzetrisico’s. Ook zijn er specifieke projectrisico’s. Bovendien geldt dat de risico’s in zo’n GREX op basis van onderzoek zo goed mogelijk, maar enigszins voorzichtig worden geraamd. Hierdoor kunnen zowel voor- als nadelen optreden. Voor een uitgebreide toelichting op de GREX'en en risico’s verwijzen we naar de paragraaf Grondbeleid en de GREX'en zelf.

Volgerlanden

De GREX 2019 kent een klein negatief verwacht saldo op eindwaarde dat door een voorziening is afgedekt. Voor de komende drie jaar is een risicobuffer van € 3,7 miljoen met 90 procent zekerheid afdoende. Dit hebben we berekend op basis van de laatste actualisatie van de risico’s en de risicobeheersingsmethode die we gebruiken. Daarnaast hebben we in de gemaakte afspraken met de gemeente Zwijndrecht opgenomen dat van het eventuele exploitatietekort tot € 20 miljoen, beide partijen ieder de helft hiervan voor hun rekening nemen. Van bedrag dat boven de € 20 miljoen uitkomt, komt twee derde voor rekening van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en een derde voor rekening van de gemeente Zwijndrecht. Ons risicodeel is dus € 1,85 miljoen.

Ambachtsezoom

De GREX 2019 fase 1 kent met 90 procent zekerheid een verwacht positief resultaat van € 2,2 miljoen op contante waarde en een maximale risicobuffer van 2,3 miljoen. Voor fase 1a geldt een verwacht positief resultaat van € 0,5 miljoen en een risico van € 0,06 miljoen.


Conclusie grondexploitaties

Om het gecombineerde risico te bepalen, moet ook rekening worden gehouden met het positieve resultaat van de Ambachtsezoom. Dat is nog niet in de boeken opgenomen. Ons aandeel in het risico Volgerlanden plus het risico Ambachtsezoom, min het positieve resultaat Ambachtsezoom, resulteert in een gecombineerd risico van € 1,5 miljoen met een gemiddelde kans van optreden, oftewel 50 procent.

Risico Algemene uitkering en doeluitkering / decentralisaties

De effecten van rijksmaatregelen zijn voor de middellange termijn allerminst zeker. De macro-economische ontwikkelingen zijn moeilijk te voorspellen, laat staan de bestuurlijke vertaling van het Rijk naar de uitkeringen voor gemeenten en/of verdeelmodellen. Dat geldt in het bijzonder voor het sociale domein. Sinds 2015 zijn de drie decentralisaties Jeugdhulp (inclusief Passend Onderwijs), WMO en Participatiewet doorgevoerd.

 

Voor de decentralisaties met hun kortingen zijn de effecten zorgwekkend. Ook de herverdelingen kunnen voor een individuele gemeente zowel positief als negatief uitpakken – het zogeheten objectieve verdeelmodel. We zullen dit de komende periode actief monitoren.

 

Voor deze onderdelen geldt dat ze op basis van solidariteit worden opgepakt, zodat we voor- en nadelen in eerste instantie op regionaal niveau kunnen vereffenen. Bovendien worden de risico's van Verbonden Partijen ook al hiervoor meegenomen. En de gemeente heeft een algemene risicoreservering ingesteld voor deze taken, met een huidig saldo van € 1,5 miljoen. Daarnaast staat een grote herijking van het rekenmodel Algemene Uitkering, inclusief sociaal domein, op de planning die in 2021 van kracht moet worden. Deze zal ongetwijfeld tot een herverdeling leiden.

 

Specifiek risico

In de meicirculaire 2019 heeft het Rijk extra middelen voor Jeugdzorg ter beschikking gesteld tot het jaar 2021. Voor onze gemeente gaat het om € 0,5 miljoen. De middelen voor het jaar 2022 en daarna zijn nog onderwerp van nader onderzoek, maar de gemeenten mogen deze vooralsnog wel in hun meerjarenramingen meenemen. Een flinke onzekerheid dus.


Conclusie algemene uitkeringen en doeluitkeringen

In onze Kadernota anticiperen we zo goed mogelijk geanticipeerd op de plannen van Het Rijk, waaronder de taalstellingen. Dit geldt ook voor eventuele herverdelingseffecten. Voor deze risicoparagraaf houden we rekening met een nadelig structureel restrisico ter grootte van 4 procent van ons taakveld Algemene Uitkering. Dit is een bedrag van € 1,5 miljoen, met een gemiddelde kans van optreden, oftewel 50 procent. Voor het specifieke, structurele risico gaan we uit van € 0,5 miljoen met een grote kans, oftewel 80 procent. De beheersmaatregelen die we moeten nemen, zijn: het actief volgen van de Kadernota en de begroting, en deze bijsturen als dat nodig is.

Incidentele, algemene risico's

Naast de specifieke risico's kennen we ook incidentele, algemene risico's, zoals een beroep op onze achtergestelde garantieverstrekkingen. Deze bedragen in totaal circa € 110 miljoen. Ook een hogere loon- of prijsstijging dan geraamd valt hieronder: een omzet van circa € 75 miljoen, inclusief GREX’en en verbonden partijen. De kans hierop wordt ingeschat op extreem laag, oftewel 1 procent.

Recapitulatie

De risico's van verbonden partijen en rijksuitkeringen zijn semi-structureel. Daarom hebben we deze tweemaal meegeteld in de totaaltelling.

SAMENVATTING (x €1.000)

 Begroting 2019

 Begroting 2020

Programma 1 - Sociaal, Welzijn en Educatie

Verbonden partijen

3.040

3.400

Programma 2 - Ruimtelijke Ordening, Economie en Wonen

Grondexploitaties

900

750

Programma 4. Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen

Algemene uitkering en overige rijksbijdragen

Algemeen

1.040

 

2.300

1.850

Totaal risico's

4.980

8.300

Weerstandscapaciteit

23.973

24.396

Weerstandsratio

4,8

2,9

 

Financiële kengetallen in relatie tot de financiële positie

Hierna wordt een overzicht gegeven van de (verplichte) financiële kengetallen. Zoals bekend is onze schuldquote en ons aandeel "grondexploitatie" door onze relatief grote grondexploitatie Volgerlanden hoog (> 130% schuld). Maar in dit soort getallen komt de deelname in het risico door gemeente Zwijndrecht niet tot uitdrukking (n.b. voor onze gemeentegrootte is het aandeel 'grondexploitatie' gemiddeld 16%). Tegelijkertijd is zichtbaar dat door ons voorzichtige, solide financieel beleid de trend van alle financiële kengetallen positief is, dat geldt ook voor ons hiervoor berekende weerstandsratio.

Wanneer we de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie bekijken, kunnen we concluderen dat de gemeente financieel gezond is.

 

KENGETALLEN (x € 1.000) 2020 2021 2022 2023
Recapitulatie        
Netto schuldquote 162% 147 151% 122%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen 156% 142% 144% 116%
Solvabiliteitsratio 17% 19% 20% 21%
Grondexploitatie 95% 80% 74% 57%
Structurele exploitatieruimte 1% 0% 0% 0%
Belastingcapaciteit 112% 112% 112% 112%
         
1A. Netto schuldquote        
Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 131.625 101.750 76.875 73.667
Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 9.402 25.236 35.619 31.795
Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 6.000 6.000 6.000 6.000
Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e, f en g) 0 0 0 0
Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 6.000 6.000 6.000 6.000
Liquide middelen (cf art. 40 BBV) 1.000 1.000 1.000 1.000
Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) 3.000 3.000 3.000 3.000
Totale baten (excl. mutaties reserves) 74.560 83.524 71.912 83.266
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 162% 147% 151% 122%
Minus vaste geldleningen Volgerlanden netto 91% 87% 92% 86%
         
1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen        
Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 131.625 101.750 76.875 73.667
Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 9.402 25.236 35.619 31.795
Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 6.000 6.000 6.000 6.000
Financiële activa (cf. art. 36 lid b, c, d, e, f en g) 4.846 4.767 4.686 4.603
Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 6.000 6.000 6.000 6.000
Liquide middelen (cf art. 40 BBV) 1.000 1.000 1.000 1.000
Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) 3.000 3.000 3.000 3.000
Totale baten (excl. mutaties reserves) 84.560 83.524 71.912 83.266
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte 156% 142% 144% 116%
leningen (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%        
         
2. Solvabliteitsratio        
Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV) 31.673 31.513 31.120 30.724
Balanstotaal 183.806 170.246 155.991 148.687
Solvabiliteitratio (A/B) x 100% 17% 19% 20% 21%
         
3. Kengetal grondexploitatie        
Niet in exploitatie genomen bouwgronden (art. 38a) 0 0 0 0
Bouwgronden in exploitatie (cf. art.38 lid b BBV) 80.242 66.782 52.978 47.686
Totale baten (excl. mutaties reserves) 84.560 83.524 71.912 83.266
Grondexploitatie (A+B)/C x 100% 95% 80% 74% 57%
         
4. Structurele exploitatieruimte        
Totale structurele lasten excl reserves en incidenteel 84.267 83.578 72.112 83.254
Totale structurele baten excl reserves en incidenteel 84.560 83.431 71.819 83.173
Totale structurele toevoegingen aan reserves (tabel 7) 65 65 65 65
Totale structurele onttrekkingen van reserves (tabel 7) 347 365 367 154
Totale baten excl mutaties reserves 84.560 83.524 71.912 83.266
Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E 0,7% 0,2% 0,0% 0,0%
         
5. Belastingcapaciteit        
OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 311 311 311 311
Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 184 184 184 184
Afvalstoffenheffing voor een gezin 335 335 335 335
Eventuele heffingskorting 0 0 0 0
Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 829 829 829 829
Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 740 740 740 740
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor 112% 112% 112% 112%
         
Beleidsindicatoren programma 4        
         
Formatie (fte per 1.000 inwoners) 2,70 2,66 2,63 2,60
Bezetting (fte per 1.000 inwoners) 2,48 2,45 2,42 2,39
Apparaatskosten (kosten per inwoner) 347 348 344 339
Externe inhuur excl. VP (& van totale loonkosten + totale inhuur) 11,4%      
Overhead (%van totale lasten exclusief toev. reserves) 7,4% 7,6% 8,9% 7,7%

 

2. Financiering

Inleiding

De financieringsfunctie van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht dient uitsluitend de publieke taak. Het prudente beleid valt binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Centraal in deze wet staan transparantie en risicobeheersing. Om inzicht te geven in de wijze waarop de gemeente dit doet en beeld te geven van de stand van zaken wordt in deze paragraaf ingegaan op het risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financierings- en schuldpositie, het kasbeheer en de informatievoorziening.

Algemeen

Het op 8 december 2015 in werking getreden Financieringsstatuut, vormt het kader voor beleid en uitvoering van de treasuryfunctie. Afhankelijk van de hoogte en de verwachte duur van het liquiditeitstekort of –overschot, wordt vermogen tijdelijk of langdurig aangetrokken of uitgezet (Schatkist). Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat de kasgeldlimiet optimaal benut wordt en zoveel mogelijk kort vermogen wordt aangetrokken. Benadrukt wordt dat de financieringsfunctie van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht uitsluitend de publieke taak dient en dat een prudent beleid gevoerd wordt binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido).

Binnen de financiële functie van de gemeente is het van belang om onderscheid te maken tussen treasury- en de controlfunctie. Treasury zorgt voor de beschikbaarheid van geldmiddelen; de controlfunctie is belast met het toezicht en de bewaking van de aanwending ervan. Vanuit deze rollen is de focus bij treasury gericht op feitelijke in- en uitgaande kasstromen, terwijl de controlfunctie veelal redeneert in termen van baten en lasten. In deze paragraaf staan de kas- en financieringsstromen centraal.

Rente ontwikkelingen

De rente op de geld- en kapitaalmarkten heeft nog steeds een laag niveau. De rente voor 1-maandskasgeldleningen is al meerdere jaren negatief. In maart 2019 heeft de Europese Centrale Bank (ECB) besloten dat vanaf september 2019 een nieuwe reeks gerichte langlopende herfinancieringstransacties met een looptijd van twee jaar zal worden ingevoerd. Dit betekent vooralsnog een voortzetting van de lage (negatieve) rentetarieven.

De kapitaalmarktrente is eveneens zeer laag. Het rendement op tienjarige Nederlandse staatsleningen is ten tijde van het opstellen van deze financieringsparagraaf naar het laagste gemiddelde niveau ooit gedaald. De rente voor 10-jarige staatsleningen bedraagt medio juli 0,21%. De verwachting is dat deze rente het komend jaar zal stijgen tot ongeveer 0,68% medio 2020.

Vanuit Treasury SCD vindt monitoring van de renteontwikkelingen plaats en waar nodig in samenspraak met de gemeente gehandeld.

Het afgelopen jaar heeft de renteontwikkeling het volgende beeld laten zien:

 


In onderstaande tabel wordt de renteverwachting van een aantal grootbanken voor het komend jaar weergegeven.

Tabel 1 Rentevisie

Renteverwachtingen komend jaar (rentevisie)      
Omschrijving tijde van opstelling begroting 2020 verwachting grootbanken van stand over 1 jaar Toe-/afname
Korte rente (3-maands Euribor), ca. -0,34% -0,22% 0,12%
Lange rente (10-jaars IRS), ca. 0,21% 0,68% 0,47%
Spread 0,55% 0,90% 0,35%

Banken zullen bij het verstrekken van langjarige financiering liquiditeitsopslagen berekenen bovenop de in voorgaande tabellen genoemde IRS-niveaus. Voor bijvoorbeeld een 10-jaars lening bedraagt deze opslag thans circa 0,10% (10 basispunten).

Renterisico's

Renterisico’s worden vanuit de Wet fido beoordeeld op de korte en op de langere termijn.

Renterisico op de korte schuld: de kasgeldlimiet

Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de gemeente met kortlopende middelen (korter dan 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Voor 2019 kan de kasgeldlimiet voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht als volgt worden bepaald:

 

 

Berekening kasgeldlimiet 2020: Bedragen x € 1.000        
Begrotingstotaal 2020  € 83,995 miljoen        
Relevant percentage 8,5%        
Kasgeldlimiet € 7,140 miljoen        
    1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal

Gemiddeld, netto vlottende schuld (+) of

gemiddeld netto vlottend overschot (-)

 

 

€ 5.000

 

€ 5.000

 

€ 5.000

 

€ 5.000

           
Overschrijding kasgeldlimiet   - - - -
Ruimte onder de kasgeldlimiet   € 2.140 € 2.140 € 2.140 € 2.140
           

 

De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht verwacht in 2020 binnen de kasgeldlimietruimte te opereren. Oogmerk van het door het SCD uit te voeren gemeentelijke saldobeheer is om de limietruimte optimaal te benutten.

De te betalen rente voor de korte financiering is in de begroting 2020-2023 geraamd op 0,10% in 2020, 0,25% in 2021, 0,25% in 2022 en 0,50% in 2023 .

Het interne rente-omslagpercentage zal voor de jaren 2020 tot en met 2023 1,20% bedragen.

Renterisico op de langlopende schuld: de renterisiconorm

De Wet fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met de renterisiconorm biedt de Wet fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. Het doel van deze norm is het voorkomen van een overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één bepaald jaar. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm per jaar niet meer zijn dan 20% van het begrotingstotaal.

Conform voorschrift van de geactualiseerde Wet fido wordt het renterisico in onderstaande tabel voor de komende vier jaren bepaald, terwijl de renterisiconorm alleen betrekking heeft op het totaal van de begroting van het komende jaar.



Berekening renterisiconorm        
Begrotingstotaal 2020-2023 € 83.995 € 83.642 € 72.178 € 83.319
Percentage regeling 20% 20% 20% 20%
Renterisiconorm € 16.799 €16.728 € 14.436 € 16.664
         
Toetsing renterisico aan norm:        
Renterisico € 29.875      
Renterisiconorm € 16.799      
Overschrijding € 13.076      

Uit deze tabel blijkt dat de gemeente in 2020 de renterisiconorm zal overschrijden.

Deze overschrijding wordt veroorzaakt door een aflossing van de in 2019 afgesloten fixe-lening van € 15 miljoen. Deze lening is eind juni 2019 aangetrokken als verplichte consolidatie van de gedurende enkele kwartalen (toegestane) overschreden kasgeldlimiet. Daarbij is bewust een keuze gemaakt voor twee kortlopende leningen van één en twee jaar van respectievelijk € 15 en € 12 miljoen. Dit omdat in deze periode de opbrengst van de verkochte Eneco-aandelen wordt verwacht. Wanneer dan binnen de normen van de renterisiconorm zou worden geopereerd, dan ontstaat er een forse overliquiditeit hetgeen niet gewenst is.

Financieringspositie

De totale gemeentelijke langlopende leningenportefeuille valt in twee delen uiteen, te weten een deel voor de Algemene Dienst en een deel voor De Volgerlanden.  Mede op grond van de liquiditeitenplanning wordt voor 2020 het volgende verloop van de leningenportefeuilles voorzien:

Verwacht verloop leningenportefeuilles 2020        
    BIJ: AF:  
Portefeuille Stand per 1-1-2-20 Nieuwe lening 2020 Aflossing 2020 Stand per 31-12-2020
Algemene Dienst € 71.625 - € 19.875 € 51.750
De Volgerlanden € 60.000 - € 10.000 € 50.000
Totaal € 131.625 - € 29.875 € 101.750

Door de aandelenverkoop wordt naar verwachting in 2020 geen nieuwe lening aangetrokken waardoor er ook feitelijk geen renterisico optreedt.

De aflossing van de leningen voor De Volgerlanden kunnen volgens de meest recente grondexploitatie opgebracht worden door de grondverkopen in 2020.

Kredietrisico's

Kredietrisicobeheersing richt zich op de kredietwaardigheid (en dus risicoprofiel) van de tegenpartijen bij financiële transacties. Kredietrisico’s kunnen worden gelopen vanuit uitzettingen of vanuit verleende garanties.

Uitzettingen

Onder uitzettingen worden verstaan verstrekte leningen en beleggingen. Naar verwachting zullen per eind 2020 de standen hiervan als volgt bedragen:

 

Leningen aan woningcorporaties € 0,05 mln
Woningfinancieringen gemeentepersoneel € 2,9 mln
Startersleningen € 0,5 mln
Lening aan ROM-D € 0, mln
Lening aan VR ZHZ € 1,3 mln
Totaal € 4,75 mln

In 2003 heeft de gemeenteraad besloten dat het verstrekken van geldleningen aan plaatselijke instellingen geen gemeentelijke taak is. Voor zover passend binnen de vastgestelde kaders kunnen dergelijke instellingen gebruik maken van het gemeentelijke garantiebeleid voor een zo gunstig mogelijke financiering van maatschappelijke activiteiten, waardoor de besparing in de rentekosten ten gunste van die activiteiten kan worden ingezet.


Garantstellingen

De gemeente loopt niet alleen kredietrisico op uitzettingen, maar ook op de geldleningen waarover een garantstelling is verstrekt. Naar verwachting zal de totale restantschuld van de gegarandeerde geldleningen per eind 2020 € 87,0 miljoen bedragen. Dit kan als volgt worden gespecificeerd:

 

Woningbouw (direct) € 2,1 mln
Woningbouw (vanuit WSW-achtervang) € 76,2 mln
Overig  € 8,7 mln
Totaal € 87,0 mln

De borgstellingspositie die voortvloeit uit de achtervang in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) bedraagt circa 90% van het totaal geborgde volume. Aan deze achtervangpositie, ook wel aangeduid als indirect kredietrisico, is een relatief laag risicoprofiel verbonden.

De achtervangafspraken tussen WSW en de gemeenten bepalen dat WSW de gemeenten zodanig informeert dat zij vanuit hun achtervangpositie redelijkerwijs hun financiële belangen kunnen bewaken. Daartoe verstrekt het WSW jaarlijks de volgende informatie:

  1. Overzicht Borgingsplafonds - Het overzicht vermeldt de vastgestelde borgingsplafonds van alle corporaties waarvoor de gemeente is vermeld in geborgde leningovereenkomsten (stand per ultimo vorig verslagjaar, lopend jaar en volgend jaar). Het borgingsplafond is het bedrag dat een corporatie in de aangegeven periode maximaal mag lenen onder WSW-borging voor financiering van de door haar geplande activiteiten.
  2. Overzicht financiële ratio’s - Het overzicht financiële ratio’s vermeldt de gewogen financiële ratio’s ICR, DSCR, LTV, solvabiliteit en dekkingsratio van alle corporaties waarvoor de gemeente is vermeld in geborgde leningovereenkomsten (stand per ultimo vorig verslagjaar). De vermelde ratio’s zijn gebaseerd op de door de corporatie aangeleverde cijfers die WSW gebruikte voor de bepaling van de risicoclassificatie van de corporatie.
  3. Leningenoverzicht - Het leningenoverzicht bevat detailinformatie per corporatie voor alle afzonderlijke geborgde leningovereenkomsten waarin de gemeente is vermeld.
  4. Het Schuld/WOZ-overzicht - Dit overzicht bevat per corporatie informatie over de geborgde schuld en de WOZ-waarde van het bij WSW ingezette onderpand. Het overzicht geeft informatie over de gehele corporatie. Maar het overzicht geeft ook informatie over het onderpand dat zich in de gemeente bevindt en de geborgde schuld van de corporatie waarvoor de gemeente is vermeld in de leningovereenkomsten. Uit het Schuld/WOZ-overzicht is onder andere afleesbaar of de corporatie op dit moment voldoet aan de dekkingsratio van WSW en de limiet achtervang gemeenten.

De overige borgstellingen zijn te kenmerken als directe gemeentelijke kredietrisico’s. De grootste hiervan betreft een aansprakelijkheid voor de financieringsportefeuille van HVC waaraan een bedrag van € 8,7 miljoen verbonden is.

Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico is het risico dat de gemeente vanwege een tekort aan geldmiddelen niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is dit risico beperkt, onder meer vanwege een met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) per 1 januari 2019 herziene kredietlimiet van € 8 miljoen.

Debiteurenrisico

Het debiteurenbeleid is gericht op het beperken van de uitstaande debiteurenomvang. Door middel van reguliere aanmaningsrondes, invorderingsacties en inning door middel van automatische incasso worden de risico’s beperkt gehouden.

Kas- en saldobeheer

De inrichting van het betalingsverkeer (het beheer van het gemeentelijke rekeningstelsel, het coördineren van bevoegdheden en het verrichten van feitelijke betalingen) alsmede de saldoregulatie wordt verzorgd vanuit Servicecentrum Drechtsteden. De gemeente was, is en blijft daarbij overigens eigenaar van de betreffende bankrekeningen. De gemeente onderhoudt contacten met de BNG en Rabobank.

Een hulpmiddel bij de saldoregulatie èn voor het eventueel opnemen van langjarige financiering is de meerjarige liquiditeitenplanning, welke door het SCD in nauw overleg met de gemeente is opgezet. Deze planning wordt periodiek geactualiseerd op grond van nieuwe informatie of inzichten rond bijvoorbeeld investeringen en grondexploitaties. Op basis van de meest actuele planning wordt voor 2020 geen nieuwe lening verwacht (zie ook onderdeel financieringspositie).

Schatkistbankieren

Bij het gemeentelijk saldobeheer dienen de nieuwe voorschriften rond Schatkistbankieren in acht te worden genomen. Onder deze regeling dienen gemeenten tijdelijk overtollige geldmiddelen bij het Ministerie van Financiën te stallen, rekening houdend met een drempelbedrag,. Het drempelbedrag voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht voor 2020 kan als volgt worden berekend:

Berekening drempelbedrag SKB 2020  
Begrotingstotaal € 83,995 miljoen
Relevant percentage 0,75%
Drempelbedrag (afgerond) € 627.713

Wanneer de gemeente het drempelbedrag overschrijdt moet  het meerdere afgestort  worden in de Schatkist van het Rijk. Over dit saldo wordt op dit moment geen rente vergoed.

Wanneer de gemeente het drempelbedrag overschrijdt dient het meerdere afgestort te worden in ’s Rijks Schatkist. Over dit saldo wordt op dit moment geen rente vergoed.

Begin juli 2019 heeft de Minister van Financiën de toegezegde beleidsdoorlichting van artikel 12 schatkistbankieren en betalingsverkeer Rijk aan de Tweede Kamer gezonden. Deze doorlichting fungeerde ook als basis voor de evaluatie van de wijziging van de Wet fido uit 2013, het verplichte schatkistbankieren. Om decentrale overheden met structurele schulden en slechts incidentele middelen tegemoet te komen, denkt het kabinet aan een eventuele verhoging dan wel andere berekening van het drempelbedrag. Het tijdstip van eventuele aanpassing van het drempelbedrag is nog niet bekend.

Informatievoorziening

Met het Servicecentrum Drechtsteden vindt regelmatig overleg plaats over de voortgang en uitvoering van de treasuryzaken, met name over de liquiditeitenplanning en eventuele financieringsmogelijkheden. Vanwege de grote rol van De Volgerlanden in de gemeentelijke kastromen wordt ook de planeconoom daarbij betrokken.

Rentetoerekening

3. Lokale heffingen

Inleiding

Lokale heffingen kunnen we onderscheiden in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk binnen het werkterrein van de gemeente worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerende-zaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en precariobelasting. Deze heffingen zijn niet verbonden aan een inhoudelijk programma en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen.

Deze paragraaf heeft betrekking op beide heffingen. In het vervolg gaan wij achtereenvolgens in op:

  • Ontwikkelingen en rijksbeleid
  • Overzicht opbrengst gemeentelijke heffingen
  • Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)
  • Overige lokale heffingen
  • Kwijtscheldingen

Ontwikkelingen en rijksbeleid

Verruiming gemeentelijk belastinggebied

Al enige tijd wordt in deze paragraaf lokale heffingen in zowel de begroting als jaarrekening aandacht besteed aan de verruiming van het gemeentelijk belastinggebied.

Ook nu wordt weer een laatste stand van zaken gegeven.

Diverse studies (2015) die pleitten voor een herziening van het gemeentelijke belastinggebied, gevolgd door een eerste aanzet (2016) van de minister aan de Tweede Kamer over de hervorming van de gemeentebelastingen, hebben de vorige kabinetsperiode niet geleid tot een verdere invulling. Staatssecretaris Snel van Financiën heeft de Kamers inmiddels, zoals eerder toegezegd, via een brief geïnformeerd over het proces om te komen tot de bouwstenen voor een beter belastingstelsel waarin hij ten aanzien van gemeentebelastingen aangeeft dat een verschuiving naar een ruimer gemeentelijk belastinggebied tot de mogelijkheden behoort. De eerder uitgewerkte plannen voor een herziening van het gemeentelijke belastinggebied worden hiertoe opnieuw doordacht. De staatssecretaris heeft zich ten doel gesteld begin 2020 de concrete bouwstenen en voorstellen voor verbetering en vereenvoudigingen van het stelsel op te leveren, met daarin duiding van de knelpunten en perspectief op de oplossingen.

Vervangen macronorm OZB door benchmark lokale lasten

Tot en met 2019 gold de zogenoemde 'macronorm'. Dit was een afspraak tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Rijksoverheid over de maximale stijging van de landelijke opbrengst onroerende-zaakbelastingen (OZB).

In 2020 komt er een benchmark, waarin naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, moeten de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker worden. Ook moet de benchmark het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals stijging van de lasten, bevorderen.

De huidige macronorm bepaalt de maximale jaarlijkse stijging van de ozb-opbrengsten van alle gemeenten samen en stamt uit 2007. Sinds die tijd is de vergelijking van de lokale lasten tussen gemeenten volgens het Rijk beter mogelijk geworden. Onder meer door de jaarlijkse Atlas van de lokale lasten van het COELO en de wettelijke verplichting om in de gemeentebegroting de ontwikkelingen toe te lichten.

Ook bleek al in 2014 dat de macronorm geen effectief instrument is. ‘Het heeft niet bijgedragen aan de gematigde lastenontwikkeling. De besluitvorming over tarieven in gemeenten is namelijk in de eerste plaats geënt op lokale afwegingen,’ schrijft minister Ollongren in haar brief aan de Tweede Kamer over de invoering van de benchmark lokale lasten. Volgens haar zullen gemeenten door de benchmark nog scherper worden op een deugdelijke onderbouwing van de lastenontwikkelingen.

Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten

Onderstaande tabel geeft een overzicht, ingedeeld naar algemene dekkingsmiddelen en gebonden heffingen, met de geraamde opbrengst voor 2020 en 2019, evenals de  verantwoorde opbrengsten over 2018. Wij merken op dat de verschillen tussen 2020 ten opzichte van 2019 geen indicatie geven van de stijging of daling van de tarieven, maar van de totale opbrengst. Factoren zoals ontwikkelingen in de WOZ-waarde en areaaluitbreiding spelen hierbij een belangrijke rol.

 

Bedragen x €1.000 Rekening 2018 Begroting na wijziging 2019 Begroting 2020 Mutatie 2020 t.o.v. 2019
Algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen)        
Onroerendezaakbelasting 5.166 5.193 5.353

160

Hondenbelasting 165 155 175 20
Precariobelasting 541 522 523 1
Subtotaal 5.872 5.870 6.051 181
         
Gebonden heffingen        
Afvalstoffenheffing 3.553 3.604 3.764 160
Rioolheffing 2.180 2.209 2.297 88
Lijkbezorgingsrechten 559 509 520 11
Bouwleges 488 426 564 138
Overige leges 619 471 501

30

Marktgeld 42 45 46 1
Subtotaal 7.441 7.264 7.692 428
TOTAAL 13.313 13.134 13.743 609

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In het begrotingsjaar is circa 16 % van de inkomsten afkomstig uit lokale heffingen. De lokale heffingen vormen daarom een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente.

Heffingen woonlasten (lokale lastendruk)

Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen het leeuwendeel van de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk.

In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van gemiddelde WOZ-waarde (de basis voor het berekenen van de OZB-aanslag) en de woonlasten voor meerpersoonshuis­houdens in euro’s weergegeven over de laatste vier jaren. Hier zijn voor de afvalstoffen- en de rioolheffing de voor dat jaar geldende tarieven opgenomen. De gemiddelde woonlast OZB is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage. In de kolom 2020 zijn de gevolgen van de belastingvoorstellen verwerkt.

 

  2016 2017 2018 2019 2020
Gemiddelde WOZ-waarde 215.000 221.000 234.000 252.000 --
OZB-eigenaar 309,17 306,75 302,33 302,90 310,77
Afvalstoffenheffing 315,12 315,12 321,36 326,16 334,56
Rioolheffing eigenaar 120,84 120,84 120,84 122,64 125,76
Rioolheffing gebruiker 56,16 56,16 56,16 56,88 58,32
Ontwikkeling lastendruk 801 799 801 809 829
% stijging t.o.v. vorig jaar   -0,3% 0,2% 1,0% 2,6%


Bij de berekening van de woonlasten voor 2020 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.

Onroerendezaakbelasting +2,6%
Afvalstoffenheffing +2,6%
Rioolheffing +2,6%

Deze verhogingen zijn conform de Kadernota.

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de gemiddelde woonlasten in 2020 met 2,6 % zullen stijgen ten opzichte van het jaar ervoor.

Hieronder treft u per heffing een toelichting aan.

Onroerende-zaakbelastingen (OZB)

De onroerende-zaakbelastingen (OZB) genereren veruit het grootste deel van de gemeentelijke belastingopbrengst. De OZB bestaat uit drie verschillende belastingen: een eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De raad bepaalt met het vaststellen van de begroting de totale opbrengst van deze heffing.

De heffingsgrondslag voor de OZB is de totale WOZ-waarde van de onroerende zaken, oftewel de WOZ-capaciteit. Deze wordt vastgesteld volgens de regels van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor 2020 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2019. Door de geraamde opbrengst te delen door de WOZ-capaciteit ontstaat het tarief en daarmee het bedrag dat de belastingplichtigen moeten betalen.

De OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde van de onroerende zaak.

De percentages voor 2020 kunnen pas worden berekend wanneer de stijging of daling van de WOZ-waarden bekend zijn. Deze zijn op dit moment onvoldoende bekend. De verwachte stijging van de waarde van de woningen, leidt tot aanpassing van het tarief. Hierdoor geeft een stijging van de waarde, geen stijging van de belastingen.

Met de jaarlijkse voorstellen tot wijziging van de belastingverordeningen, worden de nieuwe tarieven voorgelegd. Op dat moment zijn de stijgingen van de WOZ-waarden bekend en kan het nieuwe tarief berekend worden. Om de ontwikkeling van de tarieven te laten zien, zijn hieronder de tarieven van afgelopen jaren opgenomen.

 

 

  2016 2017 2018 2019 2020
Eigenaar woning 0,1438 0,1338 0,1292 0,1202  
Eigenaar niet-woning 0,2773 0,2661 0,2579 0,2507  
Gebruiker niet-woning 0,2227 0,2136 0,2073 0,1985  

 

Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten terzake.

Uit onderstaande berekening blijkt dat de heffing niet voldoende is om de kosten te dekken.

 


De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (x € 1):

  2016 2017 2018 2019 2020
Meerpersoons 315,12 315,12 321,36 326,16 334,56
Eenpersoons 221,76 221,76 226,20 229,56 235,44
Stijging   0,0% 2,0% 1,5% 2,6%

 

Rioolheffing

Met ingang van 2010 hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om de kosten voor het hemel- en grondwater en het afvalwater te verhalen via de rioolheffing. Welke kosten via de rioolheffing worden verhaald wordt in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld.

Dit gebeurt kostendekkend, zoals blijkt uit onderstaande berekening.

 

 

  2016 2017 2018 2019 2020
Eigendom 120,84 120,84 120,84 122,64 125,76
Gebruik meerpersoons 56,16 56,16 56,16 56,88 58,32
Gebruik eenpersoons 28,08 28,08 28,08 28,44 29,16
Stijging   0,0% 0,0% 1,4% 2,5%

 

Hendrik-Ido-Ambacht heft van eigenaren van panden een vast bedrag per jaar. Hierbij is 1 januari bepalend. Ook van gebruikers van panden wordt rioolheffing geheven. Eenpersoonshuishoudens betalen de helft van een meerpersoonshuishouden.

Vergelijking andere gemeenten

Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen.

Vergelijking van woonlasten kan worden gemaakt met de Drechtstedengemeenten. Deze is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2018 op www.coelo.nl en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden weer. De woonlasten in 2019 in Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht laten zich samenvatten in onderstaand schema (x € 1).

 

Gemeente Gemiddelde WOZ-waarde Tarief OZB OZB eigenaar Rioolheffing eig/gebr Afvalstoffen heffing Totaal Rangnr. meerp. huish.
Sliedrecht 199.000 0,0933 184 234 210 628 25
Papendrecht 218.000 0,1201 262 138 282 682 73
Dordrecht 188.000 0,1165 218 187 283 688 80
Alblasserdam 216.000 0,1172 253 173 339 765 204
Hardinxveld-G'dam 239.000 0,1247 298 227 287 812 273
Hendrik-Ido-Ambacht 253.000 0,1202 304 180 326 810 270
Zwijndrecht* 198.000 0,1210 239 298 354 869 331
Landelijk gemiddelde 266.000 0,1115 281 196 263 740  


De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten

*Voor Zwijndrecht is het totaalbedrag verlaagd met €22 wegens een tegemoetkoming in de woonlasten.

 

 

Overige lokale heffingen

Hondenbelasting

De Gemeentewet regelt dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. De hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerende-zaak­belastingen, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. In onze gemeente is een relatie met het hondenbeleid gelegd.

Voor 2020 zijn de tarieven verhoogd met 2,6 %, zoals vastgesteld in de Kadernota.

Precariobelasting

Precariobelasting wordt geheven over kabels, buizen en leidingen van nutsbedrijven die in gemeentegrond liggen.

1 juli 2017 is wetgeving in werking is getreden die bepaald dat gemeenten geen precariobelasting meer kunnen heffen over netwerken van nutsbedrijven.

Er is wel een overgangsregeling. Gemeenten die op 10 februari 2016 een tarief hadden voor nutsnetwerken kunnen tot 2022 precariobelasting hiervan blijven heffen. Hierbij geldt wel dat die gemeenten over de resterende jaren maximaal het tarief in rekening kunnen brengen dat gold op 10 februari 2016.

Begraven

De tarieven zijn verhoogd in 2020 met 2,6% en zijn vrijwel kostendekkend.

Leges

De leges zijn verhoogd mat 2,6% zoals vastgesteld in de Kadernota 2020.

De inkomsten uit leges zijn niet voldoende om de kosten te dekken.

 

8.3 bouwleges  
Berekening kostendekkendheid  
Kosten taakveld 835.108
Inkomsten excl. heffingen 0
Netto kosten taakveld 835.108
   
Overige  toe te rekenen kosten  
Overhead 845.443
b.t.w.  
Totale kosten (a) 1.680.551
Opbrengst heffingen (b)  425.986
Dekking (b/a*100) 25%

Marktgeld

De marktgelden zijn voor 2020 met 2,6% verhoogd.

De inkomsten uit marktgelden dekken de kosten niet.

 

Kwijtschelding

Als een belastingplichtige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken, dat deze inkomensgrens wordt verruimd naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats.

Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst. Het doel hiervan is om zo de administratieve lasten voor de burger te verminderen.

Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend.

Naar verwachting wordt in 2020 voor de volgende bedragen kwijtschelding verleend:

 

x € 1.000 Werkelijk 2018 Begroting 2019 Begroting 2020
Afvalstoffenheffing 127 131 134
Rioolheffing 20 22 23
Totaal 147 153 157

4. Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Wegen, riolering, water, openbaar groen, gebouwen en afvalinzamelvoorzieningen vormen niet alleen belangrijke schakels in de gemeentelijke infrastructuur, maar leveren ook een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de gemeente. Ze hebben daarmee waarde voor de bereikbaarheid, de economie, de omgevingskwaliteit en de veiligheid. Om die waarde duurzaam en efficiënt in stand te houden, is een systematisch en planmatig beheer noodzakelijk. Het beheer is dan ook gericht op het duurzaam in stand houden van de gemeentelijke voorzieningen. Dit houdt in  dat we kapitaalgoederen op een zodanige manier onderhouden dat tegen zo beperkt mogelijke kosten de voorzieningen voortdurend goed functioneren en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. Met het beheren van de kapitaalgoederen (wegen, riolering, water, openbaar groen, sportfaciliteiten, gebouwen enz.) is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Mede om die reden worden beleid- en beheerplannen voor de openbare ruimte in de komende jaren telkens kritisch beschouwd op kosten in relatie met het gewenste kwaliteitsniveau van de gemeentelijke voorzieningen. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is dat de veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte op voldoende wijze gewaarborgd blijven en daar waar mogelijk een vorm van burgerparticipatie wordt ingebouwd.

Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), artikel 12, lid 2, moet in de begroting over het onderhoud van kapitaalgoederen worden aangegeven:

  1. het actueel beleidskader (met betrekking tot beheerplannen: wanneer vastgesteld of geactualiseerd);
  2. het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau;
  1. de vertaling van de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau in de begroting.

Er wordt al gedurende een reeks van jaren aan beheer van kapitaalgoederen gedaan en er zijn de nodige instrumenten, zoals beheersystemen, beschikbaar om de beheertaak te ondersteunen en om goede financiële ramingen te maken. De beheersystemen hebben als doel het beheer binnen de door de raad vastgestelde kwalitatieve normen zo effectief en efficiënt mogelijk in te richten. Dat betekent: op het aan te houden kwaliteitsniveau gerichte maatregelen op de juiste plaats en op de juiste momenten  tegen de laagst mogelijke kosten. Maar effectief en efficiënt beheren lukt alleen als voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Het is belangrijk de juiste afwegingen te maken en in dit kader consequenties nader te beschouwen. Bij het bepalen van prioriteiten worden risico's afgewogen. In de beleidsplannen worden alle afwegingen en de consequenties daarvan inzichtelijk gemaakt. Op deze wijze komen wij tot effectief en efficiënt beheer.

Groot onderhoud

Om ervoor te zorgen dat de veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte gewaarborgd blijft, is het noodzakelijk om voor de diverse disciplines grootschalig onderhoud uit te voeren. De uitvoering van deze projecten moet jaarlijks binnen de beschikbare onderhouds- en investeringsbudgetten plaatsvinden. Voor de geplande werkzaamheden wordt uitgegaan van het vastgestelde Beleidsplan Wegen en GRP. Leidend voor het onderhoudsprogramma zijn de resultaten van de jaarlijkse inspecties van kapitaalgoederen.

Kapitaalgoederen

De kapitaalgoederen worden zoveel mogelijk planmatig beheerd en onderhouden en omvatten dan ook een aantal specifieke beleidsplannen. In beleidsnota’s komt de methodiek van beheer aan de orde en wordt de vraag beantwoord op welke wijze het areaal in een verantwoorde staat blijft tegen zo laag mogelijke kosten. Verder wordt hierin het beleidskader voor het kwaliteitsniveau van het onderhoud van kapitaalgoederen gegeven. Om de kosten voor het onderhoud te bepalen zijn normkosten berekend op basis van een gekozen kwaliteitsniveau. Dit gewenste onderhoudsniveau wordt bepaald aan de hand van de optimale kwaliteit.



Onderdeel openbare ruimte Beleid- en beheerplan Vastgesteld Planning/actualisering
1. Wegen Beleidsplan wegenbeheer 2013-2023 13-05-2013 2023
  Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan 2009-2020 inclusief parkeernota 07-12-2009 2020
  Beleidsplan openbare verlichting 2020-2024 2019 2024
  Beheerplan openbare verlichting 2015-2019 07-09-2015 2020
   Beleidsplan infrastructurele kunstwerken 2015-2023  12-01-2017 2023
   Beleidsplan verkeersvoorzieningen 2015-2023  25-08-2015 2023 
   Beheerplan verkeersvoorzieningen 2015-2019 25-08-2015  2020
   Beleidsplan straatmeubilair 2015-2023 25-08-2015  2023
  Beheerplan straatmeubilair 2013-2019 25-08-2015 2020
2. Riolering Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2019-2023 30-10-2018 2023
  Rioolbeheerplan 2019 2023
3. Water Baggerplan 2019 07-07-2019 2024
4. Openbaar groen Beeldkwaliteitsplan Groen 2015-2019 2016 2020
  Beleidsplan bomen 2019-2033 2019 2033
  Groenstructuurplan 2013- 2023 21-05-2013 2023
  Beleidsplan begraafplaatsen 2008-2018 06-10-2008 2020
  Beheerplan begraafplaatsen 2009-2014 17-03-2008 2020
  Speelruimteplan 2013-2023 10-03-2014 2020
  Beheerplan speelvoorzieningen 2015-2019 24-11-2015 2020
5. Gebouwen Gebouwenbeheerplan 2012-2021 27-05-2014 2021
6. Afvalinzameling Grondstoffenbeleidsplan 2019-2023 2019 2023
  Zwerfafval- uitvoeringsplan 2019-2023 2019 2023

Voor de kapitaalgoederen worden specifieke meerjarige beleidsplannen en onderhoudsplannen opgesteld. De beleidsplannen worden voor een periode van 6 tot 10 jaar opgesteld en vastgesteld door de raad. Beheerplannen hebben over het algemeen een cyclus van 4 jaar en worden vastgesteld door het college. Beheerplannen kunnen actualisatie van het beleidsplan tot gevolg hebben. De beheerplannen vinden hun vertaling in jaarlijkse uitvoeringsplannen. Op basis van een gekozen kwaliteitsniveau worden de onderhoud- en vervangingskosten berekend met behulp van genormeerde kosten.

Kerncijfers

 

Onderwerp  Kerncijfers
Wegen

Totaal areaal

1.383.047 m2
 

Asfalt

382.782 m2

 

Elementen

994.774 m2

 

Half verharding (wandelpaden)

5.491 m2

Kunstwerken

Bruggen en onderdoorgangen (tunnels)

93

 

Overige kunstwerken

196

Riolering

Vrijverval riolering

  • gemengd riool: 57,22 km
  • vuilwaterriool: 51,09 km
  • regenwaterriool: 66,41 km
  • drainage: 13,28 km
  • totaal: 188 km
 

Rioolgemalen

  • rioolgemalen: 22
  • in beheer van het waterschap: 2
 

Drukrioleringen

  • pompunits: 145
  • drukriolering: 26 km
 

Peilbuizen

56

 

Lengte watergangen

31 km

 

Aantal bomen

11.956

 

Gazon

752.538 m2 (incl. bermen)

 

Plantsoen

223.509 m2

Gebouwen

Aantal gebouwen in onderhoud

17

 

Aantal molsystemen (ondergrondse afval inzamelsysteem)

704

 

Aantal afvalbakken

510

Budgetten

(x1.000) 2020 2021 2022 2023

Riolering: onderhoud

715 774 844 730

Infrastructurele werken: onderhoud

111 112 112 114
Openbare Verlichting: onderhoud 179 184 185 191
Wegen, straten en pleinen: onderhoud 2.251 2.276 2.284 2.313
Waterwegen: onderhoud 251 312 383 268
Openbaar groen: onderhoud 1.308 1.323 1.328 1.346
         
Reserves & voorzieningen (per 1 jan.)        
Egalisatiereserve wegbeheer 650 520 390 390
Voorziening riolering 5.616 6.259 6.393 6.602

1. Wegen

1.A Wegenbeheer


Beleidskader

De algemene doelstelling voor het wegbeheer is het voeren van een duurzaam wegbeheer waarbij de veiligheid voor de verkeersdeelnemers in stand wordt gehouden. Comfort en aanzien van de weg spelen hierbij een beperkte rol. Het uitgangspunt van het wegbeheer is het in 2013 vastgestelde ‘Beleidsplan Wegen 2013-2023’.

Om kapitaalvernietiging van asfaltverhardingen te voorkomen, moet onderhoud op B(asis)niveau worden uitgevoerd. Dit niveau komt overeen met de richtlijnen die worden beschreven in publicaties van de CROW, het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Onder het begrip basisniveau wordt verstaan: “Instandhouding op langere termijn, uitgaand van een gemiddelde levensduur. Er wordt geen achterstand opgebouwd. Incidenteel zijn kleine achterstanden in onderhoud mogelijk. Onveilige situaties worden onmiddellijk aangepakt.” Elementenverhardingen worden veilig en begaanbaar in stand gehouden. Welke beeldkwaliteit daar uit volgt, is van ondergeschikt belang. Hierbij is als prioriteit in begaanbaarheid en uit te voeren onderhoud aangehouden: het trottoir of het voetpad, het fietspad en vervolgens de straat en parkeervakken. Met dit uitgangspunt worden onderhoudswerkzaamheden aan elementenverhardingen van straten en parkeervakken met ruimere tussenpozen uitgevoerd dan van trottoirs en fietspaden.


Financieel kader

De financiële uitkomsten van het wegbeheersplan zijn in de meerjarenramingen vertaald en opgenomen onder het taakveld ‘verkeer en vervoer' van het Programma Buitenruimte. De recente wijzigingen in het BBV hebben voor het wegbeheersplan gevolgen. Op wegen hebben we in het verleden meestal niet afgeschreven, voor groot onderhoud blijft dat onveranderd. Op nieuwe wegen ofwel renovatie (incl. fundering) van wegen zullen we in de toekomst wel gaan afschrijven. Het huidige onderhoudsbudget wegen plus de verrekening met de reserve wordt opgesplitst in een (groot) onderhoudsdeel en een renovatiedeel.


Egalisatiereserve wegbeheer

Op 1  januari 2019 heeft de reserve wegbeheer een saldo van circa € 0,9 mln. Conform het vastgestelde ‘Beleidsplan Wegen 2013-2023’, zal jaarlijks een bedrag uit de egalisatiereserve worden onttrokken en worden besteed als gedeeltelijke dekking voor het tekort op wegonderhoud.

Ontwikkelingen

Vanuit de VINEX-locatie De Volgerlanden zal in de komende jaren een aantal wegvakken voor overdracht naar de Algemene Dienst in aanmerking gaan komen, dit in samenhang met de voortgaande ontwikkeling van deze uitbreidingslocatie. Binnen de reservering voor areaaluitbreiding is hiermee rekening gehouden.

1.B Verkeer en vervoer

Beleidskader

In 2009 zijn in het kader van Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan (GVVP) voorkeurstructuren vastgesteld voor gemotoriseerd verkeer, openbaar vervoer en langzaam verkeer. Voor gemotoriseerd verkeer heeft dit geleid tot een nieuw wegencategoriseringsplan (voorkeurstructuur voor de hoofdwegen). Hierin zijn de kaders voor een goede bereikbaarheid, verkeersdoorstroming en veiligheid op de gemeentelijke wegen in het kader van Duurzaam Veilig vastgesteld.
Doordat het GVVP een looptijd heeft tot 2020 wordt het GVVP binnen de nieuwe collegeperiode  geactualiseerd. Bij deze actualisatie betrekken we ook het huidige parkeerbeleid.

 

1.C Openbare verlichting

Beleidskader

Eind 2019 wordt het nieuwe beleidsplan Openbare Verlichting 2020-2024 ter vaststelling aangeboden aan de raad.  

Financieel kader

Met de actualisatie van het beleidsplan leggen we de nieuwe financiële kaders voor aan de raad. 

Egalisatiereserve openbare verlichting

Op 1 januari 2019 heeft de reserve openbare verlichting een saldo van circa € 0,6 mln. Deze egalisatiereserve heeft als doel het gelijkmatig verdelen van kosten in de tijd.

Ontwikkelingen

Het nieuwe beleidsplan gaat in op het verduurzamen van de openbare verlichting door het toepassen van LED verlichting en het dimmen van verlichting op tijdstippen waarop weinig verkeer is.  Ook wordt bij vervanging van masten en armaturen de infrastructuur voorbereid om toekomstige ontwikkelingen op het gebied van slim beheer en nieuwe functionaliteiten mogelijk te maken.

 

1.D Infrastructurele kunstwerken

Beleidskader

Binnen de openbare ruimte bevinden zich infrastructurele kunstwerken, die de kruising van (water)wegen of andere natuurlijke barrières mogelijk maken. Dit zijn onder andere bruggen, duikers, keermuren, trappen, tunnels en viaducten. Vanuit het oogpunt van veiligheid en aanzien moeten we deze onderdelen beheren en onderhouden. In het beleidsplan zijn de hoofdpunten van het beleid beschreven. Het huidige beleid is erop gericht de kunstwerken op het kwaliteitsniveau ‘basis’ te onderhouden. De uitgangspunten van het vastgestelde beleids- en beheerplan zijn vervolgens vertaald naar een plan van aanpak voor het onderhoud. Op basis van de uit de inspectie verkregen informatie is inzichtelijk gemaakt in welke jaren onderhouds- c.q. vervangingskosten voorzien worden. Hierbij is ook onderzocht of de voorziene werkzaamheden efficiënter kunnen worden uitgevoerd, zodat bezuiniging op o.a. arbeidskosten, maatregelen en materiaalkosten gerealiseerd kan worden. Uitgangspunt is een zodanig kwaliteitsniveau dat de kunstwerken en bruggen naar behoren functioneren en er dus geen sprake is van achterstallig onderhoud of gevaarlijke situaties. Bij het beheer heeft het voorkomen van gevaarlijke situaties eerste prioriteit. Tweede prioriteit is zorg dragen voor het goed functioneren van de voorzieningen, gevolgd door het wegwerken van eventueel achterstallig onderhoud.

Financieel kader

Voor het onderhouden van kunstwerken (bruggen, duikers, viaducten, verwijderen graffiti) is binnen het taakveld “Verkeer en wegen” van het Programma Buitenruimte jaarlijks een budget beschikbaar.

 

1.E Verkeersvoorzieningen

Beleidskader

Verkeersvoorzieningen zoals verkeersborden, straatnaamborden, ANWB-bebording, schrikhekken en verkeerspalen zijn onderdeel van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden.

Periodiek worden de beleids- en beheerplannen 'verkeersvoorzieningen' geactualiseerd. In de plannen zijn nieuwe beleidsuitgangspunten vertaald naar een geactualiseerd plan van aanpak voor het onderhoud aan de verschillende items en zijn de verschillende consequenties nader aangegeven.

De verkeersvoorzieningen worden op het basisniveau onderhouden, waarbij niet meer wordt uitgegaan van een kwaliteitsdifferentiatie per gebied. Reden hiervoor is dat verkeersvoorzieningen qua plaatsing, beheer en onderhoud moeten voldoen aan wettelijke bepalingen en landelijke richtlijnen. In het beheerplan zijn uitgangspunten voor de verkeersvoorzieningen geformuleerd.

Financieel kader

Voor het onderhoud van verkeersvoorzieningen is structureel een budget beschikbaar binnen het taakveld “Verkeer en wegen” van het Programma Buitenruimte.

 

1.F Straatmeubilair

Beleidskader

Straatmeubilair, zoals banken, afvalbakken, fietsenstallingen en abri’s, is een wezenlijk onderdeel van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van veiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden. Periodiek worden de beleids- en beheerplannen ‘straatmeubilair’ geactualiseerd. In de plannen zijn nieuwe beleidsuitgangspunten vertaald naar een geactualiseerd plan van aanpak voor het onderhoud aan de verschillende items en zijn de verschillende consequenties nader aangegeven.

Essentieel bij het beheer/onderhoud is het te hanteren kwaliteitsniveau voor het onderhoud. Op basis van de landelijke wetgeving en richtlijnen worden de betreffende voorzieningen in de openbare ruimte onderhouden op het kwaliteitsniveau ‘basis’.

Financieel kader

Voor het onderhoud van straatmeubilair is een budget beschikbaar binnen het taakveld “Verkeer en wegen” van het Programma Buitenruimte.

2. Riolering

Beleidskader
In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) worden de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater met de daarvoor benodigde middelen uitgewerkt,.

Vanuit de Wet Milieubeheer zijn gemeenten verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van afvalwater binnen hun grondgebied. Ook is elke gemeente wettelijk verplicht om volgens deze wet (artikel 4.22) een GRP op te stellen.

Het functioneren van de riolering wordt onder andere gewaarborgd door het plegen van onderhoud. Door het beheer en onderhoud planmatig uit te voeren en af te stemmen met andere werken in de openbare ruimte, wordt dit zo efficiënt mogelijk uitgevoerd.

De planmatige aanpak en afstemming zijn uitgewerkt in het rioolbeheerplan. In het rioolbeheerplan zijn daarnaast de benodigde vervangingsinvesteringen op lange termijn in beeld gebracht.

In het basisrioleringsplan is onder meer aandacht besteed aan wijzigingen in het stelsel door onder andere afkoppeling van verhard oppervlak en geplande uitbreiding, als ook de wijziging in de neerslaghoeveelheden als gevolg van klimaatveranderingen.

Voor het grondwater is onze belangrijkste taak een goed inzicht verkrijgen in het grondwaterpeil met als doel het voorkomen en beperken van grondwateroverlast in kwantitatieve zin. Dit is verankerd in ons GRP.

Financieel kader
In het GRP zijn de kosten en beheermaatregelen die verband houden met de bovengenoemde zorgplichten uitgewerkt. De verbrede rioolheffing dekt alle kosten die te maken hebben met onze zorgplicht voor het afvalwater, hemelwater en grondwater met een kostendekkend tarief.

Voor het uitvoeren van (verbeter)maatregelen, om aan de doelstellingen te kunnen voldoen, worden jaarlijks conform het gemeentelijk rioleringsplan in de investeringsplanning bedragen opgenomen.

Voor het beheer en onderhoud van rioleringen met toebehoren zijn budgetten beschikbaar onder het taakveld “riolering” van het Programma Buitenruimte.

Ontwikkelingen
Onze gemeente werkt in het kader van het Bestuursakkoord Water binnen de Drechtsteden samen met de gemeenten Dordrecht en Zwijndrecht en het waterschap Hollandse Delta. In 2014 is Alblasserdam hierbij aangehaakt. De onderlinge samenwerking van de gemeenten met het waterschap door een intensivering van de bundeling van kennis en capaciteit, heeft tot doel het vergroten van de kwaliteit, het behalen van kostenbesparingen en het verminderen van kwetsbaarheid.

De samenwerking in de waterketen richt zich op de (afval)waterketen voor afvalwater, hemelwater en grondwater en voor zover noodzakelijk op het oppervlaktewater en zal verder kunnen worden geïntensiveerd en gestructureerd op basis van haalbaarheidsonderzoek. Bij actualisatie van beleid zal de samenwerking in de waterketen worden verankerd en waar mogelijk en gewenst gezamenlijk beleid worden nagestreefd.

 

Klimaatadaptatie

Duidelijk is dat het klimaat verandert. De zomers worden heter, en de kans op extreme neerslag wordt steeds groter. Daarom zal de aanpak van klimaatadaptatie verder vorm moeten krijgen. Om de kansen te benutten willen we klimaatadaptatie verder gaan uitwerken bij stedelijke ontwikkeling, herstructurering van bestaande gebieden en het slim koppelen van beheersplannen. Het gaat daarbij om 4 thema's: droogte, hittestress, wateroverlast en waterveiligheid. We starten met een analyse van de klimaatatlas om de knelpunten en kansen op alle vlakken te identificeren. Vervolgens gaan we het gesprek aan over concrete toepassingen van klimaat adaptieve mogelijkheden met bewoners, projectontwikkelaars, woningbouwcoöperaties, etc. Bij dit alles wordt bekeken in hoeverre onderwerpen in Drechtstedenverband kunnen worden opgepakt en vindt afstemming plaats met het Actieplan Duurzaamheid.

 

Voorziening riolering
Vanaf 1 januari 2015 is de reserve riolering omgezet naar een voorziening met een saldo van circa    € 3,3 miljoen. Deze voorziening heeft als doel het gelijkmatig verdelen van kosten in de tijd om tariefschommelingen te voorkomen. De voorziening wordt gevoed met het verschil tussen de jaarlijkse exploitatiekosten van de riolering en de inkomsten uit rioolheffing. De omvang van de voorziening per 1 januari 2019 is € 4,5 miljoen.

Conform het beleidsplan Wegen 2013-2023 komt het wegherstel van de bovenliggende verharding bij vervanging van het rioolstelsel ten laste van de jaarlijkse exploitatiekosten van de riolering. Dit bedrag (jaarlijks € 270.000) wordt gebruikt als gedeeltelijke dekking voor de onderhoudskosten van verhardingen.

3. Water

3.A Stedelijk waterbeheer

Op het gebied van waterbeheer hebben wij diverse plannen zoals het baggerplan en het beschoeiingenplan. In het nieuwe gemeentelijk rioleringsplan (GRP) is de koppeling met waterbeheer opgenomen.

 

3.B Baggerplan

Beleidskader

Het baggeren en het daaraan ten grondslag liggende baggerplan is een belangrijke schakel in de gemeentelijke waterketen. Het baggerplan geeft inzicht in de beheeractiviteiten op het gebied van baggeren die benodigd zijn om de watergangen op diepte te houden.

Kwaliteitsniveau

Vanwege de Keur moeten wateren periodiek uitgebaggerd worden om ze op de juiste breedte en diepte te houden. Het feitelijke baggerwerk wordt zowel door onze gemeente als door het waterschap Hollandse Delta uitgevoerd, afhankelijk van de onderhoudsverplichting van de watergangen. Daarnaast bestaat de verplichting om deze wateren voor een schouw vrij te maken van los vuil en waterplanten.

Financieel kader

De kosten voor het baggeren van watergangen zijn opgenomen onder het taakveld 'openbaar groen en waterhuishouding' van het Programma Buitenruimte.

 

3.C Beheer en onderhoudsplan oeverbeschermingen

Sinds 2018 hebben wij een Beheer- en onderhoudsplan oeverbescherming 2018-2026. Hierdoor kan onze gemeente het beheer en onderhoud aan de oeverbescherming op een structurele wijze uitvoeren.

4. Groen

4.A Groenstructuurplan

Beleidskader

De Groenstructuurvisie voor de gemeente is vastgesteld in het Groenstructuurplan (2013).  In het Groenstructuurplan is onze gemeente in drie onderhoudszones verdeeld. Het Groenstructuurplan vormt het beleidsmatige kader om te komen tot een gestructureerd groenbeleid. Het groenbeleid richt zich op het creëren van een balans tussen de kwaliteit en de beschikbare middelen. Daarnaast biedt het Groenstructuurplan ook een kader voor ontwerp, (her)inrichting en het onderhoud van het openbaar groen.

De visie op de gewenste visuele kwaliteit van de groenvoorzieningen in de openbare ruimte is vastgesteld in het Beeldkwaliteitsplan Groen. Het Beeldkwaliteitsplan geeft weer wat het onderhoudsniveau is van het groen; met andere woorden welke kwaliteit er wordt nagestreefd.

Bomenbestand

Het actuele bomenbestand bestaat op 1 april 2019 uit 11.956 exemplaren. Naar aanleiding van een uitgevoerde reconstructies en regulier onderhoud worden nog 706 bomen herplant.

Financieel kader

De budgetten voor het onderhoud van openbare groenvoorzieningen zijn opgenomen onder het taakveld  “Openbaar groen en waterhuishouding” van het Programma Buitenruimte. Bij uitbreiding en andere mutaties van het areaal wordt het onderhoudsbudget aangepast.

Ontwikkelingen

Onkruidbestrijding op verharding is noodzakelijk, het houdt de weg toegankelijk, het gebruik van de weg veilig, de woonomgeving leefbaar en het verlengt de levensduur van de verharding. Het gebruik van chemische middelen is echter niet langer toegestaan.

Om deze reden wordt sinds 1 mei 2016 het onkruid op de verhardingen bestreden door toepassing van heet water- en hete luchttechniek. Deze toepassingen zijn arbeidsintensiever dan de voorheen toegepaste DOB-methode waarbij chemische middelen werden ingezet. Er moeten nu meer behandelingen plaatsvinden om hetzelfde beeld te houden. In perioden van "groei" is het moeilijk het beeld op orde te houden met de beschikbare middelen.

 

4.B Begraafplaatsen

Beleidskader

In het Beeldkwaliteitsplan Groen is aangegeven dat door de bijzondere functie van de begraafplaatsen deze binnen de representatieve zone vallen en daarom worden de begraafplaatsen op kwaliteitsniveau A onderhouden. Het beleidsplan begraafplaatsen geeft naast deze uitgangspunten ook inzicht in de benodigde capaciteit voor begraven en bijzetten van urnen voor de komende jaren. Op deze manier kan worden aangegeven op welk moment graven geruimd moeten worden om voldoende capaciteit te behouden.

Financieel kader

In de exploitatie begraafplaatsen zijn de kosten opgenomen voor het beheer en onderhoud van de begraafplaatsen en het uitvaartcentrum. De leges van de verschillende begraafplaatsactiviteiten zijn mede op deze kosten afgestemd en leiden tot een kostendekkende exploitatie.

Egalisatiereserve begraafplaatsen

Deze egalisatiereserve heeft als doel de kosten en inkomsten voor het onderhoud van graven op begraafplaatsen, waarvoor het meerjarig onderhoud eenmalig door nabestaanden is afgekocht, gelijkmatig over de tijd te spreiden. Op 1 januari 2019 heeft de reserve begraafplaatsen een saldo van circa € 0,5 mln.

Ontwikkelingen

De begraafplaatsen en het uitvaartcentrum worden op verantwoorde wijze geëxploiteerd met een beheerder binnen onze eigen organisatie en inzet van aannemers voor het groenonderhoud van de begraafplaatsen en voor het delven van graven. Dit met extra aandacht voor representatie en onderhoud tegen aanvaardbare en kostendekkende tarieven voor alle begraaf- en uitvaartactiviteiten. Na een periode van ruimen van graven wordt een nieuw passend beeld op de begraafplaats Achterambachtseweg opgesteld.

 4.C Speelvoorzieningen

Beleidskader

De kaders in het Speelruimteplan uit 2013 zijn grotendeels met participatie van ouders en kinderen tot stand gekomen. Samen met bewoners en kinderen zijn de wensen, ideeën, uitvoeringskaders en randvoorwaarden bepaald voor de herinrichting van speelplekken voor de komende tien jaar. Eveneens is voor de komende 5 jaar opgenomen welke plekken op welk moment worden aangepakt en de beschikbare bedragen die hierbij horen. Het speelruimteplan wordt in 2020 geactualiseerd.

In het Beheerplan speelvoorzieningen zijn de technische uitgangspunten voor het onderhoud uitgewerkt zoals eisen aan materiaalgebruik en valondergronden. Het Beheerplan speelvoorzieningen wordt na vaststelling van het speelruimteplan geactualiseerd.

Speelplekken en speelvoorzieningen moeten volgens het speelruimteplan voldoen aan de eisen die de doelgroep (leeftijdscategorie) stelt. Verder moeten ze voldoen aan de wettelijke veiligheidseisen. Door inspecties, vastgelegd in inspectierapporten, worden periodiek alle speelplekken en speelwerktuigen gekeurd op veiligheid en onderhoudstoestand. Waar nodig vindt reparatie en/of vervanging plaats.

Financieel kader

De jaarlijkse beheer- en onderhoudskosten van de speelplaatsen zijn vertaald in het taakveld ‘Openbaar groen en (openlucht) recreatie’ binnen het Programma Sociaal, Welzijn en Educatie.

5. Gebouwenbeheer

Beleidskaders

In het Meerjarig Onderhoudsplan (MOP) 2017-2026 wordt voor de middellange termijn richting gegeven aan een effectief en efficiënt beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen. In dit meerjarige plan is aangegeven welke onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn voor de gemeentelijke gebouwen in de komende periode. Het MOP is in 2017 geactualiseerd en vastgesteld. Met het instellen van een egalisatiefonds voor beheer en onderhoud van gemeentelijke gebouwen zijn middelen beschikbaar voor beheer en onderhoud van de gebouwen. Zo kan tussen gebouwen en over de jaren geschoven worden met middelen.
Financieel kader

Bij de jaarlijks vast te stellen Kadernota zal op basis van het vastgestelde MOP 2017-2026 steeds de afweging tussen de gewenste en de beschikbare middelen plaatsvinden. Per gebouw vindt de afweging plaats of het beheer en onderhoud uitstel kan vergen als beschikbare financiële middelen in dat jaar te kort schieten.
Ontwikkelingen

De voormalige gemeentewerf aan de Grotenoord 2, Den Brommert aan de Smidshoef 24-30 en de woning aan de Onderdijk 142 zijn verkocht.  Het voormalige ABN-AMRO gebouw aan de Graaf Willemlaan is gesloopt in afwachting van de ontwikkelingen aan de Graaf Willemlaan/Van Godewijckstraat.  De Willem de Zwijgerschool wordt gesloopt zodra de nieuwe school aan de Ydenhove in gebruik kan worden genomen. De Margrietschool aan de Willem de Zwijgerstraat wordt binnenkort gesloopt en verkocht om plaats te maken voor nieuwe appartementen. De terreinen aan de Steenbakkersstraat en de Geard Alewijnstraat liggen al enkele jaren klaar voor herontwikkeling. De voormalige gymzaal aan de Weteringsingel wordt gebruikt voor opslag. Op termijn komt hier invulling met maatschappelijke bebouwing. De school aan de P.C. Hooftsingel 7 wordt gebruikt voor tijdelijke huisvesting scholen, op termijn ontwikkelen we een visie voor dit gebied. Voor alle schoolgebouwen wordt gewerkt aan een Integraal Huisvestingsplan. Aan de hand van de uitkomst van dit plan kunnen we bepalen hoe we in de komende 10-15 jaar het beste met onze onderwijsgebouwen om moeten gaan.

Duurzaamheid

Vanuit het Actieplan Duurzaamheid treffen wij duurzame maatregelen bij gemeentelijke gebouwen. De conventionele verlichting van o.a. het Baxhuis en centrum Bekestein zijn vorig jaar vervangen door LED verlichting. Het gemeentehuis is voorzien van een nieuwe klimaatregel installatie en de radiatoren worden bekleed met warmte reflecterende folie. Dit jaar gaan we het Baxhuis voorzien van zonnepanelen. Bij het vervangen van gasgestookte C.V. installaties onderzoeken we of het mogelijk is om over te gaan op elektrisch aangedreven warmtepompen. Bij aanpassingen van gebouwen maken we zoveel mogelijk gebruik van circulaire en herbruikbare materialen, Daarnaast kopen we stroom voor openbare verlichting en voor onze gebouwen 100% groen in via Greenchoice.

Bij de bouw van het nieuwe binnenbad van zwembad De Louwert worden naast gasloos waar mogelijk energiebesparende maatregelen getroffen. Denk aan warmtepompen, hybride verwarming, PV panelen, zonnecollectoren, LED verlichting met daglichtreductie en aanwezigheidsdetectie, slim waterverbruik.

Bij scholen en de gebouwen in beheer van Cascade hebben we slechts een stimulerende rol. In 2018 wordt de zaalverlichting van de Sophiahal voorzien van LED. Voor scholen is een energiebesparingstraject opgezet in de Drechtsteden, waaraan ook scholen uit Hendrik-Ido-Ambacht kunnen meedoen.

6. Afval

6.A Afvalinzameling

Beleidskader
De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor de inzameling van (gescheiden) huishoudelijk afval binnen haar grondgebied. Deze zorgplicht staat omschreven in de afvalstoffenverordening en vloeit voort uit de Wet Milieubeheer.

In 2019 is het grondstoffenbeleidsplan geactualiseerd. In dit plan zijn de beleidskaders uitgewerkt voor de periode 2019 -2023. De gemeente heeft als doel een hoogwaardige recycling van de ingezamelde grondstoffen mogelijk te maken. We zijn ons er van bewust dat het behalen van de VANG doelstellingen een grote opgave is en niet op korte termijn gerealiseerd kan worden. Stapje voor stapje werken we toe naar betere resultaten door het huidige systeem te optimaliseren.

Financieel kader
De kosten van het gescheiden inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval moeten worden gedekt  uit de afvalstoffenheffing.  In 2020 worden niet alle kosten  voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval gedekt door de inkomsten uit de afvalstoffenheffing.

Door de aangescherpte doelstellingen vanuit het Rijk nemen de kosten op het gebied van afvalverwerking toe. Ons uitgangspunt is dat deze taak op termijn kostendekkend moet zijn. Door de invoering van de afvalstoffenbelasting voor Nederlands afval dat in de Afval Verwerkings Installaties (AVI's) wordt verbrand, zijn de kosten voor afvalverwerking flink gestegen. Deze belasting is ingevoerd om bedrijven en gemeenten te stimuleren meer te recyclen en zodoende de hoeveelheid te verbranden afval te reduceren. Hierdoor loopt de kostendekkendheid in 2020 verder terug.

In het nieuwe Grondstoffenbeleidsplan 2019 -2023 wordt voorgesorteerd om op termijn het invoeren van diftar mogelijk te maken. Diftar is het principe dat het tarief voor de afvalstoffenheffing wordt opgesplitst in een vast en een variabel tarief. De hoogte van het variabele deel wordt bepaald op basis van het aantal malen dat restafval is aangeboden. Dit gaat uit van het principe 'de vervuiler betaalt'. Bij de verdere uitwerking hiervan zal ook het uitgangspunt van volledig kostendekkende tarieven worden meegenomen.


Ontwikkelingen

In het landelijke programma Van Afval naar Grondstoffen (VANG) werken het Ministerie van I&M, (Rijkswaterstaat), VNG en brancheorganisatie NVRD (Koninklijke Vereniging voor Afval- en Reinigingsmanagement) samen om zoveel mogelijk grondstoffen in te zamelen voor recycling en zo een vermindering van het restafval te realiseren. Het programma kent concrete doelstellingen: vanaf 2020 is er 100 kg restafval per inwoner per jaar en wordt huishoudelijk afval voor 75% gescheiden. En in 2025 is de 100 kilo teruggebracht naar 30 kilo restafval per inwoner.  In Hendrik-Ido-Ambacht was er in 2018 sprake van 274 kg restafval (fijn en grof) per inwoner per jaar en wordt het huishoudelijk afval voor ongeveer 50% gescheiden.


Communicatie
In het nieuwe Grondstoffenbeleidsplan 2019 - 2023 is opgenomen dat actief ingezet wordt op gedragsbeïnvloeding door voorlichting, educatie, communicatie en inzet van afvalcoaches. Communicatie kan vooral bijdragen aan bewustwording, en dat is de eerste stap voor gedragsverandering.

Bij afvalcommunicatie wordt de link gelegd met het thema duurzaamheid. We maken voornamelijk gebruik van eigen communicatiemiddelen zoals het gemeentenieuws, de website en social media. Waar mogelijk zoeken we samenwerking met maatschappelijke partners (inclusief bewoners).

 

6.B Zwerfafval

Beleidskader

In het coalitieprogramma 2018-2022 is opgenomen dat er extra aandacht besteed wordt aan afval dat bewust of onbewust wordt achtergelaten op plekken waar het niet hoort. In 2008 is het Zwerfafvalbeleid 2008-2018 vastgesteld. In de praktijk is het beleid voornamelijk gebaseerd op maatregelen voor een schonere buitenruimte. Deze maatregelen zijn voornamelijk vertaald in concrete uitvoeringsopdrachten. Om een betere aansluiting te vinden tussen het Zwerfafvalbeleid 2008-2018 en de praktijk is gekozen om een zwerfafval-uitvoeringsplan 2019-2023 op te stellen. Deze sluit één op één aan met de extra inzet op zwerfafval en de doorlooptijd van de zwerfafvalvergoeding van Nedvang (Nederland van afval naar grondstof).  Dit uitvoeringsplan komt in de plaats van een nieuw Zwerfafvalbeleidsplan. Dit uitvoeringsplan zet in op tegengaan van zwerfafval in de gemeente, met name op de hotspots.


Financieel kader

De gemeente komt tot en met 2023  jaarlijks in aanmerking voor een zwerfafvalvergoeding vanuit Nedvang. Deze vergoeding is bedoeld om extra maatregelen in te zetten om (preventief) afval tegen te gaan. Deze maatregelen zijn opgenomen in het Zwerfafval-uitvoeringsplan 2019-2023. Uitsluitend incidentele kosten kunnen uit de zwerfafvalvergoeding gedekt worden.

De kosten van het opruimen van zwerfafval zijn vertaald in het taakveld ‘Verkeer en vervoer’ binnen het Programma Buitenruimte.

5. Grondbeleid

Inleiding

Het grondbeleid van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is vastgelegd in de Nota “Grond voor Beleid” (2009). Met het grondbeleid wordt uitvoering gegeven aan de ruimtelijke visie die met name in de Structuurvisie "Waar de Waal Stroomt" (2009) is vastgelegd. In dit beleidsdocument worden de ruimtelijke ambities van de gemeente voor de komende tien tot vijftien jaar uiteengezet.


In de Nota grondbeleid is vastgelegd dat de gemeente zoveel mogelijk een actief grondbeleid zal voeren wanneer er sprake is van grootschalige ontwikkelingen of ontwikkelingen welke invloed kunnen hebben op de ruimtelijke of stedenbouwkundige structuur van de gemeente. Met dit actieve grondbeleid wil de gemeente gewenste ruimtelijke ontwikkelingen initiëren en sturen. Faciliterend grondbeleid wordt echter niet uitgesloten.


Ook de keuze om hoofdzakelijk het instrument Wet voorkeursrecht gemeenten te gebruiken is in de Nota grondbeleid vastgelegd. Als er aanleiding is om geen gebruik te maken van het gemeentelijk voorkeursrecht, wordt dit gemotiveerd aan de gemeenteraad aangegeven. Waar een minnelijke verwerving van gronden niet mogelijk blijkt, zal de gemeente gebruik maken van het onteigeningsinstrument.

Uitvoering grondbeleid

Voor de uitvoering van actief grondbeleid worden grondexploitaties opgesteld. Met een grondexploitatie wordt het financieel kader vastgelegd waarbinnen het beleid uitgevoerd moet worden. Voor enkele gewenste grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen zijn in het verleden grondexploitaties vastgesteld die jaarlijks geactualiseerd worden. Op dit moment zijn er drie grondexploitaties binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht: De Volgerlanden, bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1 en bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1a.


Bij enkele kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen wordt wel faciliterend grondbeleid gevoerd, waarbij kostenverhaalovereenkomsten met de ontwikkelaars worden gesloten. 

Prognose verwachte resultaten grondexploitaties

In onderstaande tabel worden de drie actieve grondexploitaties samengevat. Hierin is per project, naast wat algemene informatie, het verwachte financiële resultaat en het gewogen risicobedrag opgenomen. Om de grondexploitaties te kunnen vergelijken en de geprognosticeerde resultaten te kunnen optellen zijn de resultaten contant gemaakt naar 1 januari 2019. Voor de risicoanalyse worden jaarlijks, aan de hand van de RISMAN-methode, de verschillende risico’s die van toepassing zijn,  benoemd, gekwalificeerd en gekwantificeerd. Vervolgens wordt een gewogen risicobedrag berekend met een zekerheidspercentage van 90%. Dit houdt in dat het voor 90% zeker is dat het genoemde bedrag voldoende is om de risico's af te dekken. In het weerstandsvermogen van de gemeente wordt met dit risicobedrag rekening gehouden.

Na de tabel wordt per grondexploitatie kort het toegepaste grondbeleid beschreven, net als een toelichting op het geprognosticeerde financiële resultaat.

 

Tabel 5.1 Projectoverzicht (peildatum 1-1-2019)

 

 

Bedragen x €1.000.000,-

 

 

 

 

De Volger-
landen

Ambachtse-
zoom Fase 1

Ambachtse-
zoom Fase 1a

Verwachte afronding project

2027

2028

2022

Totale plangebied (ha)

210 ha

22,2 ha

0,7 ha

Areaal nog aan te kopen grond

0,1 ha

3,5 ha

0

Areaal uitgeefbaar

 

15,6 ha

0,7 ha

Areaal nog te verkopen grond

23,8 ha

15,6 ha

0,7 ha

 

 

 

 

Gerealiseerde kosten

 €       309,0

 €            16,5

 €           0,4

Gerealiseerde baten

 €       238,3

 €              0,6

 €               -  

Boekwaarde

 €         70,7

 €            16,0

 €           0,4

Nog te realiseren baten -/- kosten

 €         70,7

 €            18,6

 €           0,9

Resultaat op eindwaarde

 €          -0,0

 €              2,7

 €           0,6

Resultaat op netto contante waarde

 €          -0,0

 €              2,2

 €           0,5

Risico's

 €           3,7

 €              2,3

 €         0,06

 

De Volgerlanden

Beleidskader

De gemeente heeft sinds het begin van het project actief grondbeleid gevoerd in het realiseren van woningbouwlocatie De Volgerlanden. De gemeente wilde alle gronden in eigendom verkrijgen om de regie te houden. Veelal werden gronden van particulieren aangekocht en overige benodigde gronden, die in bezit waren van projectontwikkelaars, werden via bouwclaimovereenkomsten bij het gemeentelijke eigendom betrokken.

De verwervingen in het gebied De Volgerlanden-West zijn afgerond. In het gebied De Volgerlanden-Oost is nog niet alle grond in volledig eigendom van de gemeente. Circa 0,06 hectare is in bezit van een private partij. Over de verwerving van de gronden is reeds overeenstemming bereikt.

 

Financieel kader

De grondexploitatie vormt het financieel kader van het project De Volgerlanden. Dit kader wordt jaarlijks geactualiseerd en opnieuw vastgesteld. Op 7 oktober 2019 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde grondexploitatie De Volgerlanden 2019 vastgesteld.

Met de gemeente Zwijndrecht is afgesproken dat het exploitatieresultaat tot € 20 miljoen (voor- of nadelig) gelijk tussen beiden gemeenten verdeeld wordt. Het bedrag boven de € 20 miljoen, komt voor 2/3 deel voor rekening van Hendrik-Ido-Ambacht en 1/3 deel voor rekening van Zwijndrecht.

 

Bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1

Beleidskader

Bij bedrijventerrein Ambachtsezoom wordt actief grondbeleid toegepast. Sinds 1 januari 2013 richt de planvorming van Ambachtsezoom zich alleen op het westelijke gedeelte van het bedrijventerrein (fase 1 en fase 1a). Nog niet alle grond in het gebied is in eigendom bij de gemeente. Wel is er met de betreffende partijen overeenstemming bereikt over de verwerving van de gronden.

 

Financieel kader

De geactualiseerde grondexploitatie Ambachtsezoom Fase 1, die het financiële kader van de betreffende fase van het project vormt, is vastgesteld in de raadsvergadering van 8 juli 2019.

 

Bedrijventerrein Ambachtsezoom Fase 1a

Beleidskader

Ook voor Ambachtsezoom Fase 1a geldt dat er actief grondbeleid toegepast wordt.

 

Financieel kader

De geactualiseerde grondexploitatie Ambachtsezoom Fase 1a geldt als het financiële kader van de betreffende fase van het project en is vastgesteld in de raadsvergadering van 8 juli 2019. Deze grondexploitatie beperkt zich tot de gronden waar in het bestemmingsplan een directe bestemming 'Bedrijventerrein', met nadere aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen' is opgenomen.

Tussentijdse winstneming

Tussentijdse winstneming geldt vooral bij grote projecten die diverse jaren duren. Hieronder zijn regels opgenomen over hoe wordt omgegaan met (tussentijdse) winstneming:

  1. Tussentijdse winstneming kan alleen plaatsvinden indien:
    a. voldoende zekerheid bestaat over het (verwachte) resultaat van de grondexploitatie, ofwel het resultaat op de grondexploitatie betrouwbaar kan worden ingeschat; én
    b. De grond (of het deelperceel) is verkocht; én
    c. De kosten zijn gerealiseerd.
  2. Wanneer er wordt voldaan aan de voorwaarden voor tussentijdse winstneming wordt de zogenaamde percentagemethode (POC)toegepast.
  3. Bij de bepaling van de tussentijdse winst worden de risico's die specifiek samenhangen met de nog te realiseren kosten en opbrengsten van de grondexploitatie in mindering gebracht.

Bij winstneming gelden in algemene zin de volgende uitgangspunten: de winst wordt naar rato van gerealiseerde kosten (en opbrengsten) genomen. Dus indien 50% van de kosten is gerealiseerd en 50% van de grond is verkocht, dan is de winstrealisatie 50% x 50% = 25%. Zowel de realisatie van de kosten als de realisatie van de opbrengsten zijn bepalend in de bepaling van de omvang van de winstrealisatie.

Voor de grex De Volgerlanden geldt een bijzondere situatie omdat deze grex samen met Zwijndrecht wordt uitgevoerd in gezamenlijk winst en risico. Daarom wordt bij De Volgerlanden in zo'n situatie een extra risico afweging gemaakt in relatie tot de omvang van het project.

Reserve en Risico

De aard van de activiteiten binnen het totaal van de exploitaties maakt het noodzakelijk voor afdekking van de algemene risico's een algemene reserve grondbedrijf aan te houden. Deze reserve wordt opgebouwd uit de eindresultaten van alle afgesloten grondexploitaties plus alle tussentijdse winst- en verliesnemingen. Het nemen van winst  geschiedt volgens de eerder beschreven methodiek van (tussentijdse) winstneming. Als er bij het opstellen dan wel het actualiseren van een kostprijscalculatie blijkt dat er een verlies op een complex ontstaat, wordt hiervoor een voorziening getroffen ten laste van de Algemene reserve grondbedrijf.

De Algemene reserve grondbedrijf  moet op voldoende niveau zijn om de benoemde risico's te kunnen opvangen en moet een minimum niveau hebben afhankelijk van het risicoprofiel. Zodra het saldo van de reserve zich onder het minimum niveau bevindt, moet dit worden aangevuld vanuit de Algemene (concern)reserve. De Algemene reserve grondbedrijf kent geen maximum niveau.

Uit onderstaande tabel valt op te maken dat, rekening houdend met het geprognosticeerde resultaat van de grondexploitaties en de ingeschatte risico's, de algemene reserve grondbedrijf voldoende gevuld is.

 

Tabel 5.2 Overzicht resultaat en risico's

 

 

 

Resultaat grondbedrijf (Netto Contante Waarde)*

 €             2,7

mln.

Positief

Totale risico's*

 €             4,2

mln.

 

 

 

 

 

Algemene reserve grondbedrijf

 €             7,9

mln.

 

Voorzien verlies De Volgerlanden (Eindwaarde)

 €             0,0

mln.

 

*In deze cijfers is voor De Volgerlanden alleen rekening gehouden met deel van Hendrik-Ido-Ambacht

 

6. Verbonden partijen

Inleiding

Verbonden partijen zijn die partijen waarmee de gemeente een bestuurlijke relatie heeft én waarin zij een financieel belang heeft. Een verbonden partij levert daarmee een bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen van de gemeente. Partijen waaraan een significant (financieel) risico kleeft, worden ook verwerkt in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen’.

BBV

In de nieuwe BBV is opgenomen dat voortaan een onderverdeling wordt gemaakt naar:

  • gemeenschappelijke regelingen;
  • vennootschappen en coöperaties;
  • stichtingen en verenigingen, en;
  • overige verbonden partijen.

In dit hoofdstuk gaan we in op de doelstellingen, taken en financiële aspecten van de gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht participeert. Bij een vennootschap en coöperatie participeert de gemeente in het risicodragend vermogen van een privaatrechtelijke rechtspersoon als aandeelhouder van de betreffende NV of BV.

Hieronder wordt een opsomming gegeven van dergelijke samenwerkingsverbanden.

Gemeenschappelijke regelingen Vennootschappen en coöperaties
  • GR Drechtsteden
  • GR Dienst Gezondheid & Jeugd
  • GR Veiligheidsregio
  • GR Omgevingsdienst
  • GR Drechtwerk
  • GR Natuur en recreatieschap IJsselmonde
  • GR Koepelschap Buitenstedelijk groen
  • GR Openbare Verlichting GR Gevudo
  • ROM-D
  • Oasen (NV)
  • Eneco Holding (NV)
  • BNG (NV)


De stichtingen en verenigingen en overige verbonden partijen zijn bij ons niet aan de orde.

Verbonden partijen (x € 1.000)

Relatief aandeel
HIA

Bijdrage
HIA
begroting
2020

Omzet
begroting
2020

Eigen vermogen

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

Vreemd vermogen

 

 

 

 

1-1-2018

31-12-2018

1-1-2018

31-12-2018

GR Drechtsteden

     

 

 

 

 

Bureau Drechtsteden en staf

10,3% 889 8.626

 

 

 

 

griffie

10,8% 46 427

 

 

 

 

Sociale Dienst Drechtsteden

5% 12.747 247.338

 

 

 

 

minus rijks-doeluitkering SDD

5,1% -4.878 -95.459

 

 

 

 

Service Centrum Drechtsteden

5,7% 1.958 34.162

 

 

 

 

Gemeentebelastingen Drechtsteden

10,1% 573 5.675

 

 

 

 

Onderzoekcentrum Drechtsteden

10,6% 95 893

 

 

 

 

Totaal GRD

5,5% 16.308 297.121

4.207

-758

57.693

56.206

 

 

 

 

 

 

 

 

GR Dienst Gezondheid & Jeugd (zonder SAV)

      3.299 4.194 83.840 57.426

DG&J

6,6% 1.673 25.408        

Serviceorganisatie Jeugd

5,7% 6.077 107.159        

GR Veiligheidsregio (incl. boxen)

5,1% 1.869 36.620 7.285 8.364 63.875 60.630

GR Omgevingsdienst

1,8% 430 24.543 2.873 1.736 9.908 6.693

Drechtwerk

4% 240 5.962 1.249 1.130 30.648 30.650

GR Natuur en recreatieschap IJsselmonde

15,3% 215 1.409 3.881 3.988 1.977 1.991

GR Openbare Verlichting

14% 61 436 142 151 210 195

GR Gevudo (aandeel garantierisico ca.  8,6 mln)

7,6% -73 -958 30 30 509 538

 

     

 

 

 

 

Vennootschappen

 

 

 

 

 

 

 

ROM-D Holding NV

2,4% 109 4.601 4.103 4.077 2.151 2.151

ROM-D Capital BV

      18.552 18.427 13 0,1

ROM-D Beheer NV

      40 44 155 151

ROM-D Capital beheer BV

      46 43 0 0

ROM-D KILL III CV

1,3% 141 6.793 9.569 10.389 9.107 9.014

ROM-D Projecten CV

      2.481 2.103 2.393 9.492

 

 

 

 

 

 

 

 

Oasen (NV)

2,81%     103.668 108.494 162.538 159.959

 

             

Eneco Groep (NV)

0,5%     2.869.000 2.939.000 2.804.000 2.787.000

 

             

BNG (NV)

0,05%     4.687.000 4.991.000 135.185.000 132.518.000

 

A. Gemeenschappelijke regelingen

Een groot deel van de gemeentelijke middelen wordt via verbonden partijen ingezet voor realisatie van doelen, uitvoering van processen en ondersteuning van de bedrijfsvoering. Vanwege de vaak aanmerkelijke bestuurlijke, beleidsmatige en financiële belangen is inzicht in en effectieve sturing op deze verbonden partijen noodzakelijk.

GR Drechtsteden

De gemeenten in de Drechtsteden zijn gezamenlijk een netwerkstad en netwerkorganisatie op een aantal beleidsterreinen. Inhoudelijke samenwerking, afstemming en voorbereiding van beleid binnen de Drechtsteden vindt plaats op de beleidsterreinen Fysiek, Sociaal en Bestuur. Al een aantal jaren werken de Drechtsteden samen in gezamenlijke uitvoeringsorganisaties: Sociale Dienst Drechtsteden, Servicecentrum Drechtsteden, Gemeentebelastingen Drechtsteden, Onderzoekcentrum Drechtsteden, en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden (ROM-D) als onderdelen van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden.

Met die samenwerking zetten de gemeenten in op optimale dienstverlening aan de inwoners, organisatorische en financiële verbeteringen en presentatie van ‘De Drechtsteden’ naar buiten als economisch krachtige, goed bereikbare en leefbare regio. Zij doen dit elk met behoud van de eigen karakteristieke kenmerken. Daarnaast werken besturen en organisaties van de Drechtstedengemeenten ook samen met partijen in de regio, zoals het regionale bedrijfsleven, woningbouwcorporaties, het onderwijs, de gezondheidszorg, welzijnsorganisaties en culturele instellingen. Participeren in de samenwerking biedt de gemeenten kansen en vernieuwingen voor de regio en daarmee ook voor de inwoners. De diversiteit aan beleidsterreinen en uitvoeringstaken waarop in Drechtstedenverband wordt samengewerkt, is vanzelfsprekend merkbaar in de programma’s in onze gemeentelijke begroting.

Naam verbonden partij GR Drechtsteden
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Draagvlak te creëren voor een evenwichtige ontwikkeling van het gebied. Om deze doelstelling te realiseren en met inachtneming van de autonomie van de deelnemende gemeenten, behartigt Drechtsteden de gemeenschappelijke regionale belangen op de volgende terreinen:

  • Economie en bereikbaarheid (economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme)
  • Fysiek (volkshuisvesting, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijk beheer, milieu, water, groen, publieke infrastructuur, economie, grondzaken, bereikbaarheid, recreatie en toerisme)
  • Sociaal (sociale zekerheid en –ontwikkeling, onderwijs en kennisinfrastructuur, sport en cultuur)
  • Bestuurlijke ontwikkeling en grotestedenbeleid
  • Staf- en ondersteunende diensten en de bedrijfsvoering
  • Sociaal- geografisch onderzoek

    Daarnaast heeft Drechtsteden als doelstelling zorg te dragen voor:

  1. de efficiënte en effectieve heffing en invordering van belastingen, voor de heffing en invordering waarvan de gemeenteraden van de gemeenten belastingverordeningen en de kwijtscheldingsregels hebben vastgelegd, elk voor zover het hun gebied betreft;
  2. de uitvoering van de WOZ waaronder ook de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden, elk voor zover het hun gebied betreft.

NB: naar aanleiding van besluitvorming over het rapport Deetman zal de tekst van de GRD worden aangepast. Dit betekent dat bovenstaande tekst daar ook op zal worden aangepast. Het sociaal domein, bedrijfsvoering en de coördinatie van externe betrekkingen zijn dan de belangrijkste onderdelen van de samenwerking in de Drechtsteden.

Risico’s
  • de impact van de Visie Sociaal Domein is zeer groot en zal leiden tot extra eenmalige kosten (frictiekosten). 
  • WMO Begeleiding: stijgende uitgaven vanwege vergrijzing van de bevolking.
  • WMO Huishoudelijke ondersteuning: stijgende uitgaven vanwege invoering abonnementstarief voor eigen bijdragen.
  • apparaatskosten: uitbreiding personele capaciteit vanwege groei dienstverlening en vertraging automatisering.
  • Zaak- en archief Systeem leidt mogelijk tot hogere beheerlasten
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het Drechtstedenbestuur (collegelid), Drechtraad (raadsleden fracties) en diverse portefeuillehoudersoverleggen/bestuurlijke werkgroepen (portefeuillehouders).
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Besluitvorming over het rapport Deetman heeft geleid tot nieuwe ontwikkelingen in de regio. De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en sociaal domein en de coördinatie van externe betrekkingen worden voortgezet binnen het domein van de GRD. Dit gebeurt onder sturing van de Drechtraad en verantwoordelijkheid van het Drechtstedenbestuur. Naast deze vorm van samenwerking, ontstaat er een spoor van samenwerking op het gebied van de ruimtelijk-economische ambities. De realisatie van de Groeiagenda komt hiermee nadrukkelijk onder de verantwoordelijkheid van de zeven gemeenten. Dit is een samenwerking van onderop, met lokaal behoud van taken.

Met de Groeiagenda 2030 is een breed gedragen, grote ambitie voor de verdere ontwikkeling van de regio vastgelegd. De Groeiagenda is een integraal ambitiedocument waarin de opgavelijnen wonen, werken, bereikbaarheid en energiestrategie in samenhang zijn uitgewerkt. In gezamenlijkheid, in de bestuurlijke werkgroepen, worden deze opgavelijnen uitgewerkt in programma's. Daarbij wordt gewerkt vanuit lokale behoeften en mogelijkheden. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor hun lokale uitvoeringsplannen. De rol van het Drechtstedenbestuur en de regionale organisatie richt zich voor wat betreft de Groeiagenda met name op de externe lobby op de gezamenlijke agenda.

De tekst van de GRD zal worden aangepast op deze ontwikkelingen.

 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 5 (risicoprofiel hoog)
Websites en documenten www.drechtsteden.nl begroting 2020 en lokale zienswijze

 

 

 

GR Veiligheidsregio ZHZ

Onze gemeente maakt deel uit van de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. De gemeenschappelijke regeling VRZHZ is aangegaan met de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hoekse Waard, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, en Zwijndrecht.

In de veiligheidsregio zijn de brandweertaak en de taken op het terrein van de GHOR (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen) en Crisisbeheersing en Rampenbestrijding ondergebracht.

Naam verbonden partij GR Veiligheidsregio ZHZ
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

De regeling is opgericht voor de uitvoering van de Wet veiligheidsregio’s en stelt zich ten doel te allen tijde een gezamenlijke effectieve en efficiënt georganiseerde slagkracht voor crisisbeheersing, rampenbestrijding, brandweerzorg en geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen te kunnen leveren en een deskundig en betrouwbare veiligheidsadviseur te zijn.

Risico’s

De GR VRZHZ geeft de volgende risico’s op:

  • Niet gedekte frictiekosten op langere tgv het overgaan van gemeentes naar de provincie Utrecht (;
  • Opgelegde taakstellingen;
  • Voltooiing van de reorganisatie.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente De burgemeester zit in het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio.
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De Veiligheidsregio heeft veel aandacht voor het afronding van de reorganisatie. Daarnaast is er aandacht voor de (nog) niet gedekte frictiekosten ten gevolge van de uittreding van de gemeenten Leerdam en Zederik (welke naar de provincie Utrecht zijn gegaan). Ook zal er een nieuw regionaal risicoprofiel worden aangeboden waarbij er een herijking heeft plaatsgevonden van de risico's welke onze regio kent.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Arrangement: 4 (risico: gemiddeld/hoog)
Websites en documenten www.vrzhz.nl

 

 

GR Omgevingsdienst

We participeren op Zuid-Holland Zuid-niveau in de GR Omgevingsdienst die voor ons de wettelijke milieu- en omgevingstaken uitvoert. De 10 gemeenten uit de regio Zuid-Holland Zuid zijn eigenaar, samen met de provincie Zuid-Holland.

Naam verbonden partij GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Uitvoeren van  de wettelijke milieu- en omgevingstaken voor de 10 gemeenten van Zuid-Holland Zuid en een deel van de provincie Zuid-Holland.

Risico’s
  • Mate waarin de fluctuatie in omzet opgevangen kan worden door een flexibele schil van personeelsbestand;
  • Aansprakelijkheid voor adviezen
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid) en lid van de auditcommissie
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Veel aandacht zal in 2020 uitgaan naar de technische implementatie van de Omgevingswet. De organisatie van OZHZ wordt voorbereid op een werkwijze waarbij er ruimte wordt geboden aan initiatieven uit de samenleving.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Arrangement: 4 (risico: gemiddeld/hoog)
Websites en documenten www.ozhz.nl

 

 

GR Dienst Gezondheid & Jeugd

De GR DG&J Zuid-Holland Zuid bestaat uit twee organisatieonderdelen: Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) en Serviceorganisatie Jeugd (SOJ). DG&J is voor de 10 deelnemende gemeenten verantwoordelijk voor het uitvoeren van taken op het gebied van publieke gezondheid, maatschappelijke zorg, leerplicht en voortijdig schoolverlaten. De dienst stuurt ook de uitvoering van de integrale jeugdgezondheidszorg aan. DG&J is tot 2021 ook vergunninghouder voor de ambulancezorg  in Zuid-Holland Zuid. Tweede onderdeel van de GR is de Serviceorganisatie Jeugd. Dit onderdeel is verantwoordelijk voor de sturing op jeugdhulp in Zuid-Holland Zuid. Dit doet de SOJ door contractmanagement, risicomanagement en budgetbeheersing, accountmanagement en informatievoorziening voor gemeenten.

Naam verbonden partij GR Dienst Gezondheid & Jeugd
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

De dienst Gezondheid & Jeugd bewaakt, beschermt en bevordert activiteiten die gericht zijn op het verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen en het vergroten van de ontwikkelingskansen van onze inwoners.

De Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) zorgt namens de gemeenten in ZHZ voor sturing op jeugdhulp.

Risico’s

Voor de Dienst Gezondheid & Jeugd worden de volgende risico's gemeld:

  • Batenraming: Een deel van de inkomsten van DG&J heeft een fluctuerend karakter, zoals de subsidies in het kader van o.a. Veilig Thuis, OGGZ, de opbrengst van de polikliniek. Hierdoor is er een beperkt risico dat de realisatie van de baten afwijkt van de raming.
  • Bedrijfsvoering/primair proces: Dit behelst de mogelijke extra inzet van mensen en middelen indien er een hoger dan voorzien beroep wordt gedaan op de dienstverlening in brede zin (Veilig Thuis, GGD, LVS en hiermee samenhangende ondersteuning) van de DG&J.

De Serviceorganisatie Jeugd noemt als risico:

  • De ontwikkeling van de zorgvraag. Het belangrijkste risico zit in groei van de vraag naar jeugdhulp. De maatregelen uit de 'Omdenknotitie' moeten de groei van de vraag naar jeugdhulp een halt toe te roepen en ombuigen naar een daling.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur (collegelid) en de Auditcommissie (collegelid).
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

DG&J bereidt zich voor op de nieuwe wet Ambulancezorg. In dit kader is de Regionale Ambulance Voorziening ZHZ  (RAV) per 1-1-2019 ondergebracht in een coöperatie waaraan ook het Erasmus MC en het Albert Schweitzer Ziekenhuis deelnemen. Alle medewerkers die al voor 1 april 2018 in dienst waren bij de RAV zijn gedetacheerd aan de coöperatie. Dit brengt voor D&J geen risico mee omdat de loonkosten volledig worden doorbelast aan de coöperatie.

Per 1-1-2019 zijn de gemeenten Leerdam en Zederik uitgetreden uit de GR DG&J. In aanloop naar deze uittreding heeft de GR organisatorische maatregelen getroffen om dit op te vangen. Daar waar de begroting niet direct bijgesteld kon worden, zijn frictiekosten ontstaan. Ter compensatie heeft de nieuwe gemeente Vijfheerenlanden een uittredingssom betaald van circa € 4,0 miljoen. Deze middelen zijn toereikend om op termijn (2023) de frictie geleidelijk af te bouwen.

De druk op de budgetten voor jeugdhulp blijft onverminderd hoog. Medio 2019 heeft het AB DG&J daarom de Omdenknotitie vastgesteld met als doel het budget in 2023 terug te brengen naar € 100 miljoen. Dit vraagt dat op de drie niveaus - SOJ, individuele gemeenten en de stichting Jeugdteams ZHZ -  maatregelen integraal worden opgepakt. De Omdenknotitie biedt ruimte voor meer lokale invulling en daarmee beleidsverschillen tussen gemeenten. Dit kan leiden tot een verdere afname van de steun om voor jeugdhulp volledig financieel solidair te zijn.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 5 (risicoprofiel hoog)
Websites en documenten

www.dienstgezondheidjeugd.nl

www.jeugdzhz.nl

Begroting 2020

 

 

Drechtwerk

Drechtwerk laat mensen met een arbeidsbeperking zinvol en passend bij hun mogelijkheden, deelnemen aan het arbeidsproces. De invoering van de Participatiewet heeft invloed op Drechtwerk, omdat hiermee de Wet sociale werkvoorziening niet meer bestaat waardoor er geen automatische instroom van SW’ers meer is bij Drechtwerk.

Naam verbonden partij Drechtwerk
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Drechtwerk is in het verleden opgericht om voor de deelnemende gemeenten uitvoering te geven aan de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Per 1 januari 2015 is instroom in de Wsw niet meer mogelijk. De SW'ers die al werkzaam zijn bij Drechtwerk kunnen daar blijven werken tot zij met pensioen gaan.

Risico’s
  • Hoogte van de Rijkssubsidie SW: De subsidie is de belangrijkste inkomstenbron van Drechtwerk. Het ministerie bepaalt de hoogte van de subsidie per medewerker. Wijziging in de bekostigingssystematiek heeft gevolgen voor de omvang van de subsidie SW.
  • Onvoldoende uitstroom van de SW-doelgroep:  Voor de verdeling van de subsidiegelden houdt het Rijk rekening met de verwachte daling van de SW-doelgroep geprognosticeerd. Voor Drechtwerk komt dit neer op ongeveer 8 à 9 procent daling per jaar. Het niet realiseren van deze uitstroom leidt tot tekorten op de salarisbetalingen.
  • Loonkostenstijging ten gevolge van cao-ontwikkelingen.
  • Uitstaande geldlening aan Assembly Partner B.V.:  Drechtwerk heeft bij voormalige dochter  Assembly Partner een lening uitstaan van € 1,1 miljoen. Bij faillissement is het risico tot het niet volledig innen van de uitstaande lening reëel. De laatste aflossing is voorzien in 2023.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

Opdrachtgeversrol: via bestuurlijke vertegenwoordiging in de GR Drechtsteden.  Eigenaarsrol: wethouder financiën in het Algemeen Bestuur

Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Omdat instroom vanuit de Wsw niet meer mogelijk is, heeft Drechtwerk in 2015 gekozen voor een strategie van gedeeltelijke afbouw, samenwerking met marktpartijen en gedeeltelijke verkoop van onderdelen. Vanuit financieel perspectief is deze strategie in 2017 omgebogen naar een toekomstgericht scenario, waarbij Drechtwerk zich tot een vaste waarde ontwikkelt binnen het sociaal domein van de Drechtsteden. Hierbij richt Drechtwerk zich op het bevorderen van de door- en uitstroom van zowel mensen uit de Participatiewet als uit de oorspronkelijke SW doelgroep.

In het licht van deze strategie versterken Drechtwerk en de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) de onderling  samenwerking versterkt. Onder andere is een gezamenlijke vennootschap ingericht van waaruit zowel mensen uit de bijstand als SW'ers worden gedetacheerd. Drechtwerk ontwikkelt daarnaast leer-werktrajecten waar cliënten van de SDD werkervaring op kunnen doen en zo doorstromen naar regulier werk. Ook stemmen Drechtwerk en SDD hun investeringen op elkaar af. De extra kosten die voortvloeien uit onderzoek en implementatie van de samenwerking met de SDD worden gedekt uit het transitiebudget voor Drechtwerk.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Arrangement 3: gemiddeld
Websites en documenten

www.drechtwerk.nl

Primaire begroting 2020 en zienswijze

 

 

Koepelschap Buitenstedelijk Groen en Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde

 

Naam verbonden partij Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde
Vestigingsplaats Rotterdam
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Het Natuur- en Recreatieschap heeft tot doel de natuur- en recreatieschapsgebieden in de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Ridderkerk en Zwijndrecht efficiënt en effectief te beheren.

Risico’s
  • Het uittreden van gemeenten uit het schap.
  • tekorten in de exploitatie vanaf 2022 vanwege uittreden Rotterdam en de provincie
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Wethouder RO is lid van het dagelijks en algemeen bestuur van het NRIJ. Een raadslid is lid van het Algemeen Bestuur van het NRIJ.
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

De provincie heeft besloten haar deelname in het NRIJ per 1/1/2017 te beëindigen. Ook de gemeente Rotterdam heeft besloten per 1/1/18 uit te treden. Er zijn overeenkomsten gesloten tussen het schap en de provincie en het schap en de gemeente Rotterdam over de uittreedvoorwaarden.

De uittredingen van de provincie en Rotterdam vragen om een herijking van de samenwerking van de overige gemeenten in het schap. De uittredingen leiden tot tekorten in de exploitatie van het NRIJ vanaf 2022. De komende periode staat dan ook in het teken van de (financiële) toekomst en de transitie van het schap. De vijf deelnemende gemeenten hebben daarbij uitgesproken dat de tekorten bij het NRIJ niet mogen leiden tot een verhoging van de deelnemerbijdragen van de gemeenten. Het schap zal besparingsmogelijkheden in beeld moeten brengen.

In april 2018 hebben de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Ridderkerk, Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht uitgesproken de samenwerking tot zeker 2022 te willen continueren en die periode te gebruiken om te komen tot een solide en toekomstbestendig schap.

 

 

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 2 (risicoprofiel laag/gemiddeld)
Website en documenten www.recreatiegebied-ijsselmonde.nl

 

 

 

GR Gemeenschappelijke Vuilverwerking Dordrecht en omstreken (Gevudo)

Gevudo bezit 20 % van de aandelen van NV Huisvuilcentrale Noord-Holland, HVC te Alkmaar en behartigt en coördineert de belangen van de deelnemende gemeenten richting HVC. De GR Gevudo is aangegaan door de gemeenten Alblasserdam, Binnenmaas, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Leerdam, Liesveld, Nieuw-Lekkerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik en Zwijndrecht. Waar de regeling in het verleden daadwerkelijk actief was in het verzamelen en verwerken van huishoudelijk afval, wordt het doel nu feitelijk uitsluitend verwezenlijkt door het verwerven, beheren en vervreemden van aandelen in het kapitaal van de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland (HVC) en het partij zijn bij overeenkomsten tussen aandeelhouders van HVC. De GR Gevudo staat naar rato van haar deelname in HVC garant voor het nakomen van de verplichtingen die HVC aangaat met betrekking tot de financiering van verbrandingsinstallaties. Hiervoor wordt een garantstellingprovisie ontvangen. De verdeelsleutel is het gemiddelde tonnage aangeleverd afval over de laatste vijf jaar. Per 1 juni 2015 is de GR Gevudo gewijzigd zodat de GR Gevudo aansluit bij haar huidige taak, namelijk aandeelhouder zijn van HVC en als doorgeefluik van de garantstellingsprovisie fungeren naar deelnemende gemeenten. De GR Gevudo is ook aangepast om te voldoen aan de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).

Naam verbonden partij GEVUDO
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Behartigen van de belangen van de deelnemers op het gebied van het op milieu hygiënisch verantwoorde wijze verwerken van huishoudelijke afvalstoffen afkomstig van de Drechtsteden, Alblasserwaard en Vijfheerenlanden en de Hoeksche Waard.

Onzekerheden
  • De eventuele tekorten van HVC Alkmaar worden via de gemeenschappelijke regeling Gevudo omgeslagen naar de aandeelhouders.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het algemeen bestuur (collegelid).
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

HVC is financieel robuust, ook op de middellange termijn, en de bedrijfsvoering van HVC is adequaat, uitgaande van de kapitalisering/financiering met gegarandeerde leningen. Als Hendrik-Ido-Ambacht staan wij garant voor € 7,9 miljoen. Maar zolang de verbrandingsinstallaties voldoende aanbod van onder andere de gemeentelijke klanten en waterschappen behouden, is het risico minimaal. HVC is zich hier bewust van en importeert bijvoorbeeld momenteel afval uit Groot Brittannië om de verbrandingsinstallaties zo efficiënt mogelijk te laten draaien en zo de risico's voor de gemeenten zo klein mogelijk te houden. Sinds 2014 is een nieuwe dienstverleningsovereenkomst met HVC van kracht, alsmede voor de gemeente Dordrecht, gemeente Alblasserdam, gemeente Papendrecht en gemeente Zwijndrecht.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel De GR Gevudo heeft een risicoprofiel 1 (laag risico op financieel en bestuurlijk gebied) en daarmee sturingsarrangement 1.

 

 

Bureau Openbare Verlichting

Naam verbonden partij  
Vestigingsplaats Hardinxveld-Giessendam
Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd)

Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Leerdam, Molenwaard, Papendrecht, Krimpenerwaard, Vianen en Zederik hebben zich verenigd in de Gemeenschappelijke Regeling Bureau Openbare Verlichting (Bureau OVL). Kerntaak van deze organisatie is het uitvoeren van het beheer van de openbare verlichting en de centrale aansturing en bewaking op de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden hieraan. Bureau OVL fungeert op dit terrein ook als het kenniscentrum voor de deelnemers en voert in opdracht projecten voor de gemeenten uit.

Onzekerheden
  • Er worden geen risico’s genoemd.
Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Vertegenwoordiging in het bestuur (collegelid).
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Bureau OVL neemt deel aan landelijke overleggen van het InterGemeentelijk-overleg Openbare Verlichting (IGOV) welke met ingang van 1 januari 2016 is ondergebracht in de stichting OVLNL.nl. Bureau OVL is van daaruit vertegenwoordiger namens de kleine en middelgrote gemeenten in het landelijk overleg van NetbeheerNederland.

Sturingsarrangement gekoppeld aan risicoprofiel Arrangement 1: Laag

 

 

ROM-D

De Regionale Ontwikkelingsmaatschappij is  de grondontwikkelingsmaatschappij van de Drechtsteden. ROM-D is ene publiek-privaat samenwerkingsverband van de gemeenten in de Drechtsteden , de Provincie Zuid-Holland, de BNG en het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam.

 

De belangrijkste opgave is het versterken van de regionale economie met als belangrijkste activiteiten:

- de uitgifte van kavels

- de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen

- de revitalisering van bestaande bedrijventerreinen

- de promotie van de regio Drechtsteden

 

 

Naam deelneming Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden (ROM-D)
Vestigingsplaats Dordrecht
Rechtsvorm

De structuren na invoering van de doorontwikkeling:

  1. ROM-D Holding N.V.
  2. ROM-D Beheer N.V.
  3. ROM-D Capital B.V.
  4. ROM-D C.V.
Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) Het versterken van de economische ontwikkeling van de Drechtsteden.
Financieel belang van de gemeente

Kapitaaldeelname

ROM-D Dordtse Kil III CV: Commanditair kapitaal: 140.989 (1,3%)

ROM-D Holding NV: Kapitaal: 109.216 (2,4%)

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Bestuurlijk: de wethouder Economie heeft zitting in de Holding N.V..
Toekomstperspectief en ontwikkelingen

Sinds 2017 hanteert ROM-D  een nieuwe werkwijze. ROM-D werkt op een pro-actieve manier samen met ondernemers en grondeigenaren met inzet van kapitaal van een eigen revolverend kapitaalfonds. De ROM-D gaat daarbij dus zelf op zoek naar nieuwe ontwikkelingen.

De komende jaren werkt ROM-D onder andere aan het Dolderman project (Dordrecht), Veerweg (Hendrik-Ido-Ambacht),  en het Nedstaalterrein (Alblasserdam).

Sturingsarraggement gekoppeld aan risicoprofiel Sturingsarrangement 3 (risicoprofiel gemiddeld)
   

Eneco

Naam deelneming Eneco Holding N.V. 
Vestigingsplaats Rotterdam
Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) Waarborg energielevering
Financieel belang van de gemeente

Aantal aandelen: 22.495 (0,45%). In deze begroting is rekening gehouden met circa € 237.000 aan dividend. Bij de verkoop van Eneco vervallen de dividend inkomsten. In deze begroting is hierop deels geanticipeerd door een stelpost van € 105.000 vanaf 2021.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Als aandeelhouder
Toekomstperspectief en ontwikkelingen Per 31 jan. 2017 is de Eneco Holding formeel gesplitst. Dit maakt ons als gemeenten (53) per die datum aandeelhouder in het netwerkbedrijf Stedin Holding NV en het energiebedrijf Eneco Groep NV. Na de splitsing lag het voor de hand om de publiek belang afweging in het energiebedrijf opnieuw te maken. In oktober 2017 heeft onze gemeente in principe besloten tot het afbouwen van het aandelenbelang in Eneco onder nader, in gezamenlijkheid met andere aandeelhouders, te bepalen condities en procesafspraken. Op dat moment koos circa 75% van de aandeelhouders tot afbouw. Na de verkiezingen 2018 heeft ook de gemeente Den Haag tot afbouw gekozen, zodat nu circa 95% in principe kiest voor afbouw.  De definitieve besluitvorming moet nog  plaatsvinden en wordt eind 2019 verwacht.

Stedin

Naam deelneming Stedin Holding N.V.
Vestigingsplaats Rotterdam
Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) Verantwoordelijk voor het netwerk ten behoeve van de energievoorziening
Financieel belang van de gemeente

Aantal aandelen: 22.495 (0,45%). In deze begroting is rekening gehouden met circa € 237.000 aan dividend

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Als aandeelhouder
Toekomstperspectief en ontwikkelingen Per 31 jan. 2017 is de Eneco Holding gesplitst in het netwerkbedrijf Stedin Holding NV en het energiebedrijf Eneco Groep NV. 

Oasen

Het doel van deze deelneming is het borgen van publieke belangen met betrekking tot drinkwater.

Naam deelneming Oasen Zuid-Holland
Vestigingsplaats Gouda
Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) Drinkwater verzorging inwoners Hendrik-Ido-Ambacht
Financieel belang van de gemeente

21 van de 748 uitgegeven aandelen (3%). De laatste jaren is geen dividend ontvangen.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Als aandeelhouder
Toekomstperspectief en ontwikkelingen -
   

 

BNG

De gemeente heeft een financieel belang in de Bank Nederlandse Gemeenten.

Naam deelneming Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Vestigingsplaats Den Haag
Rechtsvorm

NV

Doel (openbaar belang dat wordt behartigd) De Bank Nederlandse Gemeenten, opgericht in 1914, is een bank van en voor de overheid. De bank biedt financiële diensten aan, zoals kredietverlening, betalingsverkeer en advisering. De BNG heeft de hoogste rating voor kredietwaardigheid (triple A).
Financieel belang van de gemeente

De gemeente heeft 25.818 aandelen (0.05%) in haar bezit. In deze begroting wordt rekening gehouden met circa € 63.000 aan dividend.

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente Als aandeelhouder neemt de gemeente deel aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Toekomstperspectief en ontwikkelingen In de miljoenennota 2017 werd door Kremers gerept over een mogelijke omvorming van BNG Bank, de NWB Bank en FMO (een bank voor ontwikkelingshulp) tot één financieringsinstelling. Bij nader inzien ziet het kabinet ‘vooralsnog minder toegevoegde waarde’ in het samenvoegen van Invest-NL met beide banken.

7. Bedrijfsvoering

Inleiding

Samen met onze inwoners en omgeving staan we voor complexe, maatschappelijke opgaven. De technologische ontwikkeling en de digitalisering van de samenleving denderen onverminderd door.

Aan de ene kant zien we krapte op de arbeidsmarkt, maar aan de andere kant staan velen nog langs de kant. Gemeenten hebben met de drie decentralisaties in het sociaal domein een forse, complexe en financieel lastige uitbreiding van het takenpakket gekregen. De Omgevingswet gaat van de gemeente een andere werkwijze en houding vragen. In het ruimtelijke domein ontstaan nieuwe opgaven zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en een het opbouwen en onderhouden van een passende woningvoorraad.

Om onze doelstellingen te kunnen blijven realiseren hebben we een krachtige, zelfstandige organisatie nodig. In 2019 hebben we de nieuwe strategische nota bedrijfsvoering "Op maat verbinden" opgesteld. Met deze nota zetten we de richting uit voor de doorontwikkeling van de organisatie.

Personeel en Organisatie

Al deze ontwikkelingen vragen om een volgende stap. Een groei van rolbewuste naar rolbekwame medewerkers. Het kunnen doorgronden van vraagstukken en samenwerken, vraagt om meer sociale vaardigheden. Goed kunnen praten én luisteren, inlevingsvermogen en een positieve, open houding zijn minstens net zo belangrijk als kennis van verschillende onderwerpen.

Een groei in complexiteit betekent ook een groei in kwaliteit van mensen en middelen. We hebben op korte én langere termijn voldoende kwaliteit van mensen en middelen nodig.

Met de nota bedrijfsvoering als basis bepalen we hoe we dat gaan bereiken. Zo denken we continu na over hoe we het werk organiseren. Specialisme kopen we in waar nodig en op het juiste moment. We verbinden werk, mensen en talenten "op maat".

De arbeidsmarkt is krap. We ondervinden dit bij diverse functiegroepen, zoals in het ruimtelijke, sociale en technische domein. Samen met de regio zetten we in op het verbeteren van de arbeidsmarktcommunicatie. Daarnaast blijven we lokaal inzetten op trainee- en stageprogramma's en het zelf opleiden van medewerkers voor taken. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat we zorgvuldige keuzes blijven maken en bij twijfel "niet inhalen". Professionals moeten we niet alleen in huis halen, maar ook behouden. Daarbij passen onder andere een goed introductieprogramma en beloningsbeleid, aandacht voor persoonlijke ontwikkeling en (regionale) doorgroeimogelijkheden.

Informatisering

De regionale sourcingstrategie krijgt steeds meer vorm. Deze sourcingstrategie vraagt van onze kant een sterke regie en goed opdrachtgeverschap. Goed opdrachtgeverschap en het actualiseren van onze visie op onze informatiehuishouding krijgen in 2020 extra aandacht.

De eerste stappen voor datagestuurd werken zijn gezet. Er bestaan vele mogelijkheden om met behulp van data onze inwoners beter van dienst te zijn. Om tot concrete resultaten te komen werken we nauw samen met het OCD.

Facilitair

Op facilitair gebied volgen wij het facilitair plan waarin onderhoud, modernisering en vervanging in een meerjarenplan uitgewerkt is.

Communicatie

We vinden het erg belangrijk om samen met bewoners en andere partijen te werken aan de toekomst van onze gemeente. We dagen hen uit om hun kennis, ervaring, creativiteit en kunde in te zetten voor Hendrik-Ido-Ambacht. Dit vraagt om een andere manier van communiceren en participeren. In 2020 werken we daarom verder aan en met onze nieuwe visies op participatie en communicatie. Onze uitgangspunten hierbij zijn een open, transparant en benaderbaar gemeentebestuur en goede en open onderlinge relaties. We investeren in deze relaties en in passende communicatiestructuren en werkvormen.